Frankrijk

img_20180926_2112236493024362711562625.jpg

 

img_20180926_123337103439516822987741.jpg

De ochtendwolken… geen bergtoppen te zien. Ik verlaat Suza na een fijne babbel met één van de franciscaanse zusters. De eerste kilometers richting ‘Le petit Mont cenis’ 2200 meter hoog, beginnen al onmiddellijk in stijgende lijn. Regelmatig hou ik halte en kijk wat rond me. In de verte schijnt de ochtendzon op de streek van Turino. Een topje van de Sacra di San Michèle is nog te zien…

Hoe hoger, hoe rustiger het wordt, hoe minder voertuigen.
Een brug… omleiding… Ik neem de oever. In de verte komt een vrouw aangewandeld met vier honden.
We zeggen elkander een goede dag en spreken verder in het Frans met elkaar. “Je vais tous les jours marcher. Au moins deux heures cela fait reposer les penser.” “Vous avez êtes à Compostelle”, vraagt Corine me. Waarop ik bevestig. “J’allais faire le chemin avec ma sœur”, deelt ze verder terwijl tranen zichtbaar worden. Haar zus is overleden. In stilte blijf ik naar haar luisteren. We geven elkander de hand. Met mijn tweede hand omvat ik haar hand. Verbinding.. gedeeld… gedragen… hartelijkheid … “Bon retour en Belgique”, roept ze nog. In het diepste van mezelf hoop ik dat ze de nog de kracht mag vinden om de eerste stap te zetten naar Compostelaimg_20180926_2111136487475331928582562.jpg

Rondom zijn watervallen zicht–en hoorbaar. Een eerste klein bergdorp is zichtbaar. Novalesa. In de kerk een paar pareltjes van schilderijen, o.a. één van Michelangelo. De Alpen oversteken gaat goed. Eigenlijk had ik niets te vrezen wat de Alpen betreft na zo een lange voorbereidende tocht in de Apennino. Naar het volgend dorp. Moncenisio. Ik probeer een overnachtingsplaats te vinden. De huizen zijn dicht… en het ene toeristische plaats die nog open is, is ver boven mijn budget. Ondertussen trekken de wolken op, is de zon duidelijk zichtbaar en een intens blauwe lucht komt tevoorschijn. Waw… De bergpieken zijn dichter dan ik dacht.img_20180926_2108514821020653851963513.jpg

img_20180926_2106122854472561007194905.jpg

Sedert het contact met Corine deze morgen voel ik de noodzaak om mijn diepere gevoelens en gewaarwordingen niet te uiten en te delen, eerder ze me eigen te maken en integreren, zodat ze zich diep kunnen gaan wortelen.

Hup, nog een uurtje richting de Franse grens.
In vreugde en zachte kracht kom ik moeiteloos aan in Grand-croix waar ik de nacht zal doorbrengen in een dortoir. Voor het slapen gaan een korte wandeltocht in de supergrote tuin… De maan belicht wat de toppen van de bergen, de sterren schitteren aan de hemel.

pixlr_201809262115402413399196792891930645.jpg

img_20180926_185450481167816779356167.jpg
img_20180926_1852558541669888059480446.jpg

img_20180926_1849186594892557394818627.jpg

Gorges de Covatannaz

Een zonnestraal. Ik spring uit mijn zijdenlaken. De vensters… luiken… En dan… Adembenemend…
Aan de horizon, de Alpen.

Op een traag ritme daal ik St. Croix af. Op een splitsing tussen een dubbele weg en een smalle weg zie ik staan ‘Gorges de Covatannaz’. De via Francigena neemt me mee langs de dubbele weg. Hmmm… Een vrouw komt naar me toe. “Vous cherchez ?” “Bhein, je voie que cette route est beaucoup plus calme ! Et j’ai envie de la prendre.” “N’hésite pas, elle est magnifique et vous aller arrivée au même village en bas.” “Je vous remercie beaucoup madame ?” De vrouw had me zien staan en kwam naar buiten om me de weg te wijzen.

