Braambessen-Mûres

dav

Ce matin la nature est recouverte d’un tapis blanc. Il fait frais. De la fumée blanche s’échappe des cheminées. L’odeur du bois brulé. De nombreuses toiles d’araignées sont visibles, ce sont de vrais chefs-d’œuvres. Les petites gouttes d’eau ressemblent à des perles de cristal et vu de plus près elles reflètent tout l’environnement. On dirait que la nature pratique la magie. Mon sac à dos pèse plus lourd. Aussi Marie s’est fait magicienne ce matin. Deux boites de filet de maquereaux, du thon, une salade de fruit et une pomme du jardin.

Les mûres se situent au niveau des yeux et m’attirent très fort. Oui ou non? Très tentant. J’observe l’arbuste est remarque qu’on y a pas encore touché. Je ne résiste pas. Mes yeux se ferment pendant que mes papilles gustatives s’activent. Hmm, délicieux. Merci Mère Nature.

Dix heures du matin. Pas d’activité dans les villages, comme si tout le monde dormait encore. Des capucines, feuille, tige et fleur, ma dose d’antibiotique pour aujourd’hui. Le soleil se fraye un chemin à travers les nuages. Un facteur fait sa tournée. Les duvets, d’un chardon en fin de floraison, adhérent les uns aux autres à cause de l’humidité. Les fleurs blanches du Convolvulvus forment des points de lumière dans les accotements de verdure. Dans les jardins: dahlia, phlox, anémones et glaïeuls. Le sol est rouge et me colle aux pieds.

La journée pluvieuse d’hier me donne l’impression d’avoir eu comme effet, cette nuit, d’échanger l’été contre l’automne. Les fougères ont déjà des taches rousses. Je demande le chemin à un homme dont la maison est entourée d’un petit mur. Dix minutes plus tard on fait la conversation. Dans le prochain village où j’aimerais faire halte, peu de vie à percevoir. Les nombreuses maisons de vacances font de ces villages des villages fantômes. Une des raisons pour laquelle les commerces et les écoles disparaissent. Encore deux kilomètres jusqu’à Erezée. Dans un jardin, une brouette remplie de bois d’élagage, une femme aux gants de jardinage et dans sa main droite une cisaille. Une brève rencontre. Je suis invitée à passer la nuit chez elle, si toute fois cela ne serait pas possible au presbytère. Une demi-heure plus tard je suis en face de la charmante maison de couleur ocre. Anne m’ouvre: “Bienvenue!”

GPX Bestand Bande – Amonines

Braambessen

De natuur is bedekt met een wit ochtendtapijt. Het voelt wat frisser aan. Uit de schoorstenen komt witte rook. De geur van verbrand hout. Talrijke spinnenwebben zijn zichtbaar, echte kunstwerkjes. De kleine waterdruppels zijn net kristallen parels, die de hele omgeving reflecteren. Het is net alsof de natuur aan het toveren is. Mijn rugzak weegt wat zwaarder. Ook Maria toverde deze morgen, het één na het ander kwam te voorschijn: twee dozen makreel, tonijn, gemengd fruit en een Boskoop appel uit eigen tuin.

De braambessen staan op ooghoogte in massa naar me te lonken. Zou ik of niet? Aantrekkelijk. Ik bekijk de struik en zie dat er niet van werd gesmuld. Ik kan het niet laten. Mijn ogen sluiten zich terwijl mijn smaakpapillen in actie komen. Hmm, verrukkelijk. Dank je moeder natuur.

Tien uur in de morgen. Geen beweging in de dorpen, alsof iedereen nog slaapt. Oost-Indische kers – blad, steel en bloem – mijn portie antibiotica voor de dag. De zon baant zich een weg doorheen het wolkendek. Een postbode doet zijn ronde. De pluizen van de uitgebloeide distels kleven aan elkaar van de vochtigheid. De witte bloemen van de Convolvulus brengen lichtpunten in de groene berm. In de tuinen: Dahlia, Phlox, anemonen, gladiolen. De grond is rood en kleeft aan mijn voeten.

De regendag van gisteren geeft me het gevoel dat in één nacht de zomer plaats heeft gemaakt voor de herfst. De varens vertonen al roestbruine vlekken.
Ik vraag een man naar de weg, zijn huis is omringd door een muurtje. Na tien minuten zitten we samen wat te praten. In het volgend dorp waar ik graag halte houd, is weinig leven te bespeuren. De vele vakantiehuizen maken van deze mooie plaatsen spookdorpen. Eén van de redenen waarom plaatselijke handelaars en scholen verdwijnen. Nog twee kilometer tot aan Erezée. In een tuin, een kruiwagen gevuld met snoeihout, een vrouw met tuinhandschoenen en in haar rechterhand een snoeischaar. Een korte kennismaking. Ik word uitgenodigd voor de nacht, indien het me niet zou lukken in de pastorie. Een half uur later sta ik aan een okergeel en charmant huis. Anne doet open: “Welkom!”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s