Jemeppe-sur-Sambre

 

dav

Jemeppe-sur-Sambre

Je ferme la porte d’entrée. La haute température et l’humidité me coupent le souffle. Direction le bois de Han-Sur-Sambre. Les nombreuses chutes de pluie des derniers jours ont complètement inondé les sentiers. Je me risque quand même. J’essaie de me frayer un passage dans cette jungle. Sur le côté, au milieu, sur le côté. Après un certain temps je me sens comme un petit enfant devant une grande flaque d’eau. Je m’amuse. J’apprécie la magnifique flore que je fixe en images sur mon téléphone. Hmm, j’apprécie beaucoup moins les nombreux moustiques. Une attaque sur mes bras et jambes. Ici mes bâtons de marche me sont très utiles. La couleur de mes chaussures est méconnaissable. Quitter le bois, le soleil et la transpiration… parfait pour les taons. J’avais oublié tous ces insectes. Eux ne m’ont pas oubliée.

Dans le ciel, des nuages sombres sont venus s’installer. Des grondements en arrière-plan. Un orage me pend au-dessus de la tête. Au loin un village. Avec une forte accélération j’essaie d’atteindre le village avant l’orage. Je cherche un abri à Fosses-La-Ville. Je me promène un instant autour de l’église. Regardant le ciel je vois que les nuages noirs disparaissent. J’ai échappée à l’orage. Une longue pause de déjeuner. Trop chaud. J’apprécie les vieux bâtiments authentiques. Une conversation avec l’aimable femme de l’office du tourisme.

Après une bonne marche, ayant défié la chaleur, j’arrive à Saint-Gérard.

Mes bas. Mes jambes. Un tas de tiques minuscules. Mon téléphone, juste trop tard pour décrocher. Etienne. Mon répondeur. J’entends: “Je suis à Haut-le-Wastia. Je t’ai attendu pendant deux heures. Bon bein, je rentre”. J’écoute encore une fois, mais ne comprends pas ce qu’il faisait là. Étonnée. Pas de place où dormir à Saint-Gérard. Je finis ma journée chez les Bénédictines d’Ermeton-sur-Bièrt où sœur Hildegarde me montre comment me déplacer dans le bâtiment. Le soir tombe. Le vent monte. Il se fait noir. Orage. Je m’endors avec mon journal sur le ventre. Dans cette oasis de paix.

GPX Bestand Lambusart  à/naar Fosses-la-Ville

GPX Bestand Fosses-la-Ville  à/naar Ermeton-sur-Biert

Jemeppes-sur-Sambre

Ik sluit de voordeur. De hoge temperaturen en de vochtige lucht slaan op mijn adem. Richting het bos van Hanne-Sur-Sambre. De vele regenval van de laatste periode heeft de wandelpaden volledig onder water gezet. Ik waag het erop. Zoekend probeer ik me een weg te banen door deze jungle. Opzij. Midden. Opzij. Na een tijdje voel ik me als een klein kind voor een grote plas. Ik heb plezier. Ik geniet van de prachtige flora, die ik op beeld vastleg met mijn telefoon. Hmm, de vele muggen niet meegerekend. Een aanval op mijn benen en armen. Mijn wandelstokken doen hier goed dienst. De kleur van mijn schoenen onherkenbaar. Het bos uit, de zon en het zweet… ideaal voor de dazen. Al die insecten was ik wat vergeten. Zij mij niet. In de lucht zijn donkere wolken komen opsteken. Geroffel op de achtergrond. Een onweer hangt boven mijn hoofd. In de verte een dorp. Met een fikse versnelling probeer ik het dorp te halen voor het onweer. In Fosse-la-Ville zoek ik een schuilplaats. Even wandel ik rond de kerk. Naar boven kijkend zie ik de donkere wolken verdwijnen. Ontsnapt aan het onweer. Een lange middagpauze. Te warm. Ik geniet van de oude en authentieke gebouwen. Een babbel met de vriendelijke vrouw van l’office du tourisme.

Na een stevige wandeling, de warmte trotserend kom ik aan in Saint-Gérard. Mijn kousen. Mijn benen. Minuscule teken zijn talrijk aanwezig. Mijn telefoon, net te laat om op te nemen. Etienne. Mijn antwoordapparaat. “Je suis à Haut-le-Wastia. Je t’ai attendu pendant deux heures. Bon bein, je rentre”, hoor ik. Ik luister nogmaals, maar begrijp niet wat hij daar deed. Verwonderd. Geen slaapplaats te vinden in Saint-Gérard. Ik eindig mijn dag bij de Bénédictines in Ermeton-sur-Bièrt, waar zuster Hildegarde me de weg wijst in het gebouw. De avond valt. De wind steekt op. Het wordt donker. Onweer. Met mijn dagboek op mijn buik val ik in slaap. In deze oase van rust.

Speels

L1016548

Wachtebeke

Heel ver hoor ik de stem van een klein meisje, Leontien. Zachtjes ontwaak ik uit een droom. Ik zie nog een beeld voor me. Het reanimeren van een piepkleine kikker waarbij ik zijn twee armpjes op en neer bewoog. Hmm, een prins, een prinses!

Met de energie van het kind-zijn start ik deze nieuwe dag. Mijn rugzak voelt vederlicht. De speelsheid is voelbaar. Ergens langs het water in Moerbeke sta ik te praten met Danny. De gespreksonderwerpen lopen vloeiend in elkaar over. Van energie, naar Vipassana, naar Willem Vermandere, naar lichaamswerk. Leunend over een deurtje delen we onze visie, ervaringen en gevoelens. Wat verder wandel ik via een dreef en kom ik langs velden en tussen lanen populieren. Paard en koets komen in mijn richting. Een wederzijdse glimlach, een goede dag. De dazen vliegen om me heen. “Ahhrrr, laat me met rust”, roep ik hen toe. Hoe meer ik me erger, hoe vervelender ze worden. Ik zie het beeld van een paard voor me, voortdurend flapperend met de oren. De dazen komen telkens terug. Ik probeer het tegenovergestelde. Geen ergernis, geen wegjagen. Ontspanning komt. Dazen verdwijnen. Yes, het lukt!

In de vroege namiddag kom ik aan in domein Puyenbroeck. Een klimparcours. Het brengt me op een idee. Ik bel Tineke, een vriendin. Een uitgebreide picknick. Laat in de namiddag probeer ik als een aapje te blijven hangen in het klimparcours. Ik zeg wel proberen. Om achttien uur voel ik terug de kriebels om te stappen. Samen met Tineke en haar zoon Janus stap ik het domein verder in. Een uur later heb ik door dat we in een rondje aan het wandelen zijn. Met meerdere wandelen is toch anders. Janus, een natuurvriend, plukt nog wat kamillebloemen voor de thee. Mijn weg neemt een andere wending en eindigt in Heusden in plaats van Lochristi. Mijn rugzak werd vandaag gevuld met deze speelse, luchtige dag voor kinderen groot en klein.

GPX Bestand Moerbeke – Laarne 

Espiègle

Au loin, j’entends la voix d’une petite fille. Je m’éveille sortant lentement d’un rêve. Je vois encore une image devant moi. La réanimation d’une toute petite grenouille dont j’agite les deux bras…..hmm un prince, une princesse!

