Speels

L1016548

Wachtebeke

Heel ver hoor ik de stem van een klein meisje, Leontien. Zachtjes ontwaak ik uit een droom. Ik zie nog een beeld voor me. Het reanimeren van een piepkleine kikker waarbij ik zijn twee armpjes op en neer bewoog. Hmm, een prins, een prinses!

Met de energie van het kind-zijn start ik deze nieuwe dag. Mijn rugzak voelt vederlicht. De speelsheid is voelbaar. Ergens langs het water in Moerbeke sta ik te praten met Danny. De gespreksonderwerpen lopen vloeiend in elkaar over. Van energie, naar Vipassana, naar Willem Vermandere, naar lichaamswerk. Leunend over een deurtje delen we onze visie, ervaringen en gevoelens. Wat verder wandel ik via een dreef en kom ik langs velden en tussen lanen populieren. Paard en koets komen in mijn richting. Een wederzijdse glimlach, een goede dag. De dazen vliegen om me heen. “Ahhrrr, laat me met rust”, roep ik hen toe. Hoe meer ik me erger, hoe vervelender ze worden. Ik zie het beeld van een paard voor me, voortdurend flapperend met de oren. De dazen komen telkens terug. Ik probeer het tegenovergestelde. Geen ergernis, geen wegjagen. Ontspanning komt. Dazen verdwijnen. Yes, het lukt!

In de vroege namiddag kom ik aan in domein Puyenbroeck. Een klimparcours. Het brengt me op een idee. Ik bel Tineke, een vriendin. Een uitgebreide picknick. Laat in de namiddag probeer ik als een aapje te blijven hangen in het klimparcours. Ik zeg wel proberen. Om achttien uur voel ik terug de kriebels om te stappen. Samen met Tineke en haar zoon Janus stap ik het domein verder in. Een uur later heb ik door dat we in een rondje aan het wandelen zijn. Met meerdere wandelen is toch anders. Janus, een natuurvriend, plukt nog wat kamillebloemen voor de thee. Mijn weg neemt een andere wending en eindigt in Heusden in plaats van Lochristi. Mijn rugzak werd vandaag gevuld met deze speelse, luchtige dag voor kinderen groot en klein.

GPX Bestand Moerbeke – Laarne 

Espiègle

Au loin, j’entends la voix d’une petite fille. Je m’éveille sortant lentement d’un rêve. Je vois encore une image devant moi. La réanimation d’une toute petite grenouille dont j’agite les deux bras…..hmm un prince, une princesse!

Avec l’énergie de l’enfance j’entame ma journée. Mon sac à dos a le poids d’une plume. L’espièglerie est tangible. Quelque part le long de l’eau à Moerbeke je parle avec Danny. Notre conversation se déroule paisiblement. D’énergie, à Vipassana puis à Willem Vermandere en passant par ELW. Accoudés à une porte nous partageons nos points de vue, nos expériences et nos sentiments. Un peu plus loin, je traverse une allée pour rejoindre plus tard les champs et une allée bordée de peupliers. Cheval et calèche viennent à ma rencontre. Un sourire réciproque et un bonjour. Les taons me volent autour des oreilles. “Aaaah, laissez-moi tranquille”, leurs criai-je. Au plus ils m’irritent, au plus ils deviennent fastidieux. Je vois l’image d’un cheval devant mes yeux, il bat continuellement des oreilles. Les taons reviennent continuellement à l’attaque. J’essaie le contraire. Pas d’irritation, pas de chasse. La détente s’installe. Les taons s’éclipsent. Yes, ça marche!

En début d’après-midi j’arrive au domaine de ‘Puyenbroeck’. Un sentier d’escalade. Cela me donne une idée. J’appelle Tineke, une amie. Un vaste pique-nique. Tard dans l’après-midi j’essaie de rester pendue comme un petit singe le long du parcours d’escalade. Je dis bien j’essaie. Vers dix-huit heures l’envie de marcher me reprend. En compagnie de Tineke et Janus j’entre plus profondément dans le domaine. Une heure après je me rends compte que nous tournons en rond. Voyager à plusieurs est quand même tout autre chose? Janus, un ami de la nature, cueille quelques fleurs de camomille pour le thé. Mon parcours prend une autre tournure et je termine ma journée à Heusden au lieu de Lochristi. Mon sac à dos était rempli d’espièglerie et de moments au cœur léger pour petits et grands.

Leontien

L1016494-2

Reynaert de Vos

Huisnummer dertig. Het klooster, de plaats waar ik de sleutel mag halen voor een bezoek aan de Sint-Jacobskerk. Verlaten. De zusters zijn een jaar geleden vertrokken, hoor ik vertellen. Hoewel mijn nacht redelijk was, voel ik me moe. Mijn rugzak voelt zwaar. De fysieke barometer van de pelgrim.

Richting de Nederlandse grens, Koewacht, de buurt van Reynaert de Vos. Met enkel een peperkoek, een sinaasappel en een appelsap als ontbijt deze morgen, begint mijn maag al gauw te knorren. Een vrouw komt aan met haar fiets. Ik vraag of ze me kan helpen met een boterham. “Nen boterham?”, ze kijkt me verbaasd aan. “Tis goe, kgoan joan ene kleiremoake”, en ze komt na vijf minuten terug met één boterham met salami. Ik kan terug wat verder. Een half uur later. Net voor Koewacht vraag ik aan een andere vrouw nog een boterham. Erna is haar naam. Twee boterhammen met kaas. Haar buurman, Guy, komt juist naar buiten wanneer ik verder wil stappen. Hij hoort dat ik naar de Sint-Jacobskerk ga. “Dit is geen Sint-Jacob-de-Meerderekerk hé!” ”Eh, wat bedoel je?” “De kerk is een Sint-Jakob-de-Mindere.” Dat was me onbekend. Guy gaat met me mee tot aan de kerk en geeft me de mogelijkheid om ze te bezoeken. Sint-Jacob-de-Mindere of de jongere of de rechtvaardige. In tegenstelling tot de Meerdere was hij geen apostel. Met andere woorden er zijn zeventien Sint-Jacob-de-Meerderekerken in Vlaanderen.

In de natuur op Nederlands grondgebied via het Pereboomwandelpad. De vermoeidheid is voelbaar aanwezig in mijn benen. ’s Avonds kom ik aan in Moerbeke bij Philip, Rosanne en Leontien. Leontien, de jongste ontmoeting op mijn weg, mag in september voor het eerst naar school.

GPX Bestand Kemzeke – Moerbeke

Léontien

Adresse, numéro 30. Le couvent, l’endroit où je peux aller chercher la clé pour visiter l’église. Abandonné. J’entends dire que les sœurs sont parties voilà un an. Bien que ma nuit fut bonne, je me sens fatiguée. Mon sac à dos pèse lourd. Le baromètre physique du pèlerin.

Direction frontière Néerlandaise, Koewacht, le quartier de ‘Reynaert le Renard’.

Avec seulement un morceau de pain d’épices, une orange et un jus de pommes comme petit déjeuner ce matin, mon estomac se met à gargouiller. Une femme à bicyclette arrive.

