Carrión de los Condes

image

20 juni – Vijftien kilometer in de benen,  tijd voor een pauze in Fromista. Ik had net de indruk dat ik ergens aan het wandelen was in België.  Een kanaal met populieren, even een verfrissing na alle droge velden. Na tien uur wordt het heel warm. De weg vertrekt vanuit Fromista langs de autoweg. Eén lange weg tot in Carrión de los Condes.  Een weg bezaaid met bloemen.  De laatste kilometers worden het moeilijkst, op twee kilometer ervoor zie ik het topje van de kerk. Tot daar is het alsof de twee kilometer oneindig is. Ik sleep me bijna al leunend op mijn wandelstokken naar het dorp. Na een half uur sta ik voorover gebogen voor de Albergue Parroquial de Santa Maria. Ik heb het gehaald.  Een warme ontvangst door de zusters.  Om achttien uur is er een bijeenkomst met de zusters.  Eentje heeft een Goddelijke stem, een stem die me weet te ontroeren. We zingen verschillende liederen in verschillende talen.  De muziekinstrumenten: tamboerijn,  djembe en een gitaar. Nadien kan elke pelgrim, wie het wenst een liedje brengen in de cirkel. Een lied die bij me opkomt is ‘Uniao’ een prachtig en krachtig lied die ik heb leren kennen tijdens de Santo Daime. Om negentien uur is er een gratis gitaar concert in de kerk. Om twintig uur is er een viering voor de pelgrims met een inwijding door de priester en de zusters.  Een heel mooi en teder moment op de weg naar Santiago. We eindigen de avond met het delen van het avondmaal samen met de zusters.  Het dessert daar hebben de pelgrims voor gezorgd. Een warme en deugddoende avond en dit vóór de midzomernacht.

Meseta

image

19 juni – De zon schijnt in de rug. Ik zie mijn eigen schaduw op de weg. Het is zeven uur in de morgen. Mijn pull beschermd me van de koude wind. Blij dat de wind er is anders zou het heel warm kunnen worden. Ik wandel in het begin vande Meseta.  De natuur is prachtig. Veel tarwe, lage heuvels,  kleurrijke wilde bloemen.  Af en toe een dorp die uit het niets verschijnt. Net voor Castrojeriz zijn er de ruïnes van San Antón. Uit nieuwsgierigheid wandel ik tot aan de auberge die gelegen is aan de binnenkant van een prachtige ruïne. Vrije donatie voor overnachting. Na Castrojeriz zie ik een berg voor me liggen. Een stevige klim. Achthonderd meter omhoog met twaalf procent. Met mijn armen dicht bij mijn lichaam beklim ik deze met kleine stapjes. Boven aangekomen krijg ik een immense schoonheid te zien. Wijdse velden,  verschillende kleuren en vormen, een oneindig zicht. Een traan van vreugde, opluchting voor ee beklimming achter me. Het dalen gebeurt al zigzaggend met achttien procent. Na dertig kilometer zeggen mijn voeten,  ik heb er genoeg van. Voor vier euro meer kies ik voor een enkel bed in een kamer van vijf. Ik ben de enige die deze keuze maakt. Super, een kamer en badkamer voor mij alleen. Een spiegel! Dit was lang geleden.  Ik schrik, in de goede zin 😉 . ’s Avonds eet ik een menu. Niet denderend.  Rechtover mij een man. Hij zwijgt geen vijf minuten en doet een verhaal over een andere pelgrim en de reden waarom ze voor de weg kiest. Haar zoon is overleden. Hij maakt er de bedenking bij ‘nochtans die zoon was geen gebruiker van alcohol, drugs…het was een goede jongen. Was het wel zo geweest….!’ Ik werd misselijk van deze uitspraak.  Ik vroeg hem vriendelijk het onderwerp af te sluiten. Een gesprek die ik niet had moeten horen.

Western

image

18 juni – Meer dan honderd pelgrims verlaten de auberge municipale de Burgos.  Zelf ben ik één van de laatste.  Gekende gezichten verlaten de weg in Burgos om op een later tijdstip terug de weg te nemen.  Vele nieuwe gezichten komen erbij. De nette kledij en stofvrije rugzakken en schoenen laten zie wie ze zijn. Pas na tien kilometers ben ik uit Burgos.  Een onaangename weg langs autowegen.  Tot mijn grootste verwondering protesteren mijn voeten niet na de vele kilometers van gisteren.  Rond de middag kom ik aan in het dorp Hornillos del Camino.  Het dorpje doet me denken aan een dorp uit een Western of de film Zorro. Eén weg. Het zand die af en toe opwaait. Een lege straat. Lege huizen. Geen saloon, wel een bar. Een klein dorpje die leeft van de Camino. Mijn dagelijks ritueel, douche, de was, eten en luieren. Voor het slapen gaan doe ik nog een korte wandeling. Ik mis iemand aan mijn zij om deze mooie avond te delen en af te sluiten.

Burgos

image

17 juni – 28Db, ik had deze nacht wel 56Db gehoorbescherming nodig. Vroeg uit de veren. Een klim van 1162 meter vandaag. Ik draai me om en kijk naar het landschap. Een roze-oranje gloed komt tevoorschijn net boven het gebergