Day-off

img_20180803_1630558255993496684103395.jpg

Campobasso

Zes uur… De wekker… Ik verlaat het ex convento en zwaai nog even naar de migranten in de keuken. De hemel… bewolkt…
Een bus komt aangereden… Ik steek mijn hand op… Een dagje ‘day-off’. Uit het ritme van inpakken… kaart lezen (vermoeiend en énergie slopend), stappen. Mijn lichaam een dag congé geven.
Moe, weemoedig en heimwee…
Richting Campobasso opzoek naar een apotheek die me kan helpen tegen de ontzettende jeuk aan pols en handen. Ik was er een paar dagen vanaf door minder contact met de zon. De laatste dagen was de zon krachtiger met als resultaat… Een opflakkering. Door de vermoeidheid kan ik het ook niet meer opbrengen om om te gaan met de jeuk.
De behulpzaamheid, vriendelijkheid en de tijd die de apothekeres neemt doet me goed… we zoeken samen naar een resultaat. De juiste Zonnecreme… OK… Behandeling tegen jeuk… OK… Insecten…homeopathie… De huid voortdurend verfrissen… Met thermaal water voor gevoelige huid… Resultaat… De rugzak vult zich…

img_20180803_1632532315562054693386401.jpg

Op een terras neem ik een ontbijt. Ik neem de telefoon en bel een vriendin op… Deugddoend… Een opbeurende gesprek… In het gesprek wordt me ook iets duidelijk omtrent mijn creativiteit, inspiratie en iets neerzetten op deze wereld.
Diep van binnen weet ik heel duidelijk wat me te doen staat en wat ik wens op te bouwen omtrent het pelgrimshuis. Alles is dan zo duidelijk en een openweg tot het zo duidelijk is dat er dan angst opkomt waar ik ga van lopen…
Ik werd me bewust dat het neerzetten van iets opzich OK is…
Dat er geen angst is voor het begin…. wel angst dat het zal eindigen. Is het een angst om te falen… neen niet echt… Dus dan begin ik er niet aan of ga lopen… En het besef dat mijn creativiteit in het Nu, nu dient aangepakt te worden. Want het zaad van vandaag zullen de vruchten van morgen zijn. En de bloemen in het nu zijn het resultaat van de vruchten uit het verleden.
Wel… ik neem de angst bij de hand en we gaan samen opweg in vertrouwen.
Ik neem dan ook verder mijn boekje in de hand en werk het project verder uit. Ik krijg terug wat moed.

Vijf uur wachten voor de bus aankomt om me te brengen naar een rustig dorpje bij Fosca en Marco.
Mijn sasjh (Marokkaanse sjaal) gaat de vuilbak in, de prikkers van de velden zijn er niet uit te halen. Ik stap binnen in een winkel… En koop me een frisse nieuwe sjaal met een opbeurend fris kleurtje… Materie die me nu eens zo deugddoend is… Vitrines doen om werkelijk mijn gedachten op niets te zetten.
Op de bus val ik in slaap… ’s Avonds wordt ik ontvangen met openarmen, samen eten, mijn kledij gaat de wasmachine in… De geur van verse gewassen kledij… De geur van regen in de natuur… Delen en ontvangen… Al dit brengt me terug wat moed…

Het was… Morgen een nieuwe dag.

img_20180803_2150094014082026208951889.jpg

Sant’elena Sannita

Ripalimosani

Een van de broeders vraagt of ik zin heb in koffie voor ik de baan op ga. Dit kan ik nu niet weigeren. De keuken… Een bruine eiken keuken met midden een kleine rechthoekige tafel. Het aanrecht… De koffiemachine…
Een donkerbruine lange pij en een wit touw verbergt de hedendaagse kledij van de broeder.
Koffie geur… Het geluid van de koffiemachine… Herkenbaar… Ik sluit even kort mijn ogen… Een diepe zucht. Gemis.

Een gemakkelijke weg vandaag zonder complicatie, zonder prikkers…oef…Een asfalt weg, ernaast velden afgemaaid gras. Links Campobasso die heb ik niet nodig… Deze regio weet ik veel meer te appreciëren dan de regio waar de VF doorgaat. De appenijen zijn werkelijk de moeite. Veel meer natuur, kleinere pittoreske dorpen, de benadering van de mensen, de hulp en openheid.

