Verbinden

Basiliek Monte San’t Angelo

Om 9.30 heb ik afspraak met Mateo en Matea aan het infobureau van de Via Francigena.
Samen drinken we een koffie…een verwelkoming en kennismaking volgt.

De apotheker… opzoek naar tapeverband. Wanneer je lange afstanden wandelt heb je vroeg of laat te kampen met vermoeidheid, ook al draag je veel zorg voor je lichaam. Versleten schoenen, verandering van schoenen, temperaturen, je lichaamsgewicht en deze van de rugzak, je kracht, voeding en nog zoveel meer…kunnen voor aanpassing zorgen.
Mijn pezen blijven lichtjes zeuren, waardoor ik preventief mijn benen een andere kleur zal geven. Pink! Straks zal ik niet enkel witte sokken hebben, ook bleker banden op de voorbenen en kuit. Na nieuwe schoenen te hebben aangekocht in Rome zijn ook deze binnenkort aan vernieuwing toe. Helaas zijn kwalitieve schoenen hier niet zo te vinden. Ik hoop dat ik dan ook binnenkort mag op bosgrond wandelen, wat al een hemelsbreed verschil zal maken.
Niet enkel de pezen… Mijn huid heeft zich aangepast aan de zon en ziet er uit als een nomaden huid. En dan mijn kleren… De oorspronkelijke kleuren… wat was dit weer? Hoe mijn kleren eruit zien daar heb ik eigenlijk geen zorgen mee, het zijn immers niet de kleren die de vrouw maken, het is de uitstraling die van binnenuit komt.

Ik ga terug naar de basiliek… om in ruimte, tijd en zonder rugzak alles op mij te laten afkomen. Een man spreekt me aan bij de ingang. Hij ziet mijn Tau hangen rond mijn hals. “Francescani non possono immettere nella gotta”, of zoiets gelijkaardigs. Het komt erop neer dat ik volgens de man niet binnen mag in de grot. Ik vraag hem waarom. De reden is dat in het jaar 1216 Sint Franciscus bij aankomst geweigerd heeft de grot binnen te stappen omdat hij vond dat hij het niet waard was God te ontmoeten. Hij liet aan de deur een inscriptie achter, de Tau. Deze Tau is vandaag te vinden binnen aan de ingang in de basiliek, aan de rechterkant. antwoord aan de man dat ik de keuze van de Heilige Franciscus respecteer, dat het echter zijn keuze was, niet de mijne. Dat ik niet te voet ben afgekomen van België om aan de deur te blijven.

Aertsengel Michael

Ik daal de trappen af, 86, en zie hoeveel inscripties in de muur gekerfd zijn van de vele pelgrims die hier geweest zijn doorheen de eeuwen. Hand en voetafdrukken… namen, getallen, boodschappen…
Hoe dieper ik de trap afdaal hoe meer ik me voel naar binnenkeren en ingetogen wordt.
Ik loop wat rond in de basiliek en voel… Ik ga zitten… Sluit mijn ogen.
Ik wordt gewaar. Een warmte is voelbaar in mijn buik… alsof een vuurbol in beweging komt, terzelfde tijd wordt ik mijn harteklop gewaar… wat heviger naar mijn gewoonte… Ademen… Ik blijf in rust en met aandacht gewaarworden. Hoe langer ik blijf gewaarworden hoe dieper en intenser het wordt… Ik laat gebeuren in alle vertrouwen. Woorden komen doormeheen ‘kracht, liefde, licht, vuur, evenwicht’…een kaars.
Ik open mijn ogen. Kijk rond… Mensen, kinderen… Ik neem op… Ik voel… Blijf verder gewaarworden. Ik heb het idee dat iets me te doen staat… Voel twijfel, mijn denken. Diep van binnen heb ik een duidelijk beeld of eerder een duidelijke gewaarwording dat diep juist aanvoelt. Mijn denken zegt ‘misschien vul je het gewoon zelf in. .. Neen, Jasmine. Dit patroon oud patroon ken je. Vertrouw. Vertrouw’.
Ik verlaat de basiliek om het verder te laten rusten. Ik ga terug naar ‘Nicola’snestje’.

