Peerdbos

Domein de Inslag

Domein de Inslag – Brasschaat

Tien uur in de morgen. Recht voor mij elf mannen aan een toog. Voor elk van hen twee glazen, één gevuld en één om straks te vullen. Mijn dagboek. Een man komt bij me aan tafel zitten. Mijn rugzak en schelp trokken zijn aandacht. Een verhaal over Compostela volgt. Hij is pas terug. Heel snel heb ik door dat er iets niet klopt aan zijn verhaal. Op zijn manier heeft hij de camino gedaan. Ik geef hem een briefje met een telefoonnummer en hoop van harte dat hij de juiste weg mag vinden.

Een brug over de autosnelweg. Het regent. Ik kijk rondom mij, geen mens, geen huis. Ik voel me veilig. Ik neem een diepe ademteug. De borstriem van mijn rugzak zit in de weg. “Jaaaa jaaaa jaaaa”, roep ik uit volle borst op de brug. Slijmen komen los, kokhalzen, spuwen. Ik roep nogmaals, tot ik hoor dat mijn stem vrijuit kan komen. Ik voel blijheid en verlossing. Een glimlach volgt. Met een rechte rug en een open borst wandel ik verder het Peerdsbos in. Bevrijding! Via een brede weg sla ik rechtsaf tussen een haag en een omheining. De dikke haag en de takken verplichten me voorover gebogen het pad te nemen en me zo smal mogelijk te maken. Eruit heb ik het gevoel dat ik door een ellenlang labyrint ben gewandeld en een nieuwe wereld ben ingestapt. Een totale rust. Geen geluid van gemotoriseerde voertuigen. Frisheid van de morgen. De ochtendregen bracht zuurstof in de lucht. De natuur lost zijn zalige geuren. Ekster, kraai en veel andere vogels vliegen in het rond. Af en toe is er een schuilhuis te zien. Ik besef plots dat de gebeurtenis van in Lier mij eindelijk duidelijkheid komt brengen. De woorden krijgen eindelijk plaats in mijn gevoel. Door het herhalen in woorden van wat voor mij niet aangenaam voelde, plaatste ik me onbewust in het slachtofferschap. Terwijl ik dacht dat het delen mij kon helpen. Eureka! Wat ben ik het gebeuren dankbaar, wat ben ik mijn hersenkronkels dankbaar, en vooral wat ben ik blij mijn gevoel te mogen beleven en toe te laten. Leven!

Van het Peerdsbos naar het park van Brasschaat. Aan mijn rechterzijde in de verte een paviljoen. Een buizerd komt uit de bomen gevlogen over het grasplein. Blijheid komt over mij stromen. In de verte een man, voorovergebogen, een wandelstok, een brilletje, een huppelende stap. Het geluid van een kinderstem op de achtergrond. De bewoonde wereld. Ah, ja, just! Het weerbericht: na regen komt zonneschijn!

GPX bestand Deurne naar/à Kapellen

Peerdsbos

Dix heures du matin. Devant moi onze hommes au comptoir. Devant chacun d’eux deux verres, un rempli et l’autre à remplir tout à l’heure. Mon journal. Un homme vient s’asseoir à ma table. Mon sac à dos et ma coquille Saint-Jacques avaient attiré son attention. Une histoire sur Compostelle s’en suit. Il venait de renter. Très vite je compris qu’il y a quelque chose qui cloche dans son histoire. À sa manière il avait parcouru le camino. Je lui tends un papier avec un numéro de téléphone en espérant de tout cœur qu’il trouvera le bon chemin.

Un pont au-dessus de l’autoroute. Il pleut. Je regarde autour de moi, pas de gens et pas de maison. Je me sens en sécurité. Je respire profondément. Le ceinture de mon sac à dos m’encombre. Jaaaa jaaaaa”, cris-je de plein cœur étant sur le pont. Des mucosités se détachent, des haut-le cœur, je crache. Je crie encore jusqu’au moment où j’entends que ma voix est libre. Je ressens de la joie et une libération. Un sourire s’en suit. Le dos droit et le thorax ouvert je continue ma promenade dans le bois de ‘Peerdsbos’. Libération! Par un large chemin je tourne à droite entre une haie et une clôture. L’épaisseur de la haie m’oblige à me courber pour continuer ma route et à me faire aussi étroite que possible. Une fois sortie, j’ai l’impression d’avoir parcouru un labyrinthe immense et d’être entrée dans un nouveau monde. Un calme complet. Pas de bruits de véhicules motorisés. La fraicheur matinale. La pluie de ce matin à mis de l’oxygène dans l’air. La nature parfume l’air. Pies, corbeaux et beaucoup d’autres oiseaux volent aux alentours. De temps à autre je remarque un abri. Je m’aperçois soudainement que l’ événement du jour précédant m’apporte de la clarté. Les mots rejoignent finalement mon sentiment. En mettant des mots sur ce qui, était pour moi une expérience très désagréable, je me plaçais dans le rôle de victime. Alors que je pensais que le partage m’aidait. Eureka! Que je suis reconnaissante de ce qui m’est arrivé, pour mes gribouillis de cerveau et surtout que je suis contente de pouvoir vivre ce que je ressens et de l’accepter. Vivre !

Du bois de ‘Peerdsbos’ au parc de Brasschaat. Au loin sur ma droite un pavillon. Une buse s’envole d’un arbre et traverse le gazon. De la joie m’envahie. Au loin un homme, courbé, une canne, des lunettes, il marche en sautillant. Une voie d’enfant en arrière-plan. La civilisation. Ah, oui, juste! Le bulletin du temps: après la pluie vient le beau temps!

 

Pelgrims

 

Jasmine Debels (3 van 5)

Detail Sint-Jacobskerk Borsbeek

Na een lange, onrustige nacht, waarin ik ieder uur op mijn uurwerk heb gezien, verlaat ik Lier. Ik voel dat ik me niet vrij kan maken van het gebeuren van gisteren. Naast mij een donkere wagen die in tegenrichting de straat oversteekt en bijna naast mij stopt. Het venster gaat naar beneden. ” Compostela?”, met een vragende verwonderde stem. “Ik heb die vorig jaar gedaan, nu het Jakobskerkenpad. Ik ken jou!” “Ik jou ook”, antwoordt de man. De volgende vijf minuten proberen we te vinden van waar. “Ik ben pas een week terug.” Tot de man zegt: “Vézelay! Ik heb je daar gezien. Je was er toen met de fiets.” “Oh ja, nu weet ik het weer. Ja, natuurlijk, we zaten op de binnenkoer van Centre Madeleine.” “Dat is straf, en elkaar hier terug tegenkomen! De camino gaat gewoon verder. Hoe heet jij? Ik ben Geert”, vertelt Geert met tranen in de ogen. “Ik ben Jasmine.” We nemen afscheid en roepen elkaar toe, “buen camino”!

In Borsbeek bel ik aan bij de pastorie. Niemand thuis. Een telefoonnummer aan het venster. Ik telefoneer om te vragen of de Sint-Jacobskerk te bezichtigen is. Een mannenstem aan de lijn, zou dit de pastoor zijn? Na twintig minuten komt een vrouw de deur openen. Wat vind ik dat lief. Aan de andere kant van de straat zie ik een forse man en zijn hond. Ik zie dat hij me op een nieuwsgierige manier aankijkt. Onze wegen kruisen zich. We zeggen elkaar een goede dag. Een lang gesprek. Een pelgrim. De volgende pelgrim ontmoet ik in een supermarkt. De verwondering, blijheid en ontroering is zichtbaar op het gezicht van de man. Een mooi en krachtig moment. Met een hartverwarmende knuffel nemen we afscheid van elkaar. Ook de vrouw aan zijn zijde krijgt een knuffel. Ik zie de mensen nog even terug aan de kassa. Ik leg mijn hand op mijn hart als teken van dankbaarheid en verbinding en wandel verder, de laatste kilometers van de dag.