Avec l’énergie de l’enfance j’entame ma journée. Mon sac à dos a le poids d’une plume. L’espièglerie est tangible. Quelque part le long de l’eau à Moerbeke je parle avec Danny. Notre conversation se déroule paisiblement. D’énergie, à Vipassana puis à Willem Vermandere en passant par ELW. Accoudés à une porte nous partageons nos points de vue, nos expériences et nos sentiments. Un peu plus loin, je traverse une allée pour rejoindre plus tard les champs et une allée bordée de peupliers. Cheval et calèche viennent à ma rencontre. Un sourire réciproque et un bonjour. Les taons me volent autour des oreilles. “Aaaah, laissez-moi tranquille”, leurs criai-je. Au plus ils m’irritent, au plus ils deviennent fastidieux. Je vois l’image d’un cheval devant mes yeux, il bat continuellement des oreilles. Les taons reviennent continuellement à l’attaque. J’essaie le contraire. Pas d’irritation, pas de chasse. La détente s’installe. Les taons s’éclipsent. Yes, ça marche!

En début d’après-midi j’arrive au domaine de ‘Puyenbroeck’. Un sentier d’escalade. Cela me donne une idée. J’appelle Tineke, une amie. Un vaste pique-nique. Tard dans l’après-midi j’essaie de rester pendue comme un petit singe le long du parcours d’escalade. Je dis bien j’essaie. Vers dix-huit heures l’envie de marcher me reprend. En compagnie de Tineke et Janus j’entre plus profondément dans le domaine. Une heure après je me rends compte que nous tournons en rond. Voyager à plusieurs est quand même tout autre chose? Janus, un ami de la nature, cueille quelques fleurs de camomille pour le thé. Mon parcours prend une autre tournure et je termine ma journée à Heusden au lieu de Lochristi. Mon sac à dos était rempli d’espièglerie et de moments au cœur léger pour petits et grands.

Pelgrims

 

Jasmine Debels (3 van 5)

Detail Sint-Jacobskerk Borsbeek

Na een lange, onrustige nacht, waarin ik ieder uur op mijn uurwerk heb gezien, verlaat ik Lier. Ik voel dat ik me niet vrij kan maken van het gebeuren van gisteren. Naast mij een donkere wagen die in tegenrichting de straat oversteekt en bijna naast mij stopt. Het venster gaat naar beneden. ” Compostela?”, met een vragende verwonderde stem. “Ik heb die vorig jaar gedaan, nu het Jakobskerkenpad. Ik ken jou!” “Ik jou ook”, antwoordt de man. De volgende vijf minuten proberen we te vinden van waar. “Ik ben pas een week terug.” Tot de man zegt: “Vézelay! Ik heb je daar gezien. Je was er toen met de fiets.” “Oh ja, nu weet ik het weer. Ja, natuurlijk, we zaten op de binnenkoer van Centre Madeleine.” “Dat is straf, en elkaar hier terug tegenkomen! De camino gaat gewoon verder. Hoe heet jij? Ik ben Geert”, vertelt Geert met tranen in de ogen. “Ik ben Jasmine.” We nemen afscheid en roepen elkaar toe, “buen camino”!

In Borsbeek bel ik aan bij de pastorie. Niemand thuis. Een telefoonnummer aan het venster. Ik telefoneer om te vragen of de Sint-Jacobskerk te bezichtigen is. Een mannenstem aan de lijn, zou dit de pastoor zijn? Na twintig minuten komt een vrouw de deur openen. Wat vind ik dat lief. Aan de andere kant van de straat zie ik een forse man en zijn hond. Ik zie dat hij me op een nieuwsgierige manier aankijkt. Onze wegen kruisen zich. We zeggen elkaar een goede dag. Een lang gesprek. Een pelgrim. De volgende pelgrim ontmoet ik in een supermarkt. De verwondering, blijheid en ontroering is zichtbaar op het gezicht van de man. Een mooi en krachtig moment. Met een hartverwarmende knuffel nemen we afscheid van elkaar. Ook de vrouw aan zijn zijde krijgt een knuffel. Ik zie de mensen nog even terug aan de kassa. Ik leg mijn hand op mijn hart als teken van dankbaarheid en verbinding en wandel verder, de laatste kilometers van de dag.

Via het domein Rivierenhof, een park, kom ik moe en voldaan aan. Ik zet me op een muurtje bij een bank. Eet mijn laatste boterham op. Ik voel een aanwezigheid in de rug. Een vrouw staat achter me. “Mevrouw, woont u hier?” “Neen, ik kom naar de bank”, antwoordt de vrouw me met een vragende blik. Ik leg haar uit dat ik een overnachting zoek. Ik mag mee. De vrouw, Lieve, was recent op reis in contact gekomen met een pelgrim en aangewakkerd voor de camino. “Ja, ik heb het wel moeilijk met de verhalen ‘dat wat je vraagt, je het krijgt op deze weg’.” Ik zeg niets. Later op de avond vertelt Lieve me aan de vaat: “Dat is wel straf dat ik je net nu ontmoet.” Ik twijfel even of ik hierop reageer. “Weet je nog wat je zei over het moeilijk geloven over wat je ontvangt op de weg? Ben je nog altijd van dezelfde mening toegedaan?”  “Ja, dat is straf”, zegt ze met een meer overtuigde stem.

GPX bestand Lier naar Deurne/Lierre à Deurne

Pèlerins

Après une longue nuit agitée ou j’ai vu sur ma montre passer toutes les heures, je quitte Lierre. Je sens ne pas pouvoir me libérer des évènements d’hier.

Une voiture de couleur foncée traverse la rue venant du sens opposé et s’arrête à ma hauteur. La vitre s’ouvre. “Compostelle?!”, d’une voie interrogatrice et étonnée. “Je l’ai parcourue l’année dernière, maintenant je suis le chemin des églises Saint-Jacques en Belgique. Je te connais!” “Moi aussi”, me répond l’homme. Durant les cinq minutes qui suivent nous cherchons d’où. “Je suis seulement de retour depuis une semaine.” Jusqu’au moment où l’homme dit; “Vézelay! C’est là que je t’ai vue. Tu étais en vélo.” “Oh oui, je me rappelle maintenant. Oui bien sûr, nous étions dans la cour du ‘Centre Madeleine’ ”. “Ça c’est fort de se retrouver ici! Le camino continue. Comment t’appelles-tu? Moi c’est Geert”, me dit Geert les larmes aux yeux. “Je suis Jasmine.” Nous prenons congé en se souhaitant, “Buen camino!”

Je sonne à la porte du presbytère de Borsbeek. Personne. À la fenêtre un numéro de téléphone est mentionné. Je téléphone pour savoir si l’on peut visiter l’église Saint-Jacques. Une voie d’homme au bout de la ligne, serait-ce le curé? Après vingt minutes une femme vient m’ouvrir la porte de l’église. Comme je trouve cela aimable.

De l’autre côté de la rue je vois un homme fort en compagnie de son chien. Je remarque qu’il me regarde du regard curieux. On se croise. On se dit bonjour. Une longue conversation. Un pèlerin.

Je rencontre le prochain pèlerin dans un supermarché. L’étonnement, le contentement et l’émotion sont visibles sur le visage de l’homme. Un moment beau et fort. On se quitte après s’être chaleureusement enlacé; la femme à ces cotés reçoit aussi un enlacement. Je revois encore ses personnes à la caisse. Je place ma main sur mon cœur en signe de gratitude et de connexion et continue de marcher les derniers kilomètre du jour.

En passant par le domaine et le parc du ‘Rivierenhof’, j’arrive à destination, fatiguée et comblée. Je m’assois sur un mur près d’une banque. Mange ma dernière tartine. Je sens une présence dans mon dos. Une femme se trouve derrière moi. “Madame, vous habitez ici?”‘Non, je viens à la banque”, me réponds la femme avec un regard interrogateur. Je lui explique que je cherche un logement pour passer la nuit. Je peux l’accompagner. La femme, Lieve, est récemment, lors d’un voyage, entrée en contact avec un pèlerin et elle est intriguée par le camino.