Terwijl ik op de trede zit van het huis, ik had mezelf buitengesloten (!), komt Nicola aan. Een spontaan en open contact. Samen gaan we eerst op stap voor wat nuttige boodschappen. Wasserij, schoenen… Michèle zijn papa vergezeld ons. Soms ontmoet je mensen op de weg waarbij veel woorden, uitgebreidde uitleg niet noodzakelijk is en je diep vanbinnen weet ‘dit zit juist’. Nicola spreekt me aan over ‘Abbazia di Pulsano’. Zijn vader stelt me voor dat hij me er morgen kan brengen. Zonder enige vraagstelling in mezelf zeg ik OK. Michel regelt er een overnachting bij de monniken. Ik vraag Nicola waar ik een witte noveenkaars kan aanschaffen en of er een mogelijkheid is deze te laten inwijden. Bij deze gaan we opzoek, vinden we de kaars en laten we hen inwijden net op de dag waar de Heilige St. Anna wordt gevierd en honderden kinderen worden gewijd. Ik vind het bijzonder en raakt me… ik krijg er geen woorden uit… mijn vreugde en traan verwoord alles. De kaars die op de pelgrimstocht het Zuiden en Noorden zal verbinden. Nicola, Michèle Mille Grazie et bonna Fortuna.

’s Avonds keer ik nog even terug naar het plein van de basiliek om het vuur en licht aan te steken en in stilte mijn avond in te gaan.

Ex Chiesa San Pietro

Chiesa di Santa Maria Maggiore

Monte San’t Angelo

San Giovanni Rotondo

Het laatste stuk verder naar het Zuiden richting Monte San’t Angelo. Het is alsof ik vandaag geen enkel gevoel van ‘tijd’ kan hebben. Vreemd.
Ik klim de ‘Heilige berg op’, de natuur is er prachtig. De vliegen en waakhonden neem ik erbij,… en ja hoor ook zij hebben er hun plaats en voel ik ze niet meer als triggers. En ook al staan de herdershonden te blaffen en brullen… ik heb tijd tot ze afgekoeld zijn.

Ondertussen heb ik op FB contact met Matteo een enthousiaste vrijwilliger van de VF del Sud. Hij bied zijn hulp aan bij aankomst.
Wanneer ik aankom staat een man, jaja Michèle, hoe kan het ook anders me op te wachten net voor de basiliek. De korte aanpak is voor mij een beetje overweldigend, ik begrijp dat het te maken heeft met de taalkennis. Hij is de vader van Nicola – waar ik nu overnacht in zijn rustgevend huisje- en vriend van Matteo.
Na mij rustig te hebben geinstalleerd ga ik richting de basiliek. De plaats waar de basiliek is, is een klein plein met daarbij ook een toren.
Ik wandel door de deur van de basiliek, onmiddellijk nemen 86 trappen me mee naar beneden. Ik vind het altijd aangenaam om ergens toe te komen zonder vooraf te hebben gelezen of een foto te hebben gezien. Zo kan ik ten volle genieten zonder enig invulling.
De muren staan vol jaartallen, handen, inscriptie… gekerfd op de muur.

Na twee portalen kom ik uiteindelijk in het hart van de basiliek… Een grot. Bij de eerste kan je je hand in een hand leggen, gekerfd in de steen en die ondertussen door vele jaren dieper is geworden.
Er is een misviering bezig… Ik neem plaats en volg de kerkdienst. Ik hoor de naam vallen ‘Giacomo’, ja tuurlijk het is vandaag de feestdag van de Heilige Jacobus.
Toch wel bijzonder om net die dag hier aan te komen, zo mag er dan toch een verbinding zijn en zou dit ook een bevestiging kunnen zijn van wat me te doen staat bij aankomst in België Ik mag het hopen. Ik ben benieuwd en zie wel wat mag groeien, ik geloof er alvast in.

Ik blijf een eind zitten en ga in meditatie. Het voelt hier goed, sereen, rustig….
Een zuster en broeder lopen af en toe rond om de stilte te bewaren, wat ik ten volle kan begrijpen. Het blijft een sacrale ruimte…
Ik laat me verder dragen doorheen de avond. Ik geniet van de weerspiegeling van de maan op de zee en ga nog even een kijkje nemen waar het vrolijk muziek vandaan komt.

Coppa l’arena

Na een ganse nacht onweer en regen is er hier gelukkig wat meer zuurstof in de lucht. Ik klop aan de keukendeur van het convento om Paolo te danken. Een handdruk.

Waw, wat voelt het goed en wat ben ik blij dat het geregend heeft. Alles had hier water nodig… De geuren de kleuren, alles is anders… De vogels zingen uit volle borst. De nachtrust heeft me goed gedaan, ik voel me herboren na de dag van gisteren. Dankjewel natuur voor wat je me bracht en brengt.

