Contrast

dav

Dworp. De Groene Jagerstraat. Inderdaad, ik ga op jacht naar groen. De natuur. Na drie dagen op ‘Litha Fest’ is het contrast sterk voelbaar. Van drukte naar stilte, van veel volk naar alleen zijn. Het gezang van de merels. Zuurstof. De wind. De bomen. Het ontroert me. Dankbaar dat ik kan genieten van het samenzijn, alsook van het alleen kunnen zijn.

In het bos van Soigne, een getik op de achtergrond. Ik draai me om. Een golfterrein aan mijn linkerkant. Drie mannen, netjes gekleed, hun kar voortduwend. Aan de ene kant een strak grasveld, struiken netjes gesnoeid. Bomen die er erg keurig bij staan. De andere kant varens, afgevallen takken, kleurige wilde planten, dennenappels en onder mijn voeten slijk. Twee verschillende werelden gescheiden door een prikkeldraad. Een handgebaar als teken van goedendag verbindt ons met elkaar. Eén en dezelfde wereld.

Uit het bos. In de verte een berg netjes afgelijnd met op de top iets zwarts zichtbaar. Ik probeer te achterhalen wat het mag zijn. Ik blijf mijn ogen fixeren op het topje. De Leeuw van Waterloo. Naast mij een grote linde, eronder een kapel. Aan de voet drie houten blokken, de helft opgebrand, nog warm aanvoelend. Ernaast een klein wit vel papier. Een handtekening, een uur, Justitia, prison… een datum. Zou deze brief een verband hebben met het vuur, stel ik me de vraag. Ik steek het tussen de tralies van de kapel. In de vooravond maken de grijze wolken plaats voor de zon. Vandaag is het midzomer: een moment om even naar binnen te keren en stil te staan bij wat de voorbije maanden me hebben gebracht. Ze waren niet allemaal rooskleurig. Een periode waarin ik er hard tegenaan ben gegaan. Vandaag ben ik me bewust van wat het mij allemaal heeft bijgebracht en dat het een rijker persoon van me heeft gemaakt.

Houtain-le-Val. Vierkantshoeves, een vervallen kasteel, een Sint-Jacobskerk. Ondertussen is het al na twintig uur. Ik bel bij verschillende huizen aan voor een slaapplaats. La salle communale. Noppes. Na een groot half uur zoeken, mijn laatste toevlucht, de enige brasserie. Ik stel de vraag aan een vrouw die er werkt. Natacha. Ze verzet bergen om iets voor mij te vinden. Een koffie en een overheerlijke maaltijd worden me aangeboden. Zomaar uit het niets. Het raakt me. Tweeëntwintig uur, een wagen komt aangereden. Ten huize van Linda zal ik de nacht doorbrengen. Dankbaar.

GPX Bestand Dworp naar Houtain-le-Val

Contrast

Dworp. Le chemin du chasseur vert (De groene jagerstraat). En effet, je vais à la chasse à la verdure. La nature. Après trois jours passés au ‘Litha fest’ le contraste ce fait nettement ressentir. De l’agitation au silence, de la foule à la solitude.

Le chant du merle. Oxygène. Le vent. Les arbres. Ça m’émeut. Reconnaissante de savoir apprécier la compagnie et aussi de savoir être seule.

Dans la forêt de Soignes, un tapage en arrière-plan. Je me retourne. Sur ma gauche un terrain de golf. Trois hommes bien habillés, qui poussent leurs chariots.

D’un côté une pelouse bien serrée, des buissons bien taillés. Des arbres bien positionnés. De l’autre côté des fougères, des branches tombées, des plantes sauvages colorées, des pommes de pin et sous mes pieds de la boue. Deux mondes différents séparés par un fil barbelé. Un signe de la main comme bonjour nous relie les uns aux autres. Un seul et unique monde.

Sortie du bois. Au loin, une colline soigneusement délimitée et au sommet quelque chose de noir. J’essaie de savoir ce que cela peut être. Je continue à fixer mon regard sur le sommet. Le lion de Waterloo.

Près de moi un grand tilleul, avec en dessous une chapelle. Au pied trois morceaux de bois, à moitié consumés, encore chaud au toucher. A côté un petit morceau de papier blanc. Une signature, une heure, justitia, prison, … une date. Je me demande si cette lettre a quelque chose à voir avec le feu. Je la mets entre les barreaux de la chapelle.

En début de soirée les nuages gris font place au soleil. Aujourd’hui on fête le solstice d’été:  un moment de repliement sur moi-même et de recueillement sur les choses que ces derniers mois m’ont apportées. Elles n’étaient pas toutes roses. Une période durant laquelle j’ai été à l’encontre de pas mal de choses. Aujourd’hui je me réalise tout ce qu’elle m’a apporté et qui ont fait de moi un être plus épanoui.

Houtain le Val. Une ferme en carrée, un château en ruine, une église Saint-Jacques. Entretemps il est déjà passé vingt heures. Je sonne à plusieurs portes pour trouver à me loger. La salle communale. Rien. Après une bonne demi-heure passée à chercher, mon dernier recours, l ’unique brasserie. Je pose ma question à une femme qui y travaille. Natacha. Elle remue ciel et terre pour me trouver quelque chose. Un café et un délicieux repas me sont offerts. Tout simplement sans manières. Cela me touche. Vingt-deux heures, une voiture arrive. Je vais dormir chez Linda. Reconnaissante.

Grenzen

dav

Mon gps. Hola, pas de routes, j’ai oublié de les programmer. Je me comporte clairement comme un bleu avec cet appareil où dois-je découvrir autre chose. Ma mémoire visuelle m’aidera bien.

Je continue mon chemin le long de l’Escaut direction Renaix (Ronse). À hauteur de Pottes je quitte l’Escaut pour prendre le sentier GR. Un petit patelin. Une grande habitation attire mon attention. Est-ce un ancien couvent? À la grille en fer forgé, une grande pancarte jaune, une photo et des petites lettres, me font supposer que c’est à vendre. Vingt-cinq chambres, salle à manger, cuisine… mon imagination me joue des tours. Glycines, roses, Verbena Bonariensis, roses trémières, lavandes… des volets couleur pastel. Du chêne, de la pierre bleue et beaucoup de matériaux naturels. Une grande salle de travail. Trois générations. Un projet de cohabitation. Des gens qui viennent et repartent.