Een stap zetten is er bijna een teveel…niet dat het fysiek zwaar is, wel omwille van alles wat ik mag zien en vooral gewaarworden. Alsof ik gedwongen wordt om te vertragen.
Een wondermooi landschap…het ademen van zuivere lucht… ruimte… Een open lichaam, een open geest. Na wat asfalt, een weide kom ik al heel snel op een bosweg in een ravijn… Een heel aangename en ook intense energie is voelbaar. Op bepaalde plaatsen geraak ik niet meer vooruit… groots… ruim… intens… diep… geankerd… Ik laat me leiden door de bijzondere plaats… thuiskomen… aanraken…geraakt worden. Aarde… Water… Vuur… Lucht…
Een open plaats. Een reuze boom… Zeven… Een grot… Bedding… Geborgen…
Ik kan zelf niet echt in woorden of me in een zin uitdrukken wat hier is… het heeft zelf geen zin omdat het niet in woorden kan gevat worden… Misschien kan ik me via mijn beelden uitdrukken… Neen, ook dat niet…via aanraking, via stilzwijgen bij elkaar…ja, dit voelt juist

Een vrouw komt aangewandeld. Sarah. “Vous ressentez une énergie ?” Zonder twijfel antwoord ik, “oui, la, allez y” en ik wijs naar de plaats. Een aangenaam contact en babbel volgt. Een omarming… we nemen afscheid.

Vanaf verschillende plaatsen kan ik duidelijk de Alpen zien. Twaalf dagen heb ik normaal nodig om van de Franse-Zwitserse grens naar de Zwitserse-Italiaanse grens te wandelen. Ik ben wat verwonderd van de polutielaag die boven de horizon hangt, Saint-Croix was veel zuiverder van lucht dan hier beneden in de buurt van Neufchâtel.

Pas naar de avond toe zie ik de Mont-blanc op het moment dat Vàlerie me haar wijnvelden laat zien, en haar verhaal deelt over het contact en hechte band met haar overleden grootvader.

Zwitserland

Terwijl Françoise haar maaltijd klaar maakt voor een familiefeest, vul ik mijn dagboek aan. Buiten is het grijs en regen het. Pas rond de middag vertrek ik en trotseer ik de regen. Nog zes kilometer en dan wandel ik op Zwitserse bodem.
Na België – Frankrijk te hebben verbonden, nu Frankrijk – Zwitserland. 744 km… op de teller.

Een vrouw stapt een bakkerij binnen. Beetje vreemd… Skibril, muts, vest… Fluoriserend roze…
Geen sneeuw, het regent…

Na de grens veranderen niet enkel de signalisation voor de Via Francigena ( rood-wit en een klein vierkant met een pelgrim. Naar gele wegwijzers met nummer 70) ook de weg (asfalt naar koeienweiden) tussen de koeien.
(Later op de dag krijg ik te horen dat voorzichtigheid is geboden wanneer de koeien samen met hun kalfjes in de weide zijn).
Wat een ruimte, wat een schoonheid…
Wat ben ik blij deze weg te mogen wandelen… Wat ben ik blij dit leven te mogen wandelen…

Een stijging tot 1100m het gaat goed… De wolken die zich voor me verplaatsen… Aan de andere kant een vergezicht met Saint-Croix voor me. Narcissen, magnolia… De seringen zijn klaar om te openen. Aan mijn voeten orchideeën.
Dankbaar om gelijken te mogen ontmoeten.

Saint-Croix (Zwitserland)

Le fer a cheval

‘Partagons la richesse de nos différences’

Terwijl mijn rugzak nog bij Hannah staat ga ik naar de wasserette om mijn kledij een wasbeurt te geven.
Met een heerlijk stuk gebak in mijn ene hand en mij ander hand in de lucht, zwaai ik naar Hannah.
Een winkel, een appel, een gesprek, een foto. Soms gebeurt het dat mensen mij in beeld wensen. In tegenstelling van vroeger kan ik de ander dit plezier gunnen en vind ik dit niet meer vervelend. Ik verlaat de winkel al zingend ‘des pommes des poires… Et des scoubidoubidou ahhh’.

Ik ontvang een boodschap van Liudmila ‘dank u wel voor het interview 7/8’. Dit hebben we schitterend gedaan. Wat ben ik fier op haar, ze behaalde schitterende resultaten op school.

De tulpen staan hier nu pas in bloei. De geur van chocolade komt naar er me toe… Een chocoladefabriek.
Met een stijging van 800 meter kom ik op een uitkijkpunt aan ‘le fer à cheval’. Waw, wat een vergezicht. Dondergeroffel om me heen. Een onweer hangt terug in de lucht.
Op een rots Odile en Jean. Ik vraag aan Jean of hij een beeld van me wil nemen. Wat onwennig sta ik wat voor de camera.
Wat geniet ik om in verbinding te gaan met mensen die ik ontmoet. Zoveel fijne contacten die ik al heb mogen ontvangen. Soms hoor ik zeggen ‘cette région, cela doit pas être si evident of ils sont moins accueillant… ‘. Recent las ik een uitspraak over iemand zijn ervaring met het aankloppen bij mensen. Over dat als je kleren er te vuil uit zien of net te netjes de deuren moeilijker open gaan. Mijn ervaring op de weg leerde me dat niets te maken heeft met de ander, alles begint bij jezelf. Elk gedachte die je hebt draag je mee… en zolang ze er zijn ontvang je wat je denkt en wat je zelf meedraagt.