Convento San Mateo

In het convento van San Mateo herken ik de broeder uit het convent van Stignano. In onze gebrekkige talenkennis…lukt het ons om te communiceren. Als ik zeg dat ik hem gisterenavond had gezien in Stignano, antwoord hij me onmiddellijk dat hij 60 jaar al broeder is…la strada, genoeg is geweest (de drukte van de straat) en hij hier naar de heer wenst te gaan, waar het rustig is. Ik geef hem geen ongelijk. Wanneer hij me vraagt vanwaar ik kom. Krijg ik een kus op mijn voorhoofd en vraagt hij of ik nog iets nodig heb om te eten.

Na dagen kan ik eindelijk eens terug uren stappen zonder me te bekommeren om de weg… De signalisation is terug.
Toch wel iets heel belangrijk op de weg, zowel voor een pelgrimstocht, als trekkingstochten. De signalisatie zorgt ervoor dat je optimaal met je eigen beweging en wat het met zich meebrengt kan bezig zijn.
Het moet natuurlijk niet altijd gemakkelijk zijn… wat uitdaging kan ook prettig zijn.

Pelgrimeren is niet zomaar je rugzak maken, een beste outfit aantrekken. Voor mij is pelgrimeren net als leren stappen… met vallen en opstaan. ..Het is het gat die in de t-shirt is gekomen herstellen en verder doen. Iedere dag je schoenen aan en in beweging komen…. En de steen waarover je valt… wel die komt telkens terug tot je op een dag er kan overstappen zonder enige moeite en je kan inzien in wat je gegroeid bent… en geloof me… Het doet goed! En eigenlijk hoop ik dat ik velen kan aanzetten om tot in beweging te komen… Ga… Ga… Ga…

Wanneer ik op de top aankom, Coppa l’arena besef ik dan pas dat ik voortdurend aan het stijgen was. Een oneindig vergezicht die zich plots aan me opent. Een prachtig natuurgebied, Gargano, een provinciaal Park. Het voelt hier zo goed… wanneer ik rondom me kijk heb ik het gevoel heb dat gans de wereld aan mijn voeten ligt. De wind… De zon… De aarde….

Een koebel heeft me de aanzet om verder te stappen. Afdalen tot aan San Giovanni Rotonda… met zijn bedevaartplaats van Padre Pio.
Al vier dagen geniet ik van de accomodatie die de Via Mikael aanbied… en die vind ik top. Hoewel wat oven mijn budget…
Ze is meer dan welkom in dit laatste stuk voor aankomst morgen in Monte San’t Angelo. Een stuk die blijkbaar ook la Via Francigena del Sud is en Via Michaële.
Een weg die niet te onderschatten is. Morgen mag ik aankomen waar ik mag zijn… Monte San’t Angelo. Het voelt net alsof het een feestdag is…

Bij het avondmaal zie ik mijn handen…. op een paar maanden tijd is het alsof ze tien jaar ouder zijn geworden… Het lijkt papyrus huid…ouder of niet… wat heb ik mooie handen… en als ik mijn ene hand omdraai… Geniet ik nog elke dag van mijn tattoo keuze… Op een paar centimeter staat gans mijn verhaal.
Ik wens jullie allen een fijne nachtrust en zeg jullie… leef en heb het leven lief

Chiesa di San Pio da Pietrelcina

Triggers

Ik verlaat de stad Sansevero via de wijnvelden en olijfboomgaarden. De woorden die ik te horen krijg wanneer ik boeren ontmoet zijn… ‘dove va, solo, mamamia, Madonna, forte’.
Een derde uilenveer gaat mee in de rugzak. Bijzonder, niet de buizerd komt op de voorgrond, ook al is hij soms wel te horen, deze keer zijn het de uilen die sterk aanwezig zijn.

Af en toe schrik ik van de krekels die me voorbij zoeven. Hier en daar zijn brandhaarden te zien…De geur van verbrand plastiek. En als ik dan zie wat er wordt verbrand… flessen geconcentreerd insecticide en andere afval.

De weg neemt me mee op een domein, ik twijfel even. Koeien… en waar koeien zijn, zijn… waakhonden. Ohoh, daar heb je ze… en je moet er maar één hebben die aanvalt, de rest volgt. Bij deze… Geen één, met vijven staan ze plots rond me. Hun bovenlip gaat naar boven, de haren staan recht. De kleinste komt op mijn rechterzijde, de grote – wat hoger dan de knie – op mijn linkerzijde. Die vertrouw ik niet. Een kleine aansteker, een grote aanvaller, een meeloper, een baas.

