Bra

wp-image-829883583jpg.jpg

Du pain frais, de la confiture maison à la rhubarbe au gingembre et à la cannelle. Le petit-déjeuner. Nous parlons de religions, de croyances, d’autres cultures et de bien d’autres choses encore. Des sujets pas évidents, quand l’une est croyante et l’autre athée. Chacune avec nos propres idées, visions, et sentiments. Ensemble dans le respect mutuel de l’autre et sans vouloir changer quoi que ce soit. ‘Être’ ensemble. Il est agréable de voir que les yeux continuent de scintiller même si les façons de voir divergent. En harmonie.

Il est clair que j’aime la compagnie. Il est presque dix heures quand je quitte la maison. On s’embrasse et je pars en passant par la place de l’église d’Erezée direction Vaux-Chavanne. Il fait chaud. Je marche en alternance dans des bois et sur des chaussées. Mes pieds commencent à faire mal, à cause de la marche sur sols endurcis. Des taches rouges, qui démangent, apparaissent sur mes tibias. J’ai bu trop peu les deux derniers jours…

Mon corps se sent lourd. Au-dessus de ma tête des fils électriques est des hirondelles qui ont la bougeotte et qui s’amusent. Elles sont très nombreuses ces jouettes. Elles passent sans cesse d’un fil à l’autre.

À Manhay je trouve enfin un café. Je me réjouis à l’idée d’un bon café. Je mets mon nez au-dessus de la tasse de café et étends mes jambes. Un homme entre. Je rêve, ou est-ce bien lui? “Marc!” L’homme se retourne, en effet c’est bien Marc, nous avons un ami commun, Ronny. Ronny est l’auteur du merveilleux livre ‘Robin & Rudjard’, un conte pour adultes qui traite d’un petit garçon et d’un renard. Je vous le recommande. Après une heure mon corps se sent beaucoup mieux et pleine d’énergie je continue ma route. De l’église Saint-Jacques le mineur de Vaux-Chavanne vers l’église de Notre-Dame de l’Assomption de Bra.

Noël Fernand y est mon guide. Noël a restauré l’horloge datant du quinzième siècle se trouvant dans la tour du huitième siècle, et qui n’avait plus fonctionnée pendant cent ans. Une horloge à une aiguille. Des chiffres Romains et un mécanisme spécial. Il est fier de me montrer son travail. En face de l’église le presbytère. J’y ai installé un lit. Un peu plus tard Noël m’apporte un repas du soir et un petit-déjeuner sur un plateau. Curieuse comme je suis, je me promène dans la demeure. Une magnifique maison, avec des planchers en bois ayant des fentes d’un demi centimètre par lesquelles je vois le rez-de-chaussée. Un lavabo qui fuite. Je vais me rafraichir dans la cuisine avant de me coucher. Dans la salle à manger, à l’aide de la lumière de bougies, je lis mon journal. Les flammes des bougies donnent vie à deux figures bizarres se trouvant sur la cheminée. Ma tête tombe de temps à autre vers l’avant. Il est temps d’aller me coucher.

GPX Bestanden Amonines – Bra

Vers brood, zelfgemaakte rabarberconfituur met gember en kaneel. Het ontbijt. We hebben het over religies, geloof, andere culturen en nog zoveel meer. Geen evidente onderwerpen wanneer de ene persoon gelovig is en de ander een atheïst. Elk met onze eigen visie, ideeën, gevoelens. Met elkaar, in respect voor het ‘anders’ zijn, zonder elkaar te willen veranderen. Samen ‘zijn’. Fijn om te mogen ervaren en te zien dat ogen blijven sprankelen, ook al is de visie zo verschillend. In harmonie met elkaar.

Het is duidelijk dat ik hou van compagnie. Het is bijna tien uur wanneer ik het huis verlaat. We geven elkaar een zoen en ik vertrek via het kerkplein van Erezée richting Vaux-Chavanne. Het is warm. Afwisselend wandel ik in bossen en op harde wegen. Mijn voeten beginnen pijn te doen, het gevolg van de harde ondergrond. Rode jeukende vlekken komen te voorschijn op mijn scheenbenen. De laatste twee dagen heb ik ook te weinig gedronken. Foei! Mijn lichaam voelt zwaar. Boven mij elektriciteitsdraden en niet stilzittende zwaluwen. Het krioelt van deze plezante, speelse vogels. Voortdurend vliegen ze van de ene draad naar de andere.

In Manhay vind ik eindelijk een café. Oh, wat zal een heerlijk potje koffie me deugd doen. Ik hou mijn neus boven het welriekende goedje en strek mijn benen uit. Een man komt binnen. Hein, droom ik nu? Zie ik juist? “Marc!” De man draait zich om, inderdaad, het is Marc. Samen hebben we een gemeenschappelijke vriend, Ronny. Ronny schreef het schitterend boek ‘Robin & Rudjard’, een volwassen sprookje over een jongen en een vos. Een aanrader. Na een uur voelt mijn lichaam totaal anders en met volle energie zet ik mijn weg verder. Van de Sint-Jacobs de mindere kerk in Vaux-Chavanne naar l’église de Notre-Dame de l’Assomption de Bra. Ik krijg er een rondleiding van Noël Fernand. Noël restaureerde het vijftiende-eeuws uurwerk van de versterkte kerktoren uit de achtste eeuw, nadat het uurwerk honderd jaar niet had gewerkt. Een uurwerk met één wijzer, Romeinse cijfers en een bijzonder mechanisme. Met fierheid toont hij zijn werk.

Recht tegenover de kerk, de pastorie. Ik heb er een bed geïnstalleerd. Wat later brengt Noël me een avondmaal en ontbijt op een plateau. Nieuwsgierig als ik ben wandel ik doorheen het huis. Een prachtig gebouw met een houten plankenvloer met spleten waardoor ik het gelijkvloers zie. Een lekkende wastafel. In de keuken fris ik me wat op voor het slapengaan. Bij kaarslicht lees ik in de eetkamer in mijn dagboek. De vlammen van de kaars brengen de twee bizarre figuren aan de schouwmantel tot leven. Mijn hoofd valt af en toe met een korte beweging, tijd om te gaan slapen.

 

Braambessen-Mûres

dav

Ce matin la nature est recouverte d’un tapis blanc. Il fait frais. De la fumée blanche s’échappe des cheminées. L’odeur du bois brulé. De nombreuses toiles d’araignées sont visibles, ce sont de vrais chefs-d’œuvres. Les petites gouttes d’eau ressemblent à des perles de cristal et vu de plus près elles reflètent tout l’environnement. On dirait que la nature pratique la magie. Mon sac à dos pèse plus lourd. Aussi Marie s’est fait magicienne ce matin. Deux boites de filet de maquereaux, du thon, une salade de fruit et une pomme du jardin.

