Bienvenue

21 mei – Met droge kleren verlaat ik het hotel waar ik van een goede nachtrust heb mogen genieten. Af en toe laat de zon zich zien. Haar warmte is voelbaar op de huid. Na een waterpartij zie ik een pijl om
links af te slaan. Ik twijfel. Ik neem een weg op een pas afgemaaid graspad. Ik zet een stap en nog voor ik mijn voet neerplaats schreeuw ik een vloekwoord uit. (Sorry St. Jacques). Nog 10 cm lager en ik plaatste mijn voet neer op een slang. Ik schrok van haar, zij van mij. Terughaalt een slang mij uit een ‘dwalende gedachte’. Ik denk terug aan mijn twijfel en keer terug op mijn stappen. ‘Just’ de pijl werd te vroeg geplaatst. Nog voor Bergerac kom ik langs twee mooie, pittoreske dorpjes. Ik hou halte. Eén dorpje heeft een kippenkwekerij. De kippen lopen er vrij rond in het dorp tussen de huizen, in de tuinen en bossen. De regen van gisteren heeft de weg modderig gemaakt. De grond blijft aan mijn voeten kleven. Wanneer ik Bergerac binnenkom, loop ik ongeveer bijna twee kilometer doorheen een mooi aangelegd park. Grijze wolken, ze worden donkerder. Ik zie twee lagen wolken naar elkaar toegaan en besef dat ik nog weinig tijd heb om mijn regenvest aan te trekken. Net de rugzak op en het begint goed te onweren. Mijn inschatting was juist. Het enige wat ik kon doen, is in de struiken in achterwaartse beweging verdwijnen. Daar sta ik dan voorovergebogen, leunend op mijn wandelstokken met mijn poep in de struiken. Zelfs deze houding beschermt me niet van de hevige regen. Een uur later kom ik aan bij Anne-Sophie en Thierry. Aan de deur hangt ‘bienvenue Jasmine’. Ik word verwent met een warm bad en lekkernij.

Platte batterij.

20 mei – Méteo: orage, vent 100 km/h. Via de kathedraal verlaat ik de stad en neem de Camino weg via Bergerac. Al heel snel wandel ik in de natuur en ontdek heel mooie hoekjes en bezienswaardigheden onder ander, ‘La Maladrerie’ uit 1296 waar pelgrims toen onderdak vonden. Uren wandel ik doorheen de prachtige natuur van de Dordogne. De ganse dag zie ik rondom mij heel donkere wolken en hoor ik in de verte onweer. Het laat-slapen gaan eist zijn tol en al heel snel voelt mijn rugzak zwaar. Gelukkig zijn de bijzonderheden op de weg er om je een duwtje in de rug te geven. De acacia staat volop in bloei en af en toe blijf ik eronder staan om me te laten bedwelmen door zijn geur. Ik kijk op mijn stappenteller: nog 2 km te gaan. Ik ben er bijna! Zal ik het halen nog voor het onweer losbarst? Neen! Wind, lichte regen. Net voor het kruispunt ‘les trois frere’ krijg ik een volle lading. Doorweekt. Ik blijf wandelen en heb de indruk dat er iets niet klopt. Ik tel al veel meer stappen dan wat er werd vermeld op een gids die ik kreeg in Périgueux. Een hagelbui! Niet weten waar naartoe! Geen huizen. Voor een keer ik een plan volg, gaat het verkeerd. Ik ben op. Ik krijg het koud. “Komaan Jasmine, volhouden, komaan,” hoor ik mezelf zeggen. De tranen rollen over mijn wangen. Ik blijf volhouden. 6 km verder stap ik binnen in een hotel. Een warme douche, een lekker avondmaal. Mijn druipende kledij en doorweekte schoenen worden gedroogd in de verwarmingskamer. Ik krijg een jacuzzi en sauna aangeboden. Zelfs dit kon ik niet meer aannemen. Platte batterij.