Door zelf proberen rustig te zijn kan ik ze wat bedaren en keren ze me de rug toe…
Tot wel vijf maal lappen ze me een aanval. Plots voel ik dat ik genoeg van ze heb… Gedonder in Keulen!
Niet enkel in Keulen, boven mijn hoofd hangt een onweer. “Ist gedaan, trap het af”, hoor ik mezelf zeggen vanuit een kracht die recht uit mijn buik komt. Ik voel een geweldige kracht in gans mijn lijf, zelfs in mijn buik voel ik mijn hart kloppen. Er zijn grenzen aan hierarchie en aan misbruik van positie, want zo voelde het.
Je mag dan nog zacht en hartelijk zijn, op bepaalde momenten gaat mijne leeuw brullen en is het genoeg.
Ze verdwijnen….ik dacht dat het over was… tot ik ze achter mij voelde rennen… Omcirkeld…. Ik voelde me net een gladiator in een arena. Kort was hun aanval…met hun staart naar beneden draaien ze zich om. Schijnheiligheid en in de rug aanvallen pik ik niet…. Ze verdwenen voorgoed… Ik moest toch wel even bekomen en terug landen…

Ondertussen komt het onweer naderbij… storm…
Ik trek mijn regenvest aan, bescherm mijn rugzak en knoop mijn sjaal rond mij en de rugzak zodat de wind niet in mijn hoes terechtkomt. Hevige windstoten duwen me opzij…
Ik vraag een man of ik bij hem thuis mag schuilen. Hij vraagt of ik alleen ben. Ik zie twijfel… hij laat het toe. Oef… net op tijd ontsnapt aan een hevige regenbui…

Samen met Antonio, Johan zit ik onder het dak van een bijgebouw. Later komt de vrouw van Johan aan met nog twee jongens. Johan en zijn vrouw komen hier werken voor Antonio en wonen tijdelijk in dit huis, zelf zijn ze Roma. Als ik deze mensen zie kan ik me voorstellen dat sommigen nooit hen zouden durven aanspreken. De klederdracht, houding, voorkomen… hier doorheen kijken, zag ik alleen maar ogen vol goedheid. Wie heeft dit eigenlijk ooit uitgevonden en het woord ‘mooi’ in de weegschaal gelegd. Wie heeft daar ooit gezegd ‘zo moet het zijn’.
Na het onweer en een les Italiaans/Frans stap ik verder met een doos vol aperitief tomaten en heerlijke mini peren vers geplukt van de boom. Antonio kijkt me aan bij het afscheid nemen en zegt “tu amore e grande”, hij houdt zijn handen tegen elkaar en beweegt ze op en neer ter hoogte van zijn hart en rolt met zijn ogen naar boven.
Ondertussen heeft het onweer en de wind alles opgekuist van wat was.

Koebellen. .. Oh neen…. Oh ja… ‘de patou’s’… vier. Ik blijf staan, twee jonge kerels jagen ze weg waar ik ben. Ik begin er wat genoeg van te krijgen.
De laatste kilometers in stijgende lijn…
Hoewel er hier niet veel woonsten zijn… zijn de drie die ik kruis meer dan voldoende… Patou’s.
Naast een kanaal een onaangename geur – lichtjes uitgedrukt- een kadaver van een koe ligt te rotten. De huid op de berm… De rest in het water.
Ook verderop een onaangenaam geur… Het water schuimt en het ruikt hier heel chemisch… lozing….
Een volgende boerderij… En nog nen Patou. Dd vrouw zegt, “no preocupare”… Mijn voeten jaaaa, dacht ik bij mezelf. Dat beest staat hier gewoon met recht vacht en hoektanden vrij…. No preocupare zeggen ze dan.

