Santiago

Historic building with ornate architecture against a cloudy sky
The stunning architectural details of a historic building – Santiago De Compostella

6 juli – Vijf uur, na een goede nachtrust vraagt mijn lichaam naar beweging.  Met mijn hoofdzaklamp pak ik alles in een bepaalde volgorde en voorzichtig in om zo weinig mogelijk anderen niet te wekken en niets te vergeten. Ik kijk door het raam. Het is nog donker en het begint te regenen. Ik dank de vriendelijke hospitaliero voor zijn warme ontvangst. Met gregoriaans muziek, gietende regen en in het donker wandel ik doorheen een eucalyptusbos. Hop naar Santiago.  Verschillende pelgrims steek ik voorbij. “Coucou les amours, bien dormis? ” zeg ik tegen Yves en Marie-Helene terwijl ik hen voorbij steek. “Oh, oui Jasmine”. “Je vous vois a la kathedrale.  J’y vais il y a quelle que chose qiu me pouse dans le dos”. “Tu nous tiens une place”! “Bien sur!” , roep ik nog even na. Wat verder de drie dames die ik een paar dagen geleden heb ontmoet. Een van hen, 71 jaar zie ik schuin en moeizaam lopen. Ik wandel naast haar, leg mijn handen op haar schouders en geef haar een zoen.  “Oh, Jasmine”. Ik wandel verder,  draai me om en roep “Allez les filles”. Vol energie en na drie uur wandel ik Santiago binnen. Tien uur, een zondag morgen het is rustig. Het hartje en de kathedraal laten nog even op zich wachten.  Met de Bolero van Maurice Ravel en na 2537 loop ik de Sint Jacobs poort onderdoor. Sommigen noemen haar ‘la porte Française’ of ‘la porte du pardon’. Het grote plein, de kathedraal…
Ik breng mijn hand voor de mond, ik begin te huilen.  Ik draai rond. Mijn zakdoek ‘één uit de duizend’ droogt mijn tranen. Tranen van …zonder woorden. Een pelgrim komt naar me toe en geeft me een knuffel “Congratulation”! Een andere pelgrim “Mes félicitations”. Ik wens hen beiden hetzelfde, ik denk uit een vorm van beleefdheid en omdat ik hoor dat iedereen dit aan elkaar toewenst. Congratulation voelt wat vreemd,  voor mij is deze Camino de Santiago gewoon een weg die op mijn pad is gekomen,  een weg die me geroepen heeft op het juiste moment.  Een dankbare weg. De  andere pelgrims die ik heb ontmoet geef ik een stevige knuffel zonder woorden.  Dit voelt voor mij juist.  Van het begin tot het einde heb ik weinig woorden gebruikt op de weg, ben ik diep van binnen gaan kijken en daar zijn weinig woorden voor nodig.
Ook deze aankomst is niet in woorden uit te drukken.  Waarom gaat een mens wenen,  waarom gaat een mens lachen. Ver moet men niet altijd zoeken, het hoort bij het leven. Het brengt je tot leven.

De ene pelgrim komt na de andere aan op het plein.  Om twaalf uur ga ik naar de pelgrim mis. Nadien haal ik mijn Compostella en krijg ik mijn laatste stempel om de credential af te sluiten. ’s Avonds maak ik nog een avondwandeling doorheen het centrum. Er wordt gevierd, gedronken,  gegeten en plots verandert de pelgrimstocht in één groot feest. Ik laat de drukte voor de anderen en in alle rust drink ik  op een terras een café con lèche om deze dag met mijn dagboek te vieren. Geniet ik van de vele mensen te zien lachen en plezier maken. 
Om 23 uur ga ik slapen.  Nog tot diep in de nacht hoor ik feestvierders.  Mijn wandelweg is hier afgerond.  Morgen ga ik naar Fisterra om deze Camino af te sluiten met een ritueel die ik aan twee kleine meiden heb beloofd. 

