Pelgrims

 

Jasmine Debels (3 van 5)

Detail Sint-Jacobskerk Borsbeek

Na een lange, onrustige nacht, waarin ik ieder uur op mijn uurwerk heb gezien, verlaat ik Lier. Ik voel dat ik me niet vrij kan maken van het gebeuren van gisteren. Naast mij een donkere wagen die in tegenrichting de straat oversteekt en bijna naast mij stopt. Het venster gaat naar beneden. ” Compostela?”, met een vragende verwonderde stem. “Ik heb die vorig jaar gedaan, nu het Jakobskerkenpad. Ik ken jou!” “Ik jou ook”, antwoordt de man. De volgende vijf minuten proberen we te vinden van waar. “Ik ben pas een week terug.” Tot de man zegt: “Vézelay! Ik heb je daar gezien. Je was er toen met de fiets.” “Oh ja, nu weet ik het weer. Ja, natuurlijk, we zaten op de binnenkoer van Centre Madeleine.” “Dat is straf, en elkaar hier terug tegenkomen! De camino gaat gewoon verder. Hoe heet jij? Ik ben Geert”, vertelt Geert met tranen in de ogen. “Ik ben Jasmine.” We nemen afscheid en roepen elkaar toe, “buen camino”!

In Borsbeek bel ik aan bij de pastorie. Niemand thuis. Een telefoonnummer aan het venster. Ik telefoneer om te vragen of de Sint-Jacobskerk te bezichtigen is. Een mannenstem aan de lijn, zou dit de pastoor zijn? Na twintig minuten komt een vrouw de deur openen. Wat vind ik dat lief. Aan de andere kant van de straat zie ik een forse man en zijn hond. Ik zie dat hij me op een nieuwsgierige manier aankijkt. Onze wegen kruisen zich. We zeggen elkaar een goede dag. Een lang gesprek. Een pelgrim. De volgende pelgrim ontmoet ik in een supermarkt. De verwondering, blijheid en ontroering is zichtbaar op het gezicht van de man. Een mooi en krachtig moment. Met een hartverwarmende knuffel nemen we afscheid van elkaar. Ook de vrouw aan zijn zijde krijgt een knuffel. Ik zie de mensen nog even terug aan de kassa. Ik leg mijn hand op mijn hart als teken van dankbaarheid en verbinding en wandel verder, de laatste kilometers van de dag.

Via het domein Rivierenhof, een park, kom ik moe en voldaan aan. Ik zet me op een muurtje bij een bank. Eet mijn laatste boterham op. Ik voel een aanwezigheid in de rug. Een vrouw staat achter me. “Mevrouw, woont u hier?” “Neen, ik kom naar de bank”, antwoordt de vrouw me met een vragende blik. Ik leg haar uit dat ik een overnachting zoek. Ik mag mee. De vrouw, Lieve, was recent op reis in contact gekomen met een pelgrim en aangewakkerd voor de camino. “Ja, ik heb het wel moeilijk met de verhalen ‘dat wat je vraagt, je het krijgt op deze weg’.” Ik zeg niets. Later op de avond vertelt Lieve me aan de vaat: “Dat is wel straf dat ik je net nu ontmoet.” Ik twijfel even of ik hierop reageer. “Weet je nog wat je zei over het moeilijk geloven over wat je ontvangt op de weg? Ben je nog altijd van dezelfde mening toegedaan?”  “Ja, dat is straf”, zegt ze met een meer overtuigde stem.

GPX bestand Lier naar Deurne/Lierre à Deurne

Pèlerins

Après une longue nuit agitée ou j’ai vu sur ma montre passer toutes les heures, je quitte Lierre. Je sens ne pas pouvoir me libérer des évènements d’hier.

Une voiture de couleur foncée traverse la rue venant du sens opposé et s’arrête à ma hauteur. La vitre s’ouvre. “Compostelle?!”, d’une voie interrogatrice et étonnée. “Je l’ai parcourue l’année dernière, maintenant je suis le chemin des églises Saint-Jacques en Belgique. Je te connais!” “Moi aussi”, me répond l’homme. Durant les cinq minutes qui suivent nous cherchons d’où. “Je suis seulement de retour depuis une semaine.” Jusqu’au moment où l’homme dit; “Vézelay! C’est là que je t’ai vue. Tu étais en vélo.” “Oh oui, je me rappelle maintenant. Oui bien sûr, nous étions dans la cour du ‘Centre Madeleine’ ”. “Ça c’est fort de se retrouver ici! Le camino continue. Comment t’appelles-tu? Moi c’est Geert”, me dit Geert les larmes aux yeux. “Je suis Jasmine.” Nous prenons congé en se souhaitant, “Buen camino!”

Je sonne à la porte du presbytère de Borsbeek. Personne. À la fenêtre un numéro de téléphone est mentionné. Je téléphone pour savoir si l’on peut visiter l’église Saint-Jacques. Une voie d’homme au bout de la ligne, serait-ce le curé? Après vingt minutes une femme vient m’ouvrir la porte de l’église. Comme je trouve cela aimable.

De l’autre côté de la rue je vois un homme fort en compagnie de son chien. Je remarque qu’il me regarde du regard curieux. On se croise. On se dit bonjour. Une longue conversation. Un pèlerin.

Je rencontre le prochain pèlerin dans un supermarché. L’étonnement, le contentement et l’émotion sont visibles sur le visage de l’homme. Un moment beau et fort. On se quitte après s’être chaleureusement enlacé; la femme à ces cotés reçoit aussi un enlacement. Je revois encore ses personnes à la caisse. Je place ma main sur mon cœur en signe de gratitude et de connexion et continue de marcher les derniers kilomètre du jour.

En passant par le domaine et le parc du ‘Rivierenhof’, j’arrive à destination, fatiguée et comblée. Je m’assois sur un mur près d’une banque. Mange ma dernière tartine. Je sens une présence dans mon dos. Une femme se trouve derrière moi. “Madame, vous habitez ici?”‘Non, je viens à la banque”, me réponds la femme avec un regard interrogateur. Je lui explique que je cherche un logement pour passer la nuit. Je peux l’accompagner. La femme, Lieve, est récemment, lors d’un voyage, entrée en contact avec un pèlerin et elle est intriguée par le camino.

“Oui, j’ai des difficultés avec les histoires qui racontent, que – ‘ce que tu demandes le long du chemin, tu le reçois’.” Je ne dis rien. Plus tard dans la soirée en faisant la vaisselle, Lieve me dit, “C’est quand même fort que je te rencontre juste maintenant.” J’hésite un instant, est-ce que je réagis, “Tu te souviens encore de ce que tu as dit sur ta difficulté de croire à ce que tu reçois sur le chemin? Penses-tu encore la même chose?” “Oui, ça c’est fort”, me dit-elle d’une voix convaincante.

 

Mechelen

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Ria brengt me met de wagen terug waar ik gisteravond eindigde. Via het geboortehuis van pater Damiaan, een museum dat nu in restauratie is, ga ik verder richting Keerbergen. Ik wandel lange tijd in een buurt waar de huizen en wagens me laten vermoeden dat dit een welstellende buurt is. Een fietser. Oogcontact. “Goede dag”, zeg ik met een knikkend hoofdgebaar. Hmm, het valt me op hoe terughoudend de mensen hier zijn. Op de achtergrond auto’s. Wat mis ik de stilte.

In het centrum van Bonheiden ga ik langs het gemeentehuis. Een halte waar Christel werkt. Ik stap binnen en word er hartelijk onthaald. Een koek en koffie. Ik dank de jarige van wie ik de koek kreeg. Na een bezoek aan het kleinste vertrek zet ik mijn weg verder. Christel en ik omarmen elkaar. Twee mannen staan ons aan te kijken. “Meneer, wil je ook zo een knuffel van me?” Waarop de man “ja” antwoordt. De knuffel volgt. “Dankjewel voor je ‘Zijn’ Christel”, zeg ik terwijl ik de trappen naar beneden wandel. “Insgelijks!” Na langs huizen te wandelen, terug een stukje natuur van Natuurpunt. Ik blijf iedere keer versteld staan van de mooie natuur waar Natuurpunt actief is. Wat doen ze dit schitterend! Ik wandel een stuk GR12 via het natuurdomein ‘Mechels Broek’ en het recreatiepark ‘De Nekker’, langs de wandeldijk van de Dijle. Op het einde, net voor de brug naar het centrum van Mechelen, een pop-up café. Ik wandel tussen de vele planten en kleurrijke attributen. Ik zet me bij aan een tafeltje. Een fijn gesprek met Esther. We zitten heel snel op dezelfde golflengte.