Hoe verder ik ga… hoe dieper ik in mijn kracht kom… hoe groter mijn levensvreugde is… dankbaar in het leven staan…
Mijn gebed.

Mijn dag eindigt bij Françoise. Een energieke vreugdevolle dame en Poulet, Julien en Laura. Samen met Françoise ga ik naar de kaaswinkel. Mijn laatste avond in Frankrijk… Une raclette… met terug hartelijke mensen.

Hannah

Een heftige stijging ’s morgens vroeg. Een goede opwarmer. Voet voor voet…en zo ga ik naar boven… Is eens wat anders’ dan deze duim op… ‘

Een lang stuk bos om nadien een afdaling op asfalt te hebben richting Pontarlier. Mijn lichaam weet dit minder te appreciëren. In het stijgen kan je je snelheid aanpassen, bij een afdaling mag je je nu nog zo afremmen, de schokken in knie en heup blijven hetzelfde. En de knieschijf vind dit niet altijd leuk. Al bij al doet mijn lichaam het heel goed. Een portie gezond verstand, bewustzijn en zelfzorg is een goede mengeling om je weg gezond tot een goed einde te brengen. En een trofee kan de waarde van mijn lijf nooit evenaren. Na een maand stappen en leven in de natuur in heb ik geen huidproblemen meer, geen lever en darmen die protesteren.

Bij de afdaling zoeven een paar fietsen aan een snelheid me voorbij. Een man stopt en vraagt “Vous êtes perdu ?”. We geraken aan de praat.
Een uitnodiging volgt. Een telefoon nummer. “Je vous invite. C’est après midi je vais au théâtre. Ce soir je suis seule, ma femme elle doit partir. Si cela vous fait rien vous êtes la bien venue. Je préfère vous le dire. Nos deux avons son plus à la maison, donc en a de la place.”
“Merci, pour votre invitation et votre partage. Je prends le numero avec plaisir. Je vais voir le moment que j’arrive à Pontarlier. Ce qui ce présente sur mon chemin. Merci à vous.” De man fietst verder.
Een onaangenaam gevoel komt in mijn lijf. Angst. Oh, een oude laag die aan de oppervlakte komt. Ik voel dat de angst mij in verdriet brengt en ik zou kunnen uitbarsten in tranen. Een onderliggend gevoel van bedrogen te worden op mij spontaniteit en vreugde. Ik probeer het evenwicht te houden tussen mijn denken en gevoel, tussen angst en intuïtief aanvoelen…
Wat brengt het mij… Zonder er mentaal mee bezig te zijn en te vertrouwen zullen de volgende uren me wel duidelijkheid brengen.

Een lange vlakte van industriële gebouwen en winkels gaat vooraf voor ik in het centrum ben van Pontarlier. Het centrum één lange brede straat met grote vierkante gebouwen. Het ziet er een beetje militair uit. Winkels van gekende merken zoals bij ons. Kleine zijstraten. Ik klop aan bij le presbytère, niemand.

Ik wacht onder het portaal van de kerk. Een onweer barst los. Een aangename geur komt vrij. Het werd tijd dat het even regende, de grond was droog ook al hebben ze hier nog in februari overstromingen gekend door de lang aanhoudende regenbuien.
Het stuifmeel kleurt de straten geel. Dikke druppels kletsen in de waterplassen. En ik… Ik sta droog te genieten van het onweer.

“Bonjour madame, savez si dans la ville il y a un endroit où ils font dormir les pèlerins svp ?”, vraag ik aan een vrouw.
Een korte tijd nadien zit ik met vijf vrouwen en twee meisjes, allen met een verschillende nationaliteit, aan tafel koffie te drinken. Een huis waar jonge moeders kinderspullen kunnen aan lage prijs aanschaffen.

Hannah één van de vrijwilligers nodigt mij uit bij haar thuis. ‘Une soirée en famille’ . Na het avondmaal kijken Noa, Aaron – haar twee zonen – en haar man David naar de voetbal. Hannah zou graag nog een avondwandeling maken. “Allez y Hannah, je débarrasse la cuisine, la petite vaisselle. Cela ne m’ennuie pas du tous. Profiter de votre balade”, stel ik haar voor. Na de keuken te hebben opgeruimd draag ik een dessert naar de jongens. “Voilà, et un petit dessert pour les supporters !” Een grote glimlach komt tevoorschijn. “Merci beaucoup pour qui vous êtes, Jasmine”, deelt David me mee.