Je continue ma marche. La maison disparait de ma vue. Un sentier étroit le long d’une clôture. Un berger allemand et un chien avec plein de touffes de poils détachées. Négligés. Des aboiements sans fin, une grosse queue, le poil redressé et de grandes canines m’empêchent d’avancer. Je m’adresse aux chiens. L’aboiement est plus fort que ma voix.

Je me sens clouée au sol. Je me demande comment faire pour arriver de l’autre côté. J’essaie de calmer les chiens en étant moi-même calme. Cela ne réussit pas. Je hausse la voix pour couvrir celle des chiens. Ça ne marche pas non plus. Autorité contre autorité. Non, Jasmine comme cela tu n’y arriveras pas, me dit une petite voix intérieure. Quelque part mon corps sait comment faire pour parvenir de l’autre côté. Je reste sur place et ramène mon attention à l’intérieur de moi.

Je sens une énergie monter le long de mes jambes, de mon bassin, mon ventre. D’une voix profonde, pleine et douce je dis, “Stop, ça suffit.” Je mets mes limites. Ma peur s’en va. La confiance s’installe. Les chiens se calment. Un premier pas puis un second, troisième…chaque fois reprenant force intérieurement. Un des chien s’avance quelque peu. Enfin après  une demi-heure je me retrouve de l’autre côté, j’ai parcouru vingt mètres. Les chiens sont à mes côtés. Reconnaissante pour l’évènement. Reconnaissante de voir que j’arrive à mettre mes limites.

Il s’est mis à pleuvoir. Les hauts peupliers me protègent. Après un parcours fatiguant et un long bout de route en transport en commun j’arrive à Gent. Contente d’être à la maison. Une douche bien chaude. Demain le kiné. Samedi je repars direction Ternat pour trois jours de volontariat à ‘Litha fest’ (festival pour le solstice d’été). Mardi je continue mon chemin, au départ de Dworp, juste sous Bruxelles direction Luxembourg.

GPX Bestand Mont d’enclus à Renaix/ Kluisbergen naar Ronse

Grenzen

Mijn gps. Oeps, geen route, die ben ik vergeten in te brengen in het toestel. Duidelijk nog een groentje met dit toestel of zou ik iets anders mogen ontdekken. Mijn visueel geheugen zal me wel helpen. Langs de Schelde zet ik mijn weg verder richting Ronse. Ter hoogte van Pottes verlaat ik de Schelde en volg ik verder het GR-pad. Een klein gehucht. Een grote woonst trekt mijn aandacht. Zou dit een klooster geweest zijn? Een groot geel bord, een foto en kleine letters aan het smeden hek doen me vermoeden dat het te koop is. Vijfentwintig kamers, eetzaal, keukens… Mijn fantasie slaat op hol. Blauwe regen, rozen, Verbena, stokrozen, lavendel… Pastelkleurige luiken. Eik, blauwsteen… veel natuurlijk materiaal. Een grote praktijkruimte. Drie generaties. Een samenwoonproject. Mensen die komen, mensen die gaan.

Ik stap verder. Het huis verdwijnt uit mijn zicht. Een smal pad langs een omheining. Een Duitse herder en een hond met allemaal loszittende plukken. Onverzorgd. Het continue geblaf, een dikke staart, een rechtopstaande vacht en grote hoektanden houden me tegen om vooruit te gaan. Ik spreek de hond aan. Het geblaf klinkt boven mijn stem. Ik voel me verankerd aan de grond. Hoe zal ik aan de andere kant geraken, stel ik me de vraag. Ik probeer de honden tot rust te brengen vanuit rust. Het lukt me niet. Ik verhoog mijn stem om me boven de hond te plaatsen. Ook dit lukt niet. Autoriteit tegen autoriteit. Neen Jasmine, zo zal je er niet geraken, weet een klein stemmetje me te vertellen. Ergens voel ik in mijn lijf dat de manier waarop ik aan de overkant kan komen me niet onbekend is. Ik blijf staan en breng mijn aandacht naar binnen. Vanuit mijn benen, bekken en buik voel ik een energie stijgen. Met een diepe volle en zachte stem zeg ik, “Stop, het is genoeg geweest.” Ik stel mijn grens. Mijn angst verdwijnt. Vertrouwen is voelbaar. De hond wordt rustig. Een eerste stap, een tweede, derde… telkens opnieuw herhalend, vanuit het gevoel in mijn lijf. De hond wandelt een stuk naar voren. Eindelijk na een half uur raak ik aan de overkant, amper twintig meter overbrugt. De hond aan mijn zijde. Ik ben dankbaar om het gebeuren. Dankbaar te beseffen dat grenzen stellen mogelijk is.

Het is beginnen regenen. De hoge populieren beschermen me. Na een vermoeiende tocht en een lange rit met het openbaar vervoer kom ik aan in Gent. Tevreden thuis. Een warme douche. Morgen kiné. Zaterdag terug vertrek richting Ternat voor drie dagen vrijwilligerswerk op ‘Litha Fest’ (Festival voor de zomerzonnewende). Dinsdag zet ik mijn tocht verder vanaf Dworp, net onder Brussel richting Luxemburg.

Tournai

 

dav

Detail église Saint-Jacques Tournai/ Sint-Jacobskerk Doornik

“Aie!” Mon corps est raide. Il semble avoir une humeur matinale. Mal de dos. La mauvaise posture devant l’ordinateur exige son due.

“Bonjour”, dis-je à mon frère lorsque je descends l’escalier. “Yowww”, me répond une voix grave. Sept heures. Le magasin de mon frère David est déjà très fréquenté. Petit-déjeuner. Liudmila est prête pour partir à l’école. Encore rapidement se brosser les cheveux, mettre un élastique. Bisous. “Succès avec tes examens.” Je lui fais signe de la main.

Je ressens une tension corporelle comme si c’est moi qui dois passer des tests.

Au fond de moi, je croise les doigts!

Une demi-heure plus tard je marche en silence le long de l’Escaut, une rivière qui prend sa source dans le nord de la France, pour traverser ensuite la Wallonie, la Flandre, les Pays-Bas avant de rejoindre la Mer du Nord.

Juste avant Tournai (Doornik) je rencontre trois oies. Très sûres d’elles et tenant la cadence elles viennent à ma rencontre. “Hoho, du calme”, leurs dis-je. Je m’écarte en sautant sur un talus. Elles continuent leur chemin en se balançant. Elles tournent un instant la tête comme pour rendre un salut militaire. Quand je regarde leurs derrières se balancer je me dis qu’elles n’ont pas de problème de bassin, si elles ont un bassin….