Na een uur stap ik weer verder richting centrum. Wat heeft Mechelen mooie gebouwen. Fijn ook om te zien dat steden zorg dragen voor hun patrimonium. De stad voelt goed. Ik vraag aan mensen waar ik nog zusters kan vinden. Weinigen hebben er nog weet van. Iemand wijst me de weg richting het diocesaan centrum. Op zoek naar een deurbel. Zuster Mieke komt opendoen. Nadien ontmoet ik zuster Lieve en Emilia. Na het avondmaal en een fijn samenzijn met de zusters zoek ik mijn kamer op. Een douche ontspant mijn spieren. Ik lees nog even en ga slapen. 

GPX bestand Humbeek naar Bonheiden

Malines

Ria me ramène en voiture au point d’arrivée d’hier. Passant par la maison natale du Père Damien, un musée actuellement en restauration, je continue direction Keerbergen. Je marche un bout de temps dans un quartier où les maisons et les voitures me laissent supposer qu’il s’agit d’un quartier prospère. Un cycliste. Un contact visuel. “Bonjour”, dis-je en faisant signe de la tête. Hmmm, je me rends compte que les gens d’ici sont distants. Sur l’arrière-plan des voitures. Que le silence me manque.

Au centre de Bonheiden, je passe par la maison communale. Une halte, là où travaille Christel. J’entre et suis chaleureusement reçue. Un biscuit et un café. Je remercie la personne qui fête son anniversaire et qui m’a offert le biscuit. Après avoir rendu visite à la plus petite pièce je continue ma route. Christel et moi on s’enlace. Deux hommes nous regardent. “Monsieur, voulez-vous aussi un câlin de ma part?”  L’homme répond, “Oui”. Un câlin suit. “Merci pour qui tu es Christel”, dis-je en descendant les marches. “Pareillement!”

Après avoir marché le long des maisons, je retrouve la nature de ‘Natuurpunt’. Je suis toujours étonnée de la beauté de la nature là ou ‘Natuurpunt’ est présent. Qu’ils font bien les choses! Je parcours une partie de la GR12 par ‘Mechels Broek‘ et le parc de récréation ‘De Nekker’ qui longe la rive de la Dijle. A la fin, juste avant le pont qui mène au centre de Malines (Mechelen), un pop-up café. Je marche parmi les nombreuses plantes et les accessoires colorés. Je m’assieds à une table auprès d’Esther. Notre conversation est agréable. Nous sommes vite sur la même longueur d’onde.

Une heure plus tard je continue mon chemin direction centre. Que Malines a de beaux bâtiments. Agréable de voir que des villes prennent soin de leur patrimoine. La ville me plait beaucoup. Je demande à des passants ou je peux trouver des sœurs. Peu de gens savent me répondre. Quelqu’un m’indique le chemin vers le centre diocésain. À la recherche d’une sonnette. Sœur Mieke vient ouvrir. Plus tard je rencontre sœur Lieve et sœur Emilia. Après un repas du soir et de quelques moments passés en compagnie des sœurs, je rejoins ma chambre. Une douche détend mes muscles. Je lis encore un peu, puis vais dormir.

 

Duizend jarige Eik

 

Jasmine Debels (1 van 3)

Duizendjarige Eik

Spek, eieren, vers gebakken brood. Een stevig ontbijt. Een sms van Peter naar Elfried: ‘Waterfles niet vergeten in de koelkast’. Schattig! Mijn uurwerk. Oeps, bijna tien uur. De vraag ‘waar ben je morgen om elf uur?’ van Jacqueline was me ontsnapt. Nog een selfie en ik vertrek richting ‘de duizendjarige eik’.

Ik verlaat vandaag Limburg en ga terug Vlaams Brabant binnen. Een witte bestelwagen stopt. Een vrouw met een gevulde broodzak in de hand. De bakker. ”We hebben elkaar al eerder gezien op de weg”, vertel ik de vrouw. “Ja, waar gaat u eigenlijk heen?” “Naar de duizendjarige eik!” “Oh, dat is niet ver meer”, en de vrouw wijst me de weg. Ze stapt in de auto, claxonneert en roept “Veel geluk!” door het venster. Wandelend op het voetpad neem ik de gsm. Het notitieboekje. Ik noteer in het kort het voorbije gesprek. Aan mijn rechterkant iets blinkend. Metaalkleur. Het komt dichterbij… Te dicht. Een wagen in achteruit. Een paar seconden, meer is niet nodig. Mijn wandelstokken. Het geluid van metaal. Mijn hand, waarmee ik me afduw. Een kreet. Een sprong naar links. “Ben ik niet zichtbaar genoeg?!”, roep ik geschrokken naar de chauffeur. Hij stapt uit. “Sorry, ik had je niet gezien. Ik was gehaast. Gaat het met je?”, vraagt de man, zelf ook geschrokken. “Haast en spoed is zelden goed en het is ok met me”, meld ik, beseffend dat dit voor mij ook geldig is. “Ik was zelf niet honderd procent aanwezig op de weg, mijn excuses.” Ik steek mijn hand uit. Een stevige handdruk. De man krijgt tranen in zijn ogen. Ik geef hem een schouderklopje. “Je leeft maar één keer”, voeg ik toe. Ja, Jasmine, je leeft maar één keer. De telefoon verdwijnt in mijn zak.

Aan de eik lees ik de geschiedenis. Aan de andere kant zie ik een gekleurd jasje en hoor ik twee bekende stemmen. Een blij weerzien, een onverwachte ontmoeting. Jacqueline en Lieve, twee vriendinnen.

Een groot deel van de tocht wandelen we samen. De tijd vliegt. Uitgehongerd komen we om half drie aan in Diest. ‘Wannes Raps’. Ik word getrakteerd op een overheerlijke maaltijd. Een dubbele verrassing. Dank je dames. We bezoeken samen de prachtige Sint-Sulpitiuskerk en nemen dan terug afscheid van elkaar. Nog 7 km, Scherpenheuvel. Naar de basiliek. Naar  onthaalcentrum ‘De Pelgrim’. Ik bel aan. Peter en pater André ontvangen mij.

GPX bestand Eversel naar/à Diest

GPX bestand Diest naar/à Aarschot

Le chêne millénaire.

Des œufs et du lard, du pain frais. Un petit déjeuner copieux. Un sms de Peter à Elfried:  ‘Ne pas oublier la bouteille d’eau dans le réfrigérateur.’ Mignon! Ma montre. Holà, presque dix heures. La question, ‘ou es-tu demain à onze heures’, posée par Jacqueline m’a échappée. Encore un selfie et je pars vers le chêne millénaire.

Je quitte aujourd’hui le Limbourg pour rejoindre à nouveau le Brabant Flamand. Une camionnette blanche s’arrête. Une femme avec, dans les mains, un sac rempli de pain. La boulangère. “Nous nous sommes déjà rencontrées sur la route”, lui dis-je. “Oui, où allez-vous réellement?” “Au chêne millénaire.” “Oh, cela n’est plus loin”, et la femme me montre le chemin. Elle monte dans la voiture. Un coup de claxon et elle crie par la fenêtre, “Bonne chance!” Marchant le long du sentier je prends mon gsm, le bloc-note. J’écris en bref la dernière conversation. Sur ma droite quelque chose brille, de couleur métallique. Cela se rapproche…trop prês. Une voiture en marche arrière.

Quelques secondes, pas besoin de plus. Mes bâtons de marche. Le bruit du métal. Ma main qui me pousse au large. Un cri. Une esquive vers la gauche.  Surprise, je crie au chauffeur, “Ne suis-je pas assez visible?” Le chauffeur descend. “Mes excuses, je ne vous avais pas vu. J’étais pressé. Ça-va pour vous?”, me demande l’homme, lui aussi surpris. Je lui signale,  “Vite et bien ne vont pas ensemble et moi ça va”, me rendant compte que c’est aussi valable pour moi. “Je n’étais moi-même pas cent pourcent attentive au chemin, mes excuses.” Je lui tends la main. Une poignée de main ferme. L’homme a les larmes aux yeux. Je pause ma main sur son épaule. Et je rajoute, “On ne vit qu’une fois.”