Les mûres se situent au niveau des yeux et m’attirent très fort. Oui ou non? Très tentant. J’observe l’arbuste est remarque qu’on y a pas encore touché. Je ne résiste pas. Mes yeux se ferment pendant que mes papilles gustatives s’activent. Hmm, délicieux. Merci Mère Nature.

Dix heures du matin. Pas d’activité dans les villages, comme si tout le monde dormait encore. Des capucines, feuille, tige et fleur, ma dose d’antibiotique pour aujourd’hui. Le soleil se fraye un chemin à travers les nuages. Un facteur fait sa tournée. Les duvets, d’un chardon en fin de floraison, adhérent les uns aux autres à cause de l’humidité. Les fleurs blanches du Convolvulvus forment des points de lumière dans les accotements de verdure. Dans les jardins: dahlia, phlox, anémones et glaïeuls. Le sol est rouge et me colle aux pieds.

La journée pluvieuse d’hier me donne l’impression d’avoir eu comme effet, cette nuit, d’échanger l’été contre l’automne. Les fougères ont déjà des taches rousses. Je demande le chemin à un homme dont la maison est entourée d’un petit mur. Dix minutes plus tard on fait la conversation. Dans le prochain village où j’aimerais faire halte, peu de vie à percevoir. Les nombreuses maisons de vacances font de ces villages des villages fantômes. Une des raisons pour laquelle les commerces et les écoles disparaissent. Encore deux kilomètres jusqu’à Erezée. Dans un jardin, une brouette remplie de bois d’élagage, une femme aux gants de jardinage et dans sa main droite une cisaille. Une brève rencontre. Je suis invitée à passer la nuit chez elle, si toute fois cela ne serait pas possible au presbytère. Une demi-heure plus tard je suis en face de la charmante maison de couleur ocre. Anne m’ouvre: “Bienvenue!”

GPX Bestand Bande – Amonines

Braambessen

De natuur is bedekt met een wit ochtendtapijt. Het voelt wat frisser aan. Uit de schoorstenen komt witte rook. De geur van verbrand hout. Talrijke spinnenwebben zijn zichtbaar, echte kunstwerkjes. De kleine waterdruppels zijn net kristallen parels, die de hele omgeving reflecteren. Het is net alsof de natuur aan het toveren is. Mijn rugzak weegt wat zwaarder. Ook Maria toverde deze morgen, het één na het ander kwam te voorschijn: twee dozen makreel, tonijn, gemengd fruit en een Boskoop appel uit eigen tuin.

De braambessen staan op ooghoogte in massa naar me te lonken. Zou ik of niet? Aantrekkelijk. Ik bekijk de struik en zie dat er niet van werd gesmuld. Ik kan het niet laten. Mijn ogen sluiten zich terwijl mijn smaakpapillen in actie komen. Hmm, verrukkelijk. Dank je moeder natuur.

Tien uur in de morgen. Geen beweging in de dorpen, alsof iedereen nog slaapt. Oost-Indische kers – blad, steel en bloem – mijn portie antibiotica voor de dag. De zon baant zich een weg doorheen het wolkendek. Een postbode doet zijn ronde. De pluizen van de uitgebloeide distels kleven aan elkaar van de vochtigheid. De witte bloemen van de Convolvulus brengen lichtpunten in de groene berm. In de tuinen: Dahlia, Phlox, anemonen, gladiolen. De grond is rood en kleeft aan mijn voeten.

De regendag van gisteren geeft me het gevoel dat in één nacht de zomer plaats heeft gemaakt voor de herfst. De varens vertonen al roestbruine vlekken.
Ik vraag een man naar de weg, zijn huis is omringd door een muurtje. Na tien minuten zitten we samen wat te praten. In het volgend dorp waar ik graag halte houd, is weinig leven te bespeuren. De vele vakantiehuizen maken van deze mooie plaatsen spookdorpen. Eén van de redenen waarom plaatselijke handelaars en scholen verdwijnen. Nog twee kilometer tot aan Erezée. In een tuin, een kruiwagen gevuld met snoeihout, een vrouw met tuinhandschoenen en in haar rechterhand een snoeischaar. Een korte kennismaking. Ik word uitgenodigd voor de nacht, indien het me niet zou lukken in de pastorie. Een half uur later sta ik aan een okergeel en charmant huis. Anne doet open: “Welkom!”

Zwembroekje-Maillot de bain

wp-image-1014753798jpg.jpg

Une forêt de conifères. Un cours d’eau. Le cri de la buse. Un jeu d’ombre entre les arbres. Des feuilles qui dansent. Un doux lit de mousse. Accroupie et immobile je filme une plume blanche. J’entends des pas. Prudemment et en essayant de ne pas faire de bruit, je me retourne.

“Bonjour”, me dit une voix ferme. Un doux visage me regarde. L’homme au maillot de bain rencontré hier en cour de route. Je suis confuse. Comment est-ce possible. Plus tard je regarde mon film. En effet le même homme. En pensée j’essaie de le situer, un berger, un pèlerin, un… un être humain.

Une ampoule sur mon talon demande mon attention. Mes chaussettes sont usées jusqu’au fil. Elles ont pris soins de mes pieds pendant plus de trois mille kilomètres. Le temps est venu d’en mettre des nouvelles.

Treize heures. Devant moi le mémorial Mardasson. Un endroit de commémoration  important, avec une crypte décorée par Ferdinand Léger, un des plus grands peintres français du vingtième siècle. Avec trente-cinq degrés à l’extérieur je recherche la fraicheur au ‘Bastogne War Museum’, un mémorial de la deuxième guerre mondiale vu à travers la Bataille des Ardennes.

Une heure plus tard, direction Bastogne. À part mon ravitaillement, et la visite du musée, il n’y a pas grand-chose à faire, à l’exception des magasins.

Grace à Sylvie, je m’endors en admirant le ciel étoilé sous la grande coupole du petit séminaire, de l’ancienne abbaye.

GPX Bestanden Villers-La-Bonne-Eau – Bourcy

Zwembroekje

Een naaldbos. Een riviertje. Het gekrijs van de buizerd. Een schaduwspel tussen de bomen. Dansende bladeren. Een zacht bed van mos. Gehurkt en niet bewegend maak ik een filmpje van een witte pluim. Ik hoor stappen. Voorzichtig en zo stil mogelijk kijk ik op. “Bonjour”, hoor ik met een al meer zelfverzekerde stem. Een zacht gelaat kijkt me aan. De man met het zwembroekje die ik gisteren op de weg heb ontmoet. Ik raak in de war. Euh, hoe is dit mogelijk? Later bekijk ik mijn filmpje. Inderdaad dezelfde man. Mijn denken probeert het in vakjes te plaatsen: een herder, een pelgrim, een …. een mens.