Église Saint-Jacques de Tournai. Puissante, pure et belle par sa simplicité. I love it (j’aime). L’art y trouve sa place, grâce justement à la simplicité du site. En arrière-plan de la musique d’orgue, joué par quelqu’un qui a de l’expérience. Un homme entre. D’un pas ferme il se positionne entre les chaises. ‘Clapclap’, en joignant les mains. Il se retourne. Regarde l’orgue. Il se tient droit les bras croisés. Un silence. Le craquement des escaliers annonce la descente de quelqu’un. Une femme. “C’est ma femme”, dit l’homme. “Demain elle a examen et elle est venue s’exercer”, me dit-il encore. La femme a l’air agitée. “Vous êtes stressée madame, pour votre examen! Si monsieur ne me l’avait pas dit … j’aurais cru que vous jouez déjà depuis des années. C’était magnifique!” “Merci, oh oui du stress. Pourtant je ne joue que depuis trois ans”, me dit-elle. “Eh bien, chapeau”, et je lui souhaite bonne chance.

De Tournai j’accélère le pas direction Pecq. Liudmila va nager ce soir et j’aimerais l’accompagner. Ça pourra se faire, puisque je suis chez elle une demi-heure avant de partir. Ma soirée se remplie d’acclamations, de soutien pour les examens et de travaux ménagers. Et bien sûr du plaisir d’être ensemble. Cette fois je dors sur mon matelas pneumatique posé sur le matelas pour un repos plus confortable.

GPX Bestanden Rollegem – Mont-de-l’Enclus/Kluisbergen

Doornik

“Auw!” Mijn lijf voelt stram aan. Mijn lichaam heeft blijkbaar een ochtendhumeur. Lage rugpijn. De ongezonde lichaamshouding aan de computer eist zijn tol. “Goede morgen”, wens ik mijn broer wanneer ik de trap afdaal. “Yowww”, antwoordt een diepe stem terug. Zeven uur, het is al druk in de winkel van mijn broer David. Ontbijt. Liudmila staat klaar om te vertrekken naar school. Nog vlug haren borstelen, elastiek erin. Zoen. “Succes hé, met je proefwerk.” Ik zwaai. Een spanning is voelbaar in mijn lijf, bijna alsof ik zelf een proefwerk zou gaan afleggen. Ik duim!

Een half uur later wandel ik langs de stilte van l’Escaut (de Schelde), een rivier die in Noord-Frankrijk ontspringt, verder stroomt via Wallonië, Vlaanderen, Nederland en zo richting de Noordzee gaat. Net voor Doornik ontmoet ik drie ganzen. Zelfzeker en in cadans komen ze recht op me af. “Hoho, rustig”, spreek ik hen toe. Ik maak een grote zijsprong op een verhoogde berm. Ze wandelen wiebelend verder. Draaien even hun hoofd opzij, net alsof ze een militaire groet brengen. Wanneer ik hun wiebelende poep zo bekijk, hebben ze alvast geen last van hun bekken, als ze al een bekken hebben…

Sint-Jacobskerk Doornik. Krachtig, puur en schoonheid in al haar eenvoud. I love it. De kunst komt hier echt tot zijn recht, net door de eenvoud. Op de achtergrond orgelmuziek, duidelijk iemand met ervaring. Een man komt binnen. Met een stevige stap plaatst hij zich tussen de stoelen. ‘Klapklap’, handen tegen elkaar. Hij draait zich om, kijkt naar het orgel. Een rechte houding, armen gekruist. Een stilte. Het gekraak van de trappen kondigt aan dat iemand de trap afdaalt. Een vrouw. “C’est ma femme”, zegt de man. “Demain elle a examen et elle est venue s’exercer”, volgt er nog. De vrouw ziet er wat opgejaagd uit. “Vous êtes stressée madame pour votre examen! Si monsieur ne me l’avait pas dit … j’aurais cru que vous jouez déjà depuis des années. C’était magnifique!” “Merci, oh oui, du stress. Pourtant je ne joue que depuis trois ans”, weet de vrouw me te vertellen. “Eh bein, chapeau”, en ik wens haar succes.

Vanuit Doornik zet ik een tandje bij richting Pecq. Liudmila gaat deze avond zwemmen en ik zou haar graag willen vergezellen. Het lukt. Een half uurtje voordien ben ik bij haar. Mijn avond vult zich met supporteren, steunen voor het examen en wat huishoudelijk werk. En een warm samenzijn. Deze keer slaap ik op mijn opgeblazen matras bovenop de matras voor een comfortabele nachtrust.

 

Wallonië

 

img_20160614_225114.jpg

Aujourd’hui commence mon parcours qui reliera les églises Saint-Jacques de Wallonie avec celles des Flandres. Pas de description du chemin. À la rencontre d’une nouvelle aventure. C’était un peu chercher pour savoir comment relier le triangle Aalbeke – Tournai (Doornik) – Renaix (Ronse). Des livres, des cartes topographiques… un puzzle complexe (un exploit). ‘Oh Jasmine! Et un gps’, me dit une petite voix intérieure.

Le premier pas était fait vers l’achat d’un gps de randonnée. Quelle facilité. Ne pas lire de carte, marcher en toute liberté.

Les longs mois sombres durant lesquelles je suis restée inactive, se font sentir physiquement.  Mon bassin et ma colonne vertébrale inférieure me lâchent. Je marche très attentivement.

Il est midi, je me trouve quelque part en plein milieu des champs aux environs de Dottignies (Dottenijs).

La première coquille, au-dessus est écrit: ‘Bienvenue en Wallonie’. Cela s’entend et ce ressent, lorsque je rencontre les premières personnes. ‘Bonjourrr’ , avec un r qui roule. Des petits villages pittoresques. Bien que j’ai connue ces villages dans mon enfance, je ne les ai jamais trouvés pittoresques dans ce temps-là. Près de Herseaux, à hauteur d’un rond-point nouvellement agencé, se trouve un centre floral. Je cherche la GR. Gauche, droite, retour sur mes pas… je ne la trouve nulle part. Le gps me dirige à travers le centre floral. Le magasin a été construit en plein sur le sentier de la GR. Et hup, disparu le sentier GR… hmmm et maintenant? Inconnu, de toutes les personnes auxquelles je m’adresse.