Oui Jasmine, tu ne vis qu’une fois. Le téléphone disparait dans ma poche. Arrivée au chêne, je lis son histoire. De l’autre côté je vois une veste colorée et j’entends deux voix familières. D’heureuses retrouvailles, une rencontre inattendue. Jacqueline et Lieve deux amies.

Nous faisons une grande partie du parcours ensemble. Le temps passe vite. Affamées nous arrivons vers deux heures trente à Diest. ‘Wannes Raps’(un restaurant). On m’offre un délicieux repas. Une double surprise. Merci mesdames. Nous visitons ensemble la magnifique église de Saint-Sulpice et prenons congé. Encore 7 kilomètres pour Scherpenheuvel. Vers la basilique. Vers ‘le Pèlerin’ un centre d’accueil. Je sonne. Peter et père André me reçoivent.

 

Vertrouwen

 

Jasmine Debels (1 van 1)-3

Heppeneert

Achter mij de voordeur van de pastorie van As. Voor mij een bijna leeg grasveldje op een paar witte partytentjes na. Ik wandel onmiddellijk de natuur in door het ‘Nationaal Park Hoge Kempen’. Als ochtendgymnastiek beklim ik de replicaboortoren, waarmee boormeester André Dumont in 1901 de eerste steenkool in As bovenhaalde. Honderdvijfendertig trappen. Boven heb ik een zicht over het nationaal park. Vanaf hier wandel ik elf kilometer lang in één rechte lijn richting Elen. Eindelijk kan ik de routebeschrijving eens voor een lange tijd in mijn broekzak laten. Op de weg heel veel fietsers en één vreemde eend. Vaak hoor ik mensen zeggen: “Voel jij je niet eenzaam?  Dit zou ik niet kunnen.” Zelden voel ik me eenzaam. Fietsers en wandelaars zeggen elkaar geregeld goedendag. Een klein en waardevol gebaar. Verbintenis. Ik stap een kampdomein op. Einde van het kamp. Spanning en stress zijn te voelen. Ouders schrobben de lokalen. Een lichte paniek is zichtbaar wanneer ik hen vraag om de toiletten te gebruiken. Een platte kaas en een yoghurt worden me aangeboden. Ook mijn twee resterende broodjes uit Bilzen eet ik op.

Met mijn lichaam terug op krachten, stap ik zelfverzekerd verder. Op de hoek een wit huis dat mijn aandacht trekt. Een vrouw spreekt me aan: “Naar waar gaat u?” “Naar ginder!” en ik stap verder. “Dat mag niet!” Nog altijd zelfverzekerd en met een vriendelijke glimlach antwoord ik, “Ja toch, dit is mijn pad, het is juist.” Tot de vrouw me meldt dat dit eigendom is van het Vipassana Meditatiecentrum. En plots wordt het me duidelijk dat mijn gedachten bij dit centrum liggen en effectief, hmmm, de wandelroute is er net naast. Hi, ik voel me net een puber die iets mispeuterd heeft. Een wielrenner en zijn vrouw keren even terug nadat ze mijn Jakobsschelp achterop hadden gezien. We wisselen ervaringen uit rond de camino, praten over de buurt waar ik nu door wandel. De vrouw zegt “Daar moet je toch sterk voor zijn om zoiets te ondernemen!” Deze zin blijft hangen. Ben ik sterk? Ik gebruik liever het woord krachtig. Vaak hoor ik angst bij de ander of verschillende redenen worden aangekaart om niet van start te gaan. Ik ben ervan overtuigd dat er heel veel mensen zo een weg kunnen afleggen. Vertrouw in jezelf. Vertrouw in wat de weg je brengt. Wanneer je de deur opent naar wat je binnenin voelt, dan geef je jezelf de kans om te groeien. Eenmaal die deur open is, geef je jezelf de kans om in je kracht te staan. Je komt in een wereld die je niet onbekend is. De wereld van je ‘Zijn’.

In Heppeneert volg ik een misdienst mee onder twee lindebomen. ’s Avonds kom ik bij de zusters Maria en Marie-Thérèsa terecht in Maaseik.

GPX Bestand Rekem naar/à  Maaseik

Confiance

Derrière moi la porte d’entrée du presbytère de As. Devant moi une pelouse presque vide, à quelques tentes près. Je marche directement à la rencontre de la nature dans ‘Le Parc National de la Haute Campine’(Nationaal Park Hoge Kempen). Comme gymnastique matinale, je grimpe à l’intérieur de la réplique de la tour de forage dans laquelle en 1901 André Dumont remonta le premier charbon de As. Cent trente-cinq marches. En haut une vue d’ensemble du Parc National.

À partir d’ici, je marche onze kilomètres en ligne droite, direction Elen. Enfin je peux laisser  la description de l’itinéraire, un long moment dans la poche de mon pantalon. Le long de la route beaucoup de cyclistes. Souvent je m’entends dire; “Tu ne te sens pas seule? Moi je ne saurais pas faire ça.” Il est rare que je me sente seule. Cyclistes et promeneurs se saluent mutuellement. Un bonjour, un petit geste précieux. Une connexion.

J’entre dans un campement. Fin du camp. Tension et stress sont présents. Des parents récurent les locaux. J’entends de l’anxiété, quand je demande à utiliser les toilettes. Un fromage blanc et un yaourt me sont offerts. Je mange aussi les deux pains qui me restent et qui viennent de Bilzen.

D’un pas ferme, et avec un corps qui a repris force, je continue ma marche. Sur le coin une maison blanche qui attire mon attention. Une femme m’adresse la parole, “Vous allez où?” “Vers là-bas!”, et je continue de marcher. “Vous ne pouvez pas.” Encore toujours confiante et avec un gentil sourire je lui réponds, “Si quand même, c’est mon chemin, et il est juste.” La femme me dit que c’est la propriété du Centre de Méditation Vipassana. Et soudain je me rends compte que mes pensées sont dans ce centre et effectivement, hmmmm, le chemin passe juste à côté. Hihihi, je me sens comme une adolescente ayant fait de travers.

Un coureur et sa femme reviennent sur leurs pas après avoir remarqué la coquille Saint-Jacques sur mon dos. Nous échangeons des expériences du camino. Parlons des environs dans lesquelles je me trouve aujourd’hui. La femme dit, “Pour entreprendre cela vous devez quand même être forte!” Cette phrase reste dans mes pensées. Suis-je forte? Je préfère le mot puissante. Bien souvent j’entends de l’anxiété chez les autres où de différentes raisons sont abordées pour ne pas prendre le départ. Je suis persuadée que beaucoup de gens peuvent faire un tel parcours. Avoir confiance en soi. Faire confiance à la route et à ce qu’elle vous apporte.

Quand tu ouvres la porte à ce que tu ressens au fin fond de toi, alors tu te donnes la chance de grandir, d’apprendre, d’évoluer. Une foi la porte ouverte, tu te donnes la possibilité de développer ta force intérieure. Tu entres dans un monde qui ne t’est pas inconnu. Le monde de ton ‘être’.

À Heppeneert je suis une messe sous deux tilleuls. Le soir j’atterrie chez sœur Maria et sœur Marie-Thérèsa à Maaseik.

 

fantAStival

 

Jasmine Debels (8 van 8)

“Ambulance, ambulance”, hoor ik plots in de stilte van de nacht. Ik slaap terug in. Uren later sta ik op. Ik laat de lucht uit mijn slaapmatje ontsnappen. De rugzak wordt gevuld. Na een koffie ga ik op zoek naar eten. De eerste keer binnen het project. Angst doet me twijfelen. Ik maak een klik in mijn hoofd. Ik stap een plaatselijke gekende supermarkt binnen en ga op zoek naar iemand die me kan helpen. De eerste persoon is meteen de juiste. De eigenaar. Twintig minuten later kom ik naar buiten met een halve kilo klaargemaakte aardappelen, broodjes, hespenworst en twee gezonde drankjes. Aan het politiekantoor, een bankje. Tijd voor een ontbijt. Ik kies voor de aardappelen, omdat ik ze niet koel kan bewaren. Een drankje. 