La Loue

Vuillafans

Lods

De zon blijft van de partij niet enkel in de natuur, ook binnenin mezelf. Iedere morgen opstaan en de zon voelen schijnen.
De krekels zijn al vroeg op de dag van de partij en mengen zich harmonieus met het gezang van de vogels.
Langs de rivier ‘La Loue’, doorkruis ik kleine pittoreske dorpen. Tussen boomgaarden, kleine straatjes, het water…

In Vuillafans zijn dames vrijwillig de bloembakken aan het vullen van hun dorp. De pélargoniums zullen straks de straten kleuren.

Mouthier-Haute-Pierre

Door de warmte neem ik een lange middagpauze. Met mijn voeten in de lucht mijn hoofddeksel op mijn hoofd val ik in slaap.
Na twintig min. komt een vlieg me ontwaken. Een picknick.
Tussen Mouthier en Ouhans verdwijn ik diep in de bossen in een ravijn en verder langs de rivier. Op bepaalde plaatsen ben ik heel tevreden om gebruik te kunnen maken van balustrades of touwen om mij op te trekken. Filmen al wandelend is uitgesloten, behalve als ik aan canyoning wens te doen.
Een subliem stuk natuur die me vaak op mijn adem neemt en me weet diep te ontroeren.
Het water is naar kleur heel uitnodigend, doch wordt vaak herhaald dat hier baden gevaarlijk kan zijn. Hoewel de rivier er soms zo zacht en uitnodigend uitziet, is ze op andere plaatsen zo krachtig dat ze oorverdovend is. Na een goede 6km sta ik op een bijzondere plaats ‘le source de la loue’ de bron… en mag ik het harde geluid van het water achter mij laten en terug genieten van de rust van het open landschap.

Source de la Loue

De buizerd, de Milan Royal… zijn talrijk aanwezig. Ik ben altijd blij ze te mogen zien. Binnenin me zelf zeg ik hen dan een goede dag. ‘Broeder’ is de aanspreektitel die ik hen dan geef en het voelt zo juist. Wel zijn ze minder op de voorgrond dan voordien, ze hebben me geleerd om met mijn intuïtie om te gaan en vooral er in te geloven. Ik ben ze zo dankbaar.

In Ouhans staat een vrouw haar bed af. Weigeren was niet aan de orde. Op het plafond sterretjes en schapen. Onder een verlichte sterrenhemel val ik als een blok in slaap. De schapen heb ik alvast niet moeten tellen.

Ouhans

Interview

Ik open het raam van de badkamer. Vogelgezang. De zon. Groen. Rust.
Op het terras een houten bank en tafel. Een ontbijt buiten samen met Fabien en Hélène.
Le Milan Royal. Een kraai. Een gevecht in de lucht. De kraai die blijft aanvallen, de Milan die in zijn kracht telkens weet te ontsnappen aan de kraai zonder wederaanval.
Een gesprek met Fabien over kruiden, Ayhuasca, de krachten van de natuur, de kracht van het denken, de essentie, belevingen, het hart….een wederzijds delen… een energie circuleert in mijn ruggegraat. Mijn stuit reageert heftig. Ik voel de energie stijgen en een op en neergaande beweging maken. Ik deel het… door te delen besef ik dat het draaglijker wordt… Ik laat het toe zonder er teveel aandacht aan te geven… ooit ben ik er klaar voor om het totaal toe te kunnen laten. kippenvel.

Een koppelende meikever vliegt op mijn rugzak. Allé, voor wat nog leeft. De ene is al dood terwijl hij nog vast hangt aan de andere. Ongelofelijk hoe krachtig die insecten zijn.
Een prachtige weg neemt me mee in het bos. Een fikse daling tot aan een forellenvijver, zie het eerder als een paar grote bakken waar mensen een vislijn kunnen huren en vissen.

Een telefoontje. Mijn metekind. Een interview tussen doopmeter en metekind. Boeiend om de vragen te krijgen en erbij stil te staan.

1.waarom werkt u als vrijwilliger voor de kerk?

Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot spiritualiteit, tot religieuze plaatsen dit kan zowel van een kapel, kerk, abdij, klooster als tot een moskee zijn… Daar waar mensen samenkomen al eeuwen lang. Waar sereniteit kan zijn, stilte, verbondenheid…Een zachte énergie waar Liefde voelbaar kan zijn. Een plaats waar ruimte is en iedereen welkom is.
Na een pelgrimstocht ben ik vrijwillig geworden in de Sint-Jacobs Cultuurkerk Gent.
Nog altijd een gewijde kerk. Door er cultuur binnen te brengen, passend aan plaats en ruimte, kunnen de deuren terug openen. Op zich werk ik niet rechtstreeks voor ‘De kerk’, de kerkinstantie. Wel voel ik me verbonden en heb ik mijn manier van contact.