Je demande conseil à un couple. Je leur demande: “Vous connaissez un peu les environs?” “Oh tu participes à l’émission de télévision, tu sais bien celle… heu… juste après le journal…”, me demande la femme. Je lui réponds par un sourire.

Je parcours le parking longeant le bâtiment, débris, hautes herbes… trouvé! Je traverse la rue très fréquentée. Evregnies, le village des sabots, direction Pecq. Je loge chez mon frère cadet et ma filleule Liudmila.

Un peu de cuisine. Un peu d’aide avec les devoirs. Arithmétique, pas mon fort et certainement pas quand il y a des traits entre les chiffres. J’apprends. Temps d’aller dormir. D’abord encore se blottir l’une contre l’autre. Un selfie, une photo que tu fais de toi-même. On est comme deux ados. Mon cœur est content.

On éteint la lumière. Bonne nuit.

GPX Bestand Rollegem à Mont-de-l’Enclus

Wallonië

Vandaag begin ik aan de tocht waar de Jakobskerken van Wallonië verbonden zullen worden met die van Vlaanderen. Geen uitgestippelde weg. Een nieuw avontuur tegemoet. Het was even puzzelen hoe ik het driehoekje Aalbeke – Doornik (Tournai) – Ronse (Renaix) zou verbinden. Boeken, topografische kaarten… een huzarenstukje. ‘Oh, Jasmine! En een gps’, zei een klein stemmetje. En zo kwam de eerste stap naar een wandel-gps. Wat een gemak. Geen kaart lezen, vrij wandelen.

De lange, luie donkere maanden zijn voelbaar in mijn lijf. Mijn bekken en de lage rugwervels laten het afweten. Iedere stap zet ik bewust neer. Het is middag, ergens te midden de velden in de buurt van Dottenijs (Dottignies). De eerste schelp, daarboven staat ‘Bienvenu en Wallonie’. Dat is hoor- en voelbaar wanneer ik de eerste mensen ontmoet. “Bonjourrrr”, met een r die blijft aanslepen. Kleine pittoreske dorpen. Hoewel ik die dorpjes ken vanuit mijn jeugd, pittoresk heb ik ze toen nooit ervaren. Ter hoogte van een nieuw aangelegd rondpunt bij een bloemencentrum in de buurt van Herseaux zoek ik het GR-pad. Links, rechts, terug… nergens te vinden. De gps stuurt mij dwars doorheen het bloemencentrum. Het centrum bouwde pal op het GR-pad. Ribedebie, verdwenen is het GR-pad… Hmm, en nu? Onbekend voor al wie ik aanspreek.

Ik vraag raad aan een koppel: “Kennen jullie hier een beetje de buurt?”, vraag ik hen. “Oh, doe jij mee aan dat tv programma, je weet wel op den… huh, net achter het nieuws…”, vraagt de vrouw me. Ik antwoord met een glimlach. Ik loop de parking af langs het gebouw. Puinhoop, lange grassen… gevonden! De drukke straat over. Het klompendorp Evregnies, richting Pecq. Mijn slaapplaats ten huize van mijn jongste broer en metekind Liudmila.

Potje koken. Hulp bij de leerstof. Rekenen, oeps, niet mijn sterkste kant en zeker niet wanneer er strepen tussen getallen staan. Ik leer bij. Tijd voor het slapengaan. Nog eerst even dicht bij elkaar. Een selfie, zo een beeld dat je neemt van jezelf. We zijn net twee pubers. Mijn hart is blij. Het licht gaat uit. Slaapwel.

 

Cirkel

Sint Jacobsstaf

De zilveren Sint Jacobstaf – Sint Jacobskerk Gent

Een paar jaar geleden hoorde ik bij het ontwaken: “Hoor je het?” Waarop ik vroeg: “Wat?” “De koffie roept.” Tijd om op te staan. Ontbijten. Het regent pijpenstelen. Hmm, ik overweeg om met de tram de laatste kilometers te doen. Doorweekte kleren tijdens een misviering vind ik niet fijn. Terwijl ik mijn slaapzak in de rugzak steek, zie ik het licht veranderen. Het stopt met regenen. De weergoden zijn me welgezind. Samen met Jacqueline sluiten we de deur achter ons en vertrekken richting centrum.

De Sint-Jacobskerk. Binnen hoor ik het pelgrimslied ‘Ultreïa’. Het koor. De stemmen worden opgewarmd. Straks vieren we de Heilige Jacobus. Als vrijwilliger van de vzw Jacobus cultuurkerk help ik nog een handje mee bij de voorbereiding. De klokken luiden en roepen de mensen naar de kerk. Middenin de viering vraagt pastoor-deken Flor me naar voren om te getuigen over de weg. Tijdens de getuigenis raak ik ontroerd door mijn eigen woorden. Willem zingt een eigen geschreven lied over zijn camino. We sluiten de viering met het gebed tot de Heilige Jacob. Na de viering bewonder ik de zilveren Sint-Jacobsstaf en de zopas gerestaureerde cantorstaf met een Sint-Jakobsbeeld. “Dankjewel voor je mooie getuigenis”, komt iemand me zeggen. Ervaringen worden uitgewisseld. Ondertussen komen meer mensen de kerk binnen. Ze kunnen hier genieten van rust en sereniteit tijdens de Gentse Feesten. Een plaats van samenkomen, samenzijn, gesprek, gebed, met eerbied en respect voor elkaar. Dankjewel aan de kerk en vzw Jacobus voor deze mooie viering.

Op weg naar huis. In het Patershol. De kasseikoppen. Ik besef plots dat ik net een cirkel heb gewandeld van veertig dagen lang. Veertig dagen doorheen Vlaanderen op het Jakobskerkenpad. Een weg met open, brede landschappen, goed onderhouden natuurgebieden, prachtige historische gebouwen… En vooral warme mensen met elk hun eigenheid en waarden. Ontmoetingen die me wisten te ontroeren. Een levenscirkel van ontvangen en delen. Dankjewel dat jullie hier deel van hebben uitgemaakt.

‘Heilige Jakob,

patroon van onze parochie,

gij zijt een ware volgeling van Jezus geweest

Bij u leren wij dat ook wij onderweg zijn in het leven.

Elke wandeling, elke tocht, die wij ondernemen leert ons dat wij ons kunnen bevrijden van alles wat ons bindt en vasthoudt.

Leer ons in het spoor van de vele pelgrims naar Compostela,

die in deze kerk tot u komen bidden,

de vraag stellen waar wij staan op onze levensweg.