Op het middaguur kom ik gelukkig al aan in Ripalimosani. De warmte haalt je energie zo naar beneden en het moraal die volgt. Voor de eerste keer vandaag heb ik wat heimwee. De ontvangst is zo warm dat de heimwee al heel snel wat op de achtergrond verdwijnt.
Een kamer, verse handdoek en een keuken waar ik straks mag koken.
Terwijl ik op mijn bed lig na een lange middag slaap… Muziek… Een kamp… In de gang slapen refugees. Het gebouw naast het convento zijn 18 refugee jongeren tussen 10 en 15 jaar… Zonder ouders. Gelukkige hebben ze hier opvolging van dokters en psychologen.

Evenwicht

Pietracatella

Met de zon in de rug en de maan vooraan wandel ik door het prachtig landschap van de regio Moline. Van Pietracatella naar Toro. De vergezichten zijn subliem. De ene heuvel na de ander. Dorpen die boven op een top gevestigd zijn. De velden gekleurd door veldbloemen. Een temperatuur die vroeg in de morgen draaglijk is.

Ik ben nog niet volledig in een ontspannen lichaam. Mijn adem is niet volledig vrij. Ik word me bewust dat ik de laatste dagen vaak in een afgesloten wereld zat… mijn denken.
Mijn verlangen om wat ik heel diep vanbinnen voel, waar ik mag voor gaan en opbouwen. Die zo juist voelt nl het pelgrimshuis, is zo groot dat ik vergeet in het Nu te zijn. Mijn gedachten, ideeën, de opbouw, creativiteit broeit en bloeit. Dat het werkelijk een loopje met me gaat nemen.
‘Allé, hup Jasmine’, ik fluit mezelf terug. Wat ongeduldig… eerst nog verder rustig opbouwen en zorgen dat het project een stevig basis kan hebben…. en dit is hier en nu…

Een pen en papier is dichtbij de hand… Wat woorden, brainstormen en loslaten.

Net zoals de voorbije drie dagen heb ik terug een stukje weg die verdwenen is. Con I Ali à piedi daagt me werkelijk uit. Geduld, nederigheid, mildheid, doorzetting worden voortdurend op de proef gesteld. Dat ik in kracht en liefde hier evenwicht mag in vinden.
En eerlijk ook al is geduld een noodzaak, ik heb het soms wel gehad met veldwegen die niet meer bestaan of waar je plots over een ingezakte weg van 1m diep mag springen… En laat ik nog zwijgen over de vele miniscule prikkers die in mijn kousen zitten en me triggeren.
Behalve dit vind ik het een prachtige weg, natuur een weg van convent naar convent en waar je het leven van Franciscus dichtbij mag beleven.
Ik hoop dan ook dat Angela, de persoon die deze weg heeft gecreëerd, na meer dan 10 jaar mensen mag vinden om de weg te signaliseren, te onderhouden en bepaalde delen van de weg haalbaar mogen worden voor iedereen.

Vleugels

Onrustig word ik in de nacht wakker en denk aan de dag van gisteren.

Om zeven uur was ik opgestaan om naar het ochtendgebed te gaan en dan naar de viering. In de viering voelde mijn lichaam vreemd. Een onbekend gevoel, ik zou het woord zwaar kunnen opkleven. Terwijl ik nu neerschrijf komt iets bij me op en zie ik een beeld terug. Boven mijn bed in de kloosterkamer hebben ze in het plafond een stuk originele bouwarchitectuur gelaten. Afgedekt met een soort plexiglas. De structuur bamboe en aarde. Wat zand was op het glas terecht gekomen. Even kwamen de woorden voor het slapen gaan in mijn hoofd ‘onder de aarde slapen’. Had dit nu te maken met het gevoel in mijn lijf bij het ontwaken!?
Na de viering stelde broeder Raphaël me voor aan de aanwezig, mijn reden van de tocht, het hoe, wat volgt en wenste me veel goeds voor op de weg. Ik heb daar een dubbel gevoel naar wanneer zoiets gebeurd… Het gebaar opzich vind ik heel lief en warm. Bij mezelf heb ik een gevoel van tweestrijd… Ik zou kunnen zeggen mijn ego gaat dan groeien en aan de andere kant volgt mijn lichaam het hart die een heel zacht nederige buiging maakt. Dit laatste is op deze weg sterk op de voorgrond gekomen. Het is geen wegcijferen of zich niet laten zien, het is geen beschaamdheid. Neen, het is als een diepe dankbare stilte, waarin ik me zo vrouwelijk en zacht mag voelen. Daar is mijn thuis. Daar is de plaats van graag zien, de plaats van Liefde naar mezelf in verbondenheid met anderen. Daarin kan ik dragen, veel dragen, veel schenken. Daar zit mijn gevoelige kant die ik zolang heb beschermt en verdedigt. Daar ben ik rustig en traag en stevig.