“Oui, j’ai des difficultés avec les histoires qui racontent, que – ‘ce que tu demandes le long du chemin, tu le reçois’.” Je ne dis rien. Plus tard dans la soirée en faisant la vaisselle, Lieve me dit, “C’est quand même fort que je te rencontre juste maintenant.” J’hésite un instant, est-ce que je réagis, “Tu te souviens encore de ce que tu as dit sur ta difficulté de croire à ce que tu reçois sur le chemin? Penses-tu encore la même chose?” “Oui, ça c’est fort”, me dit-elle d’une voix convaincante.

 

Opoeteren

 

Jasmine Debels (5 van 5)

Drie zoenen en een grote glimlach. Zo nemen zuster Maria, zuster Marie-Thérèsa en ik afscheid van elkaar. Ik daal de trappen af en wens hen nog een goede bezinning. Op weg naar de Sint-Jacobskerk, waar de eenvoudige façade een mooie rococostijl onthult, hou ik nog even halt bij de Zusters van Liefde voor een stempel in mijn credential.

Ik vervolg mijn weg via de ‘Libellenroute’ in het natuurgebied ‘Tösch-Langeren’. Aan mijn linkerkant een grote waterpartij, golvend water. Verschillende vogels verpozen samen op het water. Libellen vliegen heen en weer. Witte vlinders vliegen per twee alsof ze achter elkaar aanzitten. In Neeroeteren zie ik jonge meisjes spelen met water en zeepschuim. Ik wandel het kampveld op en vraag naar de begeleiding. En naar het toilet. Ik loop door de vroegere koestallen. Ze kregen allen een fel kleurtje. Aan het plafond hangen slierten. Wanneer je er tegenaan loopt, blijven je haren erin kleven. In de keuken twee mama’s die aan het koken zijn. Twee grote kookpotten, pollepels. Het eten wordt verdeeld in kleinere porties. Hannelore, één van de mama’s, is al vijf jaar achtereenvolgend kok voor de kinderen van de Chiro van Essen. Morgen komen de allerkleinsten aan. Ze zijn dan in totaal met zeventig kinderen. Mijn petje af.

Mijn maag begint te knorren. Er resten me enkel nog twee melkbroodjes uit Bilzen. Niet genoeg om op krachten te blijven. Op het einde van de straat zie ik een vrouw in de tuin werken. Ik vraag of ze mij kan helpen met een boterham. Zonder enige twijfel maakt Esmeralda broodjes klaar, pakt alles mooi in en ik stap verder na een korte en intense ontmoeting. Het volgende stukje natuur op de grens tussen Neeroeteren en Opoeteren steelt mijn hart. Een natuurgebied van Natuurpunt. Afwisselend wandel ik over een knuppelpad en een aardepad. Links van mij een beekje, op de oevers veel varens. De natuur is hier zo mooi dat ik even de muggen vergeet. Het voelt hier vredig. Totaal anders dan de natuur van gisteren in de buurt van de zinkfabriek, het monostort voor vliegassen en de hoogspanning. De vogels laten zich van hun beste kant horen. Niet ver van het domein ’t Zaveltje, tref ik een bijzonder kapelletje. Er is hier iets heel sterks en puur aanwezig. Een wagen rijdt van het hof, de eigenaar. Ik krijg een briefje. Hij zegt: “Ga gerust binnen en steek een kaarsje aan, misschien zien we elkaar straks. “Ik doe het briefje open: ‘Vrouwe van Alle Volkeren’, en datum ’31 mei’. Mijn verjaardag. Vol energie wandel ik de laatste kilometers van vandaag. Mijn voeten zijn daar niet zo tevreden mee. Wanneer ik onderdak vind bij Jeannine en Florent voel ik een ontspanning over mijn hele lijf. In een warm nestje val ik in slaap.

GPX Bestand Maaseik naar Opglabbeek

Opoeteren

Trois baisers et un grand sourire, c’est la façon dont sœur Maria, sœur Marie-Thérèsa et moi prenons congé. Je descends l’escalier et leur souhaite encore une bonne retraite. En route vers l’église Saint-Jacques, dont la simple façade dissimule un style Rococo de toute beauté. Je m’arrête un instant chez les sœurs de la charité pour un cachet dans ma crédential.

Je continue ma route dans la réserve naturelle de Tösch-Langeren, par le ‘Chemin de Libellule’. Sur ma gauche un grand étang, le clapotis de l’eau. Divers oiseaux se trouvent ensemble sur l’eau, des libellules font des allers-retours.

Des papillons blancs volent par deux, comme s’ils se poursuivaient. À Neeroeteren je vois des jeunes filles jouer avec de l’eau et du savon. J’entre dans le campement et demande après les animateurs. Vers les toilettes… Je traverse les anciennes étables. Leurs murs ont tous été recouverts de couleurs vives. Au plafond pendent des rubans, si vous les frôlez au passage, vos cheveux y restent collés. Dans la cuisine, deux mamans qui préparent à manger. Deux grandes casseroles, des louches. La nourriture est partagée en plus petites portions. Hannelore, une des mamans, est pour la cinquième année consécutive cuisinière pour les enfants du Chiro de Essen. Demain arrivent les plus petits. Ils seront alors au total à soixante-dix enfants. Chapeau.

Mon estomac commence à gargouiller. Il me reste seulement deux pains au lait, de Bilzen. Pas assez pour prendre suffisamment de forces. Au bout de la route je vois une femme travaillant dans le jardin. Je lui demande si elle veut bien me donner une tartine. Sans aucune hésitation Esmeralda prépare des petits pains, emballe le tout soigneusement et je continue ma route après une rencontre courte et intense. Le prochain morceau de nature, à la frontière entre Neeroeteren et Opoeteren, vole mon cœur. Une réserve naturelle de ‘Natuurpunt’. Je me promène en alternance sur un ponton et un chemin de terre. Sur ma gauche un ruisseau, sur la rive beaucoup de fougères. La nature ici, est si belle que j’en oublie les moustiques. C’est paisible ici. Complètement diffèrent de la nature d’hier aux alentours de l’usine de zinc, la décharge de cendres volantes et des pylônes à haute tension. Les oiseaux chantent de tout cœur. Pas loin du domaine ‘’t Zaveltje’, une chapelle exceptionnelle. Il y a ici la présence de quelque chose de fort et de pur. Une voiture quitte, la propriété, le propriétaire. Il me remet un papier et me dit “N’hésite pas à entrer et allume une bougie, peut-être qu’on se verra tout à l’heure.” Je déplie le papier ,‘Vrouwe van alle volkeren’(Marie Reine). Une date le 31 mai.  Jour de mon anniversaire. Remplie d’énergie je marche les derniers kilomètres d’aujourd’hui. Mes pieds ne semblent pas apprécier. Quand je trouve un logement, chez Jeannine et Florent je sens tout mon corps se détendre. Je m’endors dans un nid douillet.

Vertrouwen

 

Jasmine Debels (1 van 1)-3

Heppeneert

Achter mij de voordeur van de pastorie van As. Voor mij een bijna leeg grasveldje op een paar witte partytentjes na. Ik wandel onmiddellijk de natuur in door het ‘Nationaal Park Hoge Kempen’. Als ochtendgymnastiek beklim ik de replicaboortoren, waarmee boormeester André Dumont in 1901 de eerste steenkool in As bovenhaalde. Honderdvijfendertig trappen. Boven heb ik een zicht over het nationaal park. Vanaf hier wandel ik elf kilometer lang in één rechte lijn richting Elen. Eindelijk kan ik de routebeschrijving eens voor een lange tijd in mijn broekzak laten. Op de weg heel veel fietsers en één vreemde eend. Vaak hoor ik mensen zeggen: “Voel jij je niet eenzaam?  Dit zou ik niet kunnen.” Zelden voel ik me eenzaam. Fietsers en wandelaars zeggen elkaar geregeld goedendag. Een klein en waardevol gebaar. Verbintenis. Ik stap een kampdomein op. Einde van het kamp. Spanning en stress zijn te voelen. Ouders schrobben de lokalen. Een lichte paniek is zichtbaar wanneer ik hen vraag om de toiletten te gebruiken. Een platte kaas en een yoghurt worden me aangeboden. Ook mijn twee resterende broodjes uit Bilzen eet ik op.