Via het domein Rivierenhof, een park, kom ik moe en voldaan aan. Ik zet me op een muurtje bij een bank. Eet mijn laatste boterham op. Ik voel een aanwezigheid in de rug. Een vrouw staat achter me. “Mevrouw, woont u hier?” “Neen, ik kom naar de bank”, antwoordt de vrouw me met een vragende blik. Ik leg haar uit dat ik een overnachting zoek. Ik mag mee. De vrouw, Lieve, was recent op reis in contact gekomen met een pelgrim en aangewakkerd voor de camino. “Ja, ik heb het wel moeilijk met de verhalen ‘dat wat je vraagt, je het krijgt op deze weg’.” Ik zeg niets. Later op de avond vertelt Lieve me aan de vaat: “Dat is wel straf dat ik je net nu ontmoet.” Ik twijfel even of ik hierop reageer. “Weet je nog wat je zei over het moeilijk geloven over wat je ontvangt op de weg? Ben je nog altijd van dezelfde mening toegedaan?”  “Ja, dat is straf”, zegt ze met een meer overtuigde stem.

GPX bestand Lier naar Deurne/Lierre à Deurne

Pèlerins

Après une longue nuit agitée ou j’ai vu sur ma montre passer toutes les heures, je quitte Lierre. Je sens ne pas pouvoir me libérer des évènements d’hier.

Une voiture de couleur foncée traverse la rue venant du sens opposé et s’arrête à ma hauteur. La vitre s’ouvre. “Compostelle?!”, d’une voie interrogatrice et étonnée. “Je l’ai parcourue l’année dernière, maintenant je suis le chemin des églises Saint-Jacques en Belgique. Je te connais!” “Moi aussi”, me répond l’homme. Durant les cinq minutes qui suivent nous cherchons d’où. “Je suis seulement de retour depuis une semaine.” Jusqu’au moment où l’homme dit; “Vézelay! C’est là que je t’ai vue. Tu étais en vélo.” “Oh oui, je me rappelle maintenant. Oui bien sûr, nous étions dans la cour du ‘Centre Madeleine’ ”. “Ça c’est fort de se retrouver ici! Le camino continue. Comment t’appelles-tu? Moi c’est Geert”, me dit Geert les larmes aux yeux. “Je suis Jasmine.” Nous prenons congé en se souhaitant, “Buen camino!”

Je sonne à la porte du presbytère de Borsbeek. Personne. À la fenêtre un numéro de téléphone est mentionné. Je téléphone pour savoir si l’on peut visiter l’église Saint-Jacques. Une voie d’homme au bout de la ligne, serait-ce le curé? Après vingt minutes une femme vient m’ouvrir la porte de l’église. Comme je trouve cela aimable.

De l’autre côté de la rue je vois un homme fort en compagnie de son chien. Je remarque qu’il me regarde du regard curieux. On se croise. On se dit bonjour. Une longue conversation. Un pèlerin.

Je rencontre le prochain pèlerin dans un supermarché. L’étonnement, le contentement et l’émotion sont visibles sur le visage de l’homme. Un moment beau et fort. On se quitte après s’être chaleureusement enlacé; la femme à ces cotés reçoit aussi un enlacement. Je revois encore ses personnes à la caisse. Je place ma main sur mon cœur en signe de gratitude et de connexion et continue de marcher les derniers kilomètre du jour.

En passant par le domaine et le parc du ‘Rivierenhof’, j’arrive à destination, fatiguée et comblée. Je m’assois sur un mur près d’une banque. Mange ma dernière tartine. Je sens une présence dans mon dos. Une femme se trouve derrière moi. “Madame, vous habitez ici?”‘Non, je viens à la banque”, me réponds la femme avec un regard interrogateur. Je lui explique que je cherche un logement pour passer la nuit. Je peux l’accompagner. La femme, Lieve, est récemment, lors d’un voyage, entrée en contact avec un pèlerin et elle est intriguée par le camino.

“Oui, j’ai des difficultés avec les histoires qui racontent, que – ‘ce que tu demandes le long du chemin, tu le reçois’.” Je ne dis rien. Plus tard dans la soirée en faisant la vaisselle, Lieve me dit, “C’est quand même fort que je te rencontre juste maintenant.” J’hésite un instant, est-ce que je réagis, “Tu te souviens encore de ce que tu as dit sur ta difficulté de croire à ce que tu reçois sur le chemin? Penses-tu encore la même chose?” “Oui, ça c’est fort”, me dit-elle d’une voix convaincante.

 

Lier

Lier en zijn Zimmertoren

Met de zusters tot bij de directeur. Een groepsfoto in de binnentuin. Met z’n vieren staan we naast elkaar. Mijn sjaal waait voor een zuster. Mijn drinkfles die ergens in de weg hangt. Er wordt gelachen. ‘Klik’, vereeuwigd. We nemen afscheid van elkaar.

De kathedraal van Mechelen. Ik geniet van het ochtendlicht dat via de glasramen met flinterdunne stralen schittert. Na tien kilometer in een bebouwde kom mag ik eindelijk terug wandelen in de natuur, langs de Nete. Aan een bank houd ik rond de middag een pauze. Het is warm, de wind is vandaag sterk aanwezig en zorgt gelukkig voor wat afkoeling. Mijn schoenen verlaten mijn voeten. De kousen schuif ik over mijn wandelstokken. Een diepe zucht van verlossing. Mijn maag knort. Mijn benen liggen gespreid over de bank. Ik bekijk mijn hiel, een dikke blaar vergezelt me al dertig dagen. Geen pijn, geen last. Vóór mij een mooi natuurgebied en ja, terug van… Oh, ja waarom zou ik het niet terug in het licht plaatsen… Natuurpunt. Ik vul mijn dagboek aan. De laatste dagen heb ik het gevoel dat ik weinig inspiratie heb. Het is wat het is. Ik voel de zon op mijn huid. De lange grassen langs het water bewegen golvend mee met de wind. Net een Mexican Wave.

In de verte zijn de kerktorens van Lier zichtbaar. Wat is het fijn om Lier in te wandelen via de natuur en niet via industriezones. Een bezoek aan het begijnhof en de Zimmertoren. Op de markt een Sint-Jacobskapel. Ik ga op zoek naar een klooster. Ik word van rechts naar links gestuurd. Naar kloosters waar al lang geen zusters meer zijn. Ik sta voor een blauwe poort. Op de muur ‘de Brug’. Een onaangename ontvangst triggert een oud zeer. Een onterechte beschuldiging. Onrustig val ik heel laat in slaap.

GPX bestand Bonheiden naar Lier/ Bonheiden à Lierre

Lierre

En compagnie des sœurs jusque chez le directeur. Une photo de groupe dans le jardin d’hiver. Nous sommes tous les quatre l’un à côté de l’autre. Mon écharpe vole devant le visage d’une sœur. Ma bouteille d’eau qui n’en fait qu’à sa tête….on rit. ‘Clic’, immortalisé. Nous prenons congé .

Direction la cathédrale de Malines (Mechelen). Je jouis de voir la lumière matinale qui brille en traversant  les vitraux avec de minces rayons.