Bij het verlaten van het klooster was er wat haast rond mij met die haast ben ik de weg opgegaan zonder te beseffen. Eerst nam broeder Raphael afscheid. Een man met een witte dikke haardos, groot, stralende open ogen. Zijn twee handen grijpen mijn schouders, stevig… als een vader die zijn dochter de wereld in stuurt. Als een broeder die in volle vertrouwen op weg stuurt.

Ik volg de weg zoals op de kaart, ondertussen heb ik een nieuwe versie. Met zwier en zwaai stap ik het dorp uit. Drie mannen spreken me aan en vragen of ik hen in gebed wil meenemen. Waar ik volmondig ja op zeg…

Een zijweg… Ik twijfel… ja of neen… Ik denk nog terug aan de weg die Renaldo me gisteren aanwees. OK. ik doe het. Na een eind kan ik mijn weg niet vervolgen… Een muur van planten….een zwerm vliegen… een moeras… Ik ga parallel over een veld om aan de andere kant de weg op te pikken. Het lukt… Met mijn intuïtie voel ik dat er iets niet juist is… ik ga verder… En zo gaat het een eind verder. Neem ik wegen die bebost zijn tot op momenten dat ik gewoon niet meer op een weg zit, wel gewoon tussen de zonnebloemen midden de velden. Met een fikse daling naar één diep punt… tussen prikkels, aren die kleven in mij kousen en op mijn schoenen en tape verband… en maar verder doen… In een oogwenk zag ik de weg waarheen ik moest… alleen vergat ik de obstakels ertussen. En om obstakels te trotseren is een gecenterd lichaam een noodzaak…
Een paar seconden een zwart gat… Een paar seconden waren noodzakelijk om de grond te gaan kussen met een rugzak van 13 kg op de rug… Daar lag ik midden de velden, in een dag uitgegleden, met mijn hoofd tussen het riet. Ik stond recht… Keek naar mijn benen… Stapte verder dieper in het dal… en nog was ik niet terug… Het was net alsof ik mij niet was… Ik was als een zombie aan het wandelen… Alle ploeteren… Tot ik stilletjes aan terug aan het komen was… Ik draaide me om en kwam tot besef dat ik terug op mijn stappen moest komen. Gaan zoeken wat ik verloren was… Een stevig helling… Mijn lichaam sleurend naar boven… Af en toe liet ik mijn lijf hangen op mijn wandelstokken… Mij lichaam deed aanstoot om te huilen… Het zou kunnen lossen Jasmine, gaat door meheen… ‘Neen ik had mijn kracht nodig om te klimmen, om eruit te komen’ en ik wist dat wenen me gewoon midden dit veld zou laten. In de hoogte twee buizerd. Ze blijven laag boven mij vliegen. Ik spreek tot hen… Hun geroep was anders… Ze bleven maar boven mij draaien… Ze brachten mij verder de kracht om mijn pad verder te zetten… Het was alsof ze mij uit het dal kwamen halen. ‘Con I Ali à piedi’, als vleugels… Had ik nu maar vleugels… En toch… Maar ik kon ze niet zien.

Op een bepaald moment… Krimpt mijn buik ineen en had ik het gevoel vanuit de buik te wenen, geen grote krachtig buik, eerder een beeld van een uitgewrongen dweil die tot de laatste snik zich uiterst, weliswaar zonder tranen.
Mijn lichaam voelde zo uitgeput dat ik de buizerds niet kon aankijken.
‘Wat heb je mij te vertellen. Wat betekent dit. Van waaruit?’ Al die vragen passeerden als een flits door meheen.

Moet ik dan eerst zo uitgewrongen worden om verder te kunnen doen.
Ik was de dag voordien uit mijn centrum gegaan, ik had me deels weggegeven en eigenlijk tegen mijn gevoel in meegegaan met Renaldo. Het was niet het gepaste moment en daarheb ik geen gehoor aangegeven. Ik kon geen ‘neen’ zeggen. Ik was daardoor ook deels in een oud patroon terecht gekomen van… afschermen, beschermen, stoer… In het opgefokt egostuk die me dan uit mijn nederigheid brengt… Dit besef, deze bewustwording doet pijn. Pijn in het hart…

Na vier uur ploeteren beslis ik terug te gaan naar het dorp om mij de ruimte en tijd te geven om te bekomen. Ik neem plaats op een terras. Na een half uur stel ik een vraag aan één persoon, het duurde geen 5 minuten of er waren 4 andere mensen die met een antwoord kwamen en hulp wilden bieden. Alleen geen enkel had gehoor over de inhoud van mijn vragen en werd het voor mij al snel een soep. “Stop, dit is me teveel”… Ik had duidelijk mij les geleerd.

