La cerise

image

14 mei – Mijn wekker,  waar, mijn wekker. Ik hoor hem…mijn lichaam reageert nog niet. Om acht uur ga ik samen met de zusters bidden. Nadien nemen we samen het ontbijt. Pas om negen uur verlaat ik het gebouw en neem ik afscheid. De platte dakpannen hebben plaats gemaakt voor de gebogen zuiderse dakpannen.
In Saint Leonard de Noblat, geniet ik van de kleine pittoreske straatjes.  Vooral van het zien dat er leven in het dorp is. De eerste bakker en fruitboer na 2 dagen wandelen. Een kleine verwennerij ” chocola et guimauve”. In een papeterie zie ik in de etalage een traditioneel Frans mes liggen ‘L’Aigiuole’ met een prachtig houten handvat.  Ik kan me niet weerhouden. Aan de kassa meld ik dat ik de houten verpakking niet wens. Ze kijken me verontwaardigd aan. “Madame l’important c’est le couteaux. Le reste c’est du poids et cela prends de la place aussi bien dans mon sac que dans mes armoirs”. De verontwaardigde blik wordt groter. Ik wandel verder.
Een fikse daling om de stad te verlaten, brug over en het bos in. Uit het bos kom ik in een klein dorpje. De schrijnwerker staat klaar om te vertrekken.   Een vrouw roept de man eventjes terug. Een teder gebaar, een kus. Een mooi tafereel “ah, c’est jolie”. “Merci” met een lange i die blijft naklinken, zegt de vrouw met een zekere fierheid. Rond 13u kom ik aan in Aureil. Kort achter de kerk staan veel wagens geparkeerd.  Zou dit op een bar of restaurant kunnen wijzen! Een klein bordje aan de façade,  niet echt duidelijk of het nog bestaand is of niet. Een dubbele deur, een gordijn en achter het gordijn vele gedekte tafels. Het is ondertussen al wel duidelijk dat ik graag lekkers ga eten. De echte Franse keuken, hier is het deze van Paulette. Om de vingers af te likken. Bij het verlaten van het restaurant wordt ik aangesproken.  “Excuses moi, je peut vous demander une question” vraagt een man. Al heel snel wordt één vraag meerdere vragen. De laatste vraag “pourqoui vous faites ce chemin”. “Bhein, monsieur, chaque pelerin a sa raison. Vous voyer, dans votre assiete il y a un gateau au fraises. Bhein, pour moi ce sera la cerise sur le gateau”. Hij kijkt me aan en knikt. Met een wederzijds warm gebaar verlaat ik het restaurant. 

Tip: Restaurant Rebeyrolles (epicerie-tabac), Aureil

Nick

image

13 mei – De dag start met lichte regen. Af en toe is er een plaatselijke bui. De dik begroeide bomen doen dan goed zijn dienst. De weg gaat goed omhoog langs een bos van naaldbomen.  De vergezichten zijn wat verminderd en hebben niets meer te maken met de wijdse natuur van de voorbije dagen en weken. De varens groeien tot 1 m hoog om zich dan pas te openen.  De zon die ondertussen terug van de partij is, droogt al heel snel de weg waardoor ik tenmidden dampen wandel. Nick wandelt kort achter me aan, een pelgrim die de voorbije nacht in dezelfde refuge heeft geslapen. De  ganse dag delen we elkanders weg en wandelen we samen een deel van de camino. Op de middag proberen we iets te vinden om te eten. We hebben geluk. Net voor sluitingsuur vinden we nog een restaurant. In Luccas op 3 km van St. Leonard de Noblat nemen we afscheid. Ik blijf hier logeren bij de zusters. Met open armen en met een grote glimlach wordt ik er ontvangen.  s’ Avonds delen we de maaltijd in de living waar een schitterende plankenvloer ligt. Ik laat dan ook mijn schoenen aan de ingang staan zodat ik deze met blote voeten kan voelen.  Na het eten help ik de zusters met de afwas en al heel snel nadien roept mijn bed om te gaan rusten.