2.wanneer bent u begonnen te geloven in God?

Ik ben altijd wel gelovig geweest. Tot aan mijn 14 jaar ben ik met mijn doopmeter naar de mis geweest op zondag. Nadien niet meer omdat ik mij veel vragen begon te stellen en veel hypocrisie zag binnen de kerk. Er stond veel haaks ten opzichte van wat werd verkondigd. De plaats bleef me aantrekken zoals in de eerste vraag.
Ik ben gelovig in iets groots, iets universeel. Het woord ‘God’ zal ik niet zo snel gebruiken omdat men dan van God iets tastbaar wil maken. Barrières, vakken, groepen plaatst en/of maakt. Net door het tastbaar te willen maken met ons hoofd, denken, wil men bewijzen, kan controle ontstaat en kan ongeloof daaruit ontstaat … De weg, mijn leven, mijn ervaring heeft mij geleerd dat door het net niet tastbaar te willen maken, het tastbaar is, komt via gewaarwordingen, gebeurtenissen en deze zeggen voor mij meer dan een woord. Woorden worden dan overbodig.
Als ik letterlijk de vraag zou beantwoorden … Ik ben gelovig geworden… dan moet ik hier eerlijk op antwoorden dat kan niet voor mij niet, want dan zou ik het buiten mezelf moeten plaatsen en om dan toch het woord ‘God’ te gebruiken dan zeg ik ‘ik wordt niet gelovig dat ben ik’,. God is in ieder van ons, al van voor onze geboorte.

3. wat is geloof voor u?

Alles

4. wat betekent religieus zijn voor u ?

Is het beleven van ‘mijn geloof’ in vertrouwen met al wat is. In verbinding met al wat is. In het hier en nu en deze dagelijks te mogen beleven en delen. In Liefde Zijn

Ik had bij de vragen eigenlijk moeten bijschrijven… Dit is wat het voor mij NU betekent. Morgen is een andere dag, alles is veranderlijk.

Ornans

Gustave Courbet

In Ornans pauzeer ik langs het water, de frisheid doet deugd. Ik geniet om te zien hoe een bejaard koppel vreugde beleefd bij het zien van de vissen. Hoe ze elkander benaderen in zachtheid en attentvol ze zijn voor elkaar.
Voor ik de stad verlaat een bezoek aan het museum van Gustave Courbet. Een geschreven uitspraak van de schilder
‘Il faudra que l’ on dise de moi, celui-là n’a jamais appartenu à aucune école, à aucune église, à aucune institution, à aucune académie, surtout à aucun régime si ce n’est le régime de la liberté’… Gustave Courbet- 3 juin 1870, Paris.
Herkenbaar.

In de vroege vooravond wandel ik verder langs la Loue, de rivier. Aan het volgend dorp, een gîte. Een man staat een kussen uit te schudden. “Vous êtes le propriétaire ?” “Oui, je le suis”, zegt de man. “Je peut vous demander que est ce que est le repas et le petit déjeuner svp?” Het menu wordt opgesomd…hmmm. Aantrekkelijk… Een avondje verwennerij… Zelfzorg…

Snuffelen

Lachen… Vreugde… Een open gezicht… Zo mag ik vandaag ontwaken… Door mezelf te horen lachen. Voor de eerste keer in mijn leven heb ik een vrolijke droom. Ik weet zelf niet wat ik droomde. Het doet er niet toe wat… Wel het gevoel… Zalig !

De geur van de openhaard. Een hond in zijn mand. Geroosterd brood, zelfgemaakte honing, een huisgemaakte biologische energiebal. Ten huize Jean en Veronique. Gelijkgestemden. En wie weet misschien wel een plaats om hier een handje toe te steken in hun biologische bedrijfje midden de natuur. “Aurevoir ma sœur”, zegt Jean terwijl hij me omarmt. Een omhelzing aan Véronique.

Op de achtergrond ergens buiten het bos een toeterrrr, een auto, een bakker. Een half uur later dezelfde toeter. Een aardbeien taart.

Bucey lè Gy

Vier konijnen en twee hazen rollebollen met elkaar over het veld . Naar voor, achter, rondjes draaien. Stoppen…. Herbeginnen. Op het moment dat ik dichter kom, muisstil. Snoet tegen de grond.

Een dorp. Een straat, een hond. Even snuffelen. “C’est à vous le chien”, vraag ik een vrouw. Voor haar huis twee schragen en een plank. Een paar bloembakken op de grond. Een bakje vol Pélargonium. “Non, c’est à la voisine. Oh, c’est déjà un vieux chien et il est malade”.
Van de hond komt ze bij haar poes en deelt me wat er met haar poes gebeurde. Tranen komen in haar ogen. We gaan samen zitten op de vensterbank. “Oh, je me suis pas encore remis de la perte. Ça fait bizar”, terwijl ze terug rechtstaat.
Haar haren liggen keurig. Haar bloemen hebben dezelfde kleuren als haar kledij. Roos, paars.