Après dix kilomètres en région urbaine je peux enfin à nouveau marcher dans la nature, le long de la ‘Nete’. Vers midi je prends une pause à hauteur d’un banc. Il fait chaud, le vent est aujourd’hui présent et crée un peu de fraicheur. Mes chaussures quittent mes pieds. Je glisse les chaussettes sur mes bâtons de marche. Un profond soupir de soulagement. Mon estomac gargouille. Mes jambes sont étendues à travers le banc. Je regarde mes talons, une grosse ampoule m’accompagne déjà trente jours. Pas de mal, pas d’ennuis. Devant moi une belle réserve naturelle et oui à nouveau de… . et oui pourquoi ne pas encore une fois le mettre en valeur et le nommer ‘Natuurpunt’. J’écris dans mon journal. Les derniers jours j’ai l’impression d’avoir peu d’inspiration. C’est ce que c’est. Je sens le soleil sur ma peau. Les longues herbes le long de l’eau ondulent avec le vent. On dirait une ‘vague mexicaine’.

Au loin j’aperçois les clochers de Lierre (Lier). Qu’il fait bon entrer dans Lierre par la nature et non par la zone industrielle. Une visite au béguinage et à la tour ’Zimmertoren’. Sur la place une chapelle Saint-Jacques. Je vais à la recherche d’un couvent. On m’envoie de gauche à droite. Vers des couvents où il n’y a plus de sœurs depuis longtemps. Je me trouve devant un portail bleu. Sur le mur ‘de Brug’. Une réception désagréable déclenche un vieux mal. Une accusation injuste. Agité je m’endors très tard.

Mechelen

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Ria brengt me met de wagen terug waar ik gisteravond eindigde. Via het geboortehuis van pater Damiaan, een museum dat nu in restauratie is, ga ik verder richting Keerbergen. Ik wandel lange tijd in een buurt waar de huizen en wagens me laten vermoeden dat dit een welstellende buurt is. Een fietser. Oogcontact. “Goede dag”, zeg ik met een knikkend hoofdgebaar. Hmm, het valt me op hoe terughoudend de mensen hier zijn. Op de achtergrond auto’s. Wat mis ik de stilte.

In het centrum van Bonheiden ga ik langs het gemeentehuis. Een halte waar Christel werkt. Ik stap binnen en word er hartelijk onthaald. Een koek en koffie. Ik dank de jarige van wie ik de koek kreeg. Na een bezoek aan het kleinste vertrek zet ik mijn weg verder. Christel en ik omarmen elkaar. Twee mannen staan ons aan te kijken. “Meneer, wil je ook zo een knuffel van me?” Waarop de man “ja” antwoordt. De knuffel volgt. “Dankjewel voor je ‘Zijn’ Christel”, zeg ik terwijl ik de trappen naar beneden wandel. “Insgelijks!” Na langs huizen te wandelen, terug een stukje natuur van Natuurpunt. Ik blijf iedere keer versteld staan van de mooie natuur waar Natuurpunt actief is. Wat doen ze dit schitterend! Ik wandel een stuk GR12 via het natuurdomein ‘Mechels Broek’ en het recreatiepark ‘De Nekker’, langs de wandeldijk van de Dijle. Op het einde, net voor de brug naar het centrum van Mechelen, een pop-up café. Ik wandel tussen de vele planten en kleurrijke attributen. Ik zet me bij aan een tafeltje. Een fijn gesprek met Esther. We zitten heel snel op dezelfde golflengte.

Na een uur stap ik weer verder richting centrum. Wat heeft Mechelen mooie gebouwen. Fijn ook om te zien dat steden zorg dragen voor hun patrimonium. De stad voelt goed. Ik vraag aan mensen waar ik nog zusters kan vinden. Weinigen hebben er nog weet van. Iemand wijst me de weg richting het diocesaan centrum. Op zoek naar een deurbel. Zuster Mieke komt opendoen. Nadien ontmoet ik zuster Lieve en Emilia. Na het avondmaal en een fijn samenzijn met de zusters zoek ik mijn kamer op. Een douche ontspant mijn spieren. Ik lees nog even en ga slapen. 

GPX bestand Humbeek naar Bonheiden

Malines

Ria me ramène en voiture au point d’arrivée d’hier. Passant par la maison natale du Père Damien, un musée actuellement en restauration, je continue direction Keerbergen. Je marche un bout de temps dans un quartier où les maisons et les voitures me laissent supposer qu’il s’agit d’un quartier prospère. Un cycliste. Un contact visuel. “Bonjour”, dis-je en faisant signe de la tête. Hmmm, je me rends compte que les gens d’ici sont distants. Sur l’arrière-plan des voitures. Que le silence me manque.

Au centre de Bonheiden, je passe par la maison communale. Une halte, là où travaille Christel. J’entre et suis chaleureusement reçue. Un biscuit et un café. Je remercie la personne qui fête son anniversaire et qui m’a offert le biscuit. Après avoir rendu visite à la plus petite pièce je continue ma route. Christel et moi on s’enlace. Deux hommes nous regardent. “Monsieur, voulez-vous aussi un câlin de ma part?”  L’homme répond, “Oui”. Un câlin suit. “Merci pour qui tu es Christel”, dis-je en descendant les marches. “Pareillement!”

Après avoir marché le long des maisons, je retrouve la nature de ‘Natuurpunt’. Je suis toujours étonnée de la beauté de la nature là ou ‘Natuurpunt’ est présent. Qu’ils font bien les choses! Je parcours une partie de la GR12 par ‘Mechels Broek‘ et le parc de récréation ‘De Nekker’ qui longe la rive de la Dijle. A la fin, juste avant le pont qui mène au centre de Malines (Mechelen), un pop-up café. Je marche parmi les nombreuses plantes et les accessoires colorés. Je m’assieds à une table auprès d’Esther. Notre conversation est agréable. Nous sommes vite sur la même longueur d’onde.

Une heure plus tard je continue mon chemin direction centre. Que Malines a de beaux bâtiments. Agréable de voir que des villes prennent soin de leur patrimoine. La ville me plait beaucoup. Je demande à des passants ou je peux trouver des sœurs. Peu de gens savent me répondre. Quelqu’un m’indique le chemin vers le centre diocésain. À la recherche d’une sonnette. Sœur Mieke vient ouvrir. Plus tard je rencontre sœur Lieve et sœur Emilia. Après un repas du soir et de quelques moments passés en compagnie des sœurs, je rejoins ma chambre. Une douche détend mes muscles. Je lis encore un peu, puis vais dormir.

 

Gedragen

 

Jasmine Debels (1 van 5)

Scherpenheuvel

“Pater, kan ik u straks hier nog vinden? Ik zou eerst graag mijn kleren aantrekken”, zeg ik tegen pater André. “Ja”, en terwijl hij op het gemak verder stapt draait hij zich een kwartslag, “het is je aangeraden”, zegt hij nog met lachende ogen. Ik kom terug van de kamer, gepakt en gezakt. “Hier”, zegt pater André, “nog iets om je dag stevig te starten.” Een groot stuk abrikozentaart. Ik neem afscheid van de paters en van Peter. De taart smaakt. De basiliek. Ik steek drie kaarsjes aan. Eén voor de mooie ontmoetingen, één voor de mensen die er mij om vroegen en eentje voor mezelf. 