Je lui demande si elle peut me donner une tartine. “Une tartine…!?” Elle me regarde étonnée. “C’est bon, je vais t’en préparer une.” Elle revient cinq minutes plus tard avec une tartine garnie de salami. Je suis capable de continuer un peu plus loin. Une demi-heure après. Juste avant Koewacht, je demande à une autre femme pour avoir une tartine. Elle s’appelle Erna. Deux tartines au fromage. Son voisin, Guy, sort juste quand je m’apprête à partir. Il entend que je me rends à l’église Saint-Jacques. “Celle-ci n’est pas une église de Saint-Jacques-le-Majeur, hein.”  “Euh, qu’est-ce que tu veux dire?” “C’est une église de Saint-Jacques-le-Mineur.” C’était inconnu pour moi. Guy m’accompagne jusqu’à l’église et me donne la possibilité de la visiter. Saint-Jacques-le Mineur ou le jeune ou le juste. Contrairement au Majeur, celui-ci n’est pas un apôtre. Autrement dit, il y a dix-sept églises Saint-Jacques-le-Majeur en Flandres.

Dans la nature et à travers le Pays Bas par le chemin ‘Pereboomwandelpad’. Dans mes jambes la fatigue se manifeste. Le soir j’arrive à Moerbeke chez Philip, Rosanne et Léontien. Léontien m’a plus jeune rencontre sur la route. Au mois de septembre elle ira à l’école pour la première fois.

Antwerpen

 

Zicht op Antwerpen vanuit de haven

Met de klank van een doedelzak mag ik deze morgen ontwaken bij Hugo en Rosine. Na het ontbijt brengt Hugo me terug naar Kapellen. Een bezoek aan één van de achttien Sint-Jacobskerken in Vlaanderen. Vooraan staat een vrouw de bloemen te schikken voor de vieringen deze week. “We zijn allemaal vrijwilligers die werken in de kerk”, vertelt Annie me. “Mag ik een foto van je nemen, Annie?” “Ja hoor”, en Annie neemt een fiere houding aan bij het altaar. Na het bezoek aan de kerk neem ik afscheid van Hugo en zet ik verder koers richting Antwerpen.

Na de prachtige natuurgebieden van gisteren waag ik me via het stedelijk gebied naar het centrum. De wagengeluiden zijn terug aanwezig, vanaf de haven zijn ze gelukkig wat minder. De dokken,  hangar 27 en het MAS weet ik te appreciëren. Regen en zonneschijn wisselen elkaar af. In de verte een boot uitvaart. Het geeft een bijzonder gevoel, te weten dat je via deze brede wateren verbonden bent met de grote zeeën. Na de wandeling heb ik niet veel zin om de stad te trotseren. Ik ga onmiddellijk richting de toeristische dienst, waar ik de sleutel kan krijgen voor de pelgrimsherberg. Een kwartier nadien ontmoet ik er Luk, de hospitaliero (iemand die pelgrims opvangt). Ik deel het waarom van deze tocht. Na het delen wordt mij een bedrag gevraagd. Ik betaal, de moed om een andere overnachtingsplaats te zoeken heb ik niet meer. Zut, na zesendertig dagen wandelen en als lid van de Compostelavereniging is dit mijn eerste betalende overnachting. Dankzij Hugo, die me deze morgen ontwaakte met de doedelzak, is deze verzorgde herberg ontstaan. Ik mag hopen dat andere gemeenten op de Compostelaweg dit voorbeeld mogen volgen.

Philip, een vriend komt me ’s avonds bezoeken en trakteert me op restaurant. Een goed stevig stuk vlees om terug op kracht te komen. Ene gaan drinken in de catacomben van ‘De Pelgrom’. Een cappuccino. Dank je Philip, het was een fijn weerzien. Een reactie van mijn overleden grootmoeder komt terug in mijn geheugen. Ik hoor het haar nog zeggen alsof het gisteren was, toen ik haar vertelde dat een vreemde man me getrakteerd had op de luchthaven in Thailand: ‘Jah, en wat heb je daarvoor moeten doen dat een man je gratis trakteert?’ Ik laat in het midden wat ze bedoelde. Eén ding is zeker: ze wist niet wie haar kleindochter was. Tja, gelukkig dat ik haar graag zag.

GPX bestand Kapellen naar/à Antwerpen

Anvers

Je me réveille ce matin, au son de la cornemuse, chez Hugo et Rosine. Après le petit-déjeuner Hugo me ramène à Kapellen. Une visite à une des dix-huit églises Saint-Jacques de Flandre. Devant, une femme range les fleurs pour la célébration de cette semaine. “Nous sommes tous des volontaires travaillant dans l’église”, me raconte Annie. “Puis-je te prendre en photo, Annie?” “Oui, bien sûr” et Annie prend une attitude fière devant l’autel. Après la visite de l’église je prends congé d’Hugo et continue mon chemin direction Anvers (Antwerpen).

Après les magnifiques réserves naturelles d’hier je m’engage dans la zone urbaine et me dirige vers le centre. Le bruit des véhicules est à nouveau présent, à partir du port heureusement un peu moins. J’apprécie les quais en passant par le hangar 27 et le MAS (‘Museum aan de stroom’ à Anvers). La pluie et le soleil en alternance. Au loin un bateau en partance. Savoir que par ces eaux larges je suis reliée aux grands océans me donne une sensation spéciale. Après la promenade je n’ai pas envie de défier la ville. Je me rends directement à l’office de tourisme ou l’on peut me remettre la clé de l’auberge des pèlerins.

Un quart d’heure plus tard je rencontre Luk qui y est hospitaliero (personne accueillant les pèlerins). Je partage le pourquoi de ce trajet. Après le partage il me demande une somme d’argent. Je paye, car je ne me sens pas le courage de chercher un autre logement. Zut, après trente-sept jours de marche et en étant membre de l’association de Compostelle ceci  est ma première nuitée payante.

C’est grâce à Hugo, qui ce matin m’a réveillée au son de la cornemuse, que cette auberge bien tenue est née. J’ose espérer que d’autres communes sur le chemin de Compostelle suivront cet exemple.

Philip, un ami, vient me rendre visite dans la soirée et me paix un restaurant. Un bon morceau de viande pour reprendre force. Aller boire un verre dans les catacombes du ‘De Pelgrom’. Un cappuccino. Merci, Philip, se furent d’agréables retrouvailles. Une réaction de ma défunte grand-mère me revient. Je l’entends encore le dire comme si c’était hier, lorsque je lui ai raconté qu’un étranger m’avait payé un repas à l’aéroport en Thaïlande: “Et qu’est-ce que tu as du faire pour qu’un homme te régale gratuitement?”. Je laisse ce qu’elle voulait dire, pour ce que c’est! Une chose est sure elle ne connaissait pas sa petite fille. Heureusement que je l’aimais bien.

Peerdbos

Domein de Inslag

Domein de Inslag – Brasschaat

Tien uur in de morgen. Recht voor mij elf mannen aan een toog. Voor elk van hen twee glazen, één gevuld en één om straks te vullen. Mijn dagboek. Een man komt bij me aan tafel zitten. Mijn rugzak en schelp trokken zijn aandacht. Een verhaal over Compostela volgt. Hij is pas terug. Heel snel heb ik door dat er iets niet klopt aan zijn verhaal. Op zijn manier heeft hij de camino gedaan. Ik geef hem een briefje met een telefoonnummer en hoop van harte dat hij de juiste weg mag vinden.