Een autobus komt aangereden. De deur opent. Op de hoek van een straat vrouwen. Kinderen stappen af, de schoolbus. “C’est quoi maman ?” Hij wijst naar mijn rugzak. Met grote ogen kijkt hij me aan. “Et ça ?” De uilenveer. Met zijn kleine handen laat ik hem de veer ontdekken. “C’est doux maman !”

Door bossen, doorheen kleine dorpen. Ontmoeting met vier honden. Groot, klein, middelmatig. De ene al grollend, de ander kwispelend, nog een met zijn haren recht… Angst is verdwenen… Af en toe nog wat schrikken als een hond onverwachts om de hoek komt. Sowieso blijf ik voorzichtig, het blijven dieren. Uiteindelijk maak ik met alle vier een fijn contact. Komend op hun terrein, doe ik mijn hand naar beneden en nodig ik hen uit naar me toe te komen. De tijd om te snuffelen, de tijd die ze nodig hebben om wat ze voelden wat te laten sussen, te vertrouwen, zich te openen. Een aai. Hebben we soms als mens ook niet wat een beetje hetzelfde gedrag! Te snel reageren zonder werkelijk de ruimte te nemen om te voelen, gewaarworden…

Montbollion

Verteren

Hartverwarmend om te zien hoe een jonge dertiger zijn personeel openhartig benaderd. De tijd neemt – ook al staat veel op de planning – de dag opent bij een pot koffie.

Op een smalle geasfalteerde weg een grootmoeder en haar twee kleindochters. Elk in hun hand een boeket geneeskrachtige bloemen. Hun lange haren waaien in de wind. “C’est important de les amener dans la nature”, zegt de vrouw.

In Seveux laat Ik me verwennen op een warme dagschotel. Rust en krachten opdoen. Toekomen met de rugzak in een restaurant is geen dagelijks beeld, om me daarom subtiel in een richting te duwen…
Een grote zaal. Ingedeeld met schermen en in een verschillend kleur, oranje en wit. Het oranje deel ligt wat in een donkere hoek, een tv aan de muur, kleiner en laag plafond. Gesloten…Aan tafel twee koppels mannen. Klederdracht vissers kledij, overall.
Het witte gedeelte is open, ruim, hoge plafond en veel licht. Tv wordt geprojecteerd via een beamer op de muur, een reuze scherm. Een familie, een bejaard koppel, een jong koppel met baby.
Ik wordt meegenomen naar een tafel in een hoekje, oranje gedeelte. “Je vous mais ici la bas il n’y a plus de place. Les place en tous étais prit”, zegt de ober me, gevolgd door “ici, vous avez la télé”. “Il n’y a plus de place!”, flopt er verwonderd uit. De ober begreep mijn intonatie. De kleren maken de man niet gaat door meheen.
Hij neemt me mee naar de andere kant.
Een man in visserskledij, een zachte blik, een glimlach. Wat later komt de man aan de contoir. Een glimlach en knipoog volgen elkander op. Ze vertrekken, een reactie volgt van de ober… een echo van de man met zachte blik. “l’habit ne fait pas le moine” en gaan de deur uit… ‘Chez Berthe’

Een knoop in de maag. Wat ligt er op mijn maag… Ja, de bonen dat is zeker… mijn lichaam komt me echter meer vertellen… Ik laat het sudderen. Niet dat het eten mij niet bevallen is, integendeel, het was lekker. Niet zozeer het gedrag van de man… Niet het feit dat ik liever ruimte had.

Wel eerder dat mijn beweegreden minder rebels mocht zijn. Een oud patroon van afschermen, weerstand, recht op bestaan, gezien worden was aanwezig. Ik had gewoon kunnen liefdevol vragen om in het witte deel te mogen plaats nemen in plaats van in het zelfde gedrag als hij te stappen. Wanneer een oud patroon de kans krijgt om in het bewustzijn te komen, te transformeren… gelijkaardige situaties in de toekomst dragen dan ook geen gewicht niet meer met zich mee.

Ja, wat heftig boeren met zich mee kan brengen. Het schudde me letterlijk en figuurlijk wakker. En om dan nog eens in resonantie van tijd projectie en spiegeling te mogen ontvangen en geven in verbinding met een vriendin. Zalig. (knipoog)
Ik stap verder in vertering en als ik nu een ‘peetje’ zou neer tekenen, dan zou het er eentje zijn op zijn rug, handen op de buik van het lachen en tranen van vreugde…. Ik heb het weer gekunnen.