Donkere wolken vergezellen me. Af en toe een regenbui waarvan ik de nattigheid niet voel. Via een bos en langs de Demer naar Aarschot. Mijn kleren voelen klam. Een onfris gevoel. In Aarschot, een wassalon. Geen plaats om mijn reservekledij aan te trekken. Recht tegenover het wassalon, een café.  Het voelt alsof de tijd hier is blijven stilstaan. In een hoekje kleed ik me om. Naar de wastrommel. Hups, alles erin. Zeep van mijn buurvrouw. Een half uur. Mijn dagboek. In gedachten ontsnap ik aan de ruimte. Een piepsignaal. Mijn was gaat in de droogtrommel samen met een andere was.

Na een uur rust kan ik terug fris op stap. Ik verlaat Aarschot langs een verhoogde, onverharde berm langs de Demer. Aan mijn rechterkant de Demer, links een toonzaal van zwembaden. Een diep verlangen van gedragen worden komt naar boven. Water. Wiegen. Het doffe geluid. Gedragen. De maïs staat al hoog. De granen staan droog. De laatste zes kilometer wegen fysiek zwaar. Mijn doorzetting laat het eventjes afweten. Voor mij een vrouw. Ze haalt het onkruid tussen de tegels vandaan. “Mevrouw, het centrum van Tremelo, is dat nog ver?” “Nog een kwartiertje.” “Oh”, een zucht van verluchting volgt. De vrouw nodigt me uit om iets fris te drinken. Ze roept haar man erbij. De man staat verbaasd te kijken. Drieëntachtig jaar. “Alleen…!”, het klinkt voor hem ongeloofwaardig wat ik onderneem. Na een frisse frisdrank en een chocoladepraline, ben ik terug op kracht voor de laatste kilometer. Ik zoek de pastorie. Die staat er verlaten bij. Aan de overkant komt een vrouw in mijn richting gewandeld. Ik vraag om hulp. Christel zoekt een oplossing. Een telefoon naar haar vrienden: Ria, Jan en de hond Nelson. Een kamer staat klaar. De avond is gevuld met gesprekken en verhalen. Christel haalt nog een pakje friet voor me. Een minipakje dat er reuzegroot uitziet.

GPX bestand Diest naar/à  Aarschot

GPX bestand Aarschot naar/àLeuven

Portée

“Père, je peux vous retrouver ici tout à l’heure? J’aimerais d’abord mettre mes vêtements.” Question que je pose au père André. “Oui” et pendant qu’il continue de marcher, tout à l’aise, il se retourne pour me dire avec un regard rieur, “çà t’est conseillé.” Je reviens de la chambre, sac à dos rempli, prête. “Tiens”, me dit père André “encore quelque chose pour commencer ta journée robustement.” Un grand morceau de tarte aux abricots. Je prends congé des pères et de Peter. La tarte me goutte. La basilique. J’allume trois bougies. Une pour les belles rencontres. Une pour les gens qui me l’ont demandé et une pour moi.

Des nuages sombres m’accompagnent. De temps à autre de la pluie qui ne me mouille pas. Passant par un bois et longeant la ‘Demer’ direction d’Aarschot. Mes vêtements sont moites. Une sensation de malpropreté. À Aarschot une blanchisserie. Pas de place pour me changer et mettre mes vêtements de rechange. En face de la blanchisserie, un café. J’ai l’impression qu’ici le temps s’est arrêté. Dans un coin je change de vêtements. Direction, machine à laver. Voilà, tous mes vêtements sont dedans. Du savon de ma voisine. Une demi-heure. Mon journal intime. En pensées je m’échappe hors de la pièce. Un bip sonore. Mon linge va dans le sèche-linge avec de l’autre linge.

Après une heure de repos, je peux reprendre ma route en étant propre. Je quitte Aarschot par une berme rehaussée non asphaltée le long de la ‘Demer’. Sur ma droite le cours d’eau, à gauche une salle d’exposition de piscines. Un profond désir d’être portée se manifeste. De l’eau. Bercée. Le bruit sourd. Portée.

Le maïs est déjà haut. Les grains sont secs. Les derniers six kilomètres sont physiquement pesants. Ma persévérance me lâche un moment.

Devant moi une femme. Elle enlève les mauvaises herbes entre les dalles. “Madame le centre de Tremelo, est-il encore loin?” “Encore un quart d’heure.” “Och”, un soupir de soulagement. La femme m’invite à boire quelque chose de frais. Elle appelle son mari pour qu’il nous rejoigne. L’homme regarde tout étonné. Quatre-vingt-trois ans. “Seule…. !” Ça lui parait incroyable ce que j’entreprends. Après une boisson fraiche et une praline, j’ai à nouveau un peu de force, pour les derniers kilomètres. Je cherche le presbytère. Il est désert. De l’autre côté une femme vient à ma rencontre. Je lui demande de l’aide. Christel cherche une solution. Un coup de fil à ses amis; Ria, Jan et le chien Nelson. Une chambre est prête. La soirée est remplie de conversations et d’histoires. Christel va me chercher un paquet de frites. Un petit paquet qui me parait énorme.

 

Duizend jarige Eik

 

Jasmine Debels (1 van 3)

Duizendjarige Eik

Spek, eieren, vers gebakken brood. Een stevig ontbijt. Een sms van Peter naar Elfried: ‘Waterfles niet vergeten in de koelkast’. Schattig! Mijn uurwerk. Oeps, bijna tien uur. De vraag ‘waar ben je morgen om elf uur?’ van Jacqueline was me ontsnapt. Nog een selfie en ik vertrek richting ‘de duizendjarige eik’.

Ik verlaat vandaag Limburg en ga terug Vlaams Brabant binnen. Een witte bestelwagen stopt. Een vrouw met een gevulde broodzak in de hand. De bakker. ”We hebben elkaar al eerder gezien op de weg”, vertel ik de vrouw. “Ja, waar gaat u eigenlijk heen?” “Naar de duizendjarige eik!” “Oh, dat is niet ver meer”, en de vrouw wijst me de weg. Ze stapt in de auto, claxonneert en roept “Veel geluk!” door het venster. Wandelend op het voetpad neem ik de gsm. Het notitieboekje. Ik noteer in het kort het voorbije gesprek. Aan mijn rechterkant iets blinkend. Metaalkleur. Het komt dichterbij… Te dicht. Een wagen in achteruit. Een paar seconden, meer is niet nodig. Mijn wandelstokken. Het geluid van metaal. Mijn hand, waarmee ik me afduw. Een kreet. Een sprong naar links. “Ben ik niet zichtbaar genoeg?!”, roep ik geschrokken naar de chauffeur. Hij stapt uit. “Sorry, ik had je niet gezien. Ik was gehaast. Gaat het met je?”, vraagt de man, zelf ook geschrokken. “Haast en spoed is zelden goed en het is ok met me”, meld ik, beseffend dat dit voor mij ook geldig is. “Ik was zelf niet honderd procent aanwezig op de weg, mijn excuses.” Ik steek mijn hand uit. Een stevige handdruk. De man krijgt tranen in zijn ogen. Ik geef hem een schouderklopje. “Je leeft maar één keer”, voeg ik toe. Ja, Jasmine, je leeft maar één keer. De telefoon verdwijnt in mijn zak.

Aan de eik lees ik de geschiedenis. Aan de andere kant zie ik een gekleurd jasje en hoor ik twee bekende stemmen. Een blij weerzien, een onverwachte ontmoeting. Jacqueline en Lieve, twee vriendinnen.