In Munsterbilzen, het plantendorp. Ik ontmoet er Mariette, zittend op een laag plastic bakje met een kussen erover gespannen. De opgeschoten Lobelia’s worden gekortwiekt. Een verjongingskuur in de hoop op nieuw leven. Ik hou haar wat gezelschap en zij mij. Het Munsterbos inwandelend zie ik een eekhoorn. Wat zijn die diertjes speels, snel en alert! Telkens brengen ze me vreugde.

Ik lees eventjes een boodschap op mijn blog. Tranen in mijn ogen. Wat doet het deugd te weten dat ik via mijn verhalen andere mensen kan ontroeren. Ik laat even mijn tranen vloeien. Al een paar dagen heb ik een latente hoofdpijn. Vocht, drukpunten, ontsteking… !? Ik drijf mijn vochtinname op en steek mijn camera in mijn tas, zodat die niet langer aan mijn nek hangt. Ik wandel een lang stuk langs een ‘monostort voor vliegassen’ en onder hoogspanning. Ahggrr…hopelijk mag dit snel veranderen. Aan de Lourdesgrot van Wiemesmeer eet ik de rest van de aardappelen en wat hespenworst. Dit doet me terugdenken aan mijn kindertijd en de picknick van op schoolreis. Het is hier stil, en weg van de drukte van de horecazaak aan de andere kant van de straat. Aan de kerk van Wiemesmeer trakteer ik mezelf op een koffie. Al heel snel zit ik met twee dames te praten. Een gezellige babbel met fijne mensen. Later besef ik dat ik zelfs hun namen niet weet (Facebook hielp mij hierbij, Marleen en Gerda). Een lange asfaltweg in een bos neemt me mee tot bijna in het centrum van As. Het asfalt doet mijn voeten geen deugd. Uit het bos trotseer ik de warmte, de autogeluiden en de drukte op de weg. In het Sint-Aldegondiskerkje zoek ik verfrissing. De kerk wordt vandaag gebruikt voor het ‘FantAStival’, een ecologisch familiaal festival voor jong en oud. Als een lopend vuurtje gaat het de ronde dat er een pelgrim aanwezig is. Ik word voorgesteld aan de één en de ander. Er wordt gezocht naar een oplossing voor een overnachting. Paula en nog mensen van de organisatie stellen me de pastorie voor. Een woonst waar ik altijd al van gedroomd heb. Ik geniet van de nieuwe ontmoetingen, het jeugdig spektakel van clown Pierke, de spontane glimlach van een klein meisje en de prachtige muziekband ‘Marble Sounds’.

GPX Bestand Munsterbilzen naar/à Rekem

FantAStival

“Ambulance, ambulance”, entendais-je en plein milieu du silence de la nuit. Je me rendors. Des heures après je me lève. Je laisse s’échapper l’air de mon matelas. Je rempli le sac à dos. Après un café je vais à la recherche de nourriture. La première fois durant ce projet. La peur me fait hésiter. Je fais un déclic dans ma tête. J’entre dans un supermarché connu de la région et vais à la recherche de quelqu’un pouvant m’aider. La première personne est la bonne. Le propriétaire. Vingt minutes plus tard je sors avec un demi kilo de pommes de terre préparées, des petits pains, du saucisson au jambon et deux boisons saines. À hauteur du commissariat de police, un banc. Temps de prendre le petit déjeuner. Je choisis les pommes de terre, puisque je ne sais pas les garder au frais. Une boisson.

À Munsterbilzen, village fleurie, je rencontre Mariette. Elle est assisse sur un bac en plastique bas avec un coussin tendu dessus. Les lobelias longilignes sont réduites. Une cure de rajeunissement et l’espoir d’une nouvelle vie. On se tient mutuellement compagnie. En entrant dans la forêt de ‘Munster’ je vois un écureuil. Que ces petits animaux sont joueurs, rapides et alertes! À chaque fois ils m’apportent de la joie.

Je lis un moment un message sur mon blog. Des larmes dans aux yeux. Que cela fait du bien de savoir qu’à travers mes récits je peux émouvoir d’autres personnes. Je laisse couler mes larmes durant quelques instants. Voilà déjà quelques jours qu’un mal de tête s’annonce. Humidité, points de pression, inflammation… !? J’augmente ma consommation de liquide et mets mon appareil photo dans son sac, au lieu de le pendre autour du cou. Je parcours un long bout de chemin le long de ‘La Décharge de Cendres Volantes’ et sous des câbles de haute tension. Ahggrr…j’espère qu’il y aura vite du changement. À la grotte de Lourdes de Wiemesmeer, je mange le reste de mes pommes de terre ainsi qu’un peu de saucisson au jambon. Ceci me fait penser à mon enfance et au pique-nique des voyages scolaires. Ici le silence règne, je suis à l’écart de la salle de restauration située de l’autre côté de la route. À hauteur de l’église de Wiemesmeer, je me paie un café. Très vite j’entre en conversation avec deux dames. Une conversation agréable avec de braves gens. Plus tard je me rends compte que je n’ai même pas leurs noms. (FB m’aide ici, Marleen et Gerda). Un long chemin en asphalte traversant un bois me mène presque jusqu’au centre de As. L’asphalte ne fait pas de bien à mes pieds. Sortie du bois je défie la chaleur, le bruit des voitures et le trafic sur la route. Dans la petite l’église de Saint-Aldegonde je cherche la fraicheur. L’église est aujourd’hui utilisée pour le FantAstival. Un festival écologique familial pour petits et grands. La nouvelle qu’un pèlerin est présent se répand comme une trainée de poudre. Je suis présentée à l’un et à l’autre. On cherche à me loger pour la nuit. Paula, est d’autres membres de l’organisation me proposent le presbytère. Une habitation dont j’ai toujours rêvée. Je profite des nouvelles rencontres, du spectacle pour jeunes du clown Pierke, du rire spontané d’une petite fille et de la belle fanfare de ‘Marble Sounds’ .

 

Joske

 

Jasmine Debels (11 van 14)

Provinciedomein ‘Het Vinne’

Na een half uur stappen sta ik ergens middenin de velden nog altijd dichtbij Attenhoven. De natuur weet me te boeien. De zon tovert een gordijn van stralen doorheen de grijze wolken. De zwaluwen vliegen heel laag over de velden. Zou er regen op komst zijn? Ik wandel vandaag van Brabant naar Limburg. De boomgaarden wisselen voortdurend. Appels, peren, kersen. De Convolvulvus nestelt zich in de graanvelden. In de hoogte valt een kraai een havik aan. De weg wisselt af door de prachtige natuurgebieden en fietsroutes. In de verte staat een man te praten met een vrouw. Naast hem een grasmaaier. Hij draagt een grijze overall en een pet op zijn hoofd. “Goedemiddag! Jij hebt een mooi klaksken op”, zeg ik aan de man al stappend. “Ja, ik heb er twee. Ik zal het tweede niet versleten krijgen”, roept hij een paar meters verderop. Een klakske met de kleuren van de rodebolletjestrui. Ik stap het natuurgebied in langs de Kleine Nete. Vlinders fladderen heen en weer. Dazen zoeven langs mijn oren. Een bonte specht komt voor mij een boom uitgevlogen. 