Een brug over de autosnelweg. Het regent. Ik kijk rondom mij, geen mens, geen huis. Ik voel me veilig. Ik neem een diepe ademteug. De borstriem van mijn rugzak zit in de weg. “Jaaaa jaaaa jaaaa”, roep ik uit volle borst op de brug. Slijmen komen los, kokhalzen, spuwen. Ik roep nogmaals, tot ik hoor dat mijn stem vrijuit kan komen. Ik voel blijheid en verlossing. Een glimlach volgt. Met een rechte rug en een open borst wandel ik verder het Peerdsbos in. Bevrijding! Via een brede weg sla ik rechtsaf tussen een haag en een omheining. De dikke haag en de takken verplichten me voorover gebogen het pad te nemen en me zo smal mogelijk te maken. Eruit heb ik het gevoel dat ik door een ellenlang labyrint ben gewandeld en een nieuwe wereld ben ingestapt. Een totale rust. Geen geluid van gemotoriseerde voertuigen. Frisheid van de morgen. De ochtendregen bracht zuurstof in de lucht. De natuur lost zijn zalige geuren. Ekster, kraai en veel andere vogels vliegen in het rond. Af en toe is er een schuilhuis te zien. Ik besef plots dat de gebeurtenis van in Lier mij eindelijk duidelijkheid komt brengen. De woorden krijgen eindelijk plaats in mijn gevoel. Door het herhalen in woorden van wat voor mij niet aangenaam voelde, plaatste ik me onbewust in het slachtofferschap. Terwijl ik dacht dat het delen mij kon helpen. Eureka! Wat ben ik het gebeuren dankbaar, wat ben ik mijn hersenkronkels dankbaar, en vooral wat ben ik blij mijn gevoel te mogen beleven en toe te laten. Leven!

Van het Peerdsbos naar het park van Brasschaat. Aan mijn rechterzijde in de verte een paviljoen. Een buizerd komt uit de bomen gevlogen over het grasplein. Blijheid komt over mij stromen. In de verte een man, voorovergebogen, een wandelstok, een brilletje, een huppelende stap. Het geluid van een kinderstem op de achtergrond. De bewoonde wereld. Ah, ja, just! Het weerbericht: na regen komt zonneschijn!

GPX bestand Deurne naar/à Kapellen

Peerdsbos

Dix heures du matin. Devant moi onze hommes au comptoir. Devant chacun d’eux deux verres, un rempli et l’autre à remplir tout à l’heure. Mon journal. Un homme vient s’asseoir à ma table. Mon sac à dos et ma coquille Saint-Jacques avaient attiré son attention. Une histoire sur Compostelle s’en suit. Il venait de renter. Très vite je compris qu’il y a quelque chose qui cloche dans son histoire. À sa manière il avait parcouru le camino. Je lui tends un papier avec un numéro de téléphone en espérant de tout cœur qu’il trouvera le bon chemin.

Un pont au-dessus de l’autoroute. Il pleut. Je regarde autour de moi, pas de gens et pas de maison. Je me sens en sécurité. Je respire profondément. Le ceinture de mon sac à dos m’encombre. Jaaaa jaaaaa”, cris-je de plein cœur étant sur le pont. Des mucosités se détachent, des haut-le cœur, je crache. Je crie encore jusqu’au moment où j’entends que ma voix est libre. Je ressens de la joie et une libération. Un sourire s’en suit. Le dos droit et le thorax ouvert je continue ma promenade dans le bois de ‘Peerdsbos’. Libération! Par un large chemin je tourne à droite entre une haie et une clôture. L’épaisseur de la haie m’oblige à me courber pour continuer ma route et à me faire aussi étroite que possible. Une fois sortie, j’ai l’impression d’avoir parcouru un labyrinthe immense et d’être entrée dans un nouveau monde. Un calme complet. Pas de bruits de véhicules motorisés. La fraicheur matinale. La pluie de ce matin à mis de l’oxygène dans l’air. La nature parfume l’air. Pies, corbeaux et beaucoup d’autres oiseaux volent aux alentours. De temps à autre je remarque un abri. Je m’aperçois soudainement que l’ événement du jour précédant m’apporte de la clarté. Les mots rejoignent finalement mon sentiment. En mettant des mots sur ce qui, était pour moi une expérience très désagréable, je me plaçais dans le rôle de victime. Alors que je pensais que le partage m’aidait. Eureka! Que je suis reconnaissante de ce qui m’est arrivé, pour mes gribouillis de cerveau et surtout que je suis contente de pouvoir vivre ce que je ressens et de l’accepter. Vivre !

Du bois de ‘Peerdsbos’ au parc de Brasschaat. Au loin sur ma droite un pavillon. Une buse s’envole d’un arbre et traverse le gazon. De la joie m’envahie. Au loin un homme, courbé, une canne, des lunettes, il marche en sautillant. Une voie d’enfant en arrière-plan. La civilisation. Ah, oui, juste! Le bulletin du temps: après la pluie vient le beau temps!

 

Pelgrims

 

Jasmine Debels (3 van 5)

Detail Sint-Jacobskerk Borsbeek

Na een lange, onrustige nacht, waarin ik ieder uur op mijn uurwerk heb gezien, verlaat ik Lier. Ik voel dat ik me niet vrij kan maken van het gebeuren van gisteren. Naast mij een donkere wagen die in tegenrichting de straat oversteekt en bijna naast mij stopt. Het venster gaat naar beneden. ” Compostela?”, met een vragende verwonderde stem. “Ik heb die vorig jaar gedaan, nu het Jakobskerkenpad. Ik ken jou!” “Ik jou ook”, antwoordt de man. De volgende vijf minuten proberen we te vinden van waar. “Ik ben pas een week terug.” Tot de man zegt: “Vézelay! Ik heb je daar gezien. Je was er toen met de fiets.” “Oh ja, nu weet ik het weer. Ja, natuurlijk, we zaten op de binnenkoer van Centre Madeleine.” “Dat is straf, en elkaar hier terug tegenkomen! De camino gaat gewoon verder. Hoe heet jij? Ik ben Geert”, vertelt Geert met tranen in de ogen. “Ik ben Jasmine.” We nemen afscheid en roepen elkaar toe, “buen camino”!

In Borsbeek bel ik aan bij de pastorie. Niemand thuis. Een telefoonnummer aan het venster. Ik telefoneer om te vragen of de Sint-Jacobskerk te bezichtigen is. Een mannenstem aan de lijn, zou dit de pastoor zijn? Na twintig minuten komt een vrouw de deur openen. Wat vind ik dat lief. Aan de andere kant van de straat zie ik een forse man en zijn hond. Ik zie dat hij me op een nieuwsgierige manier aankijkt. Onze wegen kruisen zich. We zeggen elkaar een goede dag. Een lang gesprek. Een pelgrim. De volgende pelgrim ontmoet ik in een supermarkt. De verwondering, blijheid en ontroering is zichtbaar op het gezicht van de man. Een mooi en krachtig moment. Met een hartverwarmende knuffel nemen we afscheid van elkaar. Ook de vrouw aan zijn zijde krijgt een knuffel. Ik zie de mensen nog even terug aan de kassa. Ik leg mijn hand op mijn hart als teken van dankbaarheid en verbinding en wandel verder, de laatste kilometers van de dag.