Verbondenheid

image

5 juli – Ik neem mijn schoenveters uit mijn bergschoenen en zonder enige twijfel laat ik me schoenen achter in de albergue. Het juiste moment.  Het zal mijn rugzak alvast wat lichter maken, het was tijd om ze los te laten. Nog even een koffie en me inpakken tegen de regen. Bij het ontbijt, in de bar zie ik Yves en Marie-Helene, twee mooie lieve mensen. Later op de morgen zie ik ze terug en blijven we samen wandelen. Mooie gesprekken volgen uit deze mooie ontmoeting. Ze weten me te ontroeren en behoren tot de weinige mensen waar ik heel snel mijn emotie kan laten zien. Tijdens één van de pauzes deel ik met hen een beeld die ik een paar jaar geleden heb mogen zien. Een prachtig beeld van een mooie vrouw die ik vandaag nog altijd in mijn hart mag meedragen. De tranen komen in mijn ogen en ik kan plots niet meer verder praten.  Ik laat ze vloeien, de tranen van ontroering en vreugde. Beiden nemen ze een hand vast,  we kijken elkander aan met tranen in de ogen. “Elle etais belle”, kan ik er nog even aan toevoegen. Ik neem een zakdoek die ik meebracht van thuis normaal waren deze voor andere bedoeld ‘een harten-zakdoek’. “Jasmine, tu est une belle femme, une femme pure. Tu a tellement de belle chose ent toi et a mentrer au autre”. Het raakt me. De voorlaatste dag in de regen en ook dit is mooi. Ik krijg het gevoel dat het pelgrimeren van richting is veranderd,  van binnen naar buitenuit. De ene na de andere pelgrim ontmoet ik terug. Pelgrims waar ik geen woorden mee heb gedeeld en toch is er een verbondenheid. De verbondenheid op de weg, met de weg. De kracht van iets te delen zonder woorden en er ook in stilte te kunnen zijn.

Siska

image

4 juli – Midden in de nacht wakker gemaakt worden is even schrikken wanneer je ten midden een droom bent. “Jasmine,  mag ik naast jou komen liggen.  Er gebeuren hier rara dingen. Ik hoor zo een rare dingen en ik heb schrik”. Hmm, ook in mijn droom gebeuren er rare dingen over de Camino.  Siska komt in het bed naast mij liggen.  Ik kan moeilijk terug in slaap vallen. Om zes uur laten we de vreemde herberg achter ons. Zo stap ik de ganse dag met Siska en wisselen we verschillende ideeën over soorten therapieën.  Ik droom eventjes weg verlangend naar de start van een nieuwe opleiding. De drukte op de weg haalt me terug. De weg triggert me voortdurend niet in het nu te blijven. Niet gemakkelijk wanneer je weet dat Santiago nabij is. Sedert Saria is het drukker geworden door de laatste 100km, wat belangrijk is voor de Compostela te ontvangen. Schoolkinderen zijn er voor een schoolopdracht of op schoolreis. Amerikanen komen ‘The Way’ opsnuiven gekleed in hun mooiste tennis outfit. Plotseling wandel je achter een wandelende radio. De stopplaatsen zijn belange zo rustig niet meer. De vogels laten zich niet imponeren door de nieuwe geluiden en blijven uit volle borst zingen. De weg veranderd.  Ik blijf wandelen op hetzelfde ritme en blijf verder genieten van de weg op mijn manier. Om zestien uur zit ik met mijn voeten in het koude water aan een riviertje.  De drieëndertig kilometer is zichtbaar. Het voelde vandaag voor mij net alsof het pelgrimeren achter de rug is.

Nu

image

3 juli – De wolken hangen in verschillende lagen boven het land. Af en toe probeert de zon er doorheen te komen. Ik wandel het ene kleine dorpje na het andere in. Allemaal dorpjes met één straat. Een schuur staat open,  in het schemerlicht zie ik de boerin de koeien melken. De haan kondigt een nieuwe dag aan. De eerste Eucalyptus bomen zijn te zien.  De Achillea Millifolium staat mooi naast de Campanula. De weg gaat naar beneden, naar boven. Dit maakt het boeiend en afwisselend 😉 . Deze morgen vroeg een pelgrim ” tu va ou ce soir?” “Je sais pas encore,  mon corps va me le dire.” “Il faut bien arriver un jour!”, krijg ik te horen met een grote glimlach. “Arriver ou!”, antwoord ik met een knipoog terug. Standvastig,  zelfzeker en vol vertrouwen blijf ik mijn weg volgen in het NU.