Rayon de soleil

image

12 mei – “Maintenant” hoor ik roepen in de verte.  Naast mij hoor ik twee mannen schrikken. Oeps, half wakker besef ik dat ik het ben. Twee uur in de morgen. Een nachtelijke droom. Zou het binnenkort volle maan zijn!  Vroeg vertrek ik uit Bénévent l’ abbaye waar ik geslapen heb in de refuge Adodane. Voor mijn vertrek meld de eigenaar dat er een verkorte weg is van 6 km ” Il est plus court et le camino c’est qoui, ils vous emene que part des eglises!” “Bhein, c’est un pelerinage monsieur” antwoord ik verwonderd. “Vous aller rien trouver par la”. “Oh, bhein il y a toujours bien une maison”.  Zijn reacties voelen niet goed. Een zware dag met veel stijgen tot in Saint-Goussaud. Natuurlijk na een stijging komt een daling… . Langs de weg ontmoet ik Madeleine met haar hondje. “Il fait pas beau, vous n’avez pas de chance” meld ze me terwijl ze me aankijkt.  “Oh, madame il a toujours le soleil sur chemin” vertel ik haar met een glimlach. We blijven wat verder praten en voor ik in een bosje verdwijn lacht Madeleine me mooi toe en zegt “Bon chemin ma fille”. “Vous voyer madame, il y a toujours le soleil sur le camino. Votre sourire est un rayon de soleil” en ik zwaai. In Châtelus le Marcheix verblijf ik in een nette en aangename refuge van de gemeente. Ik verneem dat er iemand de pelgrims een andere weg opstuurt. Ik denk aan de reactie van deze morgen in de refuge in het voorbije dorpje. Dit wordt bevestigd door een pelgrim die niet aankwam en op dezelfde plaats heeft overnacht. Een ongepast gedrag op de pelgrims route.

Onweer

image

11 mei – Een lang ontbijt met Paulette om dan met een lichte regenbui te vertrekken. In een weide langs de weg ontmoet ik een hertje. Ik blijf stilstaan op de weg zodat het hertje niet schrikt van me. De weide is omringd met prikkeldraad.  Na een goede 5 min. weet het te ontsnappen zonder zich pijn te doen.
De dag is gevuld met afwisselende regenbuien. Op de middag ga ik binnen in een restaurant aan het begin van Chamborant. Verrukkelijk! Lang geleden dat ik zo lekker heb gegeten.  Gegratineerde aardappels,  suikerbonen en een stevig stuk vlees gebakken in een rode wijn saus. Pas veel later vertrek ik terug met de zon. De zon scheen in de verte op een huisje. De grijze wolken op de achtergrond versterken dit mooie zicht. Ik hoor gedonder. Daarom die mooie grijze wolken. Onweer! Ik stap sneller want het onweer zit kort achter me aan. Onweer schrikt me normaal niet af, de situatie was een beetje anders. Hoog plateau, geen enkel afscherming, veel bomen en velden. Donder, bliksem en in enkele minuten zag ik niets meer, een dik gordijn van hagel. Ik denk dat ik nog nooit zoveel heb gebeden. De bliksem zat kortbij. De weg draait plots naar links. De brede grijze strook verdwijnt rechts van me. Mijn gebeden werden aanhoort.  Verder een meer. Ik stop er voor de mooie reflecties op het water. Op twee meter voor me valt een stuk boomtak van tien centimeter diameter naar beneden. Welke gebeden 🙂 😉