Pas rond 14 uur vertrek ik uiteindelijk voor mijn twintig kilometer naar Pietracatella.

Pietracatella

Padre Raphael

img_20180731_1755075474833473907768275.jpg

Behoorlijk geslapen op de tafel… ook al heb ik een paar keer moeten draaien omdat mijn heupbeenderen wat nood hadden aan rust. Ik wacht nog even tot de tabakwinkel opent… neen neen…. aan de tabak heb ik na 25 jaar roken vaarwel gezegd op mijn eerste Camino naar Compostella, vier jaar geleden. Wel voor nieuwe batterijen.

Natuur… ten volle natuur… Eindelijk na een lange tijd hoor ik terug vogels… Op kilometers ver geen gemotoriseerde voertuigen… Ik volg de weg via een kaart vanuit het boek. Geen signalisatie. Niet zo eenvoudig. Ik sla een weg in, een bosweg. Ik twijfel… klopt dit wel… dubbelcheck… ja… Ik waag me tussen bramen, lange grassen… Een dichte gegroeide weg en onbegaanbaar. Dit gebeurt zo een paar keer. Na een derde keer had ik er genoeg van, open mijn gps en ga opzoek naar wegen. Ik neem een bosweg met rood-witte signalisatie… Een Zalige weg… Oef eindelijk komt er wat ritme in. De vergezichten zijn prachtig. En geniet ten volle van wat mij ‘thuis’ brengt… het bos, de vogels, de dennengeur, hoge dennebomen, zachte grond…
De afgemaaide veldwegen doen deugd… gewoon te weten dat de landbouwer het afmaaide om het ons gemakkelijk te maken en dan voor hem te weten dat we erop wandelen… Verbinding.

img_20180731_181025142541583948654763.jpg

Op zes kilometer voor San Marco la Cotola, een telefoonnummer, een B&B met zwembad. Verleidelijk. Ik bel. De prijs ligt me wat te hoog. Het is ook moeilijk om elkander te begrijpen door het talenverschil. Ik twijfel… het wordt een neen. Ik wandel de laatste zes kilometers. Een wagen vertraagt… De man die ik belde… Ik haal mijn schouders op en breng mij armen los van mijn lichaam “troppo costo”. Hij vraagt of hij me naar het convento moet brengen. Ik bedank vriendelijk, steek mijn hand op en stap door. Vijf minuten later komt hij terug. “kom, ik ken de broeders, het is een vriend”. “waar ligt het Convento” vraag ik hem in het Italiaans. Oei, mijn Italiaans is blijkbaar niet OK. Ik geef eraan toe en stap in. Zelf kent hij goed de weg en vraagt me vanwaar ik kom, hoe dat het komt dat hij me niet zag op de baan… Kortom tal van vragen die wat overdonderen na een lange dag wandelen in de volle zon. Ik probeer me te verduidelijken… Uiteindelijk had ik door dat we elkander niet konden begrijpen… het lukte hem niet om te begrijpen dat ik de weg in de andere richting deed. Wat ik ook te weten kwam is dat het boek die ik aankocht een verouderde versie is, waardoor ik de weg niet vond. Een opluchting om dit te weten.

Aangekomen in het convento maak ik kennis met broeder Raphaël. Een open blik. Maar eerst neemt Renaldo me nog mee naar de plaats waar morgen mijn weg mag beginnen. Hij zegt me dat ik het moeilijk maak door de weg omgekeerd te wandelen. Ik meld hem duidelijk… een kaart is een kaart en dat dit voor me geen probleem is… Ik voel dat ik wat op mijn strepen moet gaan staan en dit vind ik niet fijn.
Hij blijft me vragen stellen waarop ik eigenlijk geen antwoord kan omwille dat het geen betrekking had op mij. Ik meld dit dan ook en vraag hem om de communicatie verder te zetten bij de broeder die tweetalige is.