Ik heb een gevoel dat ik voortdurend uitgedaagd wordt…. uitgedaagd door de natuur.
Alsof ik op de proef gesteld wordt.
Vliegen zoeven massaal rond me heen. Onder en naast mijn voeten stekelige planten met prikkers van wel twee centimeter. Iedere stap vraagt aandacht. Een ongemaaid pad. Reukererwten ontroeren me. De cicaden die wild in het rond vliegen, meestal zwijgen ze wanneer je langs komt. Hier springen ze gewoon op me. Geen aandacht Jasmine, geen aandacht…
Mijn adem helpt me in mijn kracht te blijven…. ‘Neen, je doet er niet aan mee, je laat je niet meeslepen. Neen, je reageert niet’, gaat er door meheen.
De ene trigger na de ander, en hoe meer triggers hoe meer ik in de ‘niet reactie’ kan blijven, en ik kan voelen dat ik met zachtheid in mijn kracht kan blijven zonder dat er iets binnenin blijft hangen.
Op het moment dat ik het doorheb… komt de rust terug om me heen… Alsof ik uit een lange tunnel kom vol met triggers. Vliegen zijn verdwenen. Krekels vliegen de andere kant. De zon. Het pad is open…

Divine providence

Ik bekijk een filmpje op FB. Een pelgrim zit er door… Pijn, ontgoocheling, verdriet, warmte, vermoeidheid, ook kwaadheid is hoorbaar… na een niet zo fijne ervaring.

Een pelgrimsweg is niet anders dan een levensweg. Je komt in contact met anderen, er kunnen zich projecties, spiegelingen voordoen, herhalingen uit het verleden… Het is hier niet anders… wat voor mij wel anders is, is dat je alle wijdse ruimte kan nemen om er iets mee te gaan doen. En door in beweging te blijven ga je ook minder tobben.

We kunnen keuzes maken in ons leven… Hoe ga je ermee om… Soms loopt het niet zoals gewenst of zoals we het hadden ingevuld met ons denken.
Soms gebeuren er dingen dat je liever nooit had gewenst of ontmoet.

Maak dan eerder de keuze om het te bekijken niet door het buiten zichzelf te plaatsen… Eerder kijken wat het brengt in zichzelf. Wat heb ik eruit te leren. Wat doet het met mij.
Dit lijkt confronterend te zijn, wat soms ook wel is. Daar zit ook vaak angst achter die confrontatie en veel vragen ‘wat als…’, ‘Zal ik verliezer zijn’, ‘ik zal anderen verliezen’… Angst om te verliezen, en vanwaar uit is die angst ontstaan… en nog veel meer vragen die we ons kunnen stellen. En om eerlijk te zijn je bent nooit een verliezer wanneer je durft naar binnen te gaan, te kijken…
‘Leer je leraar te zijn in het nu’ Deze woorden van M. Goenka zijn me altijd bijgebleven en brachten mij een bevestiging op mijn eigen twijfels.

Net zoals gisteren een lange weg, geen schaduw, heet…
Vier mannen komen uit een klein stenen huisje midden de olijfboomgaarden. Naar waar ga je? Monte San’t Angelo. “Solo !” “Si”… De man wist niet wat hij hoorde… “oh, Madonna”.
Wat later komt een boer naar me toe. “naar waar ga je”. Als ik het woord Monte San’t Angelo uitspreek komt een vreugdevolle blik te voorschijn bij de man.

Mensen vragen me vaak, waarom ik dit doe… Ik kan daar geen duidelijk antwoord opgeven, omdat het iets is die niet tastbaar is. Ik heb erzelf naar gezocht… en het enige antwoord die ik kan geven in een duidelijk woord is ‘la divine providence’ het andere antwoord ligt ergens in mijn linkerborstkas, wat naar het midden.

Door mijn late vertrek deze morgen kom ik pas aan in de namiddag in San Severo. De straten zijn leeg. Ik bel een parochie. Pas 3 uur later mag ik terug bellen om te weten of ik kan overnachten.
Uiteindelijk kom ik er terecht. Een uur later komt de priester met een mand vol fruit, ontbijt, melk.

Hitte

Vlinders fladderen om me heen… Vliegen maken ruzie om de beste plaats op mijn warme huid. De wind fluistert in mijn oren. De zon, mijn trouwe compagnon. Ik verlaat Troia. De weg blijft lichtjes dalen, daar ben ik blij om. Aan beide voeten zijn de pezen lichtjes aan het knellen. De zware inspanning van eergisteren eist zijn tol. Met aandacht loop ik mijn lichaamshouding af, wandel wat trager en wat meer gedaald in mijn lijf. In de verte is Lucera zichtbaar het eindpunt voor vandaag.
Ik zou zo kunnen denken dat ik in Spanje op de Meseta aan het wandelen ben. De Meseta is een deel van de Camino Frances op de weg naar Compostella. Een lange weg van zowat driehonderd kilometer in een desolaat landschap. Velen passen dit deel omdat men zegt dat het monotoon is. Wat ikzelf niet heb ondervonden.
Ik vind dit heel boeiende delen. Het landschap is dan zo rustig dat er weinig prikkels zijn die je dan kan ontvangen. Behalve… deze van jezelf en dit kan voor sommigen bedreigend en confronterend zijn. Toch zo boeiend en rijk. Men zou het eigenlijk kunnen vergelijken met een witte kamer waar je een stoel krijgt en mag gaan zitten… En we zijn zo vaak opzoek naar stilte… wel dit zijn de ideale plaatsen.