Een groot deel van de tocht wandelen we samen. De tijd vliegt. Uitgehongerd komen we om half drie aan in Diest. ‘Wannes Raps’. Ik word getrakteerd op een overheerlijke maaltijd. Een dubbele verrassing. Dank je dames. We bezoeken samen de prachtige Sint-Sulpitiuskerk en nemen dan terug afscheid van elkaar. Nog 7 km, Scherpenheuvel. Naar de basiliek. Naar  onthaalcentrum ‘De Pelgrim’. Ik bel aan. Peter en pater André ontvangen mij.

GPX bestand Eversel naar/à Diest

GPX bestand Diest naar/à Aarschot

Le chêne millénaire.

Des œufs et du lard, du pain frais. Un petit déjeuner copieux. Un sms de Peter à Elfried:  ‘Ne pas oublier la bouteille d’eau dans le réfrigérateur.’ Mignon! Ma montre. Holà, presque dix heures. La question, ‘ou es-tu demain à onze heures’, posée par Jacqueline m’a échappée. Encore un selfie et je pars vers le chêne millénaire.

Je quitte aujourd’hui le Limbourg pour rejoindre à nouveau le Brabant Flamand. Une camionnette blanche s’arrête. Une femme avec, dans les mains, un sac rempli de pain. La boulangère. “Nous nous sommes déjà rencontrées sur la route”, lui dis-je. “Oui, où allez-vous réellement?” “Au chêne millénaire.” “Oh, cela n’est plus loin”, et la femme me montre le chemin. Elle monte dans la voiture. Un coup de claxon et elle crie par la fenêtre, “Bonne chance!” Marchant le long du sentier je prends mon gsm, le bloc-note. J’écris en bref la dernière conversation. Sur ma droite quelque chose brille, de couleur métallique. Cela se rapproche…trop prês. Une voiture en marche arrière.

Quelques secondes, pas besoin de plus. Mes bâtons de marche. Le bruit du métal. Ma main qui me pousse au large. Un cri. Une esquive vers la gauche.  Surprise, je crie au chauffeur, “Ne suis-je pas assez visible?” Le chauffeur descend. “Mes excuses, je ne vous avais pas vu. J’étais pressé. Ça-va pour vous?”, me demande l’homme, lui aussi surpris. Je lui signale,  “Vite et bien ne vont pas ensemble et moi ça va”, me rendant compte que c’est aussi valable pour moi. “Je n’étais moi-même pas cent pourcent attentive au chemin, mes excuses.” Je lui tends la main. Une poignée de main ferme. L’homme a les larmes aux yeux. Je pause ma main sur son épaule. Et je rajoute, “On ne vit qu’une fois.”

Oui Jasmine, tu ne vis qu’une fois. Le téléphone disparait dans ma poche. Arrivée au chêne, je lis son histoire. De l’autre côté je vois une veste colorée et j’entends deux voix familières. D’heureuses retrouvailles, une rencontre inattendue. Jacqueline et Lieve deux amies.

Nous faisons une grande partie du parcours ensemble. Le temps passe vite. Affamées nous arrivons vers deux heures trente à Diest. ‘Wannes Raps’(un restaurant). On m’offre un délicieux repas. Une double surprise. Merci mesdames. Nous visitons ensemble la magnifique église de Saint-Sulpice et prenons congé. Encore 7 kilomètres pour Scherpenheuvel. Vers la basilique. Vers ‘le Pèlerin’ un centre d’accueil. Je sonne. Peter et père André me reçoivent.

 

Babbelwater

 

Jasmine Debels (1 van 1)

“Ik had nooit gedacht dat ik iemand vreemd in huis zou laten slapen”, vertelt Jeannine me bij het buitengaan. “Goed gedaan hé! En dat heb je schitterend gedaan. Je bent gaan voelen en hebt tijd genomen bij het nemen van de beslissing. Knap!” “Oh, misschien kan je aan onze kleindochter denken”, zegt Jeannine. Haar kleindochter wordt binnen twee dagen geopereerd. “Dat zal ik zeker doen. Ik neem ze met me mee in gedachten.”

De dag begint met regen. In de verte een hoge heuvel, de Mijnsteenberg. Voelt vreemd aan. De regen valt met heel fijne druppels op mijn regenjas. Het valt me op hoeveel sigarettenpakjes, lege flessen van energie- en suikerdranken er langs de weg liggen. Is er dan zo weinig respect voor moeder natuur? Weegt dit zo zwaar om mee te nemen en ergens in een vuilbak te deponeren? In de verte een geel fluohesje, een kruiwagen, een hark. Jeroen. Jeroen werkt al elf jaar voor de groendienst. Als ik dan zie met hoeveel zorg hij met de aarde omgaat, kan ik alleen maar denken en zeggen: “Heb respect voor het werk van deze mensen en draag zorg voor de natuur die we van moeder aarde hebben gekregen.” Het blijft regenen en het ziet ernaar uit dat dit voor de rest van de dag is. Rechts, links, zoveelste straat links, 50m, 100m… Op een bosweg vraag ik me af waar ik mee bezig ben. Ik zie mijn thuis voor me in gedachten. Een zetel, pot koffie, dekentje, muziek, een boek… luieren. Wat verder een huis, een vierkante rooster in de gevel. De dampkap. De keuken. De geur van grootmoeders keuken. Voor mijn ogen: verse frieten, een paardenbiefstuk, boerenboter… zaterdagse kost bij grootmoeder. De pan om uit te likken. De vogels brengen me terug op de weg. Dit was toen…lang geleden.

In Zolder stap ik binnen in een visserskantine. “Uw vliegtuig is al vertrokken”, roept een man me toe. Ok, laten we even meedoen, denk ik bij mezelf. “Das nen goeie, den deze had ik nog niet gehoord. Ga je skiën? Ben je op zoek naar sneeuw? Er zijn hier geen bergen. Een wandelende rugzak…een parachute, ja, maar zo had ik het nog niet gehoord. Dankjewel!” Stilte.

Rond achttien uur kom ik aan in Eversel. De Sint-Jacobskerk is dicht. Ik bel aan bij pastoor Frans voor de sleutel. “Waar ga je nog naartoe?”, vraagt de pastoor me. “Dit is mijn eindpunt voor vandaag. Kan u me helpen, meneer pastoor?” “Ik heb wel een kamer, maar geen bed.” “Geen probleem, ik heb een slaapmatje en slaapzak.” “Ik ben niet thuis tot rond middernacht.” Ik heb het ondertussen begrepen. Verder zoekend kom ik bij Peter en Elfried. Wat weet ik het te appreciëren, wanneer je als pelgrim je onmiddellijk thuis kan en mag voelen. Dit betekent heel veel op een lange weg, je thuis mogen voelen. Peter belt de zus van Elfried om op bezoek te komen en elkaar te ontmoeten. Zij deden een deel van het Jacobskerkenpad met de fiets. Een douche geeft me terug energie. Daarna volgt stamppot met worst: een welgekomen maaltijd na een sombere regendag… We hebben nog een goed gevulde avond en ik heb zo een vermoeden dat er babbelwater in de stamppot zat.

GPX Bestand Opglabbeek naar/à  Eversel

essence de bavardage…

“Je n’aurais jamais pensé laisser un étranger dormir dans ma maison”, me dit Jeannine en sortant. “Formidable hein! Et tu as fait cela brillamment. Tu as tenue compte de tes sentiments et tu as pris ton temps pour prendre ta décision. Super!” “Oh, peut-être pourrais-tu penser à notre petite fille”, me demande Jeannine – sa petite fille se fait opérer dans deux jours – “Je le ferais certainement. Elle m’accompagne en pensées.”