De eerste krekels zijn ondertussen hoorbaar in de natuur. Af en toe een klaproos. In de weiden schapen of koeien. Ik denk dat ik een beetje verliefd aan het worden ben op de laatste. Ik vind ze zo schattig. Wat wild en toch zacht uitziend.

Langs het kanaal van de Saône geniet ik van de micro en macro wereld. Verschillende wantsen, bloemen…
De laatste dorpen op de dag zijn amper 80 inwoners… Gelukkig kort op elkaar. Ik klop aan aan de deur van Jean en Véronique… Met open armen ontvangen.

Etoile

‘De gedachte van iets nodig te hebben, is maar een gedachte’ . In essentie is alles er al.

Een gesprek met Mr. Angelo over al of niet een pelgrimsherberg te installeren in Leffonds blijft in mijn hoofd draaien. Onderwerpen als: Dorpen die trekken, sleuren om de weg door hun dorp te laten lopen, Luxe op de weg, wat je als basis nodig hebt als pelgrim…

Vertrekken we allen niet als pelgrim, mens, wezen om iets anders te ondergaan, in ontmoeting naar iets nieuws, om wat we hebben en soms allemaal even teveel is en voor even achter ons laten of misschien wel voorgoed, zich kunnen losmaken van, voor even een vrij mens te mogen voelen…
Aan de basis is belangrijk een gezond lichaam, water, voeding. Voor een overnachting: een toilet, water om je te wassen, een droog dak boven je hoofd, iets zacht om op te liggen. De rest ontvang je en ontwikkel je zelf op de weg.

De zin om neer te schrijven is te groot, dus doe ik het. Ook al weet ik dat ik tegen sommigen schenen kan schoppen. Dan is het zo.
Aan de dorpen, gemeentes… Maak van de weg geen ‘colonie de vacances’, of ‘un parc d’ attraction’, een toeristische trekpleister, draai niet mee in het economisch systeem van geld binnenhalen en bekendheid, laat de gedachten vallen ‘als wij het niet doen, dan zullen onze buren het doen en verliezen wij…’ Deze wegen zijn er al voldoende en daar willen de meesten net aan ontsnappen… Sommigen zijn hier al bewust van, anderen niet… het komt… wanneer de tijd er rijp voor is.
Hou de weg en laat de weg in zijn eenvoud en puurheid bestaan. Er hoeft niet iets gecreëerd te worden. Alles is er al. Geef de mensen de kans om terug te kunnen naar de eenvoud en puurheid. Maak van de ‘viafrancigena’ of nieuwe Compostela wegen geen wegen zoals er al zijn, waar mensen ‘la noumba’ houden tot ’s avonds laat en laten we de andere realiteit ook niet uit het oog verliezen waar alcoholische dranken, wiet… de vrije loop hebben en waar menigte denkt dit nodig te hebben om te kunnen in contact te komen met de ander. Plaatsen waar nog weinig respect is voor de rust van zijn inwoners en medepelgrims. Waar dorpen aan het kijken zijn om de weg uit hun dorp te bannen omdat het de spuitgaten uitloopt. Omdat het uit zijn voegen barst. Ook dat is soms realiteit op de weg. En daar kunnen we dan ook uit leren en groeien. Zorg te dragen, open te blijven, tolerant te zijn…

En natuurlijk is het welgekomen en aangenaam om af en toe eens verse kleren te mogen voelen op de huid, een heerlijk verzorgde maaltijd te mogen proeven die alle smaakpapillen extra komen strelen na drie dagen op brood en kaas te hebben geleefd. Een bed met verse lakens waar de benen breed uit mogen gaan ontspannen… Ook dit is er al…

Er zijn pelgrims met een grote financiële mogelijkheden. Er zijn mensen die kunnen sparen. Er zijn mensen die beide mogelijkheden niet hebben en waar het budget per dag misschien nog geen vijftien euro is. Of zelfs minder. Die zich grote budgetten niet kunnen veroorloven. Zich een pelgrim refuge niet kunnen permitteren. Laten we de deur niet sluiten voor deze mensen, het financiële mag geen belemmering zijn op de weg. Mogen door verenigingen en medepelgrims niet uitgesloten worden omdat men denkt luxe nodig te hebben op de weg. Laten we de weg open voor allen. Iedereen heeft recht om te groeien.