Périgueux

19 mei – Richting Périgueux.  Mijn weg gaat door bossen, het gaat vlot. Om 13 uur kom ik al aan in de voorstad van Périgueux.  Het is heel warm. Voor ik de stad binnen ga probeer ik nog een sportwinkel  te vinden. Een nieuwe broek is echt noodzakelijk geworden, zonder centuur hangt deze gewoon op mijn kuiten 🙂 .
De winkel is aan een gans andere kant van de stad. Ik overweeg autostop. Een dame stopt en zet me af aan de winkel.  “Fait tes courses, ne court pas je t’attend et puis je te conduit a la Cathedral”. Ik laat een diepe zucht van opluchting. In een mum van tijd ben ik terug buiten met een nieuwe broek aan mijn poep en een lichter e slaapzak. Naar de kathedraal.  Buitenuit ziet ze er heel imposant uit. Binnenin heb ik geen enkele voeling met haar. Koud, afstandelijk,  hard. Wanneer ik door de straten wandel valt het me op dat ik een ander gevoel heb in tegenstelling tot vroeger. Waar ik vroeger voortdurend met mijn camera zou rondgelopen hebben, zegt me vandaag niets meer. Een fijne evolutie waar ik van geniet.
Ik kom vroeg aan in de refuge. Een heel lieve hospitaliere ontvangt me. Samen met zeven andere zal ik hier verblijven. Na een verfrissende douche, de post om mijn rugzak zo een 2500 gram lichter te maken. Eten voor deze avond.  Een potje koffie met een boekje in het zonnetje op een terras.
Het afsluiten van de avond vind ik niet zo fijn. Pelgrims die niet komen opdagen zoals afgesproken, die geen sleutel hebben om binnen te kunnen. Waardoor anderen niet kunnen gaan slapen.  Die bij het binnenkomen heel luidruchtig zijn en een onaangenaam geurtje van alcohol met zich meedragen. Al heel snel zie je de verschillende beweegredenen van pelgrims op de weg.

Uitzicht op een imposante kathedraal met een hoge toren, omgeven door historische gebouwen onder een heldere blauwe lucht met enkele wolken. Foto Jasmine Marie Josee Debels
De imposante kathedraal in Périgueux.

Ultreïa

image

18 mei – De ochtendzon, de vogels komen me een goede morgen zeggen. Ik strek me uit. Het is nog rustig in de Chambre d’hôtes bij Jos en Jeannine. Een nachtje in een kamer alleen doet me goed om te recupereren.  Een korte dag van 19 km zal me ook goed doen. Ik vertrek al zingen en neuriën. ‘Ultreïa’. Ondertussen is Nick een dagje voor. En zo gaat dit op de Camino.  Pelgrims komen en gaan je ontmoet ze op verschillende plaatsen en met sommige deel je een stukje van de weg tot je ze niet meer ziet. Op 4 km voor Sorges zie ik in een tuin een zwembad.  Met het warme weer zou ik geen neen zeggen tegen een duik. Bestaat dit ‘watertanden’ voor een zwembad 😉 ? Ik zie zelf de mensen niet die ernaast zitten tot ik hoor roepen “hè,  les ch’ti c’est ici”. Gerard en Marie zitten op het terras samen met de mensen die er wonen. Ik vergezel hen aan de aperitief tafel.  Ik hou het sober. Twee uur later verlaten we deze plaats om een uur later terug uitgenodigd te worden, deze keer voor de koffie. Allemaal heel aangename ontmoetingen vol vreugde.  In Sorges ben ik plots met zes pelgrims,  oeps dit is veel wanneer je uit de rust van de natuur komt.
‘Tous les matins nous prenons le chemin,
Tous les matins nous allons plus loin.
Jour après jour, la route nous appelle,
C’est la voix de Compostelle.
Ultreïa!  Ultreïa!  Et suseia Deus adjuva nos!

Chemin de terre et chemin de Foi,
Voie millénaire de l’Europe,
La voie lactée de Charlemagne,
C’est le chemin de tous les jacquets.
Ultreïa!  Ultreïa!  Et suseia Deus adjuva nos!

Et tout là-bas au bout du continent,
Messire Jacques nous attend,
Depuis toujours son sourire fixe,
Le soleil qui meurt au Finistère.
Ultreïa!  Ultreïa!  Et suseia Deus adjuva nos!
(Parole et musique Jean-Claude Benazet)

La couleuvre

image

17 mei – “Tu a bien dormi”. “Non”. “Et toi”. “Non”. Het resultaat van een avondje lachen, zingen en nieuwe ontmoetingen.  Gerard en Marie (twee nieuwe pelgrims) zijn al de deur uit. Ik ga nog even langs de supermarkt om eten. Het wandelen gaat goed. De natuur veranderd. De temperaturen worden warmer. Andere geuren. Een groot deel van de wilde planten zijn niet meer te zien. Andere zijn in de plaats gekomen. De geurende kamperfoelie.  De clematis.  De Vlier. Naaldbomen.  de Nièvre, la Creuse, le Limousin kom ik beetje per beetje dichterbij de Perigord. Fladderende vlinders,  een Icarus blauwtje die plots verschijnt uit het lange gras. Over een rivier, een brugje die zo bol is gemaakt dat mijn twee wandelstokken noodzakelijk zijn om me er overheen te komen. Een salamander is er aan het zonnebaden. Ik kijk hem zodanig aan dat ik me omdraai en in het midden van de brandnetels sta. Een portie bloedzuivering. Op een lange weg dalen mijn gedachten weg. Op twee meter voor me zie ik iets zilvergrijs, dubbel en de lengte van mijn schouders in S-vorm verdwijnen. “Aahhh”, een kreet. Ik ontwaak. Une couleuvre.