Na de middag ben ik in Zoutleeuw. De gothische kerk staat in de steigers. Ik krijg de mogelijkheid ze binnenin te zien. Daniël had me gezegd dat het de moeite waard is. Ik kan dit alleen maar bevestigen. Een pracht van religieuze kunstwerken. Wanneer ik Zoutleeuw uitwandel hoor ik de carillon nog. Provinciedomein ‘Het Vinne’. Na een bocht sta ik versteld van dit overdonderend mooi natuurgebied. Op houten vlonders wandel ik tussen de watervogels. Voor ik naar het centrum van Sint-Truiden ga, bezoek ik de Sint-Jacobskerk in Schurhoven. Terug buiten vraag ik een man de weg naar de zusters Ursulinen. Ik maak kennis met Jos Bonckart. “Kent u me niet? Ik ben Seppe, de jodelaar van ‘Belgium’s Got Talent’. Ik kom al vijftien jaar zingen op de kerstmarkt in Gent. Vorig jaar nog de Gentse Feesten afgesloten”, weet hij me enthousiast te vertellen met een mooi zingend accent. “Euh, neen”, antwoord ik wat verwonderd. Jos is bijna 50 jaar actief bij de blaaskapel ‘De Oppenheimers’. Een actieve, behulpzame man. Hij neemt me mee richting de zusters Ursulinen. Niet ver van de markt ontmoeten we de schepen van Cultuur. De schepen belt op zijn beurt de pers. De pers, de plaatselijke fotograaf. Ik probeer de drukte van regelingen en afspraken te volgen. Benieuwd of er een artikel zal verschijnen.

Bij de Ursulinen met Joske aan mijn zijde vraag ik om een overnachting. Ik denk dat de zusters geschrokken zijn van de overdonderende hartelijke behulpzaamheid van Jos. Ik krijg een neen te horen. Bij de Clarissen vraag ik aan Jos het wat rustiger te houden. De bel. Zuster Francine doet open. Ik stel opnieuw de vraag. “We zijn aan het bidden. Kom binnen, we vragen het dan straks aan de abdis.” ”Dankjewel zuster”, en ik ga binnen. Jos vraagt of hij ook mee binnen mag. We gaan samen de kapel in. Middenin de dienst, niet beseffend dat de gebeden niet voorbij zijn, bedankt Joske de zusters hartelijk en vertrekt. Onze ontmoeting en de avond ontroerden hem. De gebeden gaan verder. Na de dienst gaan we naar de spreekkamer. Na de drukte komt de rust. Ik vertel de zusters het verloop van de avond. Ondertussen is de soep aan het opwarmen en staat de tafel gedekt. Ik weet niet waar begonnen. Telkens wanneer ik wil beginnen eten komt er terug een zuster met iets nieuws voor op tafel. Met vier zusters rond me heen probeer ik te eten. Wat zijn ze schattig. Na een warme douche ben ik al heel snel in dromenland.

GPX Bestanden Attenhoven naar Sint-Truiden/ Attenhoven à Saint-Trond

Joske

Après une demi-heure de marche je suis quelque part au milieu des champs, encore près d’Attenhove. La nature me subjugue. Le soleil crée un rideau de rayons à travers les nuages gris. Les hirondelles volent à ras le sol. Cela annoncerait-il de la pluie! Aujourd’hui je marche du Brabant au Limbourg. Les vergers alternent tour à tour. Pommes, poires et cerises. Le Convolvulvus se niche dans les champs de blé. Dans le ciel un corbeau attaque un faucon.

Le chemin alterne entre de magnifiques réserves naturelles et des trajets pour cyclistes.

Au loin un homme et une femme en conversation. À leur coté une tondeuse à gazon. Il porte une salopette grise et une casquette sur la tête. Je lui dis, en continuant ma route “Bonjour, tu as une belle casquette!” “Oui, j’en ai deux, je n’userais pas la seconde”, me crie-t-il après.

Une casquette aux couleurs du maillot à pois rouge. J’entre dans la réserve naturelle le long de la ‘Kleine Nete’. Les papillons voltigent. Les taons me sifflent aux oreilles. Un pivert s’envole devant moi.

Après le déjeuner je suis à Zoutleeuw (Léau). L’église Gotique est dans les échafaudages. J’ai la possibilité de la visiter. Daniël m’avait dit que cela en valait la peine. Je ne peux que le confirmer. De magnifiques arts religieux. Sortie de Zoutleeuw j’entends encore le carillon.

Au domaine provinciale ‘Het Vinne’. Après un virage, je m’étonne de la beauté époustouflante de la réserve. Marchant sur des pontons en bois je me promène entre les oiseaux aquatiques. Avant de rejoindre le centre de Saint-Trond (Sint-Truiden), je visite l’église Saint-Jacques de Schurhoven. De retour à l’extérieur je demande à un homme s’il peut m’indiquer le chemin vers les Ursulines. Je fais connaissance avec Jos Bonckart. “Vous ne me connaissez pas? Je suis ‘Seppe le Yodleur’ de Belgium Got Talent. Depuis quinze ans déjà je viens chanter au marché de Noël de Gand (Gent). L’année dernière j’ai clôturé les fêtes Gantoises”, me dit-il avec beaucoup d’enthousiasme et son bel accent chantant. “Oh, non”, lui répondis-je quelque peu étonnée. Jos est actif, depuis maintenant presque 50 ans, dans la fanfare ‘De Oppenheimers’. Un homme actif qui aime se rendre utile. Il m’invite à le suivre direction les Ursulines. Pas loin du marché, on rencontre l’échevin de la culture. Ce dernier appelle la presse. La presse, le photographe régional. J’essaie, dans l’agitation des arrangements et des accords, de suivre. Curieuse de voir si un article va paraître.

Chez les Ursulines, avec Joske à mes côtés, je demande un logement. Je crois que les sœurs sont surprises de l’intensité avec laquelle Joske exprime sa chaleureuse serviabilité. Je reçois un refus. Chez les Clarisses, je demande à Joske de tempérer. Je sonne. Sœur Francine vient ouvrir. Je pose à nouveau ma question. “Nous somme occupées à prier, entrée et on demandera cela toute à l’heure à l’abbesse”. “Merci bien ma sœur” et j’entre. Jos demande s’il peut aussi entrer. Nous entrons ensemble dans la chapelle. En plein milieu du service,

ne se rendant pas compte que les prières ne sont pas terminées, Joske remercie chaleureusement les Sœurs et s’en va. Notre rencontre et la soirée l’ont émotionné. Les prières continues. Après le service on se rend dans le parloir. Après l’agitation vient le calme. Je leur raconte le déroulement de la soirée. Entre temps la soupe chauffe et la table est mise pour moi. Je ne sais où commencer. Chaque fois que je veux commencer à manger, une sœur entre pour mettre une nouvelle chose à table. Entourée de 4 sœurs, j’essaie de manger. Qu’elles sont charmantes. Après une douche chaude je me retrouve très vite au pays des songes.

Tour de france

 

Jasmine Debels (1 van 1)-2

De tour

Eens uitslapen doet deugd, vooral wanneer je als pelgrim niet vroeg in bed kan. In gezelschap van Sonia en Ben vertrek ik voor de volgende helft van mijn veertigdagentocht. Wat ben ik dankbaar voor wat al geweest is op deze weg en de vele onverwachte ontmoetingen. Waarschijnlijk heb ik het al gezegd, ik kan het echter niet genoeg zeggen: dankjewel. Ben heeft mijn kaart in de hand terwijl we stappen. Fijn om even niet te moeten kijken en gewoon te volgen. Aan een brug neem ik afscheid van hen.

In Goetsenhoven, even het dorp voorbij zie ik in de verte allemaal gele vlaggen mooi op een lijn. Dichterbij veel bierkratten, een aanhangwagen, muziek. “Dag, wat is hier te doen?”, vraag ik aan een man. “De ‘Tour de France’ komt hier langs.” “Oh, vandaar al die vlaggen.” Ik blijf er staan tot de karavaan voorbij is. Er wordt met vanalles en nog wat gegooid en ze vliegen hier aan een hoge snelheid voorbij. Mensen doen soms toch wel zotte dingen om prullaria op te rapen. In plaats van de holle weg te nemen via de GR kies ik voor de hoofdweg die autovrij is gemaakt voor de gelegenheid. Aan het park van Hélécine (Heylissem) wacht ik de Tour af. Ze razen zo snel voorbij dat ik zelfs niet zie wie het mag zijn. Eenmaal ze voorbij zijn, wordt de straat net een mierennest en in een paar minuten is iedereen verdwenen. 