Via het domein Rivierenhof, een park, kom ik moe en voldaan aan. Ik zet me op een muurtje bij een bank. Eet mijn laatste boterham op. Ik voel een aanwezigheid in de rug. Een vrouw staat achter me. “Mevrouw, woont u hier?” “Neen, ik kom naar de bank”, antwoordt de vrouw me met een vragende blik. Ik leg haar uit dat ik een overnachting zoek. Ik mag mee. De vrouw, Lieve, was recent op reis in contact gekomen met een pelgrim en aangewakkerd voor de camino. “Ja, ik heb het wel moeilijk met de verhalen ‘dat wat je vraagt, je het krijgt op deze weg’.” Ik zeg niets. Later op de avond vertelt Lieve me aan de vaat: “Dat is wel straf dat ik je net nu ontmoet.” Ik twijfel even of ik hierop reageer. “Weet je nog wat je zei over het moeilijk geloven over wat je ontvangt op de weg? Ben je nog altijd van dezelfde mening toegedaan?”  “Ja, dat is straf”, zegt ze met een meer overtuigde stem.

GPX bestand Lier naar Deurne/Lierre à Deurne

Pèlerins

Après une longue nuit agitée ou j’ai vu sur ma montre passer toutes les heures, je quitte Lierre. Je sens ne pas pouvoir me libérer des évènements d’hier.

Une voiture de couleur foncée traverse la rue venant du sens opposé et s’arrête à ma hauteur. La vitre s’ouvre. “Compostelle?!”, d’une voie interrogatrice et étonnée. “Je l’ai parcourue l’année dernière, maintenant je suis le chemin des églises Saint-Jacques en Belgique. Je te connais!” “Moi aussi”, me répond l’homme. Durant les cinq minutes qui suivent nous cherchons d’où. “Je suis seulement de retour depuis une semaine.” Jusqu’au moment où l’homme dit; “Vézelay! C’est là que je t’ai vue. Tu étais en vélo.” “Oh oui, je me rappelle maintenant. Oui bien sûr, nous étions dans la cour du ‘Centre Madeleine’ ”. “Ça c’est fort de se retrouver ici! Le camino continue. Comment t’appelles-tu? Moi c’est Geert”, me dit Geert les larmes aux yeux. “Je suis Jasmine.” Nous prenons congé en se souhaitant, “Buen camino!”

Je sonne à la porte du presbytère de Borsbeek. Personne. À la fenêtre un numéro de téléphone est mentionné. Je téléphone pour savoir si l’on peut visiter l’église Saint-Jacques. Une voie d’homme au bout de la ligne, serait-ce le curé? Après vingt minutes une femme vient m’ouvrir la porte de l’église. Comme je trouve cela aimable.

De l’autre côté de la rue je vois un homme fort en compagnie de son chien. Je remarque qu’il me regarde du regard curieux. On se croise. On se dit bonjour. Une longue conversation. Un pèlerin.

Je rencontre le prochain pèlerin dans un supermarché. L’étonnement, le contentement et l’émotion sont visibles sur le visage de l’homme. Un moment beau et fort. On se quitte après s’être chaleureusement enlacé; la femme à ces cotés reçoit aussi un enlacement. Je revois encore ses personnes à la caisse. Je place ma main sur mon cœur en signe de gratitude et de connexion et continue de marcher les derniers kilomètre du jour.

En passant par le domaine et le parc du ‘Rivierenhof’, j’arrive à destination, fatiguée et comblée. Je m’assois sur un mur près d’une banque. Mange ma dernière tartine. Je sens une présence dans mon dos. Une femme se trouve derrière moi. “Madame, vous habitez ici?”‘Non, je viens à la banque”, me réponds la femme avec un regard interrogateur. Je lui explique que je cherche un logement pour passer la nuit. Je peux l’accompagner. La femme, Lieve, est récemment, lors d’un voyage, entrée en contact avec un pèlerin et elle est intriguée par le camino.

“Oui, j’ai des difficultés avec les histoires qui racontent, que – ‘ce que tu demandes le long du chemin, tu le reçois’.” Je ne dis rien. Plus tard dans la soirée en faisant la vaisselle, Lieve me dit, “C’est quand même fort que je te rencontre juste maintenant.” J’hésite un instant, est-ce que je réagis, “Tu te souviens encore de ce que tu as dit sur ta difficulté de croire à ce que tu reçois sur le chemin? Penses-tu encore la même chose?” “Oui, ça c’est fort”, me dit-elle d’une voix convaincante.

 

Mechelen

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Ria brengt me met de wagen terug waar ik gisteravond eindigde. Via het geboortehuis van pater Damiaan, een museum dat nu in restauratie is, ga ik verder richting Keerbergen. Ik wandel lange tijd in een buurt waar de huizen en wagens me laten vermoeden dat dit een welstellende buurt is. Een fietser. Oogcontact. “Goede dag”, zeg ik met een knikkend hoofdgebaar. Hmm, het valt me op hoe terughoudend de mensen hier zijn. Op de achtergrond auto’s. Wat mis ik de stilte.

In het centrum van Bonheiden ga ik langs het gemeentehuis. Een halte waar Christel werkt. Ik stap binnen en word er hartelijk onthaald. Een koek en koffie. Ik dank de jarige van wie ik de koek kreeg. Na een bezoek aan het kleinste vertrek zet ik mijn weg verder. Christel en ik omarmen elkaar. Twee mannen staan ons aan te kijken. “Meneer, wil je ook zo een knuffel van me?” Waarop de man “ja” antwoordt. De knuffel volgt. “Dankjewel voor je ‘Zijn’ Christel”, zeg ik terwijl ik de trappen naar beneden wandel. “Insgelijks!” Na langs huizen te wandelen, terug een stukje natuur van Natuurpunt. Ik blijf iedere keer versteld staan van de mooie natuur waar Natuurpunt actief is. Wat doen ze dit schitterend! Ik wandel een stuk GR12 via het natuurdomein ‘Mechels Broek’ en het recreatiepark ‘De Nekker’, langs de wandeldijk van de Dijle. Op het einde, net voor de brug naar het centrum van Mechelen, een pop-up café. Ik wandel tussen de vele planten en kleurrijke attributen. Ik zet me bij aan een tafeltje. Een fijn gesprek met Esther. We zitten heel snel op dezelfde golflengte.

Na een uur stap ik weer verder richting centrum. Wat heeft Mechelen mooie gebouwen. Fijn ook om te zien dat steden zorg dragen voor hun patrimonium. De stad voelt goed. Ik vraag aan mensen waar ik nog zusters kan vinden. Weinigen hebben er nog weet van. Iemand wijst me de weg richting het diocesaan centrum. Op zoek naar een deurbel. Zuster Mieke komt opendoen. Nadien ontmoet ik zuster Lieve en Emilia. Na het avondmaal en een fijn samenzijn met de zusters zoek ik mijn kamer op. Een douche ontspant mijn spieren. Ik lees nog even en ga slapen. 

GPX bestand Humbeek naar Bonheiden

Malines

Ria me ramène en voiture au point d’arrivée d’hier. Passant par la maison natale du Père Damien, un musée actuellement en restauration, je continue direction Keerbergen. Je marche un bout de temps dans un quartier où les maisons et les voitures me laissent supposer qu’il s’agit d’un quartier prospère. Un cycliste. Un contact visuel. “Bonjour”, dis-je en faisant signe de la tête. Hmmm, je me rends compte que les gens d’ici sont distants. Sur l’arrière-plan des voitures. Que le silence me manque.