Honderd

image

02 juli – Na een tumultueuze nacht (slapen op de bovendste bedbank met alcohol is geen aanrader, neenee, ikke niet 🙂 ) draai ik me nog even om en kijk naar het Monasterium.  Een feeërieke weg neemt me mee doorheen de dag. Het landschap van Galicia is prachtig. De weg gaat op en neer door het bos.  De geur van rotte bladeren. De zon die door het bladerdek schijnt. Het geluid van het water in de rivier. De koekoek die me een goede dag zegt. Een hond  die blaft in de verte. Vandaag wandel ik de laatste honderd kilometer in van deze Camino de Santiago.  Honderd kilometer!  Het dringt nog niet volledig tot me door. Waarschijnlijk omdat ik deze honderd kilometer niet zie als een einde, wel een begin van iets nieuws en moois. Ik geniet nog altijd van het alleen wandelen en tot nu is dit altijd mogelijk geweest.  Massa pelgrims zoals ik verschillende malen heb mogen horen en waarvoor ik verwittigd ben geweest,  hier zijn ze alvast niet.  Mijn keuze was en is alvast bij mezelf blijven en ten volle de pelgrimstocht beleven.  Voor mij is dit enkel mogelijk wanneer ik alleen op stap ga. De neiging is anders veel te groot om te vertellen.
Hier sta ik dan voor de kilometer paal honderd. Een lelijke paal vol graffiti.

Kelten

image

01 juli – De natuur is stil. Geen vogel, insect te horen. Alle wilde bloemen hangen met hun kopje naar beneden.  De dikke mist toverde waterparels op de grassen. Met mijn verkoudheid begin ik aan de afdaling.  De wind laat zich zien en horen. Het regent. Hmmm, dat dacht ik tot ik mijn bril van mijn neus nam 😉  .  Tot in Triacastela daalt de weg. Het gaat behoorlijk goed ook al ben ik verkouden. In het begin van Triacastela staat een prachtige kastanje boom met wel een omvang van ongeveer drie a vier diameter. De dorpjes zijn stil en sereen.  Ik hoor een roofvogel. Mijn hoofd richt zich omhoog en zie de roofvogel landen op een rots. Komt me bekend voor. Deze keer ben ik er alleen en de roofvogel met twee. Deze keer ben ik niet richting huis, wel richting Santiago of  is het richting ‘thuis’ 🙂 . Wat verder voel ik me net in de tijd van de Kelten. Een bos vol verrassingen. Ik vraag me af hoe het is met de dansende anemoontjes en de denneappels.  Op een heuvel zie ik vier jongens op een muur zitten. Ik ga dichterbij. Waw, wat een prachtig zicht! Het Monasterium van de Benedictijnen in Samos. Daar zal ik mijn nacht doorbrengen.

Silhouet

image

30 juni – Wat verkouden vertrek ik met vijf pelgrims om de laatste berg te trotseren vóór Santiago. Het zicht is beperkt tot vijf meter. De wolken brengen kilte en vochtigheid met zich mee. Mijn handschoenen en muts kan ik eindelijk nog eens gebruiken, het was dan toch geen overbodige bagage. Elk op zijn eigen ritme stappen we in stilte. Tien uur, de eerste zonnestralen komen eventjes door de wolken schijnen. Mijn versleten wandelschoenen die ik moeilijk kan achterlaten doen het gewicht in mijn rugzak toenemen.  Dit maakt de klim niet gemakkelijk. Meer dan tweeduizend heb ik ze gedragen en zij mij.  Vandaag is het exact negentig dagen dat ik onderweg ben. Het voelt vreemd aan te weten dat het einde van deze Camino dichtbij is. Op een hoogte van duizend tweehonderd meter wandel ik Galicia binnen. In een dorpje hoog op de berg wacht ik in de zon op de anderen. Het is stil, het zicht is niet in woorden uit te drukken.  Kijkend naar de weg zie ik drie silhouetten bijna uit het niets verschijnen, twee grote en één kleine in het midden. Een vrouwelijk en een mannelijk, een kind. Hand in hand. Ik voel mijn lichaam die vraagt naar uitbarsten… mijn tranen zoeken een uitweg. In stilte en alleen wandel ik verder tot in Cebreiro.  De vele Digitalissen verwelkomen me in Cebreiro.  ’s Avonds is mijn tolerantie laag. Ik heb even genoeg van de vele luidruchtige en respect loze al of niet pelgrim in de albergue.  Nood aan een stevige en goede nachtrust.