In de verte zie ik een fietser een vliegende afdaling nemen tot aan het park. Een onverwachte ontmoeting met een vriendin, Neleke. Samen wandelen we verder op het GR-pad dat door het park loopt. Een brugje waar we over moeten staat open. Noodgedwongen nemen we een andere weg om finaal bijna terug bij het beginpunt te komen. In het centrum van Hélécine nemen we een rustpauze op een terrasje. In de late namiddag neemt Neleke de trein terug. In haar tas mijn kleurpotloden en schetsboek, en zo is mijn rugzak één kilo lichter. Het was een fijn weerzien. Later volgen nog sms’en om elkaar te danken. Ik heb nog een lang stuk te gaan richting Attenhoven. Ondanks de moeheid blijf ik doorzetten. Ik neem af en toe een korte rustpauze. De eerste ontmoeting in Attenhoven verwijst me door naar Michel, die pelgrims zou opvangen. Ik krijg Michel aan de telefoon. ”Het zal niet lukken deze avond. Het is best dat je op voorhand belt”, zegt Michel. “Het is niet erg. Het is juist mijn bedoeling niet te reserveren.” In het centrum vraag ik het aan twee vrouwen op straat. De volgende, “Meneer woont u hier?” vraag ik. ”Neen, maar die meneer wel.” Ik loop naar de poort. “Mevrouw, meneer…” de volgende uren zit ik met Sigrid en Daniël en hun kinderen, en Linda en haar dochter aan tafel. Wat een fijn gevoel om zo onmiddellijk te worden opgenomen in een familiegebeuren. We eindigen de avond bij het vuurtje.

Tour de France

Pouvoir faire la grasse matinée fait du bien quand on ne sait pas se coucher tôt en étant pèlerin. En compagnie de Sonia et de Ben je pars pour la deuxième partie de mes quarante jours de marche. Que je suis reconnaissante pour les choses déjà survenues en cours de route et pour les rencontres insolites! Sans doute l’ai-je déjà dit, mais je ne peux assez le répéter ‘merci beaucoup’. Ben tient ma carte en main, durant notre marche. C’est agréable de ne pas devoir regarder et de simplement pouvoir suivre. À hauteur d’un pont nous nous séparons.

À Gossoncourt (Goetsenhoven), peu après la sortie du village, je vois au loin des drapeaux jaunes joliment alignés. De plus près, des bacs de bière, une remorque, de la musique. “Bonjour, que ce passe-t-il ici”, question que je pose à un homme. “Le ‘Tour de France’ passe par ici.”  “Oh, de là tous ses drapeaux.” Je reste jusqu’après le passage de la caravane. Elle passe à grande vitesse en jetant plein de choses. Les gens font parfois des choses insensées pour ramasser l’une ou l’autre babiole.

Au lieu de prendre le chemin creux indiqué par la GR, je choisis la route principale, libre de voitures pour le ‘Tour de France’. À hauteur du parc d’Hélécine (Neerheylissem), j’attends la course. Elle passe à une telle vitesse que je ne peux même pas reconnaitre qui que ce soit. À peine est-elle passée que la rue se transforme en un nid de fourmis. En quelques minutes tout le monde a disparu.

Au loin je vois arriver un cycliste qui prend la descente vers le parc à grande vitesse. Une rencontre inattendue, Neleke, une amie. Ensemble nous continuons la GR qui passe par le parc. Un pont que nous devons traverser est ouvert. Nous sommes obligées de prendre un autre chemin pour finalement nous retrouver à peu près au point de départ. Au centre du village d’Hélécine nous prenons un peu de repos sur une terrasse. En fin d’après-midi Neleke prend le train pour rentrer. Dans son sac, mes crayons de couleur et mon cahier à croquis, et mon sac pèse un kilo en moins. C’était d’agréables retrouvailles. Plus tard nous échangeons encore quelques textos pour se remercier mutuellement. J’ai encore un bon bout de marche devant moi jusqu’à Attenhove. Malgré la fatigue, je continue. Je prends de temps à autre une courte pause. La première rencontre à Attenhove me dirige vers Michel qui recueillerai des pèlerins. J’ai Michel au bout du fil. “Pour ce soir cela n’ira pas. Il vaut mieux téléphoner à l’avance”, me dit-il. “Pas grave. Je ne tiens justement pas à réserver à l’avance.” Dans le centre je m’adresse à deux femmes dans la rue. Au suivant je demande “Monsieur habitez-vous ici?” “Non, mais se monsieur-là oui.” Je me dirige vers le portail. “Madame, monsieur”…. Et les prochaines heures je les passe à table en compagnie de Sigrid et Daniël et de leurs enfants, Linda et sa fille. Quel agréable sensation, être inclus dans un évènement familiale. Nous terminons la soirée près du feu.

 

 

Brabants Amazone woud

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Met een interessante bundel over Janusz Korczak verlaat ik het huis van Carolien. Een knuffel en hop, een nieuwe dag. Terug via de Abdij van ’t Park de velden in. Om de zoveel minuten vliegen er mountainbikers langs me heen. De één kondigt aan, de ander niet. Op een afgestorven boom, twee pijlen. Vézelay zoveel kilometers, Compostela zoveel. Erboven een schelp. Een aangenaam gevoel en herinneringen komen terug. Een beetje verder wandelt een man over een veld van chrysanten. Op zijn rug een soort reservoir met spuit. Ik vraag of ik een beeld van hem mag nemen. Ik ga wat dichterbij om te zien wat hij doet. Via de spuit komen er mestkorrels aan de voet van de plant te liggen. “Mooie planten en een mooi werk. Zoveel voorbereiding en dit ook op zondag. Ik hoop dat mensen daar mogen bij stilstaan op één november.” Een glimlach verschijnt op zijn gezicht. “Merci, spijtig genoeg zijn er niet zoveel mensen als u. Weinig mensen die hier passeren die een goedendag zeggen. Ze wandelen gewoon voorbij”, deelt Kris me mee. Met een wederzijds respect zeggen we elkaar goedendag.

Het weer is aan het veranderen. Op een splitsing van een straat en een aardeweg zit een vrouw met haar zoontje op het terras van hun huis. Gita en Tristan. Ik vraag of het mogelijk is om mijn drinkbus bij te vullen. Ik blijf er een half uurtje rusten voor ik het natuurgebied in trek. Het pad is zo dicht begroeid dat ik blij ben mijn wandelstokken bij te hebben. Ik waag me in een Brabants Amazonewoud. Het begint stevig te waaien. De lucht voelt vochtig. De brandnetels staan 1m50 hoog, door de krachtige wind komen ze mijn huid strelen. Gedonder op de achtergrond. Ongedierte rond mijn oren. Het geritsel van het hoge rietgras. Op een open plaats bescherm ik preventief mijn rugzak. Voor mij het geluid van een buizerd. Een paar seconden laat valt een tak midden op de weg. Goed kijkend waar ik mijn voeten plaats, ga ik verder op dit pad tussen de vallende takken.  Het onweer komt dichterbij.

Ik moet dringend naar het kleinste vertrek in de grote natuur. Foert, in de hoop dat er niemand in de buurt is en de muggen en dazen mij welgezind zijn, waag ik het erop. Op drie kilometer voor Hoegaarden begint het te regenen. Ik ontsnap aan een grote regenbui. Boven op een heuvel en na een holle weg, de Marollenkapel. In de verte de kerk van Hoegaarden en zicht op Tienen met een dubbele regenboog. Op de markt van Hoegaarden, geniet ik van een koffie in het authentiek interieur van ’Den Venetiaen’. ’s Avonds een fijn samenzijn in aanwezigheid van Sonia en Ben. Samen met Sonia beluister ik een diep ingetogen muziekstukje dat Ben heeft gecomponeerd en afspeelt op zijn bijzondere mandoline. Altijd wel verrassend, talenten van anderen te mogen zien en horen. Rond één uur ’s nachts  ronden we deze rustige en boeiende avond af.

Une forêt amazonienne au Brabant

Avec une liasse intéressante sur Janusz Korczak, je quitte la maison de Carolien. Une embrassade et voilà, je pars à la rencontre d’une nouvelle journée. À nouveau par l’Abbaye du Parc pour rejoindre les champs. Toutes les quelques minutes des vtt me dépassent à toute vitesse. L’un s’annonce, l’autre pas. Sur un arbre mort deux flèches. Vézelay autant de kilomètres, Compostelle autant. Au-dessus un coquillage. Un sentiment agréable et des souvenirs me reviennent. Un peu plus loin un homme se promène dans un champ de chrysanthèmes. Sur son dos un pulvérisateur. Je lui demande si je peux le prendre en image. Je me rapproche pour voir ce qu’il fait. De la lance sortent des granulés d’engrais qui tombent au pied de la plante. “Belles plantes et beau travail. Tant de préparations et cela aussi le dimanche. J’espère que les gens y penseront le premier novembre.” Un sourire apparait sur son visage. “Merci, malheureusement il n’y a pas beaucoup de gens comme vous. Peu de personnes qui passent par ici disent bonjour. Elles passent tout simplement”, me dit Kris. Avec un respect mutuel on se souhaite une bonne journée.