La journée commence sous la pluie. Au loin une haute colline. Sensation bizarre. Le ‘Mijnsteenberg’ (un terril). La pluie tombe en crachin sur mon imperméable. Je remarque combien il y a de paquets de cigarettes et de bouteilles de boisson énergisante vides, le long de la route. Y-a-t-il si peu de respect pour la Terre-Mère? Est-ce si lourd à emporter jusqu’à une poubelle?

Au loin une veste fluorescente jaune, une brouette, un râteau, Jeroen. Jeroen travaille déjà depuis 11 ans au service de l’environnement. Quand je vois le soin avec lequel il travaille la terre, je ne peux que penser et dire, “ayez du respect pour le travail de ces ouvriers et prenez soins de la nature que la Terre-Mère nous a donnée.”

Il continue de pleuvoir et cela à tout l’air de vouloir durer le reste de la journée. À droite, à gauche, la quantième rue à gauche, 50m, 100m… Sur un chemin forestier je me demande à quoi je suis occupé. Mes pensées m’entrainent vers ma maison. Un fauteuil, une tasse de café, une couverture, de la musique, un livre…farniente.

Un peu plus loin une maison, une grille carrée dans la façade. Une hotte aspirante! La cuisine. L’odeur de la cuisine de grand-mère. Devant mes yeux, en image, des frites fraiches, un bifteck de cheval, du beurre de ferme…repas du samedi chez ma grand-mère. La casserole à lécher… Les oiseaux me ramènent au chemin. C’était…il y a longtemps…

À Zolder j’entre dans une cantine de pécheurs. “Votre avion a déjà décollé”, me crie un homme. Je me suis dit; bon, jouons le jeu. “Elle est bonne celle-là, je ne l’avais pas encore entendue. Tu vas au sport d’hiver? Tu cherches de la neige? Il n’y-a pas de montagnes ici. Un sac à dos qui marche… Un parachute, tiens celle-là on ne me l’a pas encore dite. Merci!” Silence!

Vers dix-huit heures j’arrive à Eversel. L’église Saint-Jacques est fermée. Je sonne à la porte du curé pour la clé. “Tu vas où?”, me demande-t-il. “C’est mon terminus pour aujourd’hui. Pouvez-vous m’aider monsieur le curé?” “J’ai bien une chambre mais pas de lit.” “Pas de problème, j’ai une natte et un sac de couchage.” “Je suis absent jusqu’aux environs de minuit.” Entre-temps j’avais compris. En cherchant plus loin j’arrive chez Peter et Elfried. Qu’est-ce que j’apprécie le fait de pouvoir et de savoir me sentir la bienvenue comme pèlerin. Cela est très important durant un long parcours, de se sentir chez soi. Peter téléphone à la sœur d’Elfried et l’invite à nous rejoindre, enfin de se rencontrer. Ils ont fait le chemin des églises Saint-Jacques de Flandres en bicyclette. Prendre une douche me redonne de l’énergie. Après cela une ratatouille et de la saucisse: un repas bienvenu après une journée sombre et pluvieuse. Nous passons une soirée bien remplie et j’ai comme l’impression que dans la ratatouille il y avait de l’essence de bavardage…

 

Opoeteren

 

Jasmine Debels (5 van 5)

Drie zoenen en een grote glimlach. Zo nemen zuster Maria, zuster Marie-Thérèsa en ik afscheid van elkaar. Ik daal de trappen af en wens hen nog een goede bezinning. Op weg naar de Sint-Jacobskerk, waar de eenvoudige façade een mooie rococostijl onthult, hou ik nog even halt bij de Zusters van Liefde voor een stempel in mijn credential.

Ik vervolg mijn weg via de ‘Libellenroute’ in het natuurgebied ‘Tösch-Langeren’. Aan mijn linkerkant een grote waterpartij, golvend water. Verschillende vogels verpozen samen op het water. Libellen vliegen heen en weer. Witte vlinders vliegen per twee alsof ze achter elkaar aanzitten. In Neeroeteren zie ik jonge meisjes spelen met water en zeepschuim. Ik wandel het kampveld op en vraag naar de begeleiding. En naar het toilet. Ik loop door de vroegere koestallen. Ze kregen allen een fel kleurtje. Aan het plafond hangen slierten. Wanneer je er tegenaan loopt, blijven je haren erin kleven. In de keuken twee mama’s die aan het koken zijn. Twee grote kookpotten, pollepels. Het eten wordt verdeeld in kleinere porties. Hannelore, één van de mama’s, is al vijf jaar achtereenvolgend kok voor de kinderen van de Chiro van Essen. Morgen komen de allerkleinsten aan. Ze zijn dan in totaal met zeventig kinderen. Mijn petje af.

Mijn maag begint te knorren. Er resten me enkel nog twee melkbroodjes uit Bilzen. Niet genoeg om op krachten te blijven. Op het einde van de straat zie ik een vrouw in de tuin werken. Ik vraag of ze mij kan helpen met een boterham. Zonder enige twijfel maakt Esmeralda broodjes klaar, pakt alles mooi in en ik stap verder na een korte en intense ontmoeting. Het volgende stukje natuur op de grens tussen Neeroeteren en Opoeteren steelt mijn hart. Een natuurgebied van Natuurpunt. Afwisselend wandel ik over een knuppelpad en een aardepad. Links van mij een beekje, op de oevers veel varens. De natuur is hier zo mooi dat ik even de muggen vergeet. Het voelt hier vredig. Totaal anders dan de natuur van gisteren in de buurt van de zinkfabriek, het monostort voor vliegassen en de hoogspanning. De vogels laten zich van hun beste kant horen. Niet ver van het domein ’t Zaveltje, tref ik een bijzonder kapelletje. Er is hier iets heel sterks en puur aanwezig. Een wagen rijdt van het hof, de eigenaar. Ik krijg een briefje. Hij zegt: “Ga gerust binnen en steek een kaarsje aan, misschien zien we elkaar straks. “Ik doe het briefje open: ‘Vrouwe van Alle Volkeren’, en datum ’31 mei’. Mijn verjaardag. Vol energie wandel ik de laatste kilometers van vandaag. Mijn voeten zijn daar niet zo tevreden mee. Wanneer ik onderdak vind bij Jeannine en Florent voel ik een ontspanning over mijn hele lijf. In een warm nestje val ik in slaap.

GPX Bestand Maaseik naar Opglabbeek

Opoeteren

Trois baisers et un grand sourire, c’est la façon dont sœur Maria, sœur Marie-Thérèsa et moi prenons congé. Je descends l’escalier et leur souhaite encore une bonne retraite. En route vers l’église Saint-Jacques, dont la simple façade dissimule un style Rococo de toute beauté. Je m’arrête un instant chez les sœurs de la charité pour un cachet dans ma crédential.

Je continue ma route dans la réserve naturelle de Tösch-Langeren, par le ‘Chemin de Libellule’. Sur ma gauche un grand étang, le clapotis de l’eau. Divers oiseaux se trouvent ensemble sur l’eau, des libellules font des allers-retours.

Des papillons blancs volent par deux, comme s’ils se poursuivaient. À Neeroeteren je vois des jeunes filles jouer avec de l’eau et du savon. J’entre dans le campement et demande après les animateurs. Vers les toilettes… Je traverse les anciennes étables. Leurs murs ont tous été recouverts de couleurs vives. Au plafond pendent des rubans, si vous les frôlez au passage, vos cheveux y restent collés. Dans la cuisine, deux mamans qui préparent à manger. Deux grandes casseroles, des louches. La nourriture est partagée en plus petites portions. Hannelore, une des mamans, est pour la cinquième année consécutive cuisinière pour les enfants du Chiro de Essen. Demain arrivent les plus petits. Ils seront alors au total à soixante-dix enfants. Chapeau.

