De crypte

A faded mural depicting Christ seated in the center, with raised hands, flanked by two angels on either side, against a textured, weathered wall. Gargilesse Dampierre on the way to Santiago from Belgium
Ancient wall painting Gargilesse- Dampierre

8 mei – Als iemand mij  zou vertellen dat ik rheuma heb, zou ik het nog geloven. Een hoofdkussen onder de benen om ze tijdens het slapen wat hoger te brengen, neemt de pijn niet weg in de beenderen.  Behalve dit doen mijn voeten het prima.  Zo goed dat mijn tenen al drie maal uit mijn kousen zijn ontsnapt op weg naar vrijheid. 😉 Voor de eerste maal heb ik het koud tijdens de ochtend. Een saaie weg van Cluit naar Le Pommier, om dan nadien een paar keer onder hoogspanning draden te wandelen. Ik krijg er koude rillingen van. Net voor Gargilesse een stukje bos om dan een stevige daling te hebben naar het dorp. Het dorpje Gargilesse is heel pittoresk. Ik dacht hier iets te eten te vinden,  niets. De Romaanse kerk met zijn crypte zijn het  meer dan waard en wie deze niet binnen wandelt heeft ongelijk. Prachtige fresco’s.  (Niet vergeten ze houden niet van flislicht). Na de schoonheid van de crypte ga ik op een bankje kaartjes schrijven. Een uur later kom ik aan in Cuisson. Er is een plaatselijke markt: bloemen,wijn en wat handwerk. In totaal ongeveer zeven standen. Een groot succes voor de inwoners.  De langste stand die er blijft…. een bar.  Ik wacht op Bernard en zijn vrouw,  ik mag deze avond bij hen logeren

Hartelijk

image

7 mei – Mijn beenderen deden wat minder pijn. Ik ga nog even langs de bakker om een bruin brood. De weg veranderd heel snel van asfalt naar afwisselende landwegen en daar ben ik heel blij mee. De natuur is mooi groen. De bermen terug goed gevuld. “Yes”! De buizerd laat zich in een mum van tijd heel snel door de luchtstroom op een paar 100 m boven de grond brengen. De meidoorn verwelkomt me hartelijk. De eglantier staat er met evenveel schoonheid ernaast. Beiden verstrengelen zich en vormen dikke hagen tot bijna hagen met arcades. Ik geniet van de rust en de schoonheid rond mij. In Neuvy Saint Sépulcre dacht ik eventjes een bloeiend dorp te zien. Jammer. De ene winkel naast de andere met nostalgische etalages staan leeg ‘A vendre’. Nog een fantoomdorp of stad. En zo is dat al bijna gans de weg in Frankrijk. De Basiliek Saint Etienne een beschermt monument door de Unesco, weet dan toch iets positiefs te brengen in dit dorp. ‘Un routier’ een middag schotel. Tegen de avond kom ik aan in Cuit, een historische stad waar ik in een klein huisje slaap voor pelgrims.  Om 21 uur sluiten mijn ogen zich op weg naar…

Romaans

2 mei- Zeven uur op de baan. Met een goede stevige stap zet ik mijn dagje in. Een lichte regen. Ik geniet van de natuur die ontwaakt.  De weg is afwisselend asfalt en lange grassen. Beiden hebben hun voor- en nadelen. Het regent wat harder, het hindert me niet verder te genieten. Voor de middag ontmoet ik Chantal. Ik wandel korte stukken met haar mee. Nadien neem ik terug wat voorsprong.  Ik geniet van het alleen zijn. Vooral omwille van de intense beleving. Op een weg in het bos sta ik plots stil en probeer niet meer te bewegen.  Een volwassen hert. Ze steekt de straat over. Eenmaal aan de overkant kijkt ze me aan en met een elegante sprong verdwijnt ze terug. In Saint-Parize-Le Chatel ga ik een prachtige 12°eeuwse crypte bekijken. Nadien volgt nog een prachtige Romaanse kerk. De muurschilderijen zijn kleurrijk en bijzonder. Op de middag eet ik samen met Chantal. We zien elkander pas ’s avonds terug in de kerk van Le Veurdre. Chantal gaat slapen in een chambre d’hôtes. Na aandringen heb ik een plaats kunnen vinden in het piepkleine bureau van de camping.

Cernunnos. (In de Keltische mythologie, werd Cernunnos de God van herten, symbool van het leven, de dood, heer van het bos en de aarde beschouwd.)