Met mijn lichaam terug op krachten, stap ik zelfverzekerd verder. Op de hoek een wit huis dat mijn aandacht trekt. Een vrouw spreekt me aan: “Naar waar gaat u?” “Naar ginder!” en ik stap verder. “Dat mag niet!” Nog altijd zelfverzekerd en met een vriendelijke glimlach antwoord ik, “Ja toch, dit is mijn pad, het is juist.” Tot de vrouw me meldt dat dit eigendom is van het Vipassana Meditatiecentrum. En plots wordt het me duidelijk dat mijn gedachten bij dit centrum liggen en effectief, hmmm, de wandelroute is er net naast. Hi, ik voel me net een puber die iets mispeuterd heeft. Een wielrenner en zijn vrouw keren even terug nadat ze mijn Jakobsschelp achterop hadden gezien. We wisselen ervaringen uit rond de camino, praten over de buurt waar ik nu door wandel. De vrouw zegt “Daar moet je toch sterk voor zijn om zoiets te ondernemen!” Deze zin blijft hangen. Ben ik sterk? Ik gebruik liever het woord krachtig. Vaak hoor ik angst bij de ander of verschillende redenen worden aangekaart om niet van start te gaan. Ik ben ervan overtuigd dat er heel veel mensen zo een weg kunnen afleggen. Vertrouw in jezelf. Vertrouw in wat de weg je brengt. Wanneer je de deur opent naar wat je binnenin voelt, dan geef je jezelf de kans om te groeien. Eenmaal die deur open is, geef je jezelf de kans om in je kracht te staan. Je komt in een wereld die je niet onbekend is. De wereld van je ‘Zijn’.

In Heppeneert volg ik een misdienst mee onder twee lindebomen. ’s Avonds kom ik bij de zusters Maria en Marie-Thérèsa terecht in Maaseik.

GPX Bestand Rekem naar/à  Maaseik

Confiance

Derrière moi la porte d’entrée du presbytère de As. Devant moi une pelouse presque vide, à quelques tentes près. Je marche directement à la rencontre de la nature dans ‘Le Parc National de la Haute Campine’(Nationaal Park Hoge Kempen). Comme gymnastique matinale, je grimpe à l’intérieur de la réplique de la tour de forage dans laquelle en 1901 André Dumont remonta le premier charbon de As. Cent trente-cinq marches. En haut une vue d’ensemble du Parc National.

À partir d’ici, je marche onze kilomètres en ligne droite, direction Elen. Enfin je peux laisser  la description de l’itinéraire, un long moment dans la poche de mon pantalon. Le long de la route beaucoup de cyclistes. Souvent je m’entends dire; “Tu ne te sens pas seule? Moi je ne saurais pas faire ça.” Il est rare que je me sente seule. Cyclistes et promeneurs se saluent mutuellement. Un bonjour, un petit geste précieux. Une connexion.

J’entre dans un campement. Fin du camp. Tension et stress sont présents. Des parents récurent les locaux. J’entends de l’anxiété, quand je demande à utiliser les toilettes. Un fromage blanc et un yaourt me sont offerts. Je mange aussi les deux pains qui me restent et qui viennent de Bilzen.

D’un pas ferme, et avec un corps qui a repris force, je continue ma marche. Sur le coin une maison blanche qui attire mon attention. Une femme m’adresse la parole, “Vous allez où?” “Vers là-bas!”, et je continue de marcher. “Vous ne pouvez pas.” Encore toujours confiante et avec un gentil sourire je lui réponds, “Si quand même, c’est mon chemin, et il est juste.” La femme me dit que c’est la propriété du Centre de Méditation Vipassana. Et soudain je me rends compte que mes pensées sont dans ce centre et effectivement, hmmmm, le chemin passe juste à côté. Hihihi, je me sens comme une adolescente ayant fait de travers.

Un coureur et sa femme reviennent sur leurs pas après avoir remarqué la coquille Saint-Jacques sur mon dos. Nous échangeons des expériences du camino. Parlons des environs dans lesquelles je me trouve aujourd’hui. La femme dit, “Pour entreprendre cela vous devez quand même être forte!” Cette phrase reste dans mes pensées. Suis-je forte? Je préfère le mot puissante. Bien souvent j’entends de l’anxiété chez les autres où de différentes raisons sont abordées pour ne pas prendre le départ. Je suis persuadée que beaucoup de gens peuvent faire un tel parcours. Avoir confiance en soi. Faire confiance à la route et à ce qu’elle vous apporte.

Quand tu ouvres la porte à ce que tu ressens au fin fond de toi, alors tu te donnes la chance de grandir, d’apprendre, d’évoluer. Une foi la porte ouverte, tu te donnes la possibilité de développer ta force intérieure. Tu entres dans un monde qui ne t’est pas inconnu. Le monde de ton ‘être’.

À Heppeneert je suis une messe sous deux tilleuls. Le soir j’atterrie chez sœur Maria et sœur Marie-Thérèsa à Maaseik.

 

fantAStival

 

Jasmine Debels (8 van 8)

“Ambulance, ambulance”, hoor ik plots in de stilte van de nacht. Ik slaap terug in. Uren later sta ik op. Ik laat de lucht uit mijn slaapmatje ontsnappen. De rugzak wordt gevuld. Na een koffie ga ik op zoek naar eten. De eerste keer binnen het project. Angst doet me twijfelen. Ik maak een klik in mijn hoofd. Ik stap een plaatselijke gekende supermarkt binnen en ga op zoek naar iemand die me kan helpen. De eerste persoon is meteen de juiste. De eigenaar. Twintig minuten later kom ik naar buiten met een halve kilo klaargemaakte aardappelen, broodjes, hespenworst en twee gezonde drankjes. Aan het politiekantoor, een bankje. Tijd voor een ontbijt. Ik kies voor de aardappelen, omdat ik ze niet koel kan bewaren. Een drankje. 

In Munsterbilzen, het plantendorp. Ik ontmoet er Mariette, zittend op een laag plastic bakje met een kussen erover gespannen. De opgeschoten Lobelia’s worden gekortwiekt. Een verjongingskuur in de hoop op nieuw leven. Ik hou haar wat gezelschap en zij mij. Het Munsterbos inwandelend zie ik een eekhoorn. Wat zijn die diertjes speels, snel en alert! Telkens brengen ze me vreugde.