Le temps change. À une intersection, entre une rue et un chemin de terre, une femme est assise en terrasse avec son petit garçon. Gita et Tristan. Je demande s’il y a possibilité de remplir ma gourde. Je reste me reposer une demi-heure avant de rentrer dans la réserve naturelle.

Le sentier est tellement envahi que je suis bien contente d’avoir mes bâtons de marche. Je m’aventure dans une forêt amazonienne du Brabant. Le vent se lève. L’air est humide. Les orties sont hautes d’un mètre cinquante, et avec la force du vent elles viennent caresser ma peau. De l’orage au loin. Des bestioles volent autour de ma tête. Le bruissement des roseaux. Dans un espace ouvert, je protège préventivement mon sac à dos. Devant moi le cri d’une buse. Quelques instants plus tard une branche tombe au milieu du chemin. Regardant bien ou je mets les pieds, je continue mon chemin entre les branches tombantes. L’orage approche.

Je dois d’urgence faire un petit besoin dans la grande nature. Zut, espérant qu’il n’y a personne dans les environs et que les moustiques et les taons me laisseront tranquille, je prends le risque.

À trois kilomètres de Hoegaarden il se met à pleuvoir. J’échappe à une grosse averse.

En haut de la colline et après un chemin creux, la chapelle des Marolles. Au loin l’église de Hoegaarden et une vue sur Tirlemont (Tienen) accompagnée d’un double arc en ciel. Sur le marché de Hoegaarden, j’apprécie un café dans l’intérieur authentique du ‘Venetiaen’.

Le soir un agréable moment en compagnie de Sonia et Ben. Avec Sonia j’écoute un morceau de musique tamisée, composé par Ben et joué sur une mandoline particulière. Toujours un peu surprenant, de découvrir le talent d’autrui. Vers une heure du matin nous terminons cette soirée paisible et captivante.

 

Leuven

image

Sint-Jacobskerk Leuven/église Saint-Jacques Louvain

De koffie staat klaar. Glutenvrij brood. Roger bakt een eitje voor mij, terwijl Alida mijn kleren opvouwt. Een gezellige babbel aan het ontbijt. Voor mijn vertrek nog even de familiebeelden bekijken.

Vijftien minuten later wandel ik door open vlaktes en velden. Geen schaduw te bespeuren. In de verte het geluid van de wagens op de autosnelweg. Af en toe nog een opstijgend vliegtuig. Mijn voeten zwellen en ik voel een druk tegen de schoenwand. Het zweet staat op mijn huid. Negen uur in de morgen. In de verte een groep stilstaande fietsers. Eén fietser roept: ” Een voetganger. Plaats makeeennn!”. De groep opent zich en ze beginnen te applaudisseren. “Ga jij naar Compostela?”, vraagt iemand me. “Die heb ik vorig jaar gedaan, nu ben ik op stap op het Jacobskerkenpad.” “Amai zeg.” De courante vragen volgen al heel snel. Ze noteren vijfentwintig juli in hun agenda. De aankomst om elf uur aan het Sint-Jacobs in Gent. Dat zou wel straf zijn, mensen uit Leuven, kortstondig gekruist op de weg, opnieuw te mogen zien in Gent. Met een portie extra kersen stap ik verder richting Leuven. “Nog veel succes hé”, hoor ik nog op de achtergrond. Zonder stoppen wandel ik door naar Leuven. Een supermarkt. De koelkast. Ik zie dat mensen mij aankijken. Het is ook geen alledaags beeld, een rugzak van zeventig liter op de rug, wandelstokken, hoofddeksel, verbrande benen, natte kleren. Met een nectarine en een avocado ga ik naar buiten. Niet ver hier vandaan, de botanische tuin. Een rustpauze in deze prachtige, rustige en schaduwrijke omgeving. Donkere wolken. Een druppel hier, een druppel daar… pff! Een fikse afkoeling is nog niet voor vandaag. De Sint-Jacobskerk is bouwvallig geworden, het plein errond evenzeer. Het is al laat in de namiddag. Ik doorkruis Leuven, een stad waar ik geen voeling mee heb. Onaangename geuren verspreiden zich door de aanhoudende warmte. Ik hoop mijn dag te mogen eindigen in de Abdij van ’t Park. Daar aangekomen ga ik naar de kerk. Ik heb net de vespers gemist. Een broeder komt naar me toe. “We gaan sluiten, ja, moest er niet zoveel gestolen worden zou dit niet moeten gebeuren.” “Goedendag, oh dat is spijtig”, antwoord ik. “Je mag vlug eens kijken als je dat wil.” Ik voel zijn haast. “Neen, dankjewel, zoiets doe ik graag met tijd en in rust.” Ik vraag hem of er plaats is voor een overnachting. Neen. Ik wandel terug naar een zaaltje aan het begin van de abdij om te kijken of daar een mogelijkheid is. Ik kom terecht op een privéfeest van Dirk De Schutter die zijn pensioen viert. Vriendelijk word ik uitgenodigd ook iets mee te eten. De verandering in weersomstandigheden doet me twijfelen om buiten te slapen. 

Nog laat op de avond stap ik verder, al een deeltje op de weg van morgen. Op een t-kruispunt zie ik rechts een jonge vrouw komen aangewandeld. Spontaan draai ik mij naar haar. “Mevrouw mag ik u wat vragen?” “Ja.” “Ik ben een pelgrim en ben opzoek naar een overnachting voor deze nacht. Kunt u me helpen?” “Ja.” En zo wandel ik met Carolien richting haar huis. 

GPX Leuven – Tervuren/ Louvain – Tervuren

Louvain

Le café est prêt. Du pain sans gluten. Roger me cuit un œuf pendant qu’Alida plie mon linge. Une agréable conversation au petit déjeuner. Avant mon départ quelques instants pour regarder les photos de famille.

Après quinze minutes je me promène à travers plaines et champs. Pas d’ombre en vue. Au loin le bruit de voitures sur l’autoroute. De temps à autre encore un avion qui décolle. Mes pieds se gonflent et je sens une pression sur les côtés de mes chaussures. La sueur est sur ma peau. Neuf heures du matin. Au loin un groupe de cyclistes à l’arrêt. L’un d’entre eux crie “Un piéton, faire place.” Le groupe s’entrouvre et ils commencent à applaudir. “Tu vas à Compostelle?”, demande l’un d’entre eux. “Ca j’ai fait l’année passée, maintenant je suis en route sur le chemin des églises Saint-Jacques en Belgique.” “Eh bien dit!” Les questions courantes suivent rapidement. Ils notent le 25 juillet dans leur agenda. L’arrivée à 11 heures à l’église Saint-Jacques à Gand (Gent). Ce serait fort, revoir à Gand des gens de Louvain (Leuven) rencontrés brièvement sur la route. Avec une portion de cerises supplémentaire, je continue ma route direction Louvain. “Bonne chance”, me disent-ils encore. Sans m’arrêter je marche jusqu’à Louvain…Un supermarché. Le frigidaire. Je vois le regard des gens. Ce n’est pas une vue courante, un sac à dos de 70 litres, des bâtons de marche, un chapeau, des jambes brulées par le soleil, des vêtements mouillés. Je sors avec une nectarine et un avocat. Pas loin d’ici, un jardin botanique. Une pause dans ce cadre magnifique, calme et ombragé. Des nuages sombres. Une goutte par ci, une goutte par-là…Bof! Un bon rafraichissement  n’est pas encore pour aujourd’hui. L’église Saint-Jacques est délabrée, la pleine aux alentours également. Il est déjà tard dans l’après-midi. Je traverse Louvain. Une ville avec laquelle je n’ai pas d’affinité. Des odeurs désagréables se rependent à cause de la chaleur persistante. J’espère pouvoir terminer ma journée dans ‘l’Abbaye du Parc’. Arrivée là je me rends à l’église. J’arrive juste trop tard pour les vêpres. Un frère vient à ma rencontre. “Nous allons fermer, oui, s’il n’y avait pas tant de vols, on ne serait pas obligé de le faire.” “Bonjour, oh c’est regrettable.” “Tu peux jeter un coup d’œil en vitesse si tu le désires.” Je sens son empressement. “Non, merci, j’aime prendre mon temps et être au calme pour cela.” Je lui demande s’il y a de la place pour une nuitée. Non. Je retourne vers une salle à l’entrée de l’abbaye pour voir s’il y a la une possibilité. J’arrive à la fête privé de Dirk De Schutter, qui prend sa retraite. Gentiment je suis invitée à manger. Le changement des conditions atmosphériques me fait hésiter à dormir dehors.