De wind

image

16 mei – Met vier personen ontwaken in een kleine ruimte die zowel dienst doet als keuken en slaapkamer,  vind ik niet eenvoudig. Zoals iedere morgen probeer ik mijn rugzak te vullen in een bepaalde volgorde om niets te vergeten.  Het lukt me, hmm dat dacht ik toch! Tot tweemaal loop ik terug naar de refuge omdat ik iets vergeten ben. Mijn telefoon en nadien mijn Sint Jakobsschelp.  Met een goede opwarming vertrek ik uiteindelijk voor een nieuwe dag vol ontmoetingen en ervaringen.
Ik gekwaak van kikkers doen vermoeden dat er waterpartijen in de buurt zijn.
Een krachtige koude wind duwt me naar rechts. Ik kruis mijn benen links zijwaarts zodat ik terug op de juiste plaats wandel. Het doet me denken aan een danspas van vroeger. De naam ontsnapt me. De wind blaast de aren van het graan in alle richtingen. Als ik er naar kijk word ik bijna tiepsie (dronken). Een bejaarde man is aan het wieden in de tuin. “Bonjour monsieur,  le vent qui souffle comment s’ appelle t’il”? “Le vent du Nord”. Hmm, geen ‘Tramontane’. Dit woord had ik liever gehoord, het doet me denken aan mijn grootouders toen ze in het zuiden woonden. Gewoon om me erop te wijzen dat ik verbonden blijf met het noorden 😉  .

Limoges

image

15 mei – Nog voor ik Limoges verlaat ga ik eerst nog op zoek naar nieuwe kousen.  Een paar kousen zijn tot op de draad versleten.  Goede degelijke kousen vinden in steden is niet vanzelfsprekend.  Gelukkig vind ik er waar een beetje Merinowol in vermengd is. Vertrekkensklaar.
Pas om twaalf uur verlaat ik Limoges in de hoop ik op de goede weg ben. Een grootstad binnen komen doe je meestal met de Sint Jakobsschelp op de grond die je de weg wijst naar de Kathedraal of Basilique.  Eenmaal buiten de kathedraal is een andere zaak en zijn de schelpen niet meer zichtbaar. Ik verlaat dan maar Limoges via de nationale richting Périgueux.  Na zes kilometer verlaat ik de nationale en steek ik  een brug over. Ik ga hulp vragen in een school.  Computer open en al heel snel wist ik dat mijn weg ok is. Nog eerst krijg een potje koffie aangeboden en gebruik ik even hun toilet.  Nu nog terug de schelp (kenteken) mogen ontmoeten. En ja, drie kilometer voor Flavignac ben ik terug op de Camino. De laatste kilometers zijn zwaar en blijven maar stijgen. Aangekomen zoek ik heel snel een bar, ik plof me neer ” Bonjour, un Panach svp”. Amai dat is lang geleden.