Villafranca

image

29 juni – Kleine pittoreske dorpjes, fruitboom gaarden, wijnvelden… Tussen de overweldigende geur van Brem, de vele bijtjes die zoeven in de Digitalis kom ik laat in de voormiddag aanin Villafranca.  Een terras, de zon, café con leche.  Schoenen die uitgaan. Armen en kuiten die ingesmeerd worden. Ik sluit even mijn ogen en geniet van de warmte op mijn huid… Even later wandel ik een brug over en verlaat ik de stad via een autoweg.  De weg neemt me mee de bergen in. Vierentwintig kilometer verder en na verstand op nul kom ik aan in Trabadelo.  In de albergue zijn we maar met vijf pelgrims. ’s Avonds gaan we samen naar het restaurant.  Om eenentwintig uur lig ik in mijn bed.

Acebo

image

28 juni – “Bon Camino et prudence” roept de hospitaliero wanneer ik de deur van de Albergue in Acebo achter me sluit. Ik vervolg de afdaling van gisteren,nog acht kilometer dalen tot in Molinaseca. De kastanje bomen staan een voor een naast elkaar. De bergdorpen ontwaken heel moeizaam. Fietsers komen in een snelheid naar boven gereden op de weg. Een fietswedstrijd. Het pad is amper 1m50 breed. Een vermoeiende afdaling waarbij enige concentratie noodzakelijk is. Af en toe glijden stenen onder mijn voeten weg. Voor extra veiligheid heb ik vandaag terug mijn versleten bergschoenen aan. Op de middag begint het te regenen.   Voor de eerste keer doe ik mijn regenponcho aan. Zou ik er nu echt uitzien als een pelgrim zoals op de vele beelden. Ik kijk in een vitrine van een winkel. Help ik zie er plots dubbel zo breed uit. Net een omgetoverde Barbapapa 😉

Cruz de Ferro

image

27 juni – Een bijzondere man de hospitaliero in de albergue Municipal van Murias de Rechivaldo, Pedro is zijn naam. Een kleine albergue met tien enkele bedden waar het aangenaam slapen was. Voor het ontbijt een kleine attentie,  een heerlijk potje yoghurt.  Drieëntwintig kilometer in stijgende lijn tot aan de cruz de Ferro. Ik bewonder de natuur.  Blijf af en toe staan om mijn ogen te sluiten en te luisteren wat er rond mij gebeurt.  Rond dertien uur kom ik aan op een hoogte van 1504m aan de voet van de Cruz de Ferro.  Ontelbare stenen liggen op de grond. De bedoeling is dat de pelgrim er een steen achterlaat die hij meebracht in zijn rugzak. Als teken van zijn zonde achter te laten en hun rugzak wat lichter maken. Wat is een zonde? Sommigen vervangen de steen door andere persoonlijke objecten zoals een knuffel, een briefje, een foto… Dit zou een mystieke plaats zijn op de weg naar Compostela.  Voor mij heeft deze plaats niets met mystiek te maken. Als ik de verschillende mensen zie al of niet pelgrim rond deze plaats, heb ik eerder de neiging te denken dat het een attractie is of trofee op weg naar. Een man stapt uit zijn wagen, wandelt naar het kruis. Ik hoor hem spuwen. Een beetje verder zie ik hem naast de kapel plassen. Fietsers stappen van de fiets lopen naar boven tot aan het kruis, foto en terug wegwezen…  De steen met een Sint Jakobsschelp die ik ergens langs de weg heb gevonden in Frankrijk gaat nog eventjes met me mee op reis 🙂 . Ik begin aan de lange afdaling. De volgende albergue ziet er bizar uit. Ik wandel verder. Meer dan zeven kilometer blijf ik verder dalen. De afdaling is niet eenvoudig en vraagt een enorme fysieke concentratie. De omgeving is van een oneindige schoonheid. Voor de eerste keer gebruik ik rescue bij aankomst. Het ene wat ik voel zijn mijn benen en de rest…de rest is….