img_20180731_2224164137799447265721601.jpg

img_20180731_2225483235294453433788468.jpg

’s Avonds heb ik geen heel fijne babbel met broeder Raphaël in de tuin van het convento. Wat een Zalige plaats. Het klikt onmiddellijk tussen ons en delen in het kort onze weg. Hij zijn verloop van hoe hij is ingetreden. Ik, over wat me te doen staat bij mijn thuiskomst… De opbouw van een pelgrimshuis en het gevoel errond…

Broeder Raphaël, een warm en hartelijk mens.

img_20180731_2227268610950899275714738.jpg

Padre

img_20180729_0610317688882625270341932.jpg

img_20180729_1923445815700554051404780.jpg

img_20180729_192443280318048146835967.jpg

Ik open mijn kamer. Zuster overste staat aan mijn deur met een kop koffie. Wat lief. Ik schenk haar een offerta. Ze weigert en vraagt om hen mee te nemen in gebed. Ze gaat terug naar de keuken en komt terug met een plastiekzak… twee broodjes, vierkante plakjes kaas, twee appels…. een picknick. Ik buig wat voorover als teken van dank… Nog voor ik de lange gang van het klooster verlaat, draai ik me om en wuif.

Een lange vernieuwde geasfalteerde weg richting Castelnuovo della Daunia. Gelukkige heel rustig, weinig wagens behalve landbouwers die in de olijfboomgaarden werken. Pas bij de laatste zes kilometer kan ik een landbouw weg nemen. Er heerst een aangenaam rust over de vallei. Aangekomen in het dorp ga ik eerst opzoek naar water… geen kranen. Wel een klein vierkante blok waar je voor zeven cent per liter kan aankopen, met de keuze tussen plat of spuit. En het spuitwater is hier heerlijk, zacht en zonder teveel prik. Ik stap verder richting centrum en bel aan aan de deur van de priester. Een vrouw antwoord doorheen de parlofoon. Een tal van vragen… De laatste vraag is ”una donna o uomo ? ” Ik antwoord” donna”. “À… No donna à casa”. Euh… ik ben even woordeloos. Bedoel je als ik een man was ik binnenmocht? “Solo uomo”, bevestigd de vrouw. Ik eindig al lachend “ik kom terug… Ik ga eerst naar de tovenaar”. Ze haakt in. Awel den deze heb ik nog niet gehad. Een priester die de pelgrim volgens geslacht aanvaard. Jah… er is duidelijk iets mis.
Aan de overkant van de weg kijkt een man toe. Hij roept en zegt “scheelt er iets”. Ik vertel hem dat ik een overnachting zoek. Wacht, ik zal je helpen. Een andere man komt toe en vraagt ook wat er is en al heel snel staan er drie mannen rond me. Een die belt. Een die vertaalt. Een die vragen stelt en totaal naast mijn antwoorden reageert. Kom zegt de ene, hij heeft een overnachtingsplaats gevonden.
“En route avec trois mousquetaire”, zeg ik hen en ze beginnen te lachen.

 

 

Een maal contact met de mensen voor de overnachting, geven we elkander de hand en verdwijnen ze. “Ik roep nog na ” si chiama!” “Angelo”!
Een half uur later sta ik de bibliotheek te poetsen. Daar waar ik zal overnachten. Mijn bed… een tafel… deze keer zonder matras.
Na wat uitrusten wandel ik nog tot aan de kerk… een priester….ik roep zijn naam… hij draait zich vreugdevol om. Ik stap naar hem toe. Wat onwennig zegt hij “Pelligrini” “Si”, terwijl ik hem een hand geef. Zijn glimlach wordt wat onwennig. Weinig woorden waren voor mij noodzakelijk om me uit te drukken over de situatie ivm het weigeren omdat ik een vrouw ben. Ik had kunnen in discussie gaan, mij gaan verdedigen, opkomen of in gevecht gaan voor mijn vrouw zijn. Wel ja dit had ik gekunnen, dit had me echter nergens gebracht. Ben ik onderdrukt geweest? … Neen. Uitgesloten als vrouw? …. Het is… Heb ik er last van gehad!? … Neen, Ik was wel verwonderd omdat ik dit niet had verwacht. Deed dit me pijn?… Neen en het kan enkel pijn doen als ik het persoonlijk neem en oudzeer niet had verwerkt. En waarom zou ik, het was zijn keuze, zijn huis. Is hij daarom een ‘slecht mens’ (ik gebruik liever dit woord niet, alleen weet anders niet hoe ik me kan uitdrukken) neen. Eerder niet echt een voorbeeld voor zijn functie die hij draagt en voor het “geschreven’ die hij zou moeten vertegenwoordigd.