Alleen… het gedaante, het fysieke lichaam beweegt zich vooruit… In continuïteit… Meditatief… verbonden met het groter geheel…

Een boom staat te pronken. Op de achtergrond dansen de windmolens. De velden kleuren de aarde in tinten van lichtbruin tot geel. Sommigen hebben lijnvormen, andere sierlijke tekeningen.
Aangekomen… een supermarkt… iets fris… Terug buiten loop ik tegen een hitte muur aan.
Ik probeer me ergens te schuilen in de schaduw… niets… Een uur, alle bars zijn gesloten… Geen afkoeling, geen schaduw… De hitte.

Vrij

Sedert Benevento is er een enorm verschil van hoe de dorpen zijn en eruit zien…veel rustiger, verzorgd en niet luidruchtig, geen nachtelijk lawaai. Zoals in het Noorden van Italië.
In Cello San Vito heb ik mezelf verwend in een B&B. Uit de douche komen en kunnen gebruik maken van een grote badhanddoek… en dan nog een witte. Geen zijden zakje om in te slapen, wel verse frisse lakens. Geen picknick maar een lichte menu op restaurant.
Mijn voeten verzorgen, insmeren… genieten van de aanrakingen met mijn lichaam… zorgzaam en teder.

Ik start mijn dag met een stevige klim. Rond mijn oren… wespen. Hmmm. Ik herinner me op één van mijn vorige pelgrimstocht, de dazen. OK.. toepassen… rustig houden Jasmine, no panic, ik scherm mijn huid af met mijn sjaal. Na een tijd verdwijnen ze en kan ik verder rustig ademhalen.
Na de forse klimmen van gisteren mag ik vandaag alles afdalen. Wijdse natuur… oneindige vergezichten…
De eerste twee pelgrims sedert lang… Ze wandelen richting Rome en komen van de kust. Jasmine?… Ze hadden mijn naam al gehoord. Zij een landgenoot, hij een Nederlander. Een korte babbel.

Vroeg kom ik aan in Troia. Op het gemak aankomen… rugzak af… terras.
Verderop staat plots een man voor me. “Michele”, vraag ik zonder te weten wie hij was. We geven elkander de hand en praten alsof we elkander al veel langer kennen. De hospitaliero Michael.
“Ik dacht dat er iets met je gebeurt was!”, meld hij me. Ohh, wat verwonderd vraag ik hem, “had je mij op een bepaald uur verwacht?” Uiteindelijk kwam het erop neer dat hij daar niet zelf woonde en een afspraak had. Hij zorgt voor het onthaal, een bijzondere warme man. Michele heeft ooit ‘la via Dell Angelo” gewandeld, startend vanuit Mont-Saint-Michel. Dit is blijkbaar de tocht die ik zal maken richting het Noorden. Behalve ik neem niet meer de Via Francigena. Deze eindigt voor me hier in Troia. Morgen neem ik verder de’ Via MI-Ka-El’, daarna de ‘Con le Ali ai piedi’ tot aan Rieti, dan de ‘di qui passo francesco’ naar Assisi en La Verna…daarna… is voor later.
Met alles wat hier is aan info wordt alles me verder duidelijk waarom mijn tocht veranderde, de volgorde, de plaatsen…