Tip: La table de Chamborant, route de Fursac, Chamborant

La Creuse

image

10 mei – Nog even langs het gemeentehuis waar ik internet verbinding heb om mijn beelden in dropbox te plaatsen. De weg daalt onmiddellijk naar de rivier. Waw, wat een pracht en het doet me al heel snel de mindere mooie stukken van deze route vergeten. Nu begrijp ik waarom een tal van bekende kunstenaars in deze buurt verbleven. ‘La Creuse’.
In een tuin zie ik een man leunend op zijn spade. “Bonjour monsieur,  il est beau votre jardin”. “Oh merci, cela pousse lentement”, antwoord hij me met een glimlach. “Il sont belles vos salades”. “Merci madame” en hij neemt terug zijn spade in de hand. De wind is terug harder beginnen waaien. In een klein bosje hangt een houten brievenbus met een Sint Jakobsschelp.  Er achter een bank en tafel gemaakt uit een boomstam. Uitnodigend en het doet me er ook op wijzen dat eten noodzakelijk is. Wat ik soms wel vergeet door al die schoonheid rond me heen. Terwijl ik mijn brood snij hoor ik “Je peut prendre une photo”. Ik schrik. De pelgrim met de rode cape excuseert zich en verdween even snel zoals hij gekomen was.  De wind is nog altijd van de partij en doet de tarwe op een elegante manier dansen.  Ik breng mijn armen zijwaarts en voel dat mijn borstkas zich opent. Ik adem goed in en uit. Zuurstof. Wat doet dit deugd! Ik wiebel zachtjes heen en weer. De kleurrijke bloemen rond mij doen mee. De wind in mijn haren… Ik ben gelukkig.  Tranen van ontroering. Rond 16 uur kom ik aan in La Souterraine waar Max zich ontfermt over de pelgrims.  Heel snel weet hij een overnachting voor mij te regelen.  Een uur later zit ik samen met Paulette, twee zusters en nog wat mensen een rozenkrans te bidden, dit op de vooravond van moederdag.

Nini

9 mei – Na een gezellige avond bij Nadine en Bernard geniet ik nog van een ontbijt samen. Bernard brengt me nadien terug naar Cuzion waar gisteren mijn dag eindigde. Een smal pad neemt me mee doorheen een bos, een sterke afdaling richting la Creuse. Een prachtig stuk natuur.  Op een geheven moment besef ik dat ik een pijl van de weg heb gemist.  De lange weg brengt me omhoog op een plateau. De wind is er sterk en krachtig. Af en toe komt de zon een goeie dag zeggen.  Kort na de middag kom ik aan in Crozant. Na een afdaling kom ik langs de ruïnes van het kasteel. Het is hier zo rustig en sereen dat ik beslis om hier mijn nacht door te brengen in de refuge.  Een oude kantine. Ik breng mijn gerief in de kantine en ga wat kuieren in het dorp. Eén bakkerij, 2 kruidenierswinkel en een gerenommeerd restaurant. In het eerste winkeltje ga ik binnen.  Een hoogbejaard vrouwtje Nini la Berthonière zit op haar stoeltje ten midden haar etenswaren. Ik koop er wat drank en groenten en meld haar dat ik binnen een uurtje terug kom om haar gezelschap te houden. “Ah, c’est bien ma fille. C’est gentil”. Een uur later was ik er terug. Nini wist niet meer wie ik was.

De crypte

A faded mural depicting Christ seated in the center, with raised hands, flanked by two angels on either side, against a textured, weathered wall. Gargilesse Dampierre on the way to Santiago from Belgium
Ancient wall painting Gargilesse- Dampierre

8 mei – Als iemand mij  zou vertellen dat ik rheuma heb, zou ik het nog geloven. Een hoofdkussen onder de benen om ze tijdens het slapen wat hoger te brengen, neemt de pijn niet weg in de beenderen.  Behalve dit doen mijn voeten het prima.  Zo goed dat mijn tenen al drie maal uit mijn kousen zijn ontsnapt op weg naar vrijheid. 😉 Voor de eerste maal heb ik het koud tijdens de ochtend. Een saaie weg van Cluit naar Le Pommier, om dan nadien een paar keer onder hoogspanning draden te wandelen. Ik krijg er koude rillingen van. Net voor Gargilesse een stukje bos om dan een stevige daling te hebben naar het dorp. Het dorpje Gargilesse is heel pittoresk. Ik dacht hier iets te eten te vinden,  niets. De Romaanse kerk met zijn crypte zijn het  meer dan waard en wie deze niet binnen wandelt heeft ongelijk. Prachtige fresco’s.  (Niet vergeten ze houden niet van flislicht). Na de schoonheid van de crypte ga ik op een bankje kaartjes schrijven. Een uur later kom ik aan in Cuisson. Er is een plaatselijke markt: bloemen,wijn en wat handwerk. In totaal ongeveer zeven standen. Een groot succes voor de inwoners.  De langste stand die er blijft…. een bar.  Ik wacht op Bernard en zijn vrouw,  ik mag deze avond bij hen logeren