Au centre de Bonheiden, je passe par la maison communale. Une halte, là où travaille Christel. J’entre et suis chaleureusement reçue. Un biscuit et un café. Je remercie la personne qui fête son anniversaire et qui m’a offert le biscuit. Après avoir rendu visite à la plus petite pièce je continue ma route. Christel et moi on s’enlace. Deux hommes nous regardent. “Monsieur, voulez-vous aussi un câlin de ma part?”  L’homme répond, “Oui”. Un câlin suit. “Merci pour qui tu es Christel”, dis-je en descendant les marches. “Pareillement!”

Après avoir marché le long des maisons, je retrouve la nature de ‘Natuurpunt’. Je suis toujours étonnée de la beauté de la nature là ou ‘Natuurpunt’ est présent. Qu’ils font bien les choses! Je parcours une partie de la GR12 par ‘Mechels Broek‘ et le parc de récréation ‘De Nekker’ qui longe la rive de la Dijle. A la fin, juste avant le pont qui mène au centre de Malines (Mechelen), un pop-up café. Je marche parmi les nombreuses plantes et les accessoires colorés. Je m’assieds à une table auprès d’Esther. Notre conversation est agréable. Nous sommes vite sur la même longueur d’onde.

Une heure plus tard je continue mon chemin direction centre. Que Malines a de beaux bâtiments. Agréable de voir que des villes prennent soin de leur patrimoine. La ville me plait beaucoup. Je demande à des passants ou je peux trouver des sœurs. Peu de gens savent me répondre. Quelqu’un m’indique le chemin vers le centre diocésain. À la recherche d’une sonnette. Sœur Mieke vient ouvrir. Plus tard je rencontre sœur Lieve et sœur Emilia. Après un repas du soir et de quelques moments passés en compagnie des sœurs, je rejoins ma chambre. Une douche détend mes muscles. Je lis encore un peu, puis vais dormir.

 

Duizend jarige Eik

 

Jasmine Debels (1 van 3)

Duizendjarige Eik

Spek, eieren, vers gebakken brood. Een stevig ontbijt. Een sms van Peter naar Elfried: ‘Waterfles niet vergeten in de koelkast’. Schattig! Mijn uurwerk. Oeps, bijna tien uur. De vraag ‘waar ben je morgen om elf uur?’ van Jacqueline was me ontsnapt. Nog een selfie en ik vertrek richting ‘de duizendjarige eik’.

Ik verlaat vandaag Limburg en ga terug Vlaams Brabant binnen. Een witte bestelwagen stopt. Een vrouw met een gevulde broodzak in de hand. De bakker. ”We hebben elkaar al eerder gezien op de weg”, vertel ik de vrouw. “Ja, waar gaat u eigenlijk heen?” “Naar de duizendjarige eik!” “Oh, dat is niet ver meer”, en de vrouw wijst me de weg. Ze stapt in de auto, claxonneert en roept “Veel geluk!” door het venster. Wandelend op het voetpad neem ik de gsm. Het notitieboekje. Ik noteer in het kort het voorbije gesprek. Aan mijn rechterkant iets blinkend. Metaalkleur. Het komt dichterbij… Te dicht. Een wagen in achteruit. Een paar seconden, meer is niet nodig. Mijn wandelstokken. Het geluid van metaal. Mijn hand, waarmee ik me afduw. Een kreet. Een sprong naar links. “Ben ik niet zichtbaar genoeg?!”, roep ik geschrokken naar de chauffeur. Hij stapt uit. “Sorry, ik had je niet gezien. Ik was gehaast. Gaat het met je?”, vraagt de man, zelf ook geschrokken. “Haast en spoed is zelden goed en het is ok met me”, meld ik, beseffend dat dit voor mij ook geldig is. “Ik was zelf niet honderd procent aanwezig op de weg, mijn excuses.” Ik steek mijn hand uit. Een stevige handdruk. De man krijgt tranen in zijn ogen. Ik geef hem een schouderklopje. “Je leeft maar één keer”, voeg ik toe. Ja, Jasmine, je leeft maar één keer. De telefoon verdwijnt in mijn zak.

Aan de eik lees ik de geschiedenis. Aan de andere kant zie ik een gekleurd jasje en hoor ik twee bekende stemmen. Een blij weerzien, een onverwachte ontmoeting. Jacqueline en Lieve, twee vriendinnen.

Een groot deel van de tocht wandelen we samen. De tijd vliegt. Uitgehongerd komen we om half drie aan in Diest. ‘Wannes Raps’. Ik word getrakteerd op een overheerlijke maaltijd. Een dubbele verrassing. Dank je dames. We bezoeken samen de prachtige Sint-Sulpitiuskerk en nemen dan terug afscheid van elkaar. Nog 7 km, Scherpenheuvel. Naar de basiliek. Naar  onthaalcentrum ‘De Pelgrim’. Ik bel aan. Peter en pater André ontvangen mij.

GPX bestand Eversel naar/à Diest

GPX bestand Diest naar/à Aarschot

Le chêne millénaire.

Des œufs et du lard, du pain frais. Un petit déjeuner copieux. Un sms de Peter à Elfried:  ‘Ne pas oublier la bouteille d’eau dans le réfrigérateur.’ Mignon! Ma montre. Holà, presque dix heures. La question, ‘ou es-tu demain à onze heures’, posée par Jacqueline m’a échappée. Encore un selfie et je pars vers le chêne millénaire.

Je quitte aujourd’hui le Limbourg pour rejoindre à nouveau le Brabant Flamand. Une camionnette blanche s’arrête. Une femme avec, dans les mains, un sac rempli de pain. La boulangère. “Nous nous sommes déjà rencontrées sur la route”, lui dis-je. “Oui, où allez-vous réellement?” “Au chêne millénaire.” “Oh, cela n’est plus loin”, et la femme me montre le chemin. Elle monte dans la voiture. Un coup de claxon et elle crie par la fenêtre, “Bonne chance!” Marchant le long du sentier je prends mon gsm, le bloc-note. J’écris en bref la dernière conversation. Sur ma droite quelque chose brille, de couleur métallique. Cela se rapproche…trop prês. Une voiture en marche arrière.

Quelques secondes, pas besoin de plus. Mes bâtons de marche. Le bruit du métal. Ma main qui me pousse au large. Un cri. Une esquive vers la gauche.  Surprise, je crie au chauffeur, “Ne suis-je pas assez visible?” Le chauffeur descend. “Mes excuses, je ne vous avais pas vu. J’étais pressé. Ça-va pour vous?”, me demande l’homme, lui aussi surpris. Je lui signale,  “Vite et bien ne vont pas ensemble et moi ça va”, me rendant compte que c’est aussi valable pour moi. “Je n’étais moi-même pas cent pourcent attentive au chemin, mes excuses.” Je lui tends la main. Une poignée de main ferme. L’homme a les larmes aux yeux. Je pause ma main sur son épaule. Et je rajoute, “On ne vit qu’une fois.”

Oui Jasmine, tu ne vis qu’une fois. Le téléphone disparait dans ma poche. Arrivée au chêne, je lis son histoire. De l’autre côté je vois une veste colorée et j’entends deux voix familières. D’heureuses retrouvailles, une rencontre inattendue. Jacqueline et Lieve deux amies.