Een blaas op mijn hiel vraagt mijn aandacht. Mijn kousen zijn versleten tot op de draad. Meer dan drieduizend kilometer hebben ze goed zorg gedragen voor mijn voeten. Tijd voor andere. Dertien uur. Vóór mij het Mémorial du Mardasson. Een belangrijke gedenkplaats met een crypte versierd door Ferdinand Léger, één van de belangrijkste Franse schilders van de twintigste eeuw. Bij vijfendertig graden zoek ik de koelte op van het ‘Bastogne War Museum’, een herdenkingscentrum gewijd aan de Tweede Wereldoorlog, met als focus de Slag om de Ardennen.

Na veertien uur, richting Bastogne. Behalve winkels om proviand te zoeken en een museum valt hier verder niets te beleven. Onder een grote koepel, in het kleine seminarie, in de vroegere abdij, val ik in slaap met zicht op de sterrenhemel. Bedankt Sylvie.

 

 

De punker

 

Jasmine Debels (1 van 1)

De Sint-Jacobskerk Gent. Zeventien uur, de eerste stoelen worden ingenomen voor de misviering in het Gentsch. Een maximum aan stoelen wordt bijgezet. Als vrijwilliger van de Jakobus cultuurkerk draag ik tijdens de Gentse Feesten het kostuum van de ‘Garde suisse’ of de kerkbaljuw. Dat is de persoon die vroeger met zijn staf op de grond tikte wanneer mensen moesten opstaan tijdens een viering. Volgens verhalen die ik hier hoor kon hij ook met de punt van zijn staf in de zij van iemand prikken als er werd gebabbeld… Gelukkig is dat een taak die ik niet op mij neem. Ik maak gebruik van een oude gordijnroede die ik ergens gevonden heb in een verborgen hoekje van de sacristie. Er hangt een zwart zakje aan te bengelen, dat ik laat vullen met vrijwillige bijdragen tijdens de concerten, om het mogelijk te maken om verder kunst in de kerk te brengen. Een knipoog en mijn glimlach vergezellen mijn gehuurde carnavalspak.

Wanneer ik in de middenbeuk van de kerk wandel, ben ik verwonderd over hoe mensen hier nog op reageren: draagbare telefoons verdwijnen onmiddellijk in de broekzakken, mensen doen non-verbaal teken wanneer iemand aan het praten is, strenge blikken wanneer ik anderen het zwijgen niet opleg. “De kerk gaat erop vooruit. Een eerste vrouwelijke ‘pekker’”, wordt me in het oor gefluisterd. Het roept veel herinneringen op bij bezoekers en regelmatig word mij gevraagd om te poseren voor de foto. De kerk vult zich, al meer dan zeshonderd mensen hebben plaats genomen. Op de eerste rij is nog een stoel vrij, ik vraag een bejaarde vrouw of ze deze plaats wenst. Ze schudt van neen. Naast haar een man, blootsvoets, gescheurde ongewassen kledij… net als mijn eigen outfit, niet iets wat je courant tegenkomt in de kerk. We zijn dus op dat vlak niet zo verschillend. “Zou jij daar graag zitten? Maar dan wel de hele misviering”, stel ik de man voor. “Oh, ja, mag ik?”, zijn vreugde is zichtbaar en ik vergezel hem tot aan de stoel. Een andere man komt naar me toegelopen, piekfijn uitgedost en fluistert iets in mijn oor. “Hij is al in twee kerken buiten gevlogen. Hij mag niet blijven.” Ik maak duidelijk dat er hier geen reden toe is, “Oh, zet hem dan daar”, terwijl hij wijst naar de zijbeuk. “Neen, dat doe ik niet”, meld ik.

De viering begint. Ik observeer de mensen rond de man. Als de ogen hier nu zouden spreken vrees ik geen goede afloop. Mijn aandacht gaat naar een baby die aan het huilen is. De mama probeert de baby tot rust te brengen. Een teder gebaar. Het wordt stil in de kerk. De man haalt zijn paternoster uit zijn zak en begint te bidden. Af en toe rolt een traan over zijn wang. Ingetogen volgt hij verder de mis. Tijdens de communie kijkt hij de mensen aan en knikt met zijn hoofd als teken van goedendag, hij dankt mensen, lacht naar hen. Eén van de weinige personen waarbij blijheid te zien is. De mannen rond hem raken ontroerd. Verbinding. Tijdens het gebed sta ik naast hem en we geven elkaar de hand. Hij kijkt me aan met een glimlach. Hij wordt emotioneel. Na de viering is hij in alle stilte verdwenen.

Twee dagen later ontmoet ik hem terug aan de kerkdeur. Een mengelmoes van sterke geuren komt onder mijn neusvleugels. Hij kijkt me lachend aan: “‘t Zal voor nu niet zijn, hé! Het zou niet goed komen.” We schudden elkaar de hand. Ik geef hem een schouderklopje: “Dat denk ik ook niet”, en knipoog. “Wat wil je, éénmaal een punker altijd een punker”, terwijl hij zwaait en weer verdwijnt richting het terras van l’Enfant Terrible. Zo terrible is hij nu ook weer niet.

Punk

L’église Saint-Jacques de Gand (Gent). Dix-sept heures, les premières places sont prises pour la messe en gantois. Un maximum de chaises est ajouté. Comme volontaire de ‘Jakobus cultuurkerk’ (église culturelle) je suis, durant les fêtes gantoises, habillée en ‘Garde Suisse’ ou bedeau. C’est un personnage qui d’antan, frappait le sol de son bâton quand les gens devaient  se lever durant le service. Selon les histoires qu’on me raconte ici, il pouvait aussi, de la pointe de son bâton, piquer quelqu’un dans son coté lorsque celui-ci bavardait. Heureusement ceci n’est pas une tâche que j’ai à remplir et je me sers d’une vieille tringle à rideau, trouvée dans un coin perdu de la sacristie. Un sac noir est fixé à l’extrémité du bâton que je tends au  public, pour le laisser remplir de contributions bénévoles. Ceci permet de continuer à apporter de l’art dans l’église. Un clin d’œil et un sourire accompagnent mon costume de carnaval loué. Lorsque je me promène dans la nef, je suis surprise de voir le nombre de gens qui réagissent encore à la vue du bedeau, les téléphones portables disparaissent tout de suite dans les poches de pantalons, d’autres font des signes à ceux qui parlent, et des regards sévères lorsque je n’exige pas le silence.