Aan de pelgrims, mensen die de weg nemen leer de kleine dingen des levens appreciëren. Eis niet. Eis geen drie tot vijf sterren plaatsen, overnachtingen, maaltijden… de sterren zijn er al leer ondergaan en zien op een andere manier.
Is er geen douche waaruit liters water vloeit, je handen op je lijf aan de lavabo doet wonderen.
Brood en wat beleg, stuk fruit ’s avonds, water… daar is nog niemand aan gestorven. En als je dan een maaltijd kan eten… Ik wens je de maaltijd te kunnen zien als met de ogen van een kind die zijn handen naar boven steekt, zijn mond opent en sparteld met de benen als het voor zijn neusje komt staan. Je ogen te mogen sluiten, naar binnen te keren en werkelijk te mogen proeven wat de aarde ons dagelijks aan goud schenkt…

Durf af te stappen van de voorgekauwde afstanden en plaatsen… Durf een stap te zetten in het onbekende ipv te plannen met ‘de sleutel op de deur’. Durf werkelijk bestaan. Leer te groeien in het alleen zijn, weet dat je dit uiteindelijk nooit bent. Zorg dat je geen gemis en verwachtingen installeert op de weg, want dan heb je enkel verplaatst wat je al had in je dagelijks leven. Durf uit de kast komen en laat al het geprogrammeerde, voorgepromeerde los. Durf je in je blootje te zetten. Durf hulp vragen.

Leer terug je voeten voelen op de grond. Leer midden in een veld de lucht op te snuiven en voel wat het met je doet. Zie de wind die in de bladeren blaast. De zon boven jou die zijn kracht over de aarde laat stralen en meehelpt in de groei van dingen op aarde. Voel het… Zonder gedachten. ‘ik kan het niet, ik zal dat nooit kunnen, de gedachte jezelf te kennen en wat je nodig hebt… Dit zijn enkel gedachten die je angsten camoufleren… Ga, ga en durf…

Champlitte

Ik stap de stad Champlitte binnen. Een lange straat neemt me mee naar boven. Leeg… Luiken dicht… Maison à vendre… Een plein. Een beeld. Lege vitrines. Mijn fantasie… Mijn twee klapschoenen… De zon die komt schijnen op de deuren die zich openen en de mensen die dansend en zingend op straat komen elkander de hand schudden. Waar onder mijn voeten groen begint te groeien en als een lontje zich verspreid in alle uithoeken van het plein. Blauw, groen, geel, paars, magenta, rood, oranje… Kleurrijk….
Terug naar de realiteit… Een lege fontein… Een kat in een hoek. Een man achter zijn gordijn.

Op de markt in Champlitte maak ik kennis met Flaurence, ze verkoopt er op dinsdag verse melkproducten. Waardevolle fijne gesprekken. Mensen die zich toevoegen en al snel staan we met vijf rond het kraam met heerlijke streekproducten. Wat fijn om in de vertikale energie aanwezig te mogen zijn, te voelen en bewust te zijn een kanaal te mogen zijn in mijn woorden, woorden die vloeien vanuit een niet tastbaar iets, waar het mentale niet aanwezig is. “Vous êtes une petite lumière étincelante sur mon chemin”, zegt een man plots uit het niets. “Vos mots me touche monsieur, merci de votre partage. De tous cœur je l’emmène avec moi sur le chemin”, antwoord ik terug.

Na de markt tijd om wat voedselenergie op te doen. Un bistro. Aan de contoir, een man. Midden de zestig. Jeansbroek. Een kuif. Zijn ogen wijd open, horizontale opgetrokken huidsplooien. Beide voeten op de grond, wiebelend naar voor en achter. 10u30 in de morgen.

Aan de hoeken van de straat volwassenen met een emmer vol muguets vers geplukt uit het bos. Twee euro voor ‘un brin de muguets’. En wat als we nu eens gewoon deze zouden uitdelen aan de mensen die je tegenkomt op straat die dag. Dan zou je toch veel meer waardevols hebben ontvangen ‘un moment de bonheur’…

Voor mij een jongkoppel. Margaux en Lucas… ze zijn zwanger… van een… en zal… heten… Ssttt hun familie leest misschien mee. 😉 En deze verrassing wil ik hen niet ontnemen. Ze nodigen me uit. Op terras in de zon eventjes bijkomen, wat praten en genieten van elkanders aanwezigheid. Hun ogen stralen vol- leven.

De natuur heeft terug zijn rust gevonden.

’s Avonds kom ik aan in Dampierre. Een bizar gebouw. Een hoge glazen toren. Alsof deze door een buitenaardse ruimteschip hier is neergeplaatst. Een groot hotel die toeristen opvangt voor één nacht tussen twee grootsteden in Frankrijk. Veel Chinezen. Heel industrieel en weinig aantrekkelijk. De geranten spontaan, jong, energiek, hulpvaardig…een openhartig ontvangst.