Help ons innerlijk in beweging te blijven,

Help ons opdat de weg, die wij gaan werkelijk een weg zou worden, die naar het volle leven leidt.

Heilige Jakob, bid voor ons!’

GPX bestand Laarne naar Gent/ Laarne à Gand

Cercle

Voilà quelques années j’entendais en me réveillant: “Tu entends?” Sur quoi je demandais: “Quoi?” “Le café m’appelle.”

Il est temps de me lever. Petit-déjeuner. Il pleut des cordes. Hmm, j’envisage de faire les derniers kilomètres en tram. Avoir des vêtements trempés lors de la célébration d’une messe, ne me réjouis pas. En mettant mon sac de couchage dans mon sac à dos, je vois la lumière changer. Il arrête de pleuvoir. Les dieux de la météo sont bien disposés envers moi. Accompagnée de jacqueline on ferme la porte derrière nous et on se dirige vers le centre-ville.

L’église Saint-Jacques. À l’intérieur j’entends le chant ‘Ultreia’. Les voix s’échauffent. Tout à l’heure nous fêtons Saint-Jacques. Comme bénévole de la vzw Jacobus cultuurkerk (asbl) je participe aux préparatifs. Les cloches sonnent et invitent les gens à se rendre à l’église. Au milieu du service, le curé-doyen Flor m’invite à témoigner du chemin. Durant mon témoignage je suis émue par mes propres mots. Willem chante une de ses chansons  composées en honneur de son camino. Nous terminons la célébration par la prière à Saint-Jacques.

Après le service j’admire le bâton en argent de Saint-Jacques ainsi que le bâton du cantor, avec statuette de Saint-Jacques, récemment restauré.

Quelqu’un vient me dire, “Merci beaucoup pour ton beau témoignage.” On échange des impressions, des expériences.

Entretemps, plus de monde entre dans l’église, où ils peuvent jouir du calme et de la sérénité durant les fêtes Gantoises. Un endroit de rassemblements, de rencontres, de discussions, de prières et de respect mutuel. Un grand merci à l’église et à l’asbl Jacobus pour cette belle célébration.

Je rentre à la maison. Au Patershol. Les pavés. Je me rends tout à coup compte d’avoir marché quarante jours en formant un cercle. Quarante jours à travers la Flandre, sur le Jacobskerkenpad. Un chemin aux somptueux paysages, aux réserves naturelles très bien entretenues, aux magnifiques monuments historiques… et surtout aux gens chaleureux ayant chacun leur singularité et leurs valeurs. Des rencontres qui ont suent m’émouvoir. Un cercle de vie et de partage. Merci beaucoup d’en avoir fait partie.

‘Saint-Jacques,

patron de notre paroisse,

Tu fus un disciple de Jésus.

À vos côtés on apprend que nous aussi nous sommes en chemin dans la vie.

Chaque promenade, chaque voyage que nous entreprenons, nous apprend que nous pouvons nous libérer de tous ceux qui nous lie et nous retient. Apprends-nous dans le sillage des nombreux pèlerins de Compostelle qui viennent prier dans cette église à nous poser la question de savoir où l’on se situe sur notre chemin de vie. Aide nous à rester en mouvement intérieur. Aide nous pour que le chemin que nous parcourons, devienne un vrai chemin, qui nous mènera à la pleine vie.

Saint-Jacques prie pour nous.’

L1016618

Sint Jacobskerk-Gent

 

Bijna

image

Een telefoon rinkelt. De slaapkamer naast me. Ik draai me nog even om. Mijn ogen open. Waar ben ik? Half wakker. Ik herken de ruimte niet. Een droom. Oh ja, ik ben in Heusden. Een korte wandeldag staat op het programma. Een ‘tikkeneitje’ bij het ontbijt, hmm. Ik geniet van de lange ochtend. Samen met Janus proberen we een uiltje te maken met elastiekjes, een echte rage. Ik herinner me de scoubidou uit mijn jeugd, waarmee ik van geen ophouden wist. In het boek ‘De vos en de haas’ help ik Janus met lezen, hij doet het prima. Kort na de middag help ik nog even in de tuin. Tuinieren is altijd al één van mijn favoriete bezigheden geweest, behalve in het najaar, dan zijn de spinnen voor mij te actief.

In de vroege avond wandel ik nog een kleine tien kilometer tot in Gentbrugge. In de Gentbrugse Meersen wandel ik langs de Schelde. In de verte zie ik de historische Gentse torens. Na veertig dagen wandelen terug zo dicht bij huis mogen zijn, het doet wel iets. Het ontroert me en maakt me ook blij. Rond negentien uur kom ik aan bij Jacqueline. Mijn voeten vinden dit niet erg, integendeel. Uitkijkend naar de volgende dag val ik in ‘Berylune’ in slaap.

GPX Bestand Laarne – Gent

Presque

Un téléphone sonne. La chambre d’à côté. Je me tourne encore une fois. Mes yeux s’ouvrent. Où suis-je? À moitié éveillée. Je ne reconnais pas l’endroit. Un rêve. Ah oui, je suis à Heusden.

Au programme une courte journée de marche.

Un œuf à la coque au petit-déjeuner hmmm. Je profite de la longue matinée. Janus et moi essayent de faire un hibou, avec une sorte d’élastiques, très en vogue.

Je me souviens des scoubidous de mon enfance et du fait que je ne pouvais pas m’arrêter. J’aide Janus à lire le livre ‘du renard et du lièvre’, il se débrouille très bien. En début d’après-midi j’aide encore un peu au jardin. Le jardinage a toujours été une de mes occupations préférées, sauf en automne, les araignées sont alors trop actives.

En début de soirée je marche une dizaine de kilomètres jusqu’a Gentbrugge en passant par les Gentbrugse Meersen où je longe l’Escaut. Au loin je vois les clochers historiques de Gand. Après quarante jours de marche être si prêt de la maison me fait quelque chose. Cela m’émeut et me rend gaie.

Vers dix-neuf heures j’arrive chez Jacqueline. Mes pieds ne le déplorent pas, au contraire. Impatiente d’être demain, je m’endors à Berylune.

Speels

L1016548

Wachtebeke

Heel ver hoor ik de stem van een klein meisje, Leontien. Zachtjes ontwaak ik uit een droom. Ik zie nog een beeld voor me. Het reanimeren van een piepkleine kikker waarbij ik zijn twee armpjes op en neer bewoog. Hmm, een prins, een prinses!