Ik lees eventjes een boodschap op mijn blog. Tranen in mijn ogen. Wat doet het deugd te weten dat ik via mijn verhalen andere mensen kan ontroeren. Ik laat even mijn tranen vloeien. Al een paar dagen heb ik een latente hoofdpijn. Vocht, drukpunten, ontsteking… !? Ik drijf mijn vochtinname op en steek mijn camera in mijn tas, zodat die niet langer aan mijn nek hangt. Ik wandel een lang stuk langs een ‘monostort voor vliegassen’ en onder hoogspanning. Ahggrr…hopelijk mag dit snel veranderen. Aan de Lourdesgrot van Wiemesmeer eet ik de rest van de aardappelen en wat hespenworst. Dit doet me terugdenken aan mijn kindertijd en de picknick van op schoolreis. Het is hier stil, en weg van de drukte van de horecazaak aan de andere kant van de straat. Aan de kerk van Wiemesmeer trakteer ik mezelf op een koffie. Al heel snel zit ik met twee dames te praten. Een gezellige babbel met fijne mensen. Later besef ik dat ik zelfs hun namen niet weet (Facebook hielp mij hierbij, Marleen en Gerda). Een lange asfaltweg in een bos neemt me mee tot bijna in het centrum van As. Het asfalt doet mijn voeten geen deugd. Uit het bos trotseer ik de warmte, de autogeluiden en de drukte op de weg. In het Sint-Aldegondiskerkje zoek ik verfrissing. De kerk wordt vandaag gebruikt voor het ‘FantAStival’, een ecologisch familiaal festival voor jong en oud. Als een lopend vuurtje gaat het de ronde dat er een pelgrim aanwezig is. Ik word voorgesteld aan de één en de ander. Er wordt gezocht naar een oplossing voor een overnachting. Paula en nog mensen van de organisatie stellen me de pastorie voor. Een woonst waar ik altijd al van gedroomd heb. Ik geniet van de nieuwe ontmoetingen, het jeugdig spektakel van clown Pierke, de spontane glimlach van een klein meisje en de prachtige muziekband ‘Marble Sounds’.

GPX Bestand Munsterbilzen naar/à Rekem

FantAStival

“Ambulance, ambulance”, entendais-je en plein milieu du silence de la nuit. Je me rendors. Des heures après je me lève. Je laisse s’échapper l’air de mon matelas. Je rempli le sac à dos. Après un café je vais à la recherche de nourriture. La première fois durant ce projet. La peur me fait hésiter. Je fais un déclic dans ma tête. J’entre dans un supermarché connu de la région et vais à la recherche de quelqu’un pouvant m’aider. La première personne est la bonne. Le propriétaire. Vingt minutes plus tard je sors avec un demi kilo de pommes de terre préparées, des petits pains, du saucisson au jambon et deux boisons saines. À hauteur du commissariat de police, un banc. Temps de prendre le petit déjeuner. Je choisis les pommes de terre, puisque je ne sais pas les garder au frais. Une boisson.

À Munsterbilzen, village fleurie, je rencontre Mariette. Elle est assisse sur un bac en plastique bas avec un coussin tendu dessus. Les lobelias longilignes sont réduites. Une cure de rajeunissement et l’espoir d’une nouvelle vie. On se tient mutuellement compagnie. En entrant dans la forêt de ‘Munster’ je vois un écureuil. Que ces petits animaux sont joueurs, rapides et alertes! À chaque fois ils m’apportent de la joie.

Je lis un moment un message sur mon blog. Des larmes dans aux yeux. Que cela fait du bien de savoir qu’à travers mes récits je peux émouvoir d’autres personnes. Je laisse couler mes larmes durant quelques instants. Voilà déjà quelques jours qu’un mal de tête s’annonce. Humidité, points de pression, inflammation… !? J’augmente ma consommation de liquide et mets mon appareil photo dans son sac, au lieu de le pendre autour du cou. Je parcours un long bout de chemin le long de ‘La Décharge de Cendres Volantes’ et sous des câbles de haute tension. Ahggrr…j’espère qu’il y aura vite du changement. À la grotte de Lourdes de Wiemesmeer, je mange le reste de mes pommes de terre ainsi qu’un peu de saucisson au jambon. Ceci me fait penser à mon enfance et au pique-nique des voyages scolaires. Ici le silence règne, je suis à l’écart de la salle de restauration située de l’autre côté de la route. À hauteur de l’église de Wiemesmeer, je me paie un café. Très vite j’entre en conversation avec deux dames. Une conversation agréable avec de braves gens. Plus tard je me rends compte que je n’ai même pas leurs noms. (FB m’aide ici, Marleen et Gerda). Un long chemin en asphalte traversant un bois me mène presque jusqu’au centre de As. L’asphalte ne fait pas de bien à mes pieds. Sortie du bois je défie la chaleur, le bruit des voitures et le trafic sur la route. Dans la petite l’église de Saint-Aldegonde je cherche la fraicheur. L’église est aujourd’hui utilisée pour le FantAstival. Un festival écologique familial pour petits et grands. La nouvelle qu’un pèlerin est présent se répand comme une trainée de poudre. Je suis présentée à l’un et à l’autre. On cherche à me loger pour la nuit. Paula, est d’autres membres de l’organisation me proposent le presbytère. Une habitation dont j’ai toujours rêvée. Je profite des nouvelles rencontres, du spectacle pour jeunes du clown Pierke, du rire spontané d’une petite fille et de la belle fanfare de ‘Marble Sounds’ .

 

Spikboomkapel

Jasmine Debels (1 van 1)-2

Dries en Seppe

 

Een paar kilometers buiten de stad Sint-Truiden zoek ik de Spikboomkapel. Ik hoor geklop en getimmer. Op een eilandje op de hoek van een straat, twee mannen, een gebinte, een lemen muur. De kapel is in renovatie. Een hond komt blaffend aangewandeld ‘Blaika’. “Is dit de Spikboomkapel?”, “De Spikboomkapel, ja”, antwoordt Seppe. “Amai, zo een mooi werk dat jullie hier doen”, zeg ik vol bewondering. Een beitel, een werkbank, eikenhout, een gat en een pen. Volgens de ‘regels van de kunst’ en met veel zorg wordt deze kapel gerestaureerd. Het totaalplaatje klopt gewoon. Twee mooie mannen (Seppe en Dries), vakmanschap, een kapel.

Het korte moment dat ik bij hen stond was zalig. Wanneer ik verder wandel, blijf ik het getimmer nog een eindje horen. Negen kilometer wandel ik op Romeinse kasseien langs vele historische punten. Aan het eerste punt een galg en een bank. Op de bank zit Coos, een fietser op doortocht op de LF-route. Ik zet me erbij. Onze onderwerpen: fietsen, wandelen en vooral ervaringen delen over de camino naar Santiago. Coos was er een paar jaar terug. Met zijn 71 jaar doet hij dit prima.

De weg gaat op en neer, schitterende vergezichten tussen de wisselende fruitboomgaarden. Af en toe een korte regenbui. De weg heeft iets mysterieus. Niet vreemd wanneer je hoort over Tjenne de heks, galgen, Onze-Lieve-Vrouwkes, kastelen. Ik hou halt aan een eikenbosje. De bomen hebben takken met grillige vormen en een laag bladerdek. Stilte. Een briesje komt voorbij. Ik draai me om. Ik schrik. Op één meter achter me, een schaap. Het staat me onbeweeglijk aan te kijken. De lucht wordt egaal grijs. Ik zal er deze keer niet aan ontsnappen. Rugzak inpakken. Fototoestel in veiligheid brengen. Regenvest aan. Check, alles klaar. Al zingend ga ik verder. Van het liedje ‘In het bos daar staat….’ maak ik een eigen versie. “In de straat daar staat een huisje. Keek eens even door het raam. Kwam een vrouwtje aangelopen. Klopte even aan. Help mij! Help mij! Uit de nood. Of mijn buikje is in nood. Kom maar in mijn huisje fijn. ‘k Zal je dankbaar zijn.” Het begint te gieten, de regen valt met bakken uit de lucht. Al wiebelend en zingend ga ik verder. Ik breng mijn nacht door bij de Grauwzusters in Tongeren. ’s Avonds zit ik met zeven zusters rond de tafel. De verhalen vloeien, het één na het ander. De zusters luisteren aandachtig. Voor het slapengaan zit ik nog samen met hen in het salon. Wat voelt het hier goed. Na de late uurtjes van de laatste dagen probeer ik er deze avond vroeg in te kruipen.

Voor het slapengaan krijg ik nog een boodschap via Facebook van Seppe.