 

 

 

img_20180729_1928014498164777968954516.jpg

Torremagiore

Gisteren nam ik de bus vanuit Monte San’t Angelo tot aan San Severo waar ik een paar dagen geleden heb overnacht. De eerste drie dagen van de weg ‘Con le ali ai piedi’ overlappen deze van ‘Via Mikael’.
Vanuit San Severo wandel ik nog een acht kilometer, een ideale afstand om te zien hoe mijn voeten en enkels voelen en rustig op te bouwen.

In de vroege namiddag kom ik aan in Torremaggiore. Twee vrouwen op een bank in de schaduw. Ik vraag hen waar ik een convento kan vinden. Ik krijg te horen dat die gesloten. Esther en Patricia helpen mij bij het zoeken naar een overnachting. Een telefoon hier… daar… een half uur later weet ik met zekerheid dat er een overnachtingsplaats is, enkel nog twee uur wachten tot ze alles klaar hebben om mij te ontvangen. Esther heeft me haar telefoonnummer voor in geval ik hulp zou nodig hebben. We nemen afscheid. Ondertussen ga ik in het enig café die nog open is mij beschermen tegen de warmte en zon. Op het uur van afspraak sta ik dan aan de deur van een verzorgingshuis voor vrouwen die psychisch ziek zijn, van dementie tot…. Een bed met verse lakens, alles werd met zorg klaargemaakt. Een Rosario is bezig en ga hen vergezellen. ’s Avonds neem ik het avondmaal samen met de patiënten. Het doet me terug denken aan mijn stages psychiatrische verpleegkunde. Wanneer de overste me aanspreekt, doet ze dit in lettergrepen en met een hoge stem. Ik vind het eigenlijk wel een beetje lachwekkend en terzelfde tijd schattig. Ik heb zo het idee dat ze voor de eerste keer in lange tijd een vreemdeling heeft ontmoet…
Om negen uur ga ik slapen om nog het maximum te kunnen uitrusten voor een nieuwe volle dag.

Abbazia di Pulsano

Michel brengt me vandaag naar de Abbazia di Pulsano op acht kilometer van elkaar. Wat fijn om mensen te mogen ontmoeten die met zoveel openheid, fierheid en liefde verder delen wat hun waardig is. Terwijl hij mij met de wagen brengt zit hij vol enthousiasme te praten over zijn vrijwilligerswerk in de Abbazia. Gelukkig dat er op deze weg niet veel auto’s rijden. Een Italiaan die praat in een wagen… nu begrijp ik waarom sommige auto’s heen en weer zwieren (grapje Michele).
Eenentwintig jaar geleden zijn er hier terug monniken komen wonen en werd met man en macht de abdij gerestaureerd.
Ik krijg een kamer. Broeder Efrene toont me de abdij en de kerk. Geen broeder in lange pij, een jean en polo. Broeder Efrene en Pierre, samen met vele vrijwilligers onderhouden deze prachtige en serene plaats. Ik vraag aan Marie Lou of ik haar kan helpen in de keuken. Voorlopig niet… je mag in vakantie zegt Efrene. In het deurgat staat plots een pelgrim die ik weken geleden heb ontmoet en mij zorgen om heb gemaakt. Eigenlijk verschiet ik niet, diep vanbinnen wist ik dat ik haar nog zou ontmoeten. Om niet in detail te gaan… een verloren schaap die alle hulp weigert. En wanneer je hulp hebt aangeboden, alsook anderen en de hulp werd geweigerd dan kan ik alleen maar die keuze respecteren. Het ene wat ik dan kan doen is naast haar blijven staan.

Chiesa Santa Madré di Dio

Ik ga op mijn bed liggen en rust wat uit. Mijn lijf kan het gebruiken. En bekijk mijn weg voor terugkeer. Om achtienuur ga ik naar de vespers. Als teken van de samenleving te respecteren.
Na de vespers ga ik het gebied verkennen. Nu begrijp ik waarom Nicola zei dat de Abbazia niet zonder de grot van Monte San’t Angelo kon en omgekeerd. Ze horen gewoon samen. Evenwichtig.