Mon estomac commence à gargouiller. Il me reste seulement deux pains au lait, de Bilzen. Pas assez pour prendre suffisamment de forces. Au bout de la route je vois une femme travaillant dans le jardin. Je lui demande si elle veut bien me donner une tartine. Sans aucune hésitation Esmeralda prépare des petits pains, emballe le tout soigneusement et je continue ma route après une rencontre courte et intense. Le prochain morceau de nature, à la frontière entre Neeroeteren et Opoeteren, vole mon cœur. Une réserve naturelle de ‘Natuurpunt’. Je me promène en alternance sur un ponton et un chemin de terre. Sur ma gauche un ruisseau, sur la rive beaucoup de fougères. La nature ici, est si belle que j’en oublie les moustiques. C’est paisible ici. Complètement diffèrent de la nature d’hier aux alentours de l’usine de zinc, la décharge de cendres volantes et des pylônes à haute tension. Les oiseaux chantent de tout cœur. Pas loin du domaine ‘’t Zaveltje’, une chapelle exceptionnelle. Il y a ici la présence de quelque chose de fort et de pur. Une voiture quitte, la propriété, le propriétaire. Il me remet un papier et me dit “N’hésite pas à entrer et allume une bougie, peut-être qu’on se verra tout à l’heure.” Je déplie le papier ,‘Vrouwe van alle volkeren’(Marie Reine). Une date le 31 mai.  Jour de mon anniversaire. Remplie d’énergie je marche les derniers kilomètres d’aujourd’hui. Mes pieds ne semblent pas apprécier. Quand je trouve un logement, chez Jeannine et Florent je sens tout mon corps se détendre. Je m’endors dans un nid douillet.

Vertrouwen

 

Jasmine Debels (1 van 1)-3

Heppeneert

Achter mij de voordeur van de pastorie van As. Voor mij een bijna leeg grasveldje op een paar witte partytentjes na. Ik wandel onmiddellijk de natuur in door het ‘Nationaal Park Hoge Kempen’. Als ochtendgymnastiek beklim ik de replicaboortoren, waarmee boormeester André Dumont in 1901 de eerste steenkool in As bovenhaalde. Honderdvijfendertig trappen. Boven heb ik een zicht over het nationaal park. Vanaf hier wandel ik elf kilometer lang in één rechte lijn richting Elen. Eindelijk kan ik de routebeschrijving eens voor een lange tijd in mijn broekzak laten. Op de weg heel veel fietsers en één vreemde eend. Vaak hoor ik mensen zeggen: “Voel jij je niet eenzaam?  Dit zou ik niet kunnen.” Zelden voel ik me eenzaam. Fietsers en wandelaars zeggen elkaar geregeld goedendag. Een klein en waardevol gebaar. Verbintenis. Ik stap een kampdomein op. Einde van het kamp. Spanning en stress zijn te voelen. Ouders schrobben de lokalen. Een lichte paniek is zichtbaar wanneer ik hen vraag om de toiletten te gebruiken. Een platte kaas en een yoghurt worden me aangeboden. Ook mijn twee resterende broodjes uit Bilzen eet ik op.

Met mijn lichaam terug op krachten, stap ik zelfverzekerd verder. Op de hoek een wit huis dat mijn aandacht trekt. Een vrouw spreekt me aan: “Naar waar gaat u?” “Naar ginder!” en ik stap verder. “Dat mag niet!” Nog altijd zelfverzekerd en met een vriendelijke glimlach antwoord ik, “Ja toch, dit is mijn pad, het is juist.” Tot de vrouw me meldt dat dit eigendom is van het Vipassana Meditatiecentrum. En plots wordt het me duidelijk dat mijn gedachten bij dit centrum liggen en effectief, hmmm, de wandelroute is er net naast. Hi, ik voel me net een puber die iets mispeuterd heeft. Een wielrenner en zijn vrouw keren even terug nadat ze mijn Jakobsschelp achterop hadden gezien. We wisselen ervaringen uit rond de camino, praten over de buurt waar ik nu door wandel. De vrouw zegt “Daar moet je toch sterk voor zijn om zoiets te ondernemen!” Deze zin blijft hangen. Ben ik sterk? Ik gebruik liever het woord krachtig. Vaak hoor ik angst bij de ander of verschillende redenen worden aangekaart om niet van start te gaan. Ik ben ervan overtuigd dat er heel veel mensen zo een weg kunnen afleggen. Vertrouw in jezelf. Vertrouw in wat de weg je brengt. Wanneer je de deur opent naar wat je binnenin voelt, dan geef je jezelf de kans om te groeien. Eenmaal die deur open is, geef je jezelf de kans om in je kracht te staan. Je komt in een wereld die je niet onbekend is. De wereld van je ‘Zijn’.

In Heppeneert volg ik een misdienst mee onder twee lindebomen. ’s Avonds kom ik bij de zusters Maria en Marie-Thérèsa terecht in Maaseik.

GPX Bestand Rekem naar/à  Maaseik

Confiance

Derrière moi la porte d’entrée du presbytère de As. Devant moi une pelouse presque vide, à quelques tentes près. Je marche directement à la rencontre de la nature dans ‘Le Parc National de la Haute Campine’(Nationaal Park Hoge Kempen). Comme gymnastique matinale, je grimpe à l’intérieur de la réplique de la tour de forage dans laquelle en 1901 André Dumont remonta le premier charbon de As. Cent trente-cinq marches. En haut une vue d’ensemble du Parc National.

À partir d’ici, je marche onze kilomètres en ligne droite, direction Elen. Enfin je peux laisser  la description de l’itinéraire, un long moment dans la poche de mon pantalon. Le long de la route beaucoup de cyclistes. Souvent je m’entends dire; “Tu ne te sens pas seule? Moi je ne saurais pas faire ça.” Il est rare que je me sente seule. Cyclistes et promeneurs se saluent mutuellement. Un bonjour, un petit geste précieux. Une connexion.

J’entre dans un campement. Fin du camp. Tension et stress sont présents. Des parents récurent les locaux. J’entends de l’anxiété, quand je demande à utiliser les toilettes. Un fromage blanc et un yaourt me sont offerts. Je mange aussi les deux pains qui me restent et qui viennent de Bilzen.

D’un pas ferme, et avec un corps qui a repris force, je continue ma marche. Sur le coin une maison blanche qui attire mon attention. Une femme m’adresse la parole, “Vous allez où?” “Vers là-bas!”, et je continue de marcher. “Vous ne pouvez pas.” Encore toujours confiante et avec un gentil sourire je lui réponds, “Si quand même, c’est mon chemin, et il est juste.” La femme me dit que c’est la propriété du Centre de Méditation Vipassana. Et soudain je me rends compte que mes pensées sont dans ce centre et effectivement, hmmmm, le chemin passe juste à côté. Hihihi, je me sens comme une adolescente ayant fait de travers.

Un coureur et sa femme reviennent sur leurs pas après avoir remarqué la coquille Saint-Jacques sur mon dos. Nous échangeons des expériences du camino. Parlons des environs dans lesquelles je me trouve aujourd’hui. La femme dit, “Pour entreprendre cela vous devez quand même être forte!” Cette phrase reste dans mes pensées. Suis-je forte? Je préfère le mot puissante. Bien souvent j’entends de l’anxiété chez les autres où de différentes raisons sont abordées pour ne pas prendre le départ. Je suis persuadée que beaucoup de gens peuvent faire un tel parcours. Avoir confiance en soi. Faire confiance à la route et à ce qu’elle vous apporte.