Met de energie van het kind-zijn start ik deze nieuwe dag. Mijn rugzak voelt vederlicht. De speelsheid is voelbaar. Ergens langs het water in Moerbeke sta ik te praten met Danny. De gespreksonderwerpen lopen vloeiend in elkaar over. Van energie, naar Vipassana, naar Willem Vermandere, naar lichaamswerk. Leunend over een deurtje delen we onze visie, ervaringen en gevoelens. Wat verder wandel ik via een dreef en kom ik langs velden en tussen lanen populieren. Paard en koets komen in mijn richting. Een wederzijdse glimlach, een goede dag. De dazen vliegen om me heen. “Ahhrrr, laat me met rust”, roep ik hen toe. Hoe meer ik me erger, hoe vervelender ze worden. Ik zie het beeld van een paard voor me, voortdurend flapperend met de oren. De dazen komen telkens terug. Ik probeer het tegenovergestelde. Geen ergernis, geen wegjagen. Ontspanning komt. Dazen verdwijnen. Yes, het lukt!

In de vroege namiddag kom ik aan in domein Puyenbroeck. Een klimparcours. Het brengt me op een idee. Ik bel Tineke, een vriendin. Een uitgebreide picknick. Laat in de namiddag probeer ik als een aapje te blijven hangen in het klimparcours. Ik zeg wel proberen. Om achttien uur voel ik terug de kriebels om te stappen. Samen met Tineke en haar zoon Janus stap ik het domein verder in. Een uur later heb ik door dat we in een rondje aan het wandelen zijn. Met meerdere wandelen is toch anders. Janus, een natuurvriend, plukt nog wat kamillebloemen voor de thee. Mijn weg neemt een andere wending en eindigt in Heusden in plaats van Lochristi. Mijn rugzak werd vandaag gevuld met deze speelse, luchtige dag voor kinderen groot en klein.

GPX Bestand Moerbeke – Laarne 

Espiègle

Au loin, j’entends la voix d’une petite fille. Je m’éveille sortant lentement d’un rêve. Je vois encore une image devant moi. La réanimation d’une toute petite grenouille dont j’agite les deux bras…..hmm un prince, une princesse!

Avec l’énergie de l’enfance j’entame ma journée. Mon sac à dos a le poids d’une plume. L’espièglerie est tangible. Quelque part le long de l’eau à Moerbeke je parle avec Danny. Notre conversation se déroule paisiblement. D’énergie, à Vipassana puis à Willem Vermandere en passant par ELW. Accoudés à une porte nous partageons nos points de vue, nos expériences et nos sentiments. Un peu plus loin, je traverse une allée pour rejoindre plus tard les champs et une allée bordée de peupliers. Cheval et calèche viennent à ma rencontre. Un sourire réciproque et un bonjour. Les taons me volent autour des oreilles. “Aaaah, laissez-moi tranquille”, leurs criai-je. Au plus ils m’irritent, au plus ils deviennent fastidieux. Je vois l’image d’un cheval devant mes yeux, il bat continuellement des oreilles. Les taons reviennent continuellement à l’attaque. J’essaie le contraire. Pas d’irritation, pas de chasse. La détente s’installe. Les taons s’éclipsent. Yes, ça marche!

En début d’après-midi j’arrive au domaine de ‘Puyenbroeck’. Un sentier d’escalade. Cela me donne une idée. J’appelle Tineke, une amie. Un vaste pique-nique. Tard dans l’après-midi j’essaie de rester pendue comme un petit singe le long du parcours d’escalade. Je dis bien j’essaie. Vers dix-huit heures l’envie de marcher me reprend. En compagnie de Tineke et Janus j’entre plus profondément dans le domaine. Une heure après je me rends compte que nous tournons en rond. Voyager à plusieurs est quand même tout autre chose? Janus, un ami de la nature, cueille quelques fleurs de camomille pour le thé. Mon parcours prend une autre tournure et je termine ma journée à Heusden au lieu de Lochristi. Mon sac à dos était rempli d’espièglerie et de moments au cœur léger pour petits et grands.

Leontien

L1016494-2

Reynaert de Vos

Huisnummer dertig. Het klooster, de plaats waar ik de sleutel mag halen voor een bezoek aan de Sint-Jacobskerk. Verlaten. De zusters zijn een jaar geleden vertrokken, hoor ik vertellen. Hoewel mijn nacht redelijk was, voel ik me moe. Mijn rugzak voelt zwaar. De fysieke barometer van de pelgrim.

Richting de Nederlandse grens, Koewacht, de buurt van Reynaert de Vos. Met enkel een peperkoek, een sinaasappel en een appelsap als ontbijt deze morgen, begint mijn maag al gauw te knorren. Een vrouw komt aan met haar fiets. Ik vraag of ze me kan helpen met een boterham. “Nen boterham?”, ze kijkt me verbaasd aan. “Tis goe, kgoan joan ene kleiremoake”, en ze komt na vijf minuten terug met één boterham met salami. Ik kan terug wat verder. Een half uur later. Net voor Koewacht vraag ik aan een andere vrouw nog een boterham. Erna is haar naam. Twee boterhammen met kaas. Haar buurman, Guy, komt juist naar buiten wanneer ik verder wil stappen. Hij hoort dat ik naar de Sint-Jacobskerk ga. “Dit is geen Sint-Jacob-de-Meerderekerk hé!” ”Eh, wat bedoel je?” “De kerk is een Sint-Jakob-de-Mindere.” Dat was me onbekend. Guy gaat met me mee tot aan de kerk en geeft me de mogelijkheid om ze te bezoeken. Sint-Jacob-de-Mindere of de jongere of de rechtvaardige. In tegenstelling tot de Meerdere was hij geen apostel. Met andere woorden er zijn zeventien Sint-Jacob-de-Meerderekerken in Vlaanderen.

In de natuur op Nederlands grondgebied via het Pereboomwandelpad. De vermoeidheid is voelbaar aanwezig in mijn benen. ’s Avonds kom ik aan in Moerbeke bij Philip, Rosanne en Leontien. Leontien, de jongste ontmoeting op mijn weg, mag in september voor het eerst naar school.

GPX Bestand Kemzeke – Moerbeke

Léontien

Adresse, numéro 30. Le couvent, l’endroit où je peux aller chercher la clé pour visiter l’église. Abandonné. J’entends dire que les sœurs sont parties voilà un an. Bien que ma nuit fut bonne, je me sens fatiguée. Mon sac à dos pèse lourd. Le baromètre physique du pèlerin.