Het valt me pas nu op hoe de dagen al beginnen inkorten. Een zachte avond hangt over de vallei. De Abbazia is gelegen op het uiterste van een rots met zicht op zee. Rondom rotsen en heremiet grotten. In de verte loopt hemel en aarde in elkaar.
’s Avonds na het avondmaal doe ik de afwas en gaan we samen op het terras. Ik steek de kaars aan tijdens de maansverduistering en samen zingen we les Complice of de dagsluiting. De broeders gaan slapen. Marie Lou en ik staan zij aan zij aan de balustrade van de terras. In stilte kijken we naar de maansverduistering, de planeet Mars en de vele lichtjes aan de horizon. Een windbries zorgt voor een aangename temperatuur. De andere pelgrim komt erbij samen met haar deel ik verder de avond.

Verbinden

Basiliek Monte San’t Angelo

Om 9.30 heb ik afspraak met Mateo en Matea aan het infobureau van de Via Francigena.
Samen drinken we een koffie…een verwelkoming en kennismaking volgt.

De apotheker… opzoek naar tapeverband. Wanneer je lange afstanden wandelt heb je vroeg of laat te kampen met vermoeidheid, ook al draag je veel zorg voor je lichaam. Versleten schoenen, verandering van schoenen, temperaturen, je lichaamsgewicht en deze van de rugzak, je kracht, voeding en nog zoveel meer…kunnen voor aanpassing zorgen.
Mijn pezen blijven lichtjes zeuren, waardoor ik preventief mijn benen een andere kleur zal geven. Pink! Straks zal ik niet enkel witte sokken hebben, ook bleker banden op de voorbenen en kuit. Na nieuwe schoenen te hebben aangekocht in Rome zijn ook deze binnenkort aan vernieuwing toe. Helaas zijn kwalitieve schoenen hier niet zo te vinden. Ik hoop dat ik dan ook binnenkort mag op bosgrond wandelen, wat al een hemelsbreed verschil zal maken.
Niet enkel de pezen… Mijn huid heeft zich aangepast aan de zon en ziet er uit als een nomaden huid. En dan mijn kleren… De oorspronkelijke kleuren… wat was dit weer? Hoe mijn kleren eruit zien daar heb ik eigenlijk geen zorgen mee, het zijn immers niet de kleren die de vrouw maken, het is de uitstraling die van binnenuit komt.

Ik ga terug naar de basiliek… om in ruimte, tijd en zonder rugzak alles op mij te laten afkomen. Een man spreekt me aan bij de ingang. Hij ziet mijn Tau hangen rond mijn hals. “Francescani non possono immettere nella gotta”, of zoiets gelijkaardigs. Het komt erop neer dat ik volgens de man niet binnen mag in de grot. Ik vraag hem waarom. De reden is dat in het jaar 1216 Sint Franciscus bij aankomst geweigerd heeft de grot binnen te stappen omdat hij vond dat hij het niet waard was God te ontmoeten. Hij liet aan de deur een inscriptie achter, de Tau. Deze Tau is vandaag te vinden binnen aan de ingang in de basiliek, aan de rechterkant. antwoord aan de man dat ik de keuze van de Heilige Franciscus respecteer, dat het echter zijn keuze was, niet de mijne. Dat ik niet te voet ben afgekomen van België om aan de deur te blijven.

Aertsengel Michael

Ik daal de trappen af, 86, en zie hoeveel inscripties in de muur gekerfd zijn van de vele pelgrims die hier geweest zijn doorheen de eeuwen. Hand en voetafdrukken… namen, getallen, boodschappen…
Hoe dieper ik de trap afdaal hoe meer ik me voel naar binnenkeren en ingetogen wordt.
Ik loop wat rond in de basiliek en voel… Ik ga zitten… Sluit mijn ogen.
Ik wordt gewaar. Een warmte is voelbaar in mijn buik… alsof een vuurbol in beweging komt, terzelfde tijd wordt ik mijn harteklop gewaar… wat heviger naar mijn gewoonte… Ademen… Ik blijf in rust en met aandacht gewaarworden. Hoe langer ik blijf gewaarworden hoe dieper en intenser het wordt… Ik laat gebeuren in alle vertrouwen. Woorden komen doormeheen ‘kracht, liefde, licht, vuur, evenwicht’…een kaars.
Ik open mijn ogen. Kijk rond… Mensen, kinderen… Ik neem op… Ik voel… Blijf verder gewaarworden. Ik heb het idee dat iets me te doen staat… Voel twijfel, mijn denken. Diep van binnen heb ik een duidelijk beeld of eerder een duidelijke gewaarwording dat diep juist aanvoelt. Mijn denken zegt ‘misschien vul je het gewoon zelf in. .. Neen, Jasmine. Dit patroon oud patroon ken je. Vertrouw. Vertrouw’.
Ik verlaat de basiliek om het verder te laten rusten. Ik ga terug naar ‘Nicola’snestje’.