Kathedraal Troia

Naar de avond toe vraagt een jonge kerel of iemand een douche mag nemen in de Ostello. Vermits ik de sleutel heb en niet weet hoe het reilen en zeilen hier gebeurt, meld ik dat dit kan als dit OK is voor Michele. Een telefoontje ‘we zijn pelgrims zegt Michele aan de andere kant van de hoorn. Geregeld.
Ik ga eerst opzoek naar fruit. Kort nadien staan vijf mannen ipv één aan de deur om te douchen.
Ik laat ze binnen… Jongens van tussen de 25 en 40. Terwijl ze douchen vul ik mijn dagboek aan.
Wanneer ze klaar zijn verlaten ze samen de Ostello. Wat later komt ene terug. Hij vroeg me iets met “lavare…”. Ik begreep zijn woorden niet, maar zijn ogen en zijn hand op mijn schouder waren voldoende om te weten wat.
Hij vroeg of hij me mocht wassen. “No en ik wees hem vriendelijk af. “Single”, voegt hij er nog aan toe. “Si”. En dan… met zijn handen gebaar alsof er dan geen probleem was. “Buonasera”, zeg ik nog en hij verlaat de ruimte. ‘Den deze’ had ik in Italië nog niet tegengekomen. Jong warm geweld zekers. Was dit vroeger dan was ik al in paniek, vervroren, defensief gedrag of compleet uit mijn lichaam.
Nog geen vijf minuten later komt een andere gast terug binnen. Met een oplader in één hand en in de ander de telefoon, aan zijn oor. Doet hij alsof zijn neus bloed en wijst naar de bedden. Hij doet alsof hij plots moe is terwijl ik hem daarnet springlevend zag. Hij wou er een uurtje uitrusten. Ik zeg neen, dat ik de deur uitga… Hij doet alsof hij me niet begreep. Pelgrim, pelgrimsherberg of niet… vertrouwen op mijn eigen gevoel primeert. En op onrechtvaardig gedrag zit ik meestal juist, tot bijna altijd. Dit had hij al snel begrepen dat ik niet naïf was… NIET MEER. YESSSS. Zalig dit te beseffen. Wat voelt het goed zo duidelijk mijn groei te mogen aanvoelen. Vrij… Vreugde..

Super girl

Langs tabakvelden daal ik de af richting een droge rivierbedding. In de hoge open schuren hangen de tabaksbladeren te drogen. Dit doet me wel dertig jaar, zelfs meer terug draaien in de tijd. Tijdens de grote vakantie rijgde ik toen tabak op lange draden. Een ganse dag zittend op de grond.
En als ontspanning plukten we een appel van de boom bij de boer, wetend dat dit niet mocht. Ik denk dat het toen niet om die appel te doen was, eerder de spanning van wat als de boer buiten komt. En als hij dan buiten kwam rende ik de verkeerde kant op en belande ik met nieuwe witte schoenen (van mijn moeder, wat ze niet wist) in een moeras van stront tot aan mijn knieën. De stankwas zo ondraaglijk dat ik mijn broekspijpen met de schaar korte (afritsbare broeken bestonden toen nog niet). Het thuis komen… Zwarte schoenen ipv witte… en een welverdiend gedonder. En wat was…wat hebben we toen plezier gehad… Niet te vergeten apestreken….

De wegmarkeringen zijn verloren gegaan of onder de honderden slakken of ergens diep in het hoge gras. In de verte een rode ballon, zou dit een weg markering zijn, stel ik me de vraag. Waarschijnlijk niet… een verloren ‘Cato boy’ midden de velden. De paar meters zijn me teveel om er naartoe te gaan en er een beeld van te nemen. Wat eigenlijk wat vreemd is dit hier te vinden.
Niet enkel de weg markering, ook mijn weg kaart op de weg is volledig weggevallen. Ik gebruik mijn innerlijk kompas en probeer me visueel de kaart voor de geest te halen.
Ik waag mijn kans tussen de hoge grassen van meer dan een meter. Door de zon is de huid wat gevoeliger en dit is duidelijk voelbaar wanneer de grassen in mijn huid prikken en snijden.
Mijn multifunctionele sjaal kan ik niet meer gebruiken om mijn zweet af te wrijven hij is schuurpapier geworden door de kleine bolletjes van de planten die erin kleven.
In the middle of nowhere.

Ik geraak amper vooruit. De bomen zijn schaars.
Leunend op mijn wandelstokken trek ik me vooruit. Voor mij, mijn schaduw… het silhouet van mijn hoed… de aarde. Op wilskracht en doorzetting ga ik vooruit.
Onder mijn hoed… het enige hoorbaar… gehijg. Mijn lippen kleven op elkaar van de droogte.
Heb zelf de ruimte en énergie niet, om te spenderen aan de invasieeeee vliegen.

Na uren stappen kan ik terug de kaart ophalen. Niet te geloven… Ik zit juist… een weg is afgesloten met een traktor en een grote witte blaffende hond. Duidelijk… hier ben ik niet welkom… Ik zoek een andere uitweg… Na wat zoeken vind ik een weg midden de velden… In de verte… een rode stip…. ‘Cato boy’… Ben ik nu aan het dromen of wa…. Een identieke ballon als vijventwintig kilometer voordien… Iers ontsnapt me, en ik begin te lachen…. Wat ben ik toch een ‘super girl’… Ik heb deze dag doorstaan.