‘Jasmine, je verkwikte vanmorgen onze werf tijdens je bezoekje. Het bleef nog even hangen…We wensen je een behouden reis en met die glimlach op je gezicht ga je nog mooie mensen ontmoeten. Geniet van je pelgrimstocht’. Met deze mooie woorden gaat mijn nacht in.

GPX Bestanden Sint-Truiden naar Tongeren / Saint-Trond à Tongres

La chapelle de l’Aubépine

À quelques kilomètres, en dehors de la ville de Sint-Trond (Sint-Truiden), je cherche la chapelle de l’Aubépine (Spikboomkapel). J’entends des frappements et du martelage. Sur un îlot au coin d’une rue, deux hommes, une charpente, un mur en argile. La chapelle est en rénovation. Un chien approche en aboyant ‘Blaika’. “Est-ce la chapelle de l’Aubépine?”

“Oui”, répond Seppe. “Eh bien dite, quel beau travail vous faite”, dis-je émerveillée. Un ciseau à bois, un établi. Du bois de chêne, un trou et une cheville. Cette chapelle est restaurée selon ‘les règles de l’art’ et avec beaucoup de soin. Le tout est exacte. Deux beaux hommes; Seppe et Dries, de l’artisanat, une chapelle.

Le court moment passé en leur compagnie était sublime. Je continue à entendre le martelage en m’éloignant. Je marche durant neuf kilomètres sur des pavés romains et leurs nombreuses histoires. Au premier point de repère, une potence et un banc. Assis sur le banc, Coos. Un cycliste de passage sur la LF-route. Je m’assieds à ses côtés. Notre sujet de conversation, le vélo, la marche et surtout le partage d’expériences durant le camino. Coos y était voilà quelques années. Il porte bien ses 71 ans.

La route monte et descend, de magnifiques vues entre les vergers alternants. De temps à autre une courte pluie. Le chemin a quelque chose de mystérieux. Pas drôle quand on entend les histoires de Tjenne la sorcière, de la potence, des chapelles de la Sainte-Vierge, des châteaux.

Je fais halte près d’un bois de chênes. Les branches des arbres ont des formes capricieuses, un feuillage bas. Silence! Une brise passe. Je me retourne. Je sursaute. Un mètre derrière moi un mouton. Immobile, il me regarde. Le ciel tourne au gris. Cette fois je ne vais pas y échapper. Emballage du sac à dos. Mettre l’appareil photo en sécurité. Endosser ma veste de pluie. Voilà, tout est prêt. Je continue mon chemin en chantant une chanson Flamande, dont je fais ma propre version. ’In de straat daar staat een huisje. Keek eens even door het raam. Kwam een vrouwtje aangelopen. Klopte even aan. Help mij! Help mij! Uit de nood. Of mijn buikje is in nood. Kom maar in mijn huisje fijn. ‘k Zal je dankbaar zijn.’

Il commence à dracher. La pluie tombe à flots. En dansant et en chantant je continue ma route. Je passe la nuit chez les ‘Grauwzusters’ à Tongres (Tongeren). Le soir je suis attablée en compagnie de 7 sœurs. Les histoires se succèdent. Les sœurs écoutent attentivement. Avant d’aller me coucher nous passons encore un peu de temps ensemble dans le salon. Qu’on est bien ici.

Vu les heures tardives des derniers jours, j’essaie de me coucher tôt. Avant de m’endormir je reçois encore un message de Seppe sur FB. ‘Jasmine tu as rafraîchi notre sentier ce matin par ta visite. Cela resta encore quelque temps dans l’air. Nous te souhaitons un bon voyage et avec ton sourire tu rencontreras certainement encore de belles personnes. Profite bien de ton pèlerinage’. Je commence ma nuit avec ces belles paroles.

 

 

Joske

 

Jasmine Debels (11 van 14)

Provinciedomein ‘Het Vinne’

Na een half uur stappen sta ik ergens middenin de velden nog altijd dichtbij Attenhoven. De natuur weet me te boeien. De zon tovert een gordijn van stralen doorheen de grijze wolken. De zwaluwen vliegen heel laag over de velden. Zou er regen op komst zijn? Ik wandel vandaag van Brabant naar Limburg. De boomgaarden wisselen voortdurend. Appels, peren, kersen. De Convolvulvus nestelt zich in de graanvelden. In de hoogte valt een kraai een havik aan. De weg wisselt af door de prachtige natuurgebieden en fietsroutes. In de verte staat een man te praten met een vrouw. Naast hem een grasmaaier. Hij draagt een grijze overall en een pet op zijn hoofd. “Goedemiddag! Jij hebt een mooi klaksken op”, zeg ik aan de man al stappend. “Ja, ik heb er twee. Ik zal het tweede niet versleten krijgen”, roept hij een paar meters verderop. Een klakske met de kleuren van de rodebolletjestrui. Ik stap het natuurgebied in langs de Kleine Nete. Vlinders fladderen heen en weer. Dazen zoeven langs mijn oren. Een bonte specht komt voor mij een boom uitgevlogen. 

Na de middag ben ik in Zoutleeuw. De gothische kerk staat in de steigers. Ik krijg de mogelijkheid ze binnenin te zien. Daniël had me gezegd dat het de moeite waard is. Ik kan dit alleen maar bevestigen. Een pracht van religieuze kunstwerken. Wanneer ik Zoutleeuw uitwandel hoor ik de carillon nog. Provinciedomein ‘Het Vinne’. Na een bocht sta ik versteld van dit overdonderend mooi natuurgebied. Op houten vlonders wandel ik tussen de watervogels. Voor ik naar het centrum van Sint-Truiden ga, bezoek ik de Sint-Jacobskerk in Schurhoven. Terug buiten vraag ik een man de weg naar de zusters Ursulinen. Ik maak kennis met Jos Bonckart. “Kent u me niet? Ik ben Seppe, de jodelaar van ‘Belgium’s Got Talent’. Ik kom al vijftien jaar zingen op de kerstmarkt in Gent. Vorig jaar nog de Gentse Feesten afgesloten”, weet hij me enthousiast te vertellen met een mooi zingend accent. “Euh, neen”, antwoord ik wat verwonderd. Jos is bijna 50 jaar actief bij de blaaskapel ‘De Oppenheimers’. Een actieve, behulpzame man. Hij neemt me mee richting de zusters Ursulinen. Niet ver van de markt ontmoeten we de schepen van Cultuur. De schepen belt op zijn beurt de pers. De pers, de plaatselijke fotograaf. Ik probeer de drukte van regelingen en afspraken te volgen. Benieuwd of er een artikel zal verschijnen.

Bij de Ursulinen met Joske aan mijn zijde vraag ik om een overnachting. Ik denk dat de zusters geschrokken zijn van de overdonderende hartelijke behulpzaamheid van Jos. Ik krijg een neen te horen. Bij de Clarissen vraag ik aan Jos het wat rustiger te houden. De bel. Zuster Francine doet open. Ik stel opnieuw de vraag. “We zijn aan het bidden. Kom binnen, we vragen het dan straks aan de abdis.” ”Dankjewel zuster”, en ik ga binnen. Jos vraagt of hij ook mee binnen mag. We gaan samen de kapel in. Middenin de dienst, niet beseffend dat de gebeden niet voorbij zijn, bedankt Joske de zusters hartelijk en vertrekt. Onze ontmoeting en de avond ontroerden hem. De gebeden gaan verder. Na de dienst gaan we naar de spreekkamer. Na de drukte komt de rust. Ik vertel de zusters het verloop van de avond. Ondertussen is de soep aan het opwarmen en staat de tafel gedekt. Ik weet niet waar begonnen. Telkens wanneer ik wil beginnen eten komt er terug een zuster met iets nieuws voor op tafel. Met vier zusters rond me heen probeer ik te eten. Wat zijn ze schattig. Na een warme douche ben ik al heel snel in dromenland.