Hartelijk

image

7 mei – Mijn beenderen deden wat minder pijn. Ik ga nog even langs de bakker om een bruin brood. De weg veranderd heel snel van asfalt naar afwisselende landwegen en daar ben ik heel blij mee. De natuur is mooi groen. De bermen terug goed gevuld. “Yes”! De buizerd laat zich in een mum van tijd heel snel door de luchtstroom op een paar 100 m boven de grond brengen. De meidoorn verwelkomt me hartelijk. De eglantier staat er met evenveel schoonheid ernaast. Beiden verstrengelen zich en vormen dikke hagen tot bijna hagen met arcades. Ik geniet van de rust en de schoonheid rond mij. In Neuvy Saint Sépulcre dacht ik eventjes een bloeiend dorp te zien. Jammer. De ene winkel naast de andere met nostalgische etalages staan leeg ‘A vendre’. Nog een fantoomdorp of stad. En zo is dat al bijna gans de weg in Frankrijk. De Basiliek Saint Etienne een beschermt monument door de Unesco, weet dan toch iets positiefs te brengen in dit dorp. ‘Un routier’ een middag schotel. Tegen de avond kom ik aan in Cuit, een historische stad waar ik in een klein huisje slaap voor pelgrims.  Om 21 uur sluiten mijn ogen zich op weg naar…

Romaans

2 mei- Zeven uur op de baan. Met een goede stevige stap zet ik mijn dagje in. Een lichte regen. Ik geniet van de natuur die ontwaakt.  De weg is afwisselend asfalt en lange grassen. Beiden hebben hun voor- en nadelen. Het regent wat harder, het hindert me niet verder te genieten. Voor de middag ontmoet ik Chantal. Ik wandel korte stukken met haar mee. Nadien neem ik terug wat voorsprong.  Ik geniet van het alleen zijn. Vooral omwille van de intense beleving. Op een weg in het bos sta ik plots stil en probeer niet meer te bewegen.  Een volwassen hert. Ze steekt de straat over. Eenmaal aan de overkant kijkt ze me aan en met een elegante sprong verdwijnt ze terug. In Saint-Parize-Le Chatel ga ik een prachtige 12°eeuwse crypte bekijken. Nadien volgt nog een prachtige Romaanse kerk. De muurschilderijen zijn kleurrijk en bijzonder. Op de middag eet ik samen met Chantal. We zien elkander pas ’s avonds terug in de kerk van Le Veurdre. Chantal gaat slapen in een chambre d’hôtes. Na aandringen heb ik een plaats kunnen vinden in het piepkleine bureau van de camping.

Cernunnos. (In de Keltische mythologie, werd Cernunnos de God van herten, symbool van het leven, de dood, heer van het bos en de aarde beschouwd.)

Engel

30 april – Het getik van de regendruppels op het dak van de caravan maken me wakker. Zachtjes ontwaken. Grijs buiten. Hmm, ik zou wel blijven liggen. Ik maak mijn rugzak klaar en schrijf nog wat in mijn dagboek. Na een uurtje wat luieren stap ik dit kleine huisje buiten. Het regent en zelf hier kan ik van genieten. De wandelweg is vandaag voornamelijk asfalt. Asfalt betekent ook kans op wagens. De weinige wagens die ik zie rijden, zijn wagens die denken dat ze op een racebaan zijn. Eén wagen komt recht om me afgereden en ik kan deze net ontglippen door zijwaarts in de gracht te springen. Hoe het gebeurt is weet ik niet. Het ene wat ik me herinner is dat ik een heel soepele zijwaartse sprong deed en dat mijn wandelstok de auto raakte. Nadien sta ik terug op de asfaltweg, denk, voel… Een engelbewaarder? Het voelt  raar, want ik kan het onmogelijk een plaats geven. Het ene wat ik denk ‘Wat heb ik geluk gehad’. De rest van de dag probeer ik heel voorzichtig en aandachtig te blijven op de weg. Rond de middag een pauze in de weinige restaurants die er bestaan langs de weg. Ik ben op 14 km van Nevers net voor Urzy. Ik overweeg hier te overnachten. De onvriendelijke mensen doen me beslissen om verder te wandelen. En met volle energie kom ik aan om 19 uur in Nevers. Ik vind snel een hotel kamertje. Met een grote kuip vol zeezout voor mijn voeten.