Terwijl ik op de trede zit van het huis, ik had mezelf buitengesloten (!), komt Nicola aan. Een spontaan en open contact. Samen gaan we eerst op stap voor wat nuttige boodschappen. Wasserij, schoenen… Michèle zijn papa vergezeld ons. Soms ontmoet je mensen op de weg waarbij veel woorden, uitgebreidde uitleg niet noodzakelijk is en je diep vanbinnen weet ‘dit zit juist’. Nicola spreekt me aan over ‘Abbazia di Pulsano’. Zijn vader stelt me voor dat hij me er morgen kan brengen. Zonder enige vraagstelling in mezelf zeg ik OK. Michel regelt er een overnachting bij de monniken. Ik vraag Nicola waar ik een witte noveenkaars kan aanschaffen en of er een mogelijkheid is deze te laten inwijden. Bij deze gaan we opzoek, vinden we de kaars en laten we hen inwijden net op de dag waar de Heilige St. Anna wordt gevierd en honderden kinderen worden gewijd. Ik vind het bijzonder en raakt me… ik krijg er geen woorden uit… mijn vreugde en traan verwoord alles. De kaars die op de pelgrimstocht het Zuiden en Noorden zal verbinden. Nicola, Michèle Mille Grazie et bonna Fortuna.

’s Avonds keer ik nog even terug naar het plein van de basiliek om het vuur en licht aan te steken en in stilte mijn avond in te gaan.

Ex Chiesa San Pietro

Chiesa di Santa Maria Maggiore

Monte San’t Angelo

San Giovanni Rotondo

Het laatste stuk verder naar het Zuiden richting Monte San’t Angelo. Het is alsof ik vandaag geen enkel gevoel van ‘tijd’ kan hebben. Vreemd.
Ik klim de ‘Heilige berg op’, de natuur is er prachtig. De vliegen en waakhonden neem ik erbij,… en ja hoor ook zij hebben er hun plaats en voel ik ze niet meer als triggers. En ook al staan de herdershonden te blaffen en brullen… ik heb tijd tot ze afgekoeld zijn.

Ondertussen heb ik op FB contact met Matteo een enthousiaste vrijwilliger van de VF del Sud. Hij bied zijn hulp aan bij aankomst.
Wanneer ik aankom staat een man, jaja Michèle, hoe kan het ook anders me op te wachten net voor de basiliek. De korte aanpak is voor mij een beetje overweldigend, ik begrijp dat het te maken heeft met de taalkennis. Hij is de vader van Nicola – waar ik nu overnacht in zijn rustgevend huisje- en vriend van Matteo.
Na mij rustig te hebben geinstalleerd ga ik richting de basiliek. De plaats waar de basiliek is, is een klein plein met daarbij ook een toren.
Ik wandel door de deur van de basiliek, onmiddellijk nemen 86 trappen me mee naar beneden. Ik vind het altijd aangenaam om ergens toe te komen zonder vooraf te hebben gelezen of een foto te hebben gezien. Zo kan ik ten volle genieten zonder enig invulling.
De muren staan vol jaartallen, handen, inscriptie… gekerfd op de muur.

Na twee portalen kom ik uiteindelijk in het hart van de basiliek… Een grot. Bij de eerste kan je je hand in een hand leggen, gekerfd in de steen en die ondertussen door vele jaren dieper is geworden.
Er is een misviering bezig… Ik neem plaats en volg de kerkdienst. Ik hoor de naam vallen ‘Giacomo’, ja tuurlijk het is vandaag de feestdag van de Heilige Jacobus.
Toch wel bijzonder om net die dag hier aan te komen, zo mag er dan toch een verbinding zijn en zou dit ook een bevestiging kunnen zijn van wat me te doen staat bij aankomst in België Ik mag het hopen. Ik ben benieuwd en zie wel wat mag groeien, ik geloof er alvast in.

Ik blijf een eind zitten en ga in meditatie. Het voelt hier goed, sereen, rustig….
Een zuster en broeder lopen af en toe rond om de stilte te bewaren, wat ik ten volle kan begrijpen. Het blijft een sacrale ruimte…
Ik laat me verder dragen doorheen de avond. Ik geniet van de weerspiegeling van de maan op de zee en ga nog even een kijkje nemen waar het vrolijk muziek vandaan komt.