GPX Bestanden Attenhoven naar Sint-Truiden/ Attenhoven à Saint-Trond

Joske

Après une demi-heure de marche je suis quelque part au milieu des champs, encore près d’Attenhove. La nature me subjugue. Le soleil crée un rideau de rayons à travers les nuages gris. Les hirondelles volent à ras le sol. Cela annoncerait-il de la pluie! Aujourd’hui je marche du Brabant au Limbourg. Les vergers alternent tour à tour. Pommes, poires et cerises. Le Convolvulvus se niche dans les champs de blé. Dans le ciel un corbeau attaque un faucon.

Le chemin alterne entre de magnifiques réserves naturelles et des trajets pour cyclistes.

Au loin un homme et une femme en conversation. À leur coté une tondeuse à gazon. Il porte une salopette grise et une casquette sur la tête. Je lui dis, en continuant ma route “Bonjour, tu as une belle casquette!” “Oui, j’en ai deux, je n’userais pas la seconde”, me crie-t-il après.

Une casquette aux couleurs du maillot à pois rouge. J’entre dans la réserve naturelle le long de la ‘Kleine Nete’. Les papillons voltigent. Les taons me sifflent aux oreilles. Un pivert s’envole devant moi.

Après le déjeuner je suis à Zoutleeuw (Léau). L’église Gotique est dans les échafaudages. J’ai la possibilité de la visiter. Daniël m’avait dit que cela en valait la peine. Je ne peux que le confirmer. De magnifiques arts religieux. Sortie de Zoutleeuw j’entends encore le carillon.

Au domaine provinciale ‘Het Vinne’. Après un virage, je m’étonne de la beauté époustouflante de la réserve. Marchant sur des pontons en bois je me promène entre les oiseaux aquatiques. Avant de rejoindre le centre de Saint-Trond (Sint-Truiden), je visite l’église Saint-Jacques de Schurhoven. De retour à l’extérieur je demande à un homme s’il peut m’indiquer le chemin vers les Ursulines. Je fais connaissance avec Jos Bonckart. “Vous ne me connaissez pas? Je suis ‘Seppe le Yodleur’ de Belgium Got Talent. Depuis quinze ans déjà je viens chanter au marché de Noël de Gand (Gent). L’année dernière j’ai clôturé les fêtes Gantoises”, me dit-il avec beaucoup d’enthousiasme et son bel accent chantant. “Oh, non”, lui répondis-je quelque peu étonnée. Jos est actif, depuis maintenant presque 50 ans, dans la fanfare ‘De Oppenheimers’. Un homme actif qui aime se rendre utile. Il m’invite à le suivre direction les Ursulines. Pas loin du marché, on rencontre l’échevin de la culture. Ce dernier appelle la presse. La presse, le photographe régional. J’essaie, dans l’agitation des arrangements et des accords, de suivre. Curieuse de voir si un article va paraître.

Chez les Ursulines, avec Joske à mes côtés, je demande un logement. Je crois que les sœurs sont surprises de l’intensité avec laquelle Joske exprime sa chaleureuse serviabilité. Je reçois un refus. Chez les Clarisses, je demande à Joske de tempérer. Je sonne. Sœur Francine vient ouvrir. Je pose à nouveau ma question. “Nous somme occupées à prier, entrée et on demandera cela toute à l’heure à l’abbesse”. “Merci bien ma sœur” et j’entre. Jos demande s’il peut aussi entrer. Nous entrons ensemble dans la chapelle. En plein milieu du service,

ne se rendant pas compte que les prières ne sont pas terminées, Joske remercie chaleureusement les Sœurs et s’en va. Notre rencontre et la soirée l’ont émotionné. Les prières continues. Après le service on se rend dans le parloir. Après l’agitation vient le calme. Je leur raconte le déroulement de la soirée. Entre temps la soupe chauffe et la table est mise pour moi. Je ne sais où commencer. Chaque fois que je veux commencer à manger, une sœur entre pour mettre une nouvelle chose à table. Entourée de 4 sœurs, j’essaie de manger. Qu’elles sont charmantes. Après une douche chaude je me retrouve très vite au pays des songes.

Terug naar school

image

Mijn rugzak laat ik even staan in het klooster. Een bezoek aan de abdijkerk, Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart. Indrukwekkend. Ik sta perplex van wat ik hier voel. Diepe inademing. Uitblazen. Ik voel mijn borstkas openen. Ruimte. Terug naar het klooster. Ik deel mijn ervaring van in de kerk met de zuster. Mijn haren komen recht te staan op mijn armen. Mijn ogen worden nat. Ik raak ontroerd. Zuster Jeannine wandelt eventjes mee en wijst me de weg. “God zegent en bewaart je”, spreekt zuster me toe, terwijl ze me een kruisteken op het voorhoofd geeft. Felix Concordia (eendracht maakt gelukkig). Een klaargemaakte picknick. Wat zwaarder bepakt verlaat ik Ninove.

In Meerbeke wandel ik langs de kerk. In de verte hoor ik applaus, kinderstemmen… Mijn nieuwsgierigheid wordt opgewekt. Ik zoek de voordeur. Terug naar school. Op de speelplaats alle leerkrachten en leerlingen. Op mijn beurt wek ik de nieuwsgierigheid op van de leerkrachten. “Blijf je deze namiddag eten? Ik probeer warm eten te vinden voor je”, zegt de directeur me. “Het is vriendelijk, maar ik zal passen. Ik eet met plezier de picknick op die ik meekreeg van de zusters uit Ninove. Toch bedankt.” Om dertien uur is er vrij podium door de leerlingen. Midden op de speelplaats, een rode loper en een stoel. Juf Jo wordt in de bloemetjes gezet voor haar pensioen. ” Jullie zullen wel gezien hebben dat er hier iemand met een grote rugzak rondloopt…”, vertelt de directeur in de microfoon voor de hele school. En plots sta ik onverwachts naast juf Jo midden op de speelplaats. “Amai, dat ben ik niet gewoon”, zeg ik al fluisterend aan juf Jo. Hmm, ik denk terug aan mijn groeipunten, die ik kreeg op het einde van het Groeijaar ELW (Emotioneel Lichaamswerk®), mij meer durven laten zien. Awel, daar ben ik al goed in geslaagd. En gezien ben ik hier zeker. Na een foto verlaat ik de school. “Nog een ijsje”, roept een leerkracht. “Dank je, het is alsof ik het heb ontvangen”, antwoord ik, terwijl mijn twee handen rusten op mijn borstkas en ik met mijn hoofd wat buig.

Ik stap mijn dag verder in. Het is heel warm. Kort wandel ik een bos in. Te kort om af te koelen. Zeventien uur, het hoogste punt van Brabant. Op de Pervivoweide ‘Ik leef verder’, een weide waar kinderen overleden aan een stofwisselingsziekte een boodschap de wereld in sturen. Schoenen uit, kousen uit. Water. Een stukje appelcake, gekregen van de jarige Xander op school. Hij zag er schattig uit. Een blauw kroontje met ‘zeven jaar’ erop geschreven.

In Kester stop ik deze dag. Een moeilijke opdracht. Pas aan het negende huis komt er een glimlach en een welkom. Bij An en Peter en hun drie kinderen Fleur, Jules en Gijs. Na het eten worden er pakjes uitgedeeld voor het einde van een goed schooljaar. Samen met Gijs zet ik een tent op. Mijn kampeerstekje voor deze avond. Onder het bladerdek van een lindeboom en met het licht van de bijna volle maan val ik in slaap.