Engel

30 april – Het getik van de regendruppels op het dak van de caravan maken me wakker. Zachtjes ontwaken. Grijs buiten. Hmm, ik zou wel blijven liggen. Ik maak mijn rugzak klaar en schrijf nog wat in mijn dagboek. Na een uurtje wat luieren stap ik dit kleine huisje buiten. Het regent en zelf hier kan ik van genieten. De wandelweg is vandaag voornamelijk asfalt. Asfalt betekent ook kans op wagens. De weinige wagens die ik zie rijden, zijn wagens die denken dat ze op een racebaan zijn. Eén wagen komt recht om me afgereden en ik kan deze net ontglippen door zijwaarts in de gracht te springen. Hoe het gebeurt is weet ik niet. Het ene wat ik me herinner is dat ik een heel soepele zijwaartse sprong deed en dat mijn wandelstok de auto raakte. Nadien sta ik terug op de asfaltweg, denk, voel… Een engelbewaarder? Het voelt  raar, want ik kan het onmogelijk een plaats geven. Het ene wat ik denk ‘Wat heb ik geluk gehad’. De rest van de dag probeer ik heel voorzichtig en aandachtig te blijven op de weg. Rond de middag een pauze in de weinige restaurants die er bestaan langs de weg. Ik ben op 14 km van Nevers net voor Urzy. Ik overweeg hier te overnachten. De onvriendelijke mensen doen me beslissen om verder te wandelen. En met volle energie kom ik aan om 19 uur in Nevers. Ik vind snel een hotel kamertje. Met een grote kuip vol zeezout voor mijn voeten.

Martinet

29 april – Ik neem mijn linkerkous en zie dat het gaatje die ik er gisteren in had gemaakt er niet meer is. Ben ik wel wakker! Ja hoor, Rolande heeft het gaatje gestopt. Lief van haar en ik dank haar met een zoen op de wang. Nog voor ik vertrek ga ik even naar boven om te kijken dat ik niets vergeten ben. Een t-shirt en een paar kousen zijn door mij al ergens achter gebleven. Bij het binnenkomen in de slaapkamer valt het me op dat er een stok dwars op een houtenbalk zit. Ik kijk nog even goed,  ja ik zie wel goed een ‘Martinet’. De eerste keer dat ik dit voorwerp van dichtbij zag was op heel jonge leeftijd en de laatste keer toen alle lederen linten waren verwijderd.  Het doet me vreemd dit hier te zien, in de slaapkamer waar ik heb geslapen.  Ik neem het in de handen. Het ziet er als nieuw uit, onaangeroerd. Het voelt goed. Zou dit ook een afgesloten hoofdstuk zijn? De dag gaat vlotjes en met veel moed kom in aan op de camping van Premery. Een nachtje in een caravan.

Lindeboom

28 april – Na een stevig Ayurvedisch ontbijt, trotseer ik de wind en grijze wolken. Vanaf Vézelay is de natuur hier veel groener, voller. Veel meer dieren zijn er te zien. Minder koolzaad en tarwe. Er is duidelijk iets veranderd! Een hoofdstuk is afgesloten en zo voelt het ook. Net als in een theater stuk. Een rood gordijn gaat dicht een nieuwe act kan beginnen. Rond 13u kom ik aan in Corbigny. Het begint te regenen. Met een kopje thee op een terras geniet ik van de regen. Nadien ga ik langs de supermarkt om wat voorraad voor de weg. Een noodzaak want vaak zijn de dorpen leeg en is er niets te vinden. Ik loop de rijen af. Overdaad, ik kan geen keuze maken. Chocolade met noten staat wel op mijn lijstje 🙂 Wat kan dit smaken. De weg gaat verder langs mooie paden en tussen weilanden op ‘la voie Romaine’. In Chitry-les Mines neem ik wat grotere stappen na te zien dat de wind is komen opsteken. Juist gezien,  ik kan me net schuilen onder de Lindebomen net naast het monument van Jules Renard. Een schrijver die onder ander het verhaal schreef van ‘Poil et Carotte’. De zon komt terug te voorschijn en neem afscheid van de Lindebomen. Pazy, waar ik zal overnachten verwelkomt me met een laan vol jonge Lindebomen.  Ik voel me net een prinses die wordt verwelkomt. Ik bekijk elke boom één voor één, net alsof ik deze begroet. Ik voel mijn mondhoeken naar boven komen. In het gemeentehuis klop ik aan, een groep kaarters en vraag om een overnachting voor een pelgrim. Een bed bij Rolande.

Jasmine Marie Josee Debels, pelgrim, Belgium, Compostella, Santiago
Flower -Jasmine Marie Josee