On me chuchote à l’oreille, “l’église fait des progrès. Un premier bedeau féminin.” Cela évoque de nombreux souvenirs aux visiteurs et je suis régulièrement photographiée.

L’église se remplit, déjà plus de six cents personnes ont pris place. Au premier rang, il y a encore une chaise libre, je demande à une femme âgée si elle veut cette place. Elle me fait signe que non. À ses côtés un homme, pieds nus, des vêtements sales et déchirés… et comme ma propre tenue, chose pas très courante dans une église. Sur ce point nous sommes donc assez semblables. Je lui demande “Voudrais-tu t’asseoir là? Mais bien entendu pour toute la durée de la messe.” Il me réponds “Oh oui, je peu?”, sa joie est visible et l’accompagne jusqu’ à la chaise. Un autre homme impeccablement habillé vient à ma rencontre et me souffle à l’oreille “Il a déjà été expulsé de deux églises. Il ne peut pas rester.” Je lui fais comprendre qu’il n’y a aucune raison pour cela. “Eh bien mettez-le alors là” me montrant du doigt l’extrémité de la nef. “Non, je ne fais pas cela”, lui dis-je.

Le service commence. J’observe les gens aux alentours de l’homme. Si les yeux parlaient maintenant je craindrais pour le déroulement. Je tourne mon regard vers un bébé qui pleure. La maman essaie d’apaiser son bébé. Un geste tendre. Le silence s’installe dans l’église. L’homme sort son chapelet de sa poche et commence à prier. De temps à autre une larme coule le long de son visage. Recueilli il suit la messe. Durant la communion il regarde les gens, hoche la tête en signe de bonjour, les remercie, leur sourit. Une des rares personnes montrant de la joie. Les hommes autour de lui sont émus. Connexion. Durant la prière je suis à ces cotés et on se donne la main. Il me regarde avec un sourire. Il devient émotionnel. Après la messe il disparait en silence.

Deux jours plus tard je le rencontre à nouveau aux portes de l’église. Un mélange d’odeurs fortes me vient au nez. Il me regarde en souriant, “c’est pas pour maintenant hein! Ça ne finirait pas bien.” On se sert la main. Je lui tape sur l’épaule, lui dit “Non je ne crois pas” avec un clin d’œil.

“Qu’est-ce que tu veux une fois punk toujours punk”, faisant signe de la main et se dirigeant vers la terrasse de ‘l’Enfant Terrible’. Il n’est pas si terrible que ça.

Chiny

img_20160702_211404_20160705073140217.jpg

Six heures trente. Je m’éveille. J’allume les bougies se trouvant près de Marie. Un rituel matinal que je pratique aussi à la maison. Près de l’autel deux vases, des roses roses et blanches. À l’aide de ma gourde je remplis le vase des roses blanches. Je regretterais de savoir qu’il y aurait des fleurs fanées lors d’un mariage. Je quitte l’église laissant sur la chaise un papier avec mes vœux pour les mariés.

Sur le chemin je suis entourée de plein de petites grenouilles, elles ont à peine la grandeur d’une phalange. Je ne me sens pas bien à l’idée qu’une d’entre elles pourrait disparaitre sous mes pieds. Traverser un talus est toute une entreprise pour elles. Tomber et ramper à nouveau. ramper. À chaque fois recommencer. Si petites et si courageuses.

Passé Herbeumont, je continue le long de la Semois. Au loin j’entends des enfants. Devant moi trois familles venant de Zoersel. Une grande-photo de famille en suit.

Une humidité chaude se fait sentir quand les rayons du soleil parviennent à traverser les nuages.

Au loin une voiture. En approchant je vois un coffre rempli d’une vingtaine de bouteilles de huit litres d’eau. Plus loin, une source d’eau. Je remplis mon flacon de cette délicieuse et fraiche eau de source. Est-ce que cette homme se rend encore compte du cadeau que la terre mère nous fait ou est-ce devenu pour lui une routine journalière? Je me régale d’une gorgée d’eau fraiche.

Fatiguée et satisfaite j’arrive à Chiny. Je trouve un endroit pour dormir au collectif ‘Gâche Warache’. Une douche glaciale dans une ancienne étable pour vaches me redonne de l’énergie. Christel et Jérôme quittent la maison pour la soirée. J’apprécie d’être seule, un fromage de chèvre frais maison, du riz et des courgettes biologiques. Le soleil se couche, un manteau de brume recouvre la terre.

GPX Bestand Dohan- Chiny

Chiny

Half zeven. Ontwaken. Ik steek de kaarsen aan die rond Maria staan. Een ochtendritueel dat ik thuis ook heb. Naast het altaar twee vazen, roze en witte rozen. Met mijn drinkfles vul ik de lege vaas van de witte rozen. Ik zou het spijtig vinden te weten dat er verwelkte bloemen zouden staan tijdens een huwelijksviering. Ik verlaat de kerk. Op de stoel leg ik een briefje met mijn wensen voor het huwelijkspaar.

Rond mij krioelt het van de kikkertjes op de weg, ze zijn amper een vingerkootje groot. Een onaangenaam gevoel gaat door mijn lijf bij de gedachten dat er eentje zou verdwijnen onder mijn voeten. Een berm oversteken is voor hen een hele onderneming. Vallen en terug verder kruipen. Telkens opnieuw. Zo klein en zoveel moed.

Na Herbeumont, verder langs de Semois. In de verte hoor ik kinderen. Vóór mij drie families uit Zoersel. Een grote familiefoto volgt. Een warme vochtigheid is voelbaar wanneer de wolken de vrijheid geven aan de zonnestralen. In de verte een wagen. Wanneer ik dichterbij kom, zie ik een koffer gevuld met wel twintig flessen van acht liter water. Achter de wagen een waterbron. Ik vul mijn fles met dit verrukkelijk, fris bronwater. Zou deze man er nog bij stilstaan, zich bewust zijn van wat moeder aarde ons schenkt, of zou dit een dagelijkse routine geworden zijn? Ik geniet van een frisse teug water.

Vermoeid en voldaan kom ik aan in Chiny. Ik vind een slaapplaats in een collectief ‘Gâche Warache’. Een ijskoude douche in een oude koeienstal geeft me terug energie. Christel en Jérôme verlaten het huis voor de avond. Ik geniet van het alleen zijn, een verse huisgemaakte geitenkaas, rijst en biologische courgetten. De zon gaat onder, een gordijn van mist komt over het land.

François

 

dav

 

J’entends les pas de François au-dessus de ma tête. Six heures du matin. Je m’étends. Déjeuner en compagnie de François. Une demi-heure plus tard il part au travail. Je lui offre un chocotoff. “Oh, merci, je penserais à toi”, me dit-il. On s’embrasse. Je continue tranquillement mon petit-déjeuner. J’entends partir la voiture. Une douche. Encore un petit mot sur la table: ‘Merci pour l’accueil chaleureux, Jasmine’.