GPX Bestanden Meerbeke naar Dworp

De retour à l’école

Je laisse mon sac à dos au couvent pendant quelque temps. Je visite l’église abbatiale, La Sainte Vierge de l’Ascension. Impressionnant. Je suis perplexe quant à ce que je ressens.

Inspiration profonde. Expiration. Je sens mon thorax s’ouvrir. Espace.

De retour au couvent, je partage mon expérience de l’église avec les sœurs. Mes poils se dressent sur mes bras. Mes yeux se mouillent. Je suis émue. Sœur Jeannine m’accompagne et me montre le chemin. “Dieu te garde et te protège”, me dit-elle en déposant un signe de croix sur mon front. Felix Concordia (l’union rend heureux). Je quitte Ninove un peu plus chargée.

Un pique-nique tout prêt.

À Meerbeke, je marche en longeant l’église. Au loin j’entends des applaudissements, des voix d’enfants. Ma curiosité est éveillée. Je cherche la porte d’entrée. De retour à l’école. Sur la cour de récréation tous les enseignants et les élèves. À mon tour j’éveille la curiosité des enseignants. “Tu restes diner ce midi? J’essaie de te trouver un repas chaud”, me dit le directeur. “C’est gentil, mais je vais décliner. Je mange avec plaisir le pique-nique que j’ai reçu des sœurs de Ninove. Merci quand même.” À une heure il y a une représentation par les élèves. Au milieu de la cour, un tapis rouge et une chaise. On célèbre mademoiselle Jo qui prend sa retraite. “Vous avez sans doute tous remarqué qu’il y a ici quelqu’un avec un grand sac à dos….”, dit le directeur dans le micro, pour toute l’école. Et soudain je me retrouve, de manière complètement inattendue, près de mademoiselle Jo au milieu de la cour.

“Oh, je n’ai pas l’habitude”, dis-je tous bas à mademoiselle Jo.

Euh, je repense au points d’attention reçu à la fin de ma première année d’étude de ‘travailler le corps par l’émotion’. Oser me faire voir. Eh bien, j’y suis bien arrivée. Être vue, je le suis certainement ici.

Après une photographie je quitte l’école. “Encore une glace?”, crie un instit. Je lui réponds “Merci, c’est comme si je l’avais eue”, en joignant les mains à hauteur de ma poitrine et en penchant légèrement la tête.

Je continue ma marche de ce jour. Il fait très chaud. Je marche un bref laps de temps dans un bois. Trop peu pour me rafraichir. Dix-sept heures, le point le plus élevé du Brabant. Dans le pré Pervivo ‘Je continue de vivre’. Un pré ou des enfants décédés d’une maladie du métabolisme, lancent des messages dans le monde.

J’ôte mes chaussures et mes bas. De l’eau. Un morceau de cake aux pommes, reçu de Xander qui fêtait son anniversaire à l’école. Il était tout mignon avec sa couronne bleue, sur laquelle était écrit: Sept ans.

Je termine cette journée à Kester. Une mission difficile. C’est seulement à la neuvième maison qu’il y a un sourire et une bienvenue. Chez An et Peter et leurs trois enfants Fleur, Jules et Gijs. Après le repas, c’est la distribution des cadeaux de fin d’année scolaire réussie. Je monte une tente avec Gijs. Ma chambre pour ce soir. Sous le feuillage d’un tilleul, éclairée par la presque pleine lune je m’endors.

 

Picknick

 

Jasmine Debels (1 van 1)-3

Onze-Lieve-Vrouw van Wittentak

De ontbijttafel. Een telefoon rinkelt. Myriam neemt op. Haar zoon, Pierre, om te melden dat hij goed aangekomen is op zijn werk. Myriam geeft de telefoon aan me door, “Bonjour Jasmine. Bien dormi?” “Oui, très bien, merci. Je ne vous ai même pas entendu partir.” “Vous allez jusqu’au bois de Brakel aujourd’hui?” “Oui.” “Je vous souhaite une bonne journée.” “A vous aussi Pierre. Merci. Au revoir.” Een half uur later. Vertrekkensklaar neem ik afscheid van Myriam.

De weg gaat bergopwaarts. Prachtige vergezichten! Een eenmanspad, schouderbreedte. Drie honden, Mechelaars, getraind om aan te vallen. Hun muil op een halve meter van mijn schouder. Een man brengt de honden tot rust. Ik voelde me toch niet op mijn gemak om hierdoor te wandelen. Het weer is aan het veranderen. Zou er onweer op komst zijn? Ik stap het Muziekbos binnen. Een sms van Jacqueline: “Ik ben al aan het genieten van de vogelliedjes in het Brakelbos”.  Ik stap van het ene bos het andere in. Naar beneden, naar boven. De Vlaamse Ardennen. Mijn huid is net een spiegel, de zon reflecteert op mijn zweet. Nog een sms. Jacqueline komt me tegemoet. We wandelen samen en genieten van een fris drankje op een terras. Babbelen wat bij en na een tijd zitten we samen in een open koffer een lekkere picknick te eten die Jacqueline heeft klaargemaakt. Met een volle maag wandelen we nog even samen en nemen daarna afscheid. 

Ik wandel nog een laatste bos in. Het Livierenbos. Een forse klim. Vier huizen. Het vijfde huis. Een man op een grasmaaier. Een vrouw en een jongen in de moestuin. Sla, aardappelen, aardbeien…  Alles vers van de tuin. ’s Avonds zit ik met hen aan de tafel. Ivan en Ingeborg en hun drie knappe, bijzondere kinderen. Kian, Logan en Tristan. Voor het slapengaan geef ik de kinderen nog een high five.

Gpx Bestand Ronse/Renaix naar Geraardsbergen/ Grammont

Le pique-nique

Le petit déjeuner. Un téléphone sonne. Myriam décroche. Son fils Pierre, pour dire qu’il est bien arrivé à son travail.

Myriam me passe le téléphone, “Bonjour Jasmine. Bien dormi?” “Oui, très bien, merci. Je ne vous ai même pas entendu partir.” “Vous allez jusqu’au bois de Brakel aujourd’hui?” “Oui.” “Je vous souhaite une bonne journée.” “À vous aussi Pierre. Merci, au revoir.”

Une demi-heure plus tard, prête à partir, je prends congé de Myriam.

Le chemin monte. Les perspectives sont magnifiques!

Un sentier de la largeur d’un homme. Trois chiens, Bergers malinois, entrainés pour attaquer. Leurs gueules à cinquante centimètres de mon épaule. Un homme calme les chiens. Je ne me sentais quand même pas à l’aise pour traverser ce passage.

Le temps change. Un orage se prépare-t-il?

J’entre dans le bois ‘Muziekbos’. Un message, Jacqueline: “Je profite déjà du chant des oiseaux dans le bois ‘Brakelbos’ “. Je marche d’un bois à l’autre. Ça monte, ça descend, les Ardennes Flamandes.

Ma peau ressemble à un miroir, le soleil brille sur ma transpiration. Encore un message. Jacqueline vient à ma rencontre. Nous marchons ensemble et nous régalons d’une boisson fraiche en terrasse. On bavarde et peu après on se retrouve dans un coffre de voiture ouvert, mangeant un pique-nique préparé par Jacqueline. L’estomac plein nous marchons encore un peu ensemble et prenons congé un peu plus tard.

J’entre encore dans un dernier bois. Le ‘Livierenbos’. Une rude montée. Quatre maisons. La cinquième maison, un homme sur un motoculteur. Une femme et un garçon dans le potager. De la salade, des pommes de terres, des fraises…. Tout cela venant du jardin. Le soir je suis assise à table en leur compagnie. Ivan et Ingeborg avec leurs trois enfants, beaux et particuliers. Kian, Logan et Tristan. Avant d’aller dormir on échangent un high-five.