Quand tu ouvres la porte à ce que tu ressens au fin fond de toi, alors tu te donnes la chance de grandir, d’apprendre, d’évoluer. Une foi la porte ouverte, tu te donnes la possibilité de développer ta force intérieure. Tu entres dans un monde qui ne t’est pas inconnu. Le monde de ton ‘être’.

À Heppeneert je suis une messe sous deux tilleuls. Le soir j’atterrie chez sœur Maria et sœur Marie-Thérèsa à Maaseik.

 

fantAStival

 

Jasmine Debels (8 van 8)

“Ambulance, ambulance”, hoor ik plots in de stilte van de nacht. Ik slaap terug in. Uren later sta ik op. Ik laat de lucht uit mijn slaapmatje ontsnappen. De rugzak wordt gevuld. Na een koffie ga ik op zoek naar eten. De eerste keer binnen het project. Angst doet me twijfelen. Ik maak een klik in mijn hoofd. Ik stap een plaatselijke gekende supermarkt binnen en ga op zoek naar iemand die me kan helpen. De eerste persoon is meteen de juiste. De eigenaar. Twintig minuten later kom ik naar buiten met een halve kilo klaargemaakte aardappelen, broodjes, hespenworst en twee gezonde drankjes. Aan het politiekantoor, een bankje. Tijd voor een ontbijt. Ik kies voor de aardappelen, omdat ik ze niet koel kan bewaren. Een drankje. 

In Munsterbilzen, het plantendorp. Ik ontmoet er Mariette, zittend op een laag plastic bakje met een kussen erover gespannen. De opgeschoten Lobelia’s worden gekortwiekt. Een verjongingskuur in de hoop op nieuw leven. Ik hou haar wat gezelschap en zij mij. Het Munsterbos inwandelend zie ik een eekhoorn. Wat zijn die diertjes speels, snel en alert! Telkens brengen ze me vreugde.

Ik lees eventjes een boodschap op mijn blog. Tranen in mijn ogen. Wat doet het deugd te weten dat ik via mijn verhalen andere mensen kan ontroeren. Ik laat even mijn tranen vloeien. Al een paar dagen heb ik een latente hoofdpijn. Vocht, drukpunten, ontsteking… !? Ik drijf mijn vochtinname op en steek mijn camera in mijn tas, zodat die niet langer aan mijn nek hangt. Ik wandel een lang stuk langs een ‘monostort voor vliegassen’ en onder hoogspanning. Ahggrr…hopelijk mag dit snel veranderen. Aan de Lourdesgrot van Wiemesmeer eet ik de rest van de aardappelen en wat hespenworst. Dit doet me terugdenken aan mijn kindertijd en de picknick van op schoolreis. Het is hier stil, en weg van de drukte van de horecazaak aan de andere kant van de straat. Aan de kerk van Wiemesmeer trakteer ik mezelf op een koffie. Al heel snel zit ik met twee dames te praten. Een gezellige babbel met fijne mensen. Later besef ik dat ik zelfs hun namen niet weet (Facebook hielp mij hierbij, Marleen en Gerda). Een lange asfaltweg in een bos neemt me mee tot bijna in het centrum van As. Het asfalt doet mijn voeten geen deugd. Uit het bos trotseer ik de warmte, de autogeluiden en de drukte op de weg. In het Sint-Aldegondiskerkje zoek ik verfrissing. De kerk wordt vandaag gebruikt voor het ‘FantAStival’, een ecologisch familiaal festival voor jong en oud. Als een lopend vuurtje gaat het de ronde dat er een pelgrim aanwezig is. Ik word voorgesteld aan de één en de ander. Er wordt gezocht naar een oplossing voor een overnachting. Paula en nog mensen van de organisatie stellen me de pastorie voor. Een woonst waar ik altijd al van gedroomd heb. Ik geniet van de nieuwe ontmoetingen, het jeugdig spektakel van clown Pierke, de spontane glimlach van een klein meisje en de prachtige muziekband ‘Marble Sounds’.

GPX Bestand Munsterbilzen naar/à Rekem

FantAStival

“Ambulance, ambulance”, entendais-je en plein milieu du silence de la nuit. Je me rendors. Des heures après je me lève. Je laisse s’échapper l’air de mon matelas. Je rempli le sac à dos. Après un café je vais à la recherche de nourriture. La première fois durant ce projet. La peur me fait hésiter. Je fais un déclic dans ma tête. J’entre dans un supermarché connu de la région et vais à la recherche de quelqu’un pouvant m’aider. La première personne est la bonne. Le propriétaire. Vingt minutes plus tard je sors avec un demi kilo de pommes de terre préparées, des petits pains, du saucisson au jambon et deux boisons saines. À hauteur du commissariat de police, un banc. Temps de prendre le petit déjeuner. Je choisis les pommes de terre, puisque je ne sais pas les garder au frais. Une boisson.

À Munsterbilzen, village fleurie, je rencontre Mariette. Elle est assisse sur un bac en plastique bas avec un coussin tendu dessus. Les lobelias longilignes sont réduites. Une cure de rajeunissement et l’espoir d’une nouvelle vie. On se tient mutuellement compagnie. En entrant dans la forêt de ‘Munster’ je vois un écureuil. Que ces petits animaux sont joueurs, rapides et alertes! À chaque fois ils m’apportent de la joie.

Je lis un moment un message sur mon blog. Des larmes dans aux yeux. Que cela fait du bien de savoir qu’à travers mes récits je peux émouvoir d’autres personnes. Je laisse couler mes larmes durant quelques instants. Voilà déjà quelques jours qu’un mal de tête s’annonce. Humidité, points de pression, inflammation… !? J’augmente ma consommation de liquide et mets mon appareil photo dans son sac, au lieu de le pendre autour du cou. Je parcours un long bout de chemin le long de ‘La Décharge de Cendres Volantes’ et sous des câbles de haute tension. Ahggrr…j’espère qu’il y aura vite du changement. À la grotte de Lourdes de Wiemesmeer, je mange le reste de mes pommes de terre ainsi qu’un peu de saucisson au jambon. Ceci me fait penser à mon enfance et au pique-nique des voyages scolaires. Ici le silence règne, je suis à l’écart de la salle de restauration située de l’autre côté de la route. À hauteur de l’église de Wiemesmeer, je me paie un café. Très vite j’entre en conversation avec deux dames. Une conversation agréable avec de braves gens. Plus tard je me rends compte que je n’ai même pas leurs noms. (FB m’aide ici, Marleen et Gerda). Un long chemin en asphalte traversant un bois me mène presque jusqu’au centre de As. L’asphalte ne fait pas de bien à mes pieds. Sortie du bois je défie la chaleur, le bruit des voitures et le trafic sur la route. Dans la petite l’église de Saint-Aldegonde je cherche la fraicheur. L’église est aujourd’hui utilisée pour le FantAstival. Un festival écologique familial pour petits et grands. La nouvelle qu’un pèlerin est présent se répand comme une trainée de poudre. Je suis présentée à l’un et à l’autre. On cherche à me loger pour la nuit. Paula, est d’autres membres de l’organisation me proposent le presbytère. Une habitation dont j’ai toujours rêvée. Je profite des nouvelles rencontres, du spectacle pour jeunes du clown Pierke, du rire spontané d’une petite fille et de la belle fanfare de ‘Marble Sounds’ .