La cerise

image

14 mei – Mijn wekker,  waar, mijn wekker. Ik hoor hem…mijn lichaam reageert nog niet. Om acht uur ga ik samen met de zusters bidden. Nadien nemen we samen het ontbijt. Pas om negen uur verlaat ik het gebouw en neem ik afscheid. De platte dakpannen hebben plaats gemaakt voor de gebogen zuiderse dakpannen.
In Saint Leonard de Noblat, geniet ik van de kleine pittoreske straatjes.  Vooral van het zien dat er leven in het dorp is. De eerste bakker en fruitboer na 2 dagen wandelen. Een kleine verwennerij ” chocola et guimauve”. In een papeterie zie ik in de etalage een traditioneel Frans mes liggen ‘L’Aigiuole’ met een prachtig houten handvat.  Ik kan me niet weerhouden. Aan de kassa meld ik dat ik de houten verpakking niet wens. Ze kijken me verontwaardigd aan. “Madame l’important c’est le couteaux. Le reste c’est du poids et cela prends de la place aussi bien dans mon sac que dans mes armoirs”. De verontwaardigde blik wordt groter. Ik wandel verder.
Een fikse daling om de stad te verlaten, brug over en het bos in. Uit het bos kom ik in een klein dorpje. De schrijnwerker staat klaar om te vertrekken.   Een vrouw roept de man eventjes terug. Een teder gebaar, een kus. Een mooi tafereel “ah, c’est jolie”. “Merci” met een lange i die blijft naklinken, zegt de vrouw met een zekere fierheid. Rond 13u kom ik aan in Aureil. Kort achter de kerk staan veel wagens geparkeerd.  Zou dit op een bar of restaurant kunnen wijzen! Een klein bordje aan de façade,  niet echt duidelijk of het nog bestaand is of niet. Een dubbele deur, een gordijn en achter het gordijn vele gedekte tafels. Het is ondertussen al wel duidelijk dat ik graag lekkers ga eten. De echte Franse keuken, hier is het deze van Paulette. Om de vingers af te likken. Bij het verlaten van het restaurant wordt ik aangesproken.  “Excuses moi, je peut vous demander une question” vraagt een man. Al heel snel wordt één vraag meerdere vragen. De laatste vraag “pourqoui vous faites ce chemin”. “Bhein, monsieur, chaque pelerin a sa raison. Vous voyer, dans votre assiete il y a un gateau au fraises. Bhein, pour moi ce sera la cerise sur le gateau”. Hij kijkt me aan en knikt. Met een wederzijds warm gebaar verlaat ik het restaurant. 

Tip: Restaurant Rebeyrolles (epicerie-tabac), Aureil

Nick

image

13 mei – De dag start met lichte regen. Af en toe is er een plaatselijke bui. De dik begroeide bomen doen dan goed zijn dienst. De weg gaat goed omhoog langs een bos van naaldbomen.  De vergezichten zijn wat verminderd en hebben niets meer te maken met de wijdse natuur van de voorbije dagen en weken. De varens groeien tot 1 m hoog om zich dan pas te openen.  De zon die ondertussen terug van de partij is, droogt al heel snel de weg waardoor ik tenmidden dampen wandel. Nick wandelt kort achter me aan, een pelgrim die de voorbije nacht in dezelfde refuge heeft geslapen. De  ganse dag delen we elkanders weg en wandelen we samen een deel van de camino. Op de middag proberen we iets te vinden om te eten. We hebben geluk. Net voor sluitingsuur vinden we nog een restaurant. In Luccas op 3 km van St. Leonard de Noblat nemen we afscheid. Ik blijf hier logeren bij de zusters. Met open armen en met een grote glimlach wordt ik er ontvangen.  s’ Avonds delen we de maaltijd in de living waar een schitterende plankenvloer ligt. Ik laat dan ook mijn schoenen aan de ingang staan zodat ik deze met blote voeten kan voelen.  Na het eten help ik de zusters met de afwas en al heel snel nadien roept mijn bed om te gaan rusten.

Rayon de soleil

image

12 mei – “Maintenant” hoor ik roepen in de verte.  Naast mij hoor ik twee mannen schrikken. Oeps, half wakker besef ik dat ik het ben. Twee uur in de morgen. Een nachtelijke droom. Zou het binnenkort volle maan zijn!  Vroeg vertrek ik uit Bénévent l’ abbaye waar ik geslapen heb in de refuge Adodane. Voor mijn vertrek meld de eigenaar dat er een verkorte weg is van 6 km ” Il est plus court et le camino c’est qoui, ils vous emene que part des eglises!” “Bhein, c’est un pelerinage monsieur” antwoord ik verwonderd. “Vous aller rien trouver par la”. “Oh, bhein il y a toujours bien une maison”.  Zijn reacties voelen niet goed. Een zware dag met veel stijgen tot in Saint-Goussaud. Natuurlijk na een stijging komt een daling… . Langs de weg ontmoet ik Madeleine met haar hondje. “Il fait pas beau, vous n’avez pas de chance” meld ze me terwijl ze me aankijkt.  “Oh, madame il a toujours le soleil sur chemin” vertel ik haar met een glimlach. We blijven wat verder praten en voor ik in een bosje verdwijn lacht Madeleine me mooi toe en zegt “Bon chemin ma fille”. “Vous voyer madame, il y a toujours le soleil sur le camino. Votre sourire est un rayon de soleil” en ik zwaai. In Châtelus le Marcheix verblijf ik in een nette en aangename refuge van de gemeente. Ik verneem dat er iemand de pelgrims een andere weg opstuurt. Ik denk aan de reactie van deze morgen in de refuge in het voorbije dorpje. Dit wordt bevestigd door een pelgrim die niet aankwam en op dezelfde plaats heeft overnacht. Een ongepast gedrag op de pelgrims route.