Nous faisons une grande partie du parcours ensemble. Le temps passe vite. Affamées nous arrivons vers deux heures trente à Diest. ‘Wannes Raps’(un restaurant). On m’offre un délicieux repas. Une double surprise. Merci mesdames. Nous visitons ensemble la magnifique église de Saint-Sulpice et prenons congé. Encore 7 kilomètres pour Scherpenheuvel. Vers la basilique. Vers ‘le Pèlerin’ un centre d’accueil. Je sonne. Peter et père André me reçoivent.

 

Vertrouwen

 

Jasmine Debels (1 van 1)-3

Heppeneert

Achter mij de voordeur van de pastorie van As. Voor mij een bijna leeg grasveldje op een paar witte partytentjes na. Ik wandel onmiddellijk de natuur in door het ‘Nationaal Park Hoge Kempen’. Als ochtendgymnastiek beklim ik de replicaboortoren, waarmee boormeester André Dumont in 1901 de eerste steenkool in As bovenhaalde. Honderdvijfendertig trappen. Boven heb ik een zicht over het nationaal park. Vanaf hier wandel ik elf kilometer lang in één rechte lijn richting Elen. Eindelijk kan ik de routebeschrijving eens voor een lange tijd in mijn broekzak laten. Op de weg heel veel fietsers en één vreemde eend. Vaak hoor ik mensen zeggen: “Voel jij je niet eenzaam?  Dit zou ik niet kunnen.” Zelden voel ik me eenzaam. Fietsers en wandelaars zeggen elkaar geregeld goedendag. Een klein en waardevol gebaar. Verbintenis. Ik stap een kampdomein op. Einde van het kamp. Spanning en stress zijn te voelen. Ouders schrobben de lokalen. Een lichte paniek is zichtbaar wanneer ik hen vraag om de toiletten te gebruiken. Een platte kaas en een yoghurt worden me aangeboden. Ook mijn twee resterende broodjes uit Bilzen eet ik op.

Met mijn lichaam terug op krachten, stap ik zelfverzekerd verder. Op de hoek een wit huis dat mijn aandacht trekt. Een vrouw spreekt me aan: “Naar waar gaat u?” “Naar ginder!” en ik stap verder. “Dat mag niet!” Nog altijd zelfverzekerd en met een vriendelijke glimlach antwoord ik, “Ja toch, dit is mijn pad, het is juist.” Tot de vrouw me meldt dat dit eigendom is van het Vipassana Meditatiecentrum. En plots wordt het me duidelijk dat mijn gedachten bij dit centrum liggen en effectief, hmmm, de wandelroute is er net naast. Hi, ik voel me net een puber die iets mispeuterd heeft. Een wielrenner en zijn vrouw keren even terug nadat ze mijn Jakobsschelp achterop hadden gezien. We wisselen ervaringen uit rond de camino, praten over de buurt waar ik nu door wandel. De vrouw zegt “Daar moet je toch sterk voor zijn om zoiets te ondernemen!” Deze zin blijft hangen. Ben ik sterk? Ik gebruik liever het woord krachtig. Vaak hoor ik angst bij de ander of verschillende redenen worden aangekaart om niet van start te gaan. Ik ben ervan overtuigd dat er heel veel mensen zo een weg kunnen afleggen. Vertrouw in jezelf. Vertrouw in wat de weg je brengt. Wanneer je de deur opent naar wat je binnenin voelt, dan geef je jezelf de kans om te groeien. Eenmaal die deur open is, geef je jezelf de kans om in je kracht te staan. Je komt in een wereld die je niet onbekend is. De wereld van je ‘Zijn’.

In Heppeneert volg ik een misdienst mee onder twee lindebomen. ’s Avonds kom ik bij de zusters Maria en Marie-Thérèsa terecht in Maaseik.

GPX Bestand Rekem naar/à  Maaseik

Confiance

Derrière moi la porte d’entrée du presbytère de As. Devant moi une pelouse presque vide, à quelques tentes près. Je marche directement à la rencontre de la nature dans ‘Le Parc National de la Haute Campine’(Nationaal Park Hoge Kempen). Comme gymnastique matinale, je grimpe à l’intérieur de la réplique de la tour de forage dans laquelle en 1901 André Dumont remonta le premier charbon de As. Cent trente-cinq marches. En haut une vue d’ensemble du Parc National.

À partir d’ici, je marche onze kilomètres en ligne droite, direction Elen. Enfin je peux laisser  la description de l’itinéraire, un long moment dans la poche de mon pantalon. Le long de la route beaucoup de cyclistes. Souvent je m’entends dire; “Tu ne te sens pas seule? Moi je ne saurais pas faire ça.” Il est rare que je me sente seule. Cyclistes et promeneurs se saluent mutuellement. Un bonjour, un petit geste précieux. Une connexion.

J’entre dans un campement. Fin du camp. Tension et stress sont présents. Des parents récurent les locaux. J’entends de l’anxiété, quand je demande à utiliser les toilettes. Un fromage blanc et un yaourt me sont offerts. Je mange aussi les deux pains qui me restent et qui viennent de Bilzen.

D’un pas ferme, et avec un corps qui a repris force, je continue ma marche. Sur le coin une maison blanche qui attire mon attention. Une femme m’adresse la parole, “Vous allez où?” “Vers là-bas!”, et je continue de marcher. “Vous ne pouvez pas.” Encore toujours confiante et avec un gentil sourire je lui réponds, “Si quand même, c’est mon chemin, et il est juste.” La femme me dit que c’est la propriété du Centre de Méditation Vipassana. Et soudain je me rends compte que mes pensées sont dans ce centre et effectivement, hmmmm, le chemin passe juste à côté. Hihihi, je me sens comme une adolescente ayant fait de travers.

Un coureur et sa femme reviennent sur leurs pas après avoir remarqué la coquille Saint-Jacques sur mon dos. Nous échangeons des expériences du camino. Parlons des environs dans lesquelles je me trouve aujourd’hui. La femme dit, “Pour entreprendre cela vous devez quand même être forte!” Cette phrase reste dans mes pensées. Suis-je forte? Je préfère le mot puissante. Bien souvent j’entends de l’anxiété chez les autres où de différentes raisons sont abordées pour ne pas prendre le départ. Je suis persuadée que beaucoup de gens peuvent faire un tel parcours. Avoir confiance en soi. Faire confiance à la route et à ce qu’elle vous apporte.

Quand tu ouvres la porte à ce que tu ressens au fin fond de toi, alors tu te donnes la chance de grandir, d’apprendre, d’évoluer. Une foi la porte ouverte, tu te donnes la possibilité de développer ta force intérieure. Tu entres dans un monde qui ne t’est pas inconnu. Le monde de ton ‘être’.

À Heppeneert je suis une messe sous deux tilleuls. Le soir j’atterrie chez sœur Maria et sœur Marie-Thérèsa à Maaseik.