Encore tard dans la soirée je continue ma marche, faisant déjà un bout du chemin de demain.

À un croisement, une jeune femme arrive sur ma droite.

Spontanément je me tourne vers elle. “Madame puis-je vous demander quelque chose.” “Oui.” “Je suis un pèlerin et cherche une place pour dormir cette nuit. Pouvez-vous m’aider?” “Oui”, et c’est comme ça que je marche en compagnie de Carolien, vers sa maison.

Terug naar school

image

Mijn rugzak laat ik even staan in het klooster. Een bezoek aan de abdijkerk, Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart. Indrukwekkend. Ik sta perplex van wat ik hier voel. Diepe inademing. Uitblazen. Ik voel mijn borstkas openen. Ruimte. Terug naar het klooster. Ik deel mijn ervaring van in de kerk met de zuster. Mijn haren komen recht te staan op mijn armen. Mijn ogen worden nat. Ik raak ontroerd. Zuster Jeannine wandelt eventjes mee en wijst me de weg. “God zegent en bewaart je”, spreekt zuster me toe, terwijl ze me een kruisteken op het voorhoofd geeft. Felix Concordia (eendracht maakt gelukkig). Een klaargemaakte picknick. Wat zwaarder bepakt verlaat ik Ninove.

In Meerbeke wandel ik langs de kerk. In de verte hoor ik applaus, kinderstemmen… Mijn nieuwsgierigheid wordt opgewekt. Ik zoek de voordeur. Terug naar school. Op de speelplaats alle leerkrachten en leerlingen. Op mijn beurt wek ik de nieuwsgierigheid op van de leerkrachten. “Blijf je deze namiddag eten? Ik probeer warm eten te vinden voor je”, zegt de directeur me. “Het is vriendelijk, maar ik zal passen. Ik eet met plezier de picknick op die ik meekreeg van de zusters uit Ninove. Toch bedankt.” Om dertien uur is er vrij podium door de leerlingen. Midden op de speelplaats, een rode loper en een stoel. Juf Jo wordt in de bloemetjes gezet voor haar pensioen. ” Jullie zullen wel gezien hebben dat er hier iemand met een grote rugzak rondloopt…”, vertelt de directeur in de microfoon voor de hele school. En plots sta ik onverwachts naast juf Jo midden op de speelplaats. “Amai, dat ben ik niet gewoon”, zeg ik al fluisterend aan juf Jo. Hmm, ik denk terug aan mijn groeipunten, die ik kreeg op het einde van het Groeijaar ELW (Emotioneel Lichaamswerk®), mij meer durven laten zien. Awel, daar ben ik al goed in geslaagd. En gezien ben ik hier zeker. Na een foto verlaat ik de school. “Nog een ijsje”, roept een leerkracht. “Dank je, het is alsof ik het heb ontvangen”, antwoord ik, terwijl mijn twee handen rusten op mijn borstkas en ik met mijn hoofd wat buig.

Ik stap mijn dag verder in. Het is heel warm. Kort wandel ik een bos in. Te kort om af te koelen. Zeventien uur, het hoogste punt van Brabant. Op de Pervivoweide ‘Ik leef verder’, een weide waar kinderen overleden aan een stofwisselingsziekte een boodschap de wereld in sturen. Schoenen uit, kousen uit. Water. Een stukje appelcake, gekregen van de jarige Xander op school. Hij zag er schattig uit. Een blauw kroontje met ‘zeven jaar’ erop geschreven.

In Kester stop ik deze dag. Een moeilijke opdracht. Pas aan het negende huis komt er een glimlach en een welkom. Bij An en Peter en hun drie kinderen Fleur, Jules en Gijs. Na het eten worden er pakjes uitgedeeld voor het einde van een goed schooljaar. Samen met Gijs zet ik een tent op. Mijn kampeerstekje voor deze avond. Onder het bladerdek van een lindeboom en met het licht van de bijna volle maan val ik in slaap.

GPX Bestanden Meerbeke naar Dworp

De retour à l’école

Je laisse mon sac à dos au couvent pendant quelque temps. Je visite l’église abbatiale, La Sainte Vierge de l’Ascension. Impressionnant. Je suis perplexe quant à ce que je ressens.

Inspiration profonde. Expiration. Je sens mon thorax s’ouvrir. Espace.

De retour au couvent, je partage mon expérience de l’église avec les sœurs. Mes poils se dressent sur mes bras. Mes yeux se mouillent. Je suis émue. Sœur Jeannine m’accompagne et me montre le chemin. “Dieu te garde et te protège”, me dit-elle en déposant un signe de croix sur mon front. Felix Concordia (l’union rend heureux). Je quitte Ninove un peu plus chargée.

Un pique-nique tout prêt.

À Meerbeke, je marche en longeant l’église. Au loin j’entends des applaudissements, des voix d’enfants. Ma curiosité est éveillée. Je cherche la porte d’entrée. De retour à l’école. Sur la cour de récréation tous les enseignants et les élèves. À mon tour j’éveille la curiosité des enseignants. “Tu restes diner ce midi? J’essaie de te trouver un repas chaud”, me dit le directeur. “C’est gentil, mais je vais décliner. Je mange avec plaisir le pique-nique que j’ai reçu des sœurs de Ninove. Merci quand même.” À une heure il y a une représentation par les élèves. Au milieu de la cour, un tapis rouge et une chaise. On célèbre mademoiselle Jo qui prend sa retraite. “Vous avez sans doute tous remarqué qu’il y a ici quelqu’un avec un grand sac à dos….”, dit le directeur dans le micro, pour toute l’école. Et soudain je me retrouve, de manière complètement inattendue, près de mademoiselle Jo au milieu de la cour.

“Oh, je n’ai pas l’habitude”, dis-je tous bas à mademoiselle Jo.

Euh, je repense au points d’attention reçu à la fin de ma première année d’étude de ‘travailler le corps par l’émotion’. Oser me faire voir. Eh bien, j’y suis bien arrivée. Être vue, je le suis certainement ici.

Après une photographie je quitte l’école. “Encore une glace?”, crie un instit. Je lui réponds “Merci, c’est comme si je l’avais eue”, en joignant les mains à hauteur de ma poitrine et en penchant légèrement la tête.

Je continue ma marche de ce jour. Il fait très chaud. Je marche un bref laps de temps dans un bois. Trop peu pour me rafraichir. Dix-sept heures, le point le plus élevé du Brabant. Dans le pré Pervivo ‘Je continue de vivre’. Un pré ou des enfants décédés d’une maladie du métabolisme, lancent des messages dans le monde.

J’ôte mes chaussures et mes bas. De l’eau. Un morceau de cake aux pommes, reçu de Xander qui fêtait son anniversaire à l’école. Il était tout mignon avec sa couronne bleue, sur laquelle était écrit: Sept ans.

Je termine cette journée à Kester. Une mission difficile. C’est seulement à la neuvième maison qu’il y a un sourire et une bienvenue. Chez An et Peter et leurs trois enfants Fleur, Jules et Gijs. Après le repas, c’est la distribution des cadeaux de fin d’année scolaire réussie. Je monte une tente avec Gijs. Ma chambre pour ce soir. Sous le feuillage d’un tilleul, éclairée par la presque pleine lune je m’endors.