Prête pour une nouvelle journée, direction Bouillon. À partir de Rochehaut une magnifique vue sur la Semois, la nature et Frahan. Par un sentier GR je descends rejoindre la Semois. Une passerelle me permet de rejoindre le village de Frahan. Dans une petite église de toute simplicité j’allume un bougie pour toutes les personnes que j’ai rencontrées et toutes celle que je rencontreraient encore. Pour mes proches et les gens que j’aime et qui ont bien besoin d’une étreinte chaleureuse en ce moment. Pour tous ceux à l’horizon qui ont besoin d’aide. Un peu plus loin je parcours ‘les Crêtes de Frahan’ avec leur altitude de 229 mètres. Et bien dis donc c’est grimper. Cela en vaut la peine.

Je peut être complètement déconcertée en voyant des choses d’une beauté à me couper le souffle. J’apprécie cependant encore plus les choses qui se passent autour de moi. La découverte, les petite choses, pas après pas, du nouveau, cela me réjouis. Une continuité.

De Frahan vers Corion à Bouillon. Juste avant d’arriver à Bouillon je marche sur un sentier très étroit qui longe la Semois. Arrivée en ville je marche encore durant deux km avant de trouver ou loger. Les sœurs de l’abbaye de Cormorant me reçoivent. Une petite chambrette avec vue sur la Semois. Je mets mes chaussures à la fenêtre pour éviter que l’odeur ne se répande dans la chambre. Deux hérons se sont installés ici et volent d’un côté à l’autre. Je m’endors au royaume des rencontres chaleureuses.

GPX Bestand Corbion – Dohan

François

Boven mij hoor ik de voetstappen van François. Zes uur in de morgen. Ik strek me uit. Ontbijt samen met François. Een half uur nadien vertrekt hij naar zijn werk. Ik geef hem een Chocotoff. “Oh merci, je penserais à toi”, zegt hij. We geven elkaar een zoen. Rustig eet ik mijn ontbijt verder. Ik hoor de auto wegrijden. Een douche. Nog even een briefje op tafel: ‘Merci pour l’accueil chaleureux, Jasmine’.

Klaar voor een nieuwe dag, richting Bouillon. Vanuit Rochehaut heb ik een prachtig zicht op de Semois, de natuur en Frahan. Via een GR-pad daal ik af naar de rivier. Een loopbrug brengt me naar het dorp Frahan. In een kleine eenvoudige kerk steek ik een kaars aan voor allen wie ik heb ontmoet en nog zal ontmoeten, voor mijn naasten en de mensen die ik lief heb en een warme omhelzing kunnen gebruiken in deze tijden, voor allen aan de horizon die steun nodig hebben. Een beetje verder neem ik ‘les Crêtes de Frahan’ op een hoogte van 229 meter. Amai, dat is klimmen. Het loont de moeite. Ik kan zo verbluft zijn van iets te zien dat adembenemend mooi is. En toch kan ik meer genieten van wat rond mij gebeurt, van het kleine, stap na stap, iets nieuws, een genot. Een continuïteit.

Van Frahan naar Corion, naar Bouillon. Net voor Bouillon wandel ik op een smal wandelpad, net naast de rivier. Aangekomen in de stad wandel ik nog twee kilometer voor een slaapplaats. De zusters van de abdij van Cormorant ontvangen me. Een kleine kloosterkamer met zicht op de Semois. Mijn schoenen zet ik aan het venster om te vermijden dat de geur zich doorheen de kamer verspreidt. Twee reigers vliegen van de ene naar de andere kant. Ik val in slaap in het koninkrijk van hartelijke ontmoetingen.

Monceau-en-Ardenne

 

dav

Monceau-en-Ardenne

Pendant que je laisse la tente sécher au soleil, je vais me chauffer près du chauffage au bloc sanitaire. Il fait froid et humide pour la période de l’année. Une fois mes vêtements réchauffés et la tente ‘flipflop’ repliée, je quitte le camping. J’emprunte le sentier de la GR et en suite des chemins de campagne. Village après village. Direction Monceau-en-Ardenne. À hauteur de plusieurs maisons, des bacs en bois. ‘Nourriture à partager. Incroyables comestibles’.

Mon canif. Quelques feuilles de salade fraiche, un peu de persil. Des légumes pour ce midi. Des villages apparaissent derrière un tournant ou une montée. Des panaches de fumée blanche s’échappent des cheminées

Monceau-en-Ardenne, une église Saint-Jacques, une porte close. La voisine, Jeannine, me montre comment me rendre chez Chantal, ’la sacristine’. Un café m’est offert, ma gourde remplie d’eau. Une conversation ayant comme sujet les faces cachées d’une maison nouvellement achetée. Jeannine me raconte que, dans cette région, beaucoup de maisons n’ont pas d’électricité et d’eau courante. Je vais à la recherche de Chantal. Derrière moi, haut dans le ciel, j’entends deux buses. D’un mouvement fluide, et en planant elles forment des cercles et montent. Je continue ma marche et sens que je m’éloigne du village. Doute, suis-je bien sur le bon chemin? Je demande. “Vous êtes trop loin”, me dit quelqu’un du voisinage en me montrant du doigt la bonne direction. Demi-tour. Arrivée chez Chantal, personne à la maison. Un voisin m’adresse la parole “Oh, vous ne pouvez pas la manquer, elle roule toujours bien quelque part dans le village” en effet après cinq minutes je me trouve déjà dans sa voiture, elle avait été prévenue que quelqu’un la cherchait. Chantal, une femme active, me raconte en quelques mots l’histoire de l’église Saint-Jacques, sa vie de grand-mère et sa vie dans la commune. En dix minutes de temps c’est comme-ci elle m’avait raconté toute sa vie. L’église Saint-Jacques est petite et charmante. Cette église vient juste d’être reconnue comme étant sur le chemin de Compostelle. Deux statues de Saint-Jacques, dont l’une date de l’an 1600, la statue fut déterrée dans le jardin du curé. Après une visite à l’église Chantal m’emmène chez un homme. Son nom m’échappe. Au-dessus de sa maison les deux buses auxquelles je n’ai plus prêtée attention. Il me remet une copie du tampon de Saint-Jacques. Le tampon dont on se sert pour poinçonner le credential. Entretemps le soleil apparait. Ces rayons font du bien à ma peau. Je continue jusqu’à Oizy. À la ‘Chapelle de Notre-Dame de Bon Secours’ se trouve un vieux tilleul. Tu peux t’y rendre les yeux fermés, car à partir d’une certaine distance, l’odeur est grandiose. Sa circonférence est énorme.