Oh… just in mijn opsomming van gisteren van wat de brengt ben ik twee heel belangrijke vergeten…
Geloven en Zelfvertrouwen… Vertrouwen gewoon in het algemeen… vertrouwen in het leven, in de stroom.

In het rustig aangenaam dorp Celle di San Vito mag ik mijn lichaam laten rusten.

Celle di San Vito

Gemis

Verder richting Monte San’t Angelo. Van regio zee in regio bergen en het is al heel snel voelbaar in de kuiten.
Via de industriezone van Benevento naar Buonalbergo.
Een brede asfalt straat, een brug…. eronder…
‘Milmiljardemillesabord’ .. ! Afval, afval, afval en hoe graag ik er zou willen naast kijken… niet om mijn ogen te sluiten of de realiteit te negeren… gewoon omdat het me TE is geworden. Bergen vol. Dan hoor ik op het nieuws de gouverneur een vergelijking maken met de kust van Afrika… ivm het afval op Belgische stranden. Dit is Europa. Italië, zo dichtbij. Walgelijk. De onverschilligheid, het mentaliteit ‘de ander zal het wel opruimen’, geen respect voor moeder aarde, voor de ander, ik vrees gewoon ook niet voor zichzelf. En daar is waar alles begint. Dit was me even teveel en wou ik kwijt. Voilà, het is.
Ik voel geprik aan mij enkels. Vlooien, niet vreemd met wat rond mij is.

Een fikse helling… Zo een waar je de indruk hebt tegen een muur aan te lopen. Het water druppelt van mijn voorhoofd en komt terecht tussen mijn bril… damp… Plots denk ik terug aan Jean-Paul toen we een gelijkaardige klim hadden… en al heel snel ben ik deze klim vergeten en sta ik aan de top.
De natuur is prachtig… heuvels en op de achtergrond hogere bergen, de Apennijen. Wat gelijkaardig met Toscanië, maar naar mijn idee met een serenere sfeer. Geen massa toerisme, kortom geen.

Terwijl de Gentse Feesten nu bezig zijn… moet ik wel toegeven dat ik het een beetje mis. Het gebeuren, de collega’s van de Jacobus kerk… en mijn pelgrims pak.
Gemis. Lang heb ik dit woord uit mijn vocabulaire geschrapt… Gemis was gekoppeld aan verlies… aan afhankelijkheid, sterk zijn, overleven, pijn. Dus heb ik het maar geschrapt. Vandaag kan ik zien dat gemis niet pijn hoeft te doen, ik daarom niet afhankelijk hoef te zijn, ook geen verlies, het eerder heel waardevol is tussen twee individuen, samenhorigheid, ook al is de persoon er niet of niet meer.

De eerste borden van de weg ‘Cammino dell’ Archangelo’ of de ‘Via Mi-Ka-El’ zijn zichtbaar. Zoals de schelp en teken is voor de weg naar Santiago, een geel pelgrimsventje voor de Via Francigena, is een veer het kenteken voor Archangelo. Veren heb ik niet tekort… de buizerd en de nachtuil sieren mijn rugzak.

Ik ben blij dat ik het initiatief heb genomen om de trein te nemen en voor mezelf te zorgen. Wat niet altijd évident is. Ik herinner me vier jaar geleden, mijn eerste Camino, dit was ‘not-done’ geweest. Het openbaar vervoer nemen, een etappe voorbij laten gaan, een andere weg nemen… ‘dan heb je gefaald’… dit is wat velen dan denken, incluis ikzelf, dit dacht ik toen ook…. En amai, wat was dit afzien om wat in mijn gedachten was te veranderen omwille van zelfzorg. Het ‘ego’ had me goed beet.
Vandaag kan ik het verschil zien en voelen, het evenwicht die zich heeft mogen installeren tussen de ziel en het hart.
Op de weg leer je je grenzen kennen, jezelf te respecteren, zorg dragen voor jezelf, je lief te hebben…en misschien klinkt het cliché, ook al is het zo… Je kan alleen liefhebben als je jezelf liefhebt… Is dit dan egoïsme… Neen… je verwaarloosd en maakt de andere niet ongelukkig hiermee… Integendeel…je zal heel veel kunnen bieden zonder werkelijk iets te hoeven doen.