Direction frontière Néerlandaise, Koewacht, le quartier de ‘Reynaert le Renard’.

Avec seulement un morceau de pain d’épices, une orange et un jus de pommes comme petit déjeuner ce matin, mon estomac se met à gargouiller. Une femme à bicyclette arrive.

Je lui demande si elle peut me donner une tartine. “Une tartine…!?” Elle me regarde étonnée. “C’est bon, je vais t’en préparer une.” Elle revient cinq minutes plus tard avec une tartine garnie de salami. Je suis capable de continuer un peu plus loin. Une demi-heure après. Juste avant Koewacht, je demande à une autre femme pour avoir une tartine. Elle s’appelle Erna. Deux tartines au fromage. Son voisin, Guy, sort juste quand je m’apprête à partir. Il entend que je me rends à l’église Saint-Jacques. “Celle-ci n’est pas une église de Saint-Jacques-le-Majeur, hein.”  “Euh, qu’est-ce que tu veux dire?” “C’est une église de Saint-Jacques-le-Mineur.” C’était inconnu pour moi. Guy m’accompagne jusqu’à l’église et me donne la possibilité de la visiter. Saint-Jacques-le Mineur ou le jeune ou le juste. Contrairement au Majeur, celui-ci n’est pas un apôtre. Autrement dit, il y a dix-sept églises Saint-Jacques-le-Majeur en Flandres.

Dans la nature et à travers le Pays Bas par le chemin ‘Pereboomwandelpad’. Dans mes jambes la fatigue se manifeste. Le soir j’arrive à Moerbeke chez Philip, Rosanne et Léontien. Léontien m’a plus jeune rencontre sur la route. Au mois de septembre elle ira à l’école pour la première fois.

Antwerpen

 

Zicht op Antwerpen vanuit de haven

Met de klank van een doedelzak mag ik deze morgen ontwaken bij Hugo en Rosine. Na het ontbijt brengt Hugo me terug naar Kapellen. Een bezoek aan één van de achttien Sint-Jacobskerken in Vlaanderen. Vooraan staat een vrouw de bloemen te schikken voor de vieringen deze week. “We zijn allemaal vrijwilligers die werken in de kerk”, vertelt Annie me. “Mag ik een foto van je nemen, Annie?” “Ja hoor”, en Annie neemt een fiere houding aan bij het altaar. Na het bezoek aan de kerk neem ik afscheid van Hugo en zet ik verder koers richting Antwerpen.

Na de prachtige natuurgebieden van gisteren waag ik me via het stedelijk gebied naar het centrum. De wagengeluiden zijn terug aanwezig, vanaf de haven zijn ze gelukkig wat minder. De dokken,  hangar 27 en het MAS weet ik te appreciëren. Regen en zonneschijn wisselen elkaar af. In de verte een boot uitvaart. Het geeft een bijzonder gevoel, te weten dat je via deze brede wateren verbonden bent met de grote zeeën. Na de wandeling heb ik niet veel zin om de stad te trotseren. Ik ga onmiddellijk richting de toeristische dienst, waar ik de sleutel kan krijgen voor de pelgrimsherberg. Een kwartier nadien ontmoet ik er Luk, de hospitaliero (iemand die pelgrims opvangt). Ik deel het waarom van deze tocht. Na het delen wordt mij een bedrag gevraagd. Ik betaal, de moed om een andere overnachtingsplaats te zoeken heb ik niet meer. Zut, na zesendertig dagen wandelen en als lid van de Compostelavereniging is dit mijn eerste betalende overnachting. Dankzij Hugo, die me deze morgen ontwaakte met de doedelzak, is deze verzorgde herberg ontstaan. Ik mag hopen dat andere gemeenten op de Compostelaweg dit voorbeeld mogen volgen.

Philip, een vriend komt me ’s avonds bezoeken en trakteert me op restaurant. Een goed stevig stuk vlees om terug op kracht te komen. Ene gaan drinken in de catacomben van ‘De Pelgrom’. Een cappuccino. Dank je Philip, het was een fijn weerzien. Een reactie van mijn overleden grootmoeder komt terug in mijn geheugen. Ik hoor het haar nog zeggen alsof het gisteren was, toen ik haar vertelde dat een vreemde man me getrakteerd had op de luchthaven in Thailand: ‘Jah, en wat heb je daarvoor moeten doen dat een man je gratis trakteert?’ Ik laat in het midden wat ze bedoelde. Eén ding is zeker: ze wist niet wie haar kleindochter was. Tja, gelukkig dat ik haar graag zag.

GPX bestand Kapellen naar/à Antwerpen

Anvers

Je me réveille ce matin, au son de la cornemuse, chez Hugo et Rosine. Après le petit-déjeuner Hugo me ramène à Kapellen. Une visite à une des dix-huit églises Saint-Jacques de Flandre. Devant, une femme range les fleurs pour la célébration de cette semaine. “Nous sommes tous des volontaires travaillant dans l’église”, me raconte Annie. “Puis-je te prendre en photo, Annie?” “Oui, bien sûr” et Annie prend une attitude fière devant l’autel. Après la visite de l’église je prends congé d’Hugo et continue mon chemin direction Anvers (Antwerpen).

Après les magnifiques réserves naturelles d’hier je m’engage dans la zone urbaine et me dirige vers le centre. Le bruit des véhicules est à nouveau présent, à partir du port heureusement un peu moins. J’apprécie les quais en passant par le hangar 27 et le MAS (‘Museum aan de stroom’ à Anvers). La pluie et le soleil en alternance. Au loin un bateau en partance. Savoir que par ces eaux larges je suis reliée aux grands océans me donne une sensation spéciale. Après la promenade je n’ai pas envie de défier la ville. Je me rends directement à l’office de tourisme ou l’on peut me remettre la clé de l’auberge des pèlerins.

Un quart d’heure plus tard je rencontre Luk qui y est hospitaliero (personne accueillant les pèlerins). Je partage le pourquoi de ce trajet. Après le partage il me demande une somme d’argent. Je paye, car je ne me sens pas le courage de chercher un autre logement. Zut, après trente-sept jours de marche et en étant membre de l’association de Compostelle ceci  est ma première nuitée payante.

C’est grâce à Hugo, qui ce matin m’a réveillée au son de la cornemuse, que cette auberge bien tenue est née. J’ose espérer que d’autres communes sur le chemin de Compostelle suivront cet exemple.