Plus loin une halte dans un B&B ‘La chasse aux trésors’. Une conversation agréable dans un cadre enchanteur. La femme hospitalière m’offre un morceau de pudding et un chocotoff pour la route. Mon enfant intérieur est content lorsqu’il arrive en marchant à visualiser le chocotoff comme par magie. Un cerf est dérangé durant son bain de soleil et s’éloigne en sautillant.

Le soir je rencontre François. Un contact facile. Sa maison, une vieille grange. Une grande partie de l’intérieur est construit avec du matériel de récupération. Chaque recoin m’étonne et me fait sourire. Muni de dextérité, et de créativité pouvoir construire son propre nid, j’en rêve. Chaque fois ajouter un nouveau morceau pour créer l’harmonie. C’est ce que je ressens dans cette maison et chez cet homme en harmonie avec lui-même et son environnement. Même si ce n’est pas dans les normes de la société et des revues. Tout est parfaitement fini. Je pourrais dire la perfection dans l’imperfection, divin. À la lumière d’une bougie, un thé, un feu ouvert, la journée se termine par une conversation intense et captivante sur ce que la vie peut impliquer et sa richesse.

GPX bestand Vencimont – Bellefontaine

GPX bestand Bellefontaine – Corbion

Monceau-en-Ardenne

Terwijl ik de tent laat drogen in de zon, ga ik me opwarmen in het sanitaire blok. Het is koud en vochtig voor de tijd van het jaar. Nadat mijn kleren opgewarmd zijn en de ‘flipfloptent’ opgevouwen is, verlaat ik de camping. Van het GR-pad via landelijke wegen. Dorp na dorp. Richting Monceau-en-Ardenne. Aan verschillende huizen staan houten bakken: ‘Nourriture a partager. Incroyables comestibles’. Mijn zakmes. Een paar verse blaadjes sla, wat peterselie. Groenten voor deze middag.

Dorpen verrijzen na een bocht of helling. Uit de schoorstenen komen witte rookpluimen. Monceau-en-Ardenne, een Sint-Jacobskerk, een gesloten deur. De buurvrouw, Jeannine wijst me de weg naar Chantal, ‘la sacristine’. Een koffie wordt aangeboden, mijn fles bijgevuld met water. Een babbel over de verborgen kantjes van een pas aangekocht huis. Jeannine weet me te vertellen dat vele huizen geen stromend water en elektriciteit hebben in deze regio. Ik ga Chantal opzoeken. Achter mij hoor ik hoog in de lucht twee buizerds. In een vloeiende beweging en al zwevend draaien ze in cirkels naar omhoog. Ik wandel verder en voel dat ik afwijk van het dorp. Twijfel, ben ik wel juist? Ik vraag even na. “Vous êtes trop loin”, vertelt een buurtbewoner en wijst met zijn vinger in de juiste richting. Terug. Aangekomen bij Chantal, niemand thuis. Een buurman spreekt me aan: “Oh, vous ne pouvez pas la manquer, elle roule toujours bien quelque part dans le village.” Inderdaad, na vijf minuten zit ik al in haar auto, ze werd al op de hoogte gebracht dat er iemand naar haar op zoek was. Chantal, een actieve vrouw, vertelt me in het kort wat over de Sint-Jacobskerk, haar leven als grootmoeder en haar leven in het dorp. In tien minuten is het alsof ik haar hele leven heb gehoord. De Sint-Jacobskerk is klein en charmant. Deze kerk is pas erkend als kerk op de weg naar Compostela. Twee beelden van de Heilige Jacobus, waarvan eentje uit het jaar 1600, opgegraven in de tuin van de priester. Na het kerkbezoek neemt Chantal me mee naar een man. Zijn naam ontsnapt me. Boven zijn huis zijn de twee buizerds aan wie ik geen aandacht heb gegeven. Ik krijg van hem een replica van de Sint-Jacobstempel. De stempel die men gebruikt in de credential.

Ondertussen is de zon van de partij. Haar stralen doen me deugd op de huid. Verder naar Oizy. Aan de kapel ‘Chapelle de Notre-Dame de Bon Secours’ staat een oude linde. Je kan er vanaf meters afstand met je ogen dicht naartoe stappen, de geur is overweldigend. De stamdikte is enorm. Verder een halte in een B&B ‘La chasse aux trésors’. Een gezellige babbel in een prachtige omgeving. De gastvrije vrouw schenkt me broodpudding en een Chocotoff voor onderweg. Het kind in mij is tevreden wanneer ik al wandelend het beeld van de Chocotoff voor mijn ogen kan toveren. Een ree wordt gestoord bij het zonnebaden en huppelt weg.

‘s Avonds ontmoet ik François. Een vlot contact. Zijn huis, een oude schuur. Een groot deel van het interieur is opgebouwd uit recuperatiemateriaal. Ieder plekje brengt verwondering en een glimlach op mijn gezicht. Met wat handigheid en creativiteit een eigen plek kunnen maken, daar droom ik van. Telkens een nieuw stuk in het creëren van harmonie. Zo voelt de woonst en deze persoon, harmonieus met zichzelf en zijn omgeving. En ook al is het niet binnen de normen van de maatschappij of de boekjes, alles is perfect afgewerkt. Ik zou kunnen zeggen de perfectie binnen de imperfectie, zalig.

Bij kaarslicht met een thee voor de open haard eindigt de dag met een intens, boeiend gesprek over wat het leven met zich kan meebrengen in haar ‘rijkheid’ (rijkdom voelt voor mij hier niet juist).

 

GR 126

 

img_20160628_204459.jpg

 

Un jour de repos en compagnie d’amis. Des conversations intenses et profondes. Respect mutuel. Ceci fait du bien.

De temps à autre je mets mon nez dans mon sasjh fraichement lavé, mon sasjh Marocain et multifonctionnel. Qui me donne chaud quand il fait froid et de la fraicheur lorsqu’il fait chaud. Qui peut servir de sac ou de chapeau. Durable.

Avec les explications de Gérard au sujet des traces d’animaux dans le bois, je pars à la découverte sur la GR126. Sangliers, cerfs, chevreuils, blaireaux.

La digitaline est omniprésente dans le bois. Les vues panoramiques me font penser au Pyrénées. Les descentes de Roncesvalles. Les pierres de O Cebreiro. Les bois de Galicie. Je traverse le bois de Langues Virées.

Pas de traces de chiens ni de chevaux qui réfèrent aux gens.

Des heures à marcher seule, appréciant tout ce qui m’entoure. Seule ou peut-être pas…, car dans le bois une forte présence est tangible. Une buse vole devant moi longeant le sentier, ses ailes élégantes grandes ouvertes. Un cerf saute en grande vitesse pour s’enfoncer plus profondément dans le bois. Au loin j’entends des sangliers. Au-dessus de ma tête une autre buse. Différentes odeurs. Le vent dans les branches. Je mène mon attention vers mon corps. Tout y semble détendu. Solidement ancrée dans le sol.

La douleur dans mon bassin et bas du dos a disparue. Les heures et les kilomètres n’ont plus d’importance.

‘La Houille’, un cour d’eau. Le coquillage de Santiago est régulièrement présent. Le soleil est haut dans le ciel.

Gédinne. Un homme se trouvant dans l’entrée de l’office du tourisme m’adresse la parole. Avant que j’ai pu poser une question toute une explication sur le pourquoi il n’y a pas de logement pout pèlerin. C’est clair! Ici je ne dois même pas poser la question. Je termine au camping ou les jeune me procurent une tente en 1 seconde.  Flipflop et hop. Mon sac à dos dedans. Mon nid est prêt.

GPX bestand Chooz à/naar Vencimont

GPX bestand Vencimont à/naar Bellefontaine

GR 126

Een dagje rust in gezelschap van vrienden. Diepe intense gesprekken. Wederzijds respect. Het was deugddoend.
Af en toe steek ik mijn neus in mijn vers gewassen sasjh,mijn multifunctionele Marokkaanse sjaal. Die geeft me warmte wanneer het koud is, koelte wanneer het warm is, kan dienst doen als tas en als hoofddeksel. Oersterk.
Met de uitleg van Gérard ivm dierensporen in het bos, ga ik op ontdekking op de GR 126. Everzwijn, hert, ree, das. De Digitalis of vingerhoedskruid is massaal aanwezig in het bos. De vergezichten doen me denken aan de Pyreneeën. De afdalingen aan Roncesvalles. De stenen aan O Cebreiro. De bossen aan Galicië. Ik doorkruis het bos van Langues Virées. Geen sporen van honden of paarden die verwijzen naar mensen. Uren alleen wandelend, genietend van alles rondom mij. Alleen en toch niet, want in het bos is een grote aanwezigheid voelbaar. Een buizerd vliegt vóór me over het pad, met zijn elegante vleugels breed open. Een ree springt aan een hoge snelheid dieper het bos in. In de verte hoor ik everzwijnen. Boven mij een andere buizerd. Verschillende geuren. De wind in de takken. Ik breng mijn aandacht naar mijn lichaam. Alles voelt ontspannen. Stevig verankerd in de grond. De pijn in mijn  bekken en onderrug is verdwenen. Uren en kilometers hebben geen belang meer.

‘La Houille’, een waterstroom. Schelp van Santiago is regelmatig te zien. De zon staat hoog aan de hemel. Gédinne. Een man die in de deur van het toeristenbureau staat, spreekt me aan. Nog voor ik een vraag kan stellen, een hele uitleg waarom er geen pelgrimsplaats is. Duidelijk! Hier hoef ik zelfs de vraag niet te stellen. Ik eindig op de camping, waar jongeren me helpen aan een secondetent. Flipflop en hop. Rugzak erin. Nestje gemaakt.

Découvrir

 

sdr

Chooz (France)

Hier soir j’ai reçu un message de ma filleule Liudmila  ‘J’ai réussi.’ Que je suis fier d’elle! Une courte promenade vers le château de Vêves, en compagnie de Brigitte. Une heure plus tard il est temps de se dire au revoir.

De Gendron je descends la colline direction la Lesse et Houyet. Au loin de la musique, longboard skaters. Chaque année, ici, la route est fermée pour cet évènement. C’est dingue la façon dont ces garçons descendent la colline à du 40 à 60 km/h sans aucune protection. Arrivés en bas, un nuage blanc de caoutchouc brulé provenant de leurs chaussures.

Houyet vers Wiemme. De gros nuages gris. Je n’y échappe pas. Sur le chemin je rencontre des personnes. “Vous allez direction Wiemme?” “Oui “, me répond une femme. “Oh super, alors je suis le même chemin.” Nous bavardons encore un peu. Une bonne averse de grêles. Protéger mon sac à dos. Mon super imperméable coutant à peine huit euros, me tient bien au sec. Tonnerre, éclairs et grêles s’alternent. Les flaques d’eau sont inévitables. L’orage ne me dérange pas. Sans notion du temps je continue ma marche. Une confiance totale. Seulement deux heures plus tard que je me rends compte que je marche direction Wiemme. Pas deux km mais dix km sur place…un fou rire sans suit.

Arrivée dans la cantine je me laisse tenter par un hotdog croustillant.

Une heure plus tard mes vêtements sont secs et je reprends la route. L’orage violent suivant. Je suis mon gps et essaie de prendre le chemin le plus court. Un sentier le long d’un domaine militaire. Le tonnerre au-dessus de ma tête. J’hésite. Est-ce que je retourne sur mes pas ou bien je continue dans le bois? Il pleut des cordes. Dans le bois plus de signal gps. Par ce temps je me sens plus en sécurité ici que le long de la route où les autos foncent autour de moi. Le sentier est impraticable. A cause de la boue épaisse je sens mes chaussures glisser de mes pieds. Mes sens sont sur le qui-vive. Je continue. En communion avec la nature. Sans signalisation. Je regarde autour de moi. La sortie. Par où?

Je suis les traces d’un animal. De hautes herbes couchées. La lumière d’un terrain vague. Des herbes qui montrent la présence d’un cours d’eau. Le bruit. Tous des signaux qui m’aident à sortir d’ici. Jamais pensé que j’oserais. Entre de hautes ronces, orties et fougères. Sous mes pieds un doux tapis de mousse. Des champignons dégageant une odeur insupportable. Une plaine. Un barbelé. La route. Un panneau ‘Baronville 1 km’. Mon chemin le plus court fut le plus long. Presque deux heures pour parcourir un kilomètre.

Ça m’a apporté de la joie, de la sagesse et de la richesse. Contente d’être sortie du bois et fier d’avoir osé… eh bien quel expérience éducative. Sur la route je sors mon pouce. Givet et puis direction Chooz. Une visite chez de bons amis en France. Michèle et Gérard, rencontrés sur mon chemin de Compostelle en 2014.

GPX bestand Hastière-Par-Dela à/naar Vodelee

GPX bestand Vodelee à/naar Fagnolle

GPX bestand Fagnolle à/naar Chooz (France)

Ontdekken

Gisteravond nog een sms ontvangen van mijn metekind Liudmila. ‘Geslaagd.’ Wat ben ik fier op haar! Samen met Brigitte een korte wandeling naar het kasteel van Vêves. Een uur later, tijd voor afscheid. Vanaf Gendron wandel ik de heuvel af richting de Lesse naar Houyet. In de verte muziek, longboard skaters. Ieder jaar wordt de straat hier afgesloten voor dit evenement. Gek hoe deze jongeren aan 40 à 60 km/u de heuvel afstormen zonder extra bescherming. Beneden aangekomen, een witte wolk van verbrand rubber van hun schoenen.

Houyet naar Wiemme. Dikke grijze wolken. Ik ontsnap er niet aan. Op de weg ontmoet ik mensen. “Vous allez direction Wiemme?” “Oui”, antwoordt een vrouw. “Oh super, alors je suis le même chemin.” We praten nog wat. Een fikse hagelbui. Rugzak beschermen. Mijn superregenvest van amper acht euro weet me droog te houden. Donder, bliksem en hagel wisselen elkaar af. Plassen zijn onmogelijk te vermijden. Het onweer kan me niet deren. Zonder notie van tijd stap ik verder. Een totaal vertrouwen. Pas na twee uur word ik mij ervan bewust dat ik inderdaad naar Wiemme aan het stappen ben. Geen twee kilometer, wel tien, sur place…de slappe lach volgt. Aangekomen in de kantine laat ik me verrassen met een krokante hotdog.

Een uur later zijn mijn kleren droog en ben ik terug op weg. Een volgende hevige onweersbui. Ik volg mijn gps en probeer de kortste weg te nemen. Een pad naast een militair domein. Gedonder boven mijn hoofd. Twijfel. Keer ik nu terug of wandel ik verder het bos in? Het regent pijpenstelen. In het bos verdwijnt mijn gps-signaal. Met dit weer voel ik me hier veiliger dan op een weg waar ze langs mij heen razen met de wagen. Het pad is onmogelijk te bewandelen. In de dikke modder voel ik hoe mijn schoenen wegglippen van mijn voeten. Mijn zintuigen staan op scherp. Ik ga door. Eén met de natuur. Zonder bewegwijzering. Ik kijk rond. De uitgang. Waar? Ik volg de sporen van een dier. Lange grassen die plat liggen. Het licht van open terreinen. Grassen die aantonen dat er een waterstroom is. Het geluid. Allemaal signalen die me helpen hieruit te komen. Nooit gedacht dat ik dit zou durven. Tussen hoge bramen, netels en varens. Onder mijn voeten een zacht tapijt van dik mos. Paddenstoelen die een ondraaglijke geur afscheiden. Een open veld. Een prikkeldraad. De weg. Een bord ‘Baronville 1 km’. Mijn kortste weg werd de langste. Bijna twee uur voor een kilometer… Het bracht me vreugde, wijsheid en rijkdom. Blij dat ik het bos uit ben en fier dat ik het gedurfd heb en… amai wat een leerrijke ervaring. Op de weg steek ik mijn duim uit. Givet en dan naar Chooz. Een bezoek aan goede vrienden in Frankrijk. Michèle en Gerard ontmoette ik op mijn weg in 2014 richting Santiago de Compostela.

Marmite

 

dav

L’abbaye de Leffe. Les prières du matin. Un petit-déjeuner copieux. La vaisselle. Faire le lit. Un mot sur papier.

Vers un point d’accès wifi dans un supermarché pour une mise à jour de mon journal. Du coin de l’œil, je vois une longue robe blanche, dos un peu courbé,  des lunettes, une longue barbe grise. Père Bruno rentre. “Bonjour ! Vous remettez mon bonjour à votre maman”, me dit-il.  “Certainement, merci, père Bruno” et nous faisons tous deux un signe de la main.

Mon mélange d’aujourd’hui:

‘Recette: Jasmine GR’

Boue, vaches, crottin de cheval, eau de pluie.

Le tout bien mélangé

Pour relier, une limace

Un peu d’orties pour relever

Fleurs de camomilles

Mélangez

Des spores de fougère (pas de panique si ça commence à bouillonner).

Des fleurs de mûres et de tilleul.

Goutter. Si cela n’est pas assez lié vous pouvez rajouter une limace.

Pour la coloration vous pouvez éventuellement ajouter une plume de pivert.

Vous continuez à tourner avec un bâton; ce dernier doit être en bois de chêne, sinon vous risquez que le mélange devienne fade, sans aucun gout.

Vous laissez le tout cuire à feu doux au soleil tombant.

Important! Après avoir laissé bien mijoter et macérer toute la nuit vous ajoutez une feuille d’églantier en forme de cœur. Laissez la marmite dehors de façon à ce que la lune puisse y ajouter son énergie. Ne vous faites pas de soucis, des amis particuliers en prendront bien soin.

Une recette qui a vu le jour pour me donner courage, lorsque je montais un talus dans le bois. Le soir on me propose une maison chaude à Gendron chez Mark et Brigitte.

GPX bestand Dinant à/naar Hastière-Par-Delà

Marmiet

De abdij van Leffe. De ochtendgebeden. Een uitgebreid ontbijt. De afwas. Bed opmaken. Een woordje op een briefje. Naar een wifi-punt in de supermarkt om mijn dagboek wat bij te werken. In mijn ooghoeken zie ik een lang wit kleed, rug lichtjes voorovergebogen, een bril, een lange grijze baard. Père Bruno komt binnengewandeld. “Bonjour! Vous remettez mon bonjour à votre maman”, roept hij me toe. “Certainement, merci, père Bruno”, en we steken samen de hand op.

Mijn brouwsel van vandaag:

‘Recept: Jasmine’s GR’

Modder, koeien, paardenstront, regenwater.

Dit alles goed dooreen roeren.

Om te binden, een naaktslak.

Wat brandnetel voor extra pit.

Kamillebloempjes.

Roeren.

Sporen van varens (het zal sterk beginnen pruttelen, geen paniek)

Braambesbloemen en lindebloesem.

Even proeven. Wanneer het niet genoeg gebonden zou zijn mag je nog een naaktslak toevoegen. Kleuren kan je eventueel met een pluimpje van de bonte specht. Je blijft roeren met een stok (de stok moet van een eik zijn, anders heb je het risico dat het brouwsel flets zal worden, zonder enige smaak). Je laat dit alles verder sudderen in de avondzon. Belangrijk! Tussen het sudderen door en na een nacht laten trekken, voeg je een hartvormig egelantier blaadje toe. Laat de marmiet buiten staan zodat de maan haar energie mag toevoegen. Maak je geen zorgen, buiten zullen bijzondere vrienden er zorg voor dragen.

Een recept dat is ontstaan om mezelf moed in te spreken, terwijl ik een weg in het bos beklom. ‘s Avonds krijg ik een warm huis aangeboden in Gendron bij Mark en Brigitte.