 

fantAStival

 

Jasmine Debels (8 van 8)

“Ambulance, ambulance”, hoor ik plots in de stilte van de nacht. Ik slaap terug in. Uren later sta ik op. Ik laat de lucht uit mijn slaapmatje ontsnappen. De rugzak wordt gevuld. Na een koffie ga ik op zoek naar eten. De eerste keer binnen het project. Angst doet me twijfelen. Ik maak een klik in mijn hoofd. Ik stap een plaatselijke gekende supermarkt binnen en ga op zoek naar iemand die me kan helpen. De eerste persoon is meteen de juiste. De eigenaar. Twintig minuten later kom ik naar buiten met een halve kilo klaargemaakte aardappelen, broodjes, hespenworst en twee gezonde drankjes. Aan het politiekantoor, een bankje. Tijd voor een ontbijt. Ik kies voor de aardappelen, omdat ik ze niet koel kan bewaren. Een drankje. 

In Munsterbilzen, het plantendorp. Ik ontmoet er Mariette, zittend op een laag plastic bakje met een kussen erover gespannen. De opgeschoten Lobelia’s worden gekortwiekt. Een verjongingskuur in de hoop op nieuw leven. Ik hou haar wat gezelschap en zij mij. Het Munsterbos inwandelend zie ik een eekhoorn. Wat zijn die diertjes speels, snel en alert! Telkens brengen ze me vreugde.

Ik lees eventjes een boodschap op mijn blog. Tranen in mijn ogen. Wat doet het deugd te weten dat ik via mijn verhalen andere mensen kan ontroeren. Ik laat even mijn tranen vloeien. Al een paar dagen heb ik een latente hoofdpijn. Vocht, drukpunten, ontsteking… !? Ik drijf mijn vochtinname op en steek mijn camera in mijn tas, zodat die niet langer aan mijn nek hangt. Ik wandel een lang stuk langs een ‘monostort voor vliegassen’ en onder hoogspanning. Ahggrr…hopelijk mag dit snel veranderen. Aan de Lourdesgrot van Wiemesmeer eet ik de rest van de aardappelen en wat hespenworst. Dit doet me terugdenken aan mijn kindertijd en de picknick van op schoolreis. Het is hier stil, en weg van de drukte van de horecazaak aan de andere kant van de straat. Aan de kerk van Wiemesmeer trakteer ik mezelf op een koffie. Al heel snel zit ik met twee dames te praten. Een gezellige babbel met fijne mensen. Later besef ik dat ik zelfs hun namen niet weet (Facebook hielp mij hierbij, Marleen en Gerda). Een lange asfaltweg in een bos neemt me mee tot bijna in het centrum van As. Het asfalt doet mijn voeten geen deugd. Uit het bos trotseer ik de warmte, de autogeluiden en de drukte op de weg. In het Sint-Aldegondiskerkje zoek ik verfrissing. De kerk wordt vandaag gebruikt voor het ‘FantAStival’, een ecologisch familiaal festival voor jong en oud. Als een lopend vuurtje gaat het de ronde dat er een pelgrim aanwezig is. Ik word voorgesteld aan de één en de ander. Er wordt gezocht naar een oplossing voor een overnachting. Paula en nog mensen van de organisatie stellen me de pastorie voor. Een woonst waar ik altijd al van gedroomd heb. Ik geniet van de nieuwe ontmoetingen, het jeugdig spektakel van clown Pierke, de spontane glimlach van een klein meisje en de prachtige muziekband ‘Marble Sounds’.

GPX Bestand Munsterbilzen naar/à Rekem

FantAStival

“Ambulance, ambulance”, entendais-je en plein milieu du silence de la nuit. Je me rendors. Des heures après je me lève. Je laisse s’échapper l’air de mon matelas. Je rempli le sac à dos. Après un café je vais à la recherche de nourriture. La première fois durant ce projet. La peur me fait hésiter. Je fais un déclic dans ma tête. J’entre dans un supermarché connu de la région et vais à la recherche de quelqu’un pouvant m’aider. La première personne est la bonne. Le propriétaire. Vingt minutes plus tard je sors avec un demi kilo de pommes de terre préparées, des petits pains, du saucisson au jambon et deux boisons saines. À hauteur du commissariat de police, un banc. Temps de prendre le petit déjeuner. Je choisis les pommes de terre, puisque je ne sais pas les garder au frais. Une boisson.

À Munsterbilzen, village fleurie, je rencontre Mariette. Elle est assisse sur un bac en plastique bas avec un coussin tendu dessus. Les lobelias longilignes sont réduites. Une cure de rajeunissement et l’espoir d’une nouvelle vie. On se tient mutuellement compagnie. En entrant dans la forêt de ‘Munster’ je vois un écureuil. Que ces petits animaux sont joueurs, rapides et alertes! À chaque fois ils m’apportent de la joie.

Je lis un moment un message sur mon blog. Des larmes dans aux yeux. Que cela fait du bien de savoir qu’à travers mes récits je peux émouvoir d’autres personnes. Je laisse couler mes larmes durant quelques instants. Voilà déjà quelques jours qu’un mal de tête s’annonce. Humidité, points de pression, inflammation… !? J’augmente ma consommation de liquide et mets mon appareil photo dans son sac, au lieu de le pendre autour du cou. Je parcours un long bout de chemin le long de ‘La Décharge de Cendres Volantes’ et sous des câbles de haute tension. Ahggrr…j’espère qu’il y aura vite du changement. À la grotte de Lourdes de Wiemesmeer, je mange le reste de mes pommes de terre ainsi qu’un peu de saucisson au jambon. Ceci me fait penser à mon enfance et au pique-nique des voyages scolaires. Ici le silence règne, je suis à l’écart de la salle de restauration située de l’autre côté de la route. À hauteur de l’église de Wiemesmeer, je me paie un café. Très vite j’entre en conversation avec deux dames. Une conversation agréable avec de braves gens. Plus tard je me rends compte que je n’ai même pas leurs noms. (FB m’aide ici, Marleen et Gerda). Un long chemin en asphalte traversant un bois me mène presque jusqu’au centre de As. L’asphalte ne fait pas de bien à mes pieds. Sortie du bois je défie la chaleur, le bruit des voitures et le trafic sur la route. Dans la petite l’église de Saint-Aldegonde je cherche la fraicheur. L’église est aujourd’hui utilisée pour le FantAstival. Un festival écologique familial pour petits et grands. La nouvelle qu’un pèlerin est présent se répand comme une trainée de poudre. Je suis présentée à l’un et à l’autre. On cherche à me loger pour la nuit. Paula, est d’autres membres de l’organisation me proposent le presbytère. Une habitation dont j’ai toujours rêvée. Je profite des nouvelles rencontres, du spectacle pour jeunes du clown Pierke, du rire spontané d’une petite fille et de la belle fanfare de ‘Marble Sounds’ .

 

Joske

 

Jasmine Debels (11 van 14)

Provinciedomein ‘Het Vinne’

Na een half uur stappen sta ik ergens middenin de velden nog altijd dichtbij Attenhoven. De natuur weet me te boeien. De zon tovert een gordijn van stralen doorheen de grijze wolken. De zwaluwen vliegen heel laag over de velden. Zou er regen op komst zijn? Ik wandel vandaag van Brabant naar Limburg. De boomgaarden wisselen voortdurend. Appels, peren, kersen. De Convolvulvus nestelt zich in de graanvelden. In de hoogte valt een kraai een havik aan. De weg wisselt af door de prachtige natuurgebieden en fietsroutes. In de verte staat een man te praten met een vrouw. Naast hem een grasmaaier. Hij draagt een grijze overall en een pet op zijn hoofd. “Goedemiddag! Jij hebt een mooi klaksken op”, zeg ik aan de man al stappend. “Ja, ik heb er twee. Ik zal het tweede niet versleten krijgen”, roept hij een paar meters verderop. Een klakske met de kleuren van de rodebolletjestrui. Ik stap het natuurgebied in langs de Kleine Nete. Vlinders fladderen heen en weer. Dazen zoeven langs mijn oren. Een bonte specht komt voor mij een boom uitgevlogen. 

Na de middag ben ik in Zoutleeuw. De gothische kerk staat in de steigers. Ik krijg de mogelijkheid ze binnenin te zien. Daniël had me gezegd dat het de moeite waard is. Ik kan dit alleen maar bevestigen. Een pracht van religieuze kunstwerken. Wanneer ik Zoutleeuw uitwandel hoor ik de carillon nog. Provinciedomein ‘Het Vinne’. Na een bocht sta ik versteld van dit overdonderend mooi natuurgebied. Op houten vlonders wandel ik tussen de watervogels. Voor ik naar het centrum van Sint-Truiden ga, bezoek ik de Sint-Jacobskerk in Schurhoven. Terug buiten vraag ik een man de weg naar de zusters Ursulinen. Ik maak kennis met Jos Bonckart. “Kent u me niet? Ik ben Seppe, de jodelaar van ‘Belgium’s Got Talent’. Ik kom al vijftien jaar zingen op de kerstmarkt in Gent. Vorig jaar nog de Gentse Feesten afgesloten”, weet hij me enthousiast te vertellen met een mooi zingend accent. “Euh, neen”, antwoord ik wat verwonderd. Jos is bijna 50 jaar actief bij de blaaskapel ‘De Oppenheimers’. Een actieve, behulpzame man. Hij neemt me mee richting de zusters Ursulinen. Niet ver van de markt ontmoeten we de schepen van Cultuur. De schepen belt op zijn beurt de pers. De pers, de plaatselijke fotograaf. Ik probeer de drukte van regelingen en afspraken te volgen. Benieuwd of er een artikel zal verschijnen.

Bij de Ursulinen met Joske aan mijn zijde vraag ik om een overnachting. Ik denk dat de zusters geschrokken zijn van de overdonderende hartelijke behulpzaamheid van Jos. Ik krijg een neen te horen. Bij de Clarissen vraag ik aan Jos het wat rustiger te houden. De bel. Zuster Francine doet open. Ik stel opnieuw de vraag. “We zijn aan het bidden. Kom binnen, we vragen het dan straks aan de abdis.” ”Dankjewel zuster”, en ik ga binnen. Jos vraagt of hij ook mee binnen mag. We gaan samen de kapel in. Middenin de dienst, niet beseffend dat de gebeden niet voorbij zijn, bedankt Joske de zusters hartelijk en vertrekt. Onze ontmoeting en de avond ontroerden hem. De gebeden gaan verder. Na de dienst gaan we naar de spreekkamer. Na de drukte komt de rust. Ik vertel de zusters het verloop van de avond. Ondertussen is de soep aan het opwarmen en staat de tafel gedekt. Ik weet niet waar begonnen. Telkens wanneer ik wil beginnen eten komt er terug een zuster met iets nieuws voor op tafel. Met vier zusters rond me heen probeer ik te eten. Wat zijn ze schattig. Na een warme douche ben ik al heel snel in dromenland.

GPX Bestanden Attenhoven naar Sint-Truiden/ Attenhoven à Saint-Trond

Joske

Après une demi-heure de marche je suis quelque part au milieu des champs, encore près d’Attenhove. La nature me subjugue. Le soleil crée un rideau de rayons à travers les nuages gris. Les hirondelles volent à ras le sol. Cela annoncerait-il de la pluie! Aujourd’hui je marche du Brabant au Limbourg. Les vergers alternent tour à tour. Pommes, poires et cerises. Le Convolvulvus se niche dans les champs de blé. Dans le ciel un corbeau attaque un faucon.

Le chemin alterne entre de magnifiques réserves naturelles et des trajets pour cyclistes.

Au loin un homme et une femme en conversation. À leur coté une tondeuse à gazon. Il porte une salopette grise et une casquette sur la tête. Je lui dis, en continuant ma route “Bonjour, tu as une belle casquette!” “Oui, j’en ai deux, je n’userais pas la seconde”, me crie-t-il après.

Une casquette aux couleurs du maillot à pois rouge. J’entre dans la réserve naturelle le long de la ‘Kleine Nete’. Les papillons voltigent. Les taons me sifflent aux oreilles. Un pivert s’envole devant moi.

Après le déjeuner je suis à Zoutleeuw (Léau). L’église Gotique est dans les échafaudages. J’ai la possibilité de la visiter. Daniël m’avait dit que cela en valait la peine. Je ne peux que le confirmer. De magnifiques arts religieux. Sortie de Zoutleeuw j’entends encore le carillon.

Au domaine provinciale ‘Het Vinne’. Après un virage, je m’étonne de la beauté époustouflante de la réserve. Marchant sur des pontons en bois je me promène entre les oiseaux aquatiques. Avant de rejoindre le centre de Saint-Trond (Sint-Truiden), je visite l’église Saint-Jacques de Schurhoven. De retour à l’extérieur je demande à un homme s’il peut m’indiquer le chemin vers les Ursulines. Je fais connaissance avec Jos Bonckart. “Vous ne me connaissez pas? Je suis ‘Seppe le Yodleur’ de Belgium Got Talent. Depuis quinze ans déjà je viens chanter au marché de Noël de Gand (Gent). L’année dernière j’ai clôturé les fêtes Gantoises”, me dit-il avec beaucoup d’enthousiasme et son bel accent chantant. “Oh, non”, lui répondis-je quelque peu étonnée. Jos est actif, depuis maintenant presque 50 ans, dans la fanfare ‘De Oppenheimers’. Un homme actif qui aime se rendre utile. Il m’invite à le suivre direction les Ursulines. Pas loin du marché, on rencontre l’échevin de la culture. Ce dernier appelle la presse. La presse, le photographe régional. J’essaie, dans l’agitation des arrangements et des accords, de suivre. Curieuse de voir si un article va paraître.

Chez les Ursulines, avec Joske à mes côtés, je demande un logement. Je crois que les sœurs sont surprises de l’intensité avec laquelle Joske exprime sa chaleureuse serviabilité. Je reçois un refus. Chez les Clarisses, je demande à Joske de tempérer. Je sonne. Sœur Francine vient ouvrir. Je pose à nouveau ma question. “Nous somme occupées à prier, entrée et on demandera cela toute à l’heure à l’abbesse”. “Merci bien ma sœur” et j’entre. Jos demande s’il peut aussi entrer. Nous entrons ensemble dans la chapelle. En plein milieu du service,

ne se rendant pas compte que les prières ne sont pas terminées, Joske remercie chaleureusement les Sœurs et s’en va. Notre rencontre et la soirée l’ont émotionné. Les prières continues. Après le service on se rend dans le parloir. Après l’agitation vient le calme. Je leur raconte le déroulement de la soirée. Entre temps la soupe chauffe et la table est mise pour moi. Je ne sais où commencer. Chaque fois que je veux commencer à manger, une sœur entre pour mettre une nouvelle chose à table. Entourée de 4 sœurs, j’essaie de manger. Qu’elles sont charmantes. Après une douche chaude je me retrouve très vite au pays des songes.