Philip, un ami, vient me rendre visite dans la soirée et me paix un restaurant. Un bon morceau de viande pour reprendre force. Aller boire un verre dans les catacombes du ‘De Pelgrom’. Un cappuccino. Merci, Philip, se furent d’agréables retrouvailles. Une réaction de ma défunte grand-mère me revient. Je l’entends encore le dire comme si c’était hier, lorsque je lui ai raconté qu’un étranger m’avait payé un repas à l’aéroport en Thaïlande: “Et qu’est-ce que tu as du faire pour qu’un homme te régale gratuitement?”. Je laisse ce qu’elle voulait dire, pour ce que c’est! Une chose est sure elle ne connaissait pas sa petite fille. Heureusement que je l’aimais bien.

Peerdbos

Domein de Inslag

Domein de Inslag – Brasschaat

Tien uur in de morgen. Recht voor mij elf mannen aan een toog. Voor elk van hen twee glazen, één gevuld en één om straks te vullen. Mijn dagboek. Een man komt bij me aan tafel zitten. Mijn rugzak en schelp trokken zijn aandacht. Een verhaal over Compostela volgt. Hij is pas terug. Heel snel heb ik door dat er iets niet klopt aan zijn verhaal. Op zijn manier heeft hij de camino gedaan. Ik geef hem een briefje met een telefoonnummer en hoop van harte dat hij de juiste weg mag vinden.

Een brug over de autosnelweg. Het regent. Ik kijk rondom mij, geen mens, geen huis. Ik voel me veilig. Ik neem een diepe ademteug. De borstriem van mijn rugzak zit in de weg. “Jaaaa jaaaa jaaaa”, roep ik uit volle borst op de brug. Slijmen komen los, kokhalzen, spuwen. Ik roep nogmaals, tot ik hoor dat mijn stem vrijuit kan komen. Ik voel blijheid en verlossing. Een glimlach volgt. Met een rechte rug en een open borst wandel ik verder het Peerdsbos in. Bevrijding! Via een brede weg sla ik rechtsaf tussen een haag en een omheining. De dikke haag en de takken verplichten me voorover gebogen het pad te nemen en me zo smal mogelijk te maken. Eruit heb ik het gevoel dat ik door een ellenlang labyrint ben gewandeld en een nieuwe wereld ben ingestapt. Een totale rust. Geen geluid van gemotoriseerde voertuigen. Frisheid van de morgen. De ochtendregen bracht zuurstof in de lucht. De natuur lost zijn zalige geuren. Ekster, kraai en veel andere vogels vliegen in het rond. Af en toe is er een schuilhuis te zien. Ik besef plots dat de gebeurtenis van in Lier mij eindelijk duidelijkheid komt brengen. De woorden krijgen eindelijk plaats in mijn gevoel. Door het herhalen in woorden van wat voor mij niet aangenaam voelde, plaatste ik me onbewust in het slachtofferschap. Terwijl ik dacht dat het delen mij kon helpen. Eureka! Wat ben ik het gebeuren dankbaar, wat ben ik mijn hersenkronkels dankbaar, en vooral wat ben ik blij mijn gevoel te mogen beleven en toe te laten. Leven!

Van het Peerdsbos naar het park van Brasschaat. Aan mijn rechterzijde in de verte een paviljoen. Een buizerd komt uit de bomen gevlogen over het grasplein. Blijheid komt over mij stromen. In de verte een man, voorovergebogen, een wandelstok, een brilletje, een huppelende stap. Het geluid van een kinderstem op de achtergrond. De bewoonde wereld. Ah, ja, just! Het weerbericht: na regen komt zonneschijn!

GPX bestand Deurne naar/à Kapellen

Peerdsbos

Dix heures du matin. Devant moi onze hommes au comptoir. Devant chacun d’eux deux verres, un rempli et l’autre à remplir tout à l’heure. Mon journal. Un homme vient s’asseoir à ma table. Mon sac à dos et ma coquille Saint-Jacques avaient attiré son attention. Une histoire sur Compostelle s’en suit. Il venait de renter. Très vite je compris qu’il y a quelque chose qui cloche dans son histoire. À sa manière il avait parcouru le camino. Je lui tends un papier avec un numéro de téléphone en espérant de tout cœur qu’il trouvera le bon chemin.

Un pont au-dessus de l’autoroute. Il pleut. Je regarde autour de moi, pas de gens et pas de maison. Je me sens en sécurité. Je respire profondément. Le ceinture de mon sac à dos m’encombre. Jaaaa jaaaaa”, cris-je de plein cœur étant sur le pont. Des mucosités se détachent, des haut-le cœur, je crache. Je crie encore jusqu’au moment où j’entends que ma voix est libre. Je ressens de la joie et une libération. Un sourire s’en suit. Le dos droit et le thorax ouvert je continue ma promenade dans le bois de ‘Peerdsbos’. Libération! Par un large chemin je tourne à droite entre une haie et une clôture. L’épaisseur de la haie m’oblige à me courber pour continuer ma route et à me faire aussi étroite que possible. Une fois sortie, j’ai l’impression d’avoir parcouru un labyrinthe immense et d’être entrée dans un nouveau monde. Un calme complet. Pas de bruits de véhicules motorisés. La fraicheur matinale. La pluie de ce matin à mis de l’oxygène dans l’air. La nature parfume l’air. Pies, corbeaux et beaucoup d’autres oiseaux volent aux alentours. De temps à autre je remarque un abri. Je m’aperçois soudainement que l’ événement du jour précédant m’apporte de la clarté. Les mots rejoignent finalement mon sentiment. En mettant des mots sur ce qui, était pour moi une expérience très désagréable, je me plaçais dans le rôle de victime. Alors que je pensais que le partage m’aidait. Eureka! Que je suis reconnaissante de ce qui m’est arrivé, pour mes gribouillis de cerveau et surtout que je suis contente de pouvoir vivre ce que je ressens et de l’accepter. Vivre !

Du bois de ‘Peerdsbos’ au parc de Brasschaat. Au loin sur ma droite un pavillon. Une buse s’envole d’un arbre et traverse le gazon. De la joie m’envahie. Au loin un homme, courbé, une canne, des lunettes, il marche en sautillant. Une voie d’enfant en arrière-plan. La civilisation. Ah, oui, juste! Le bulletin du temps: après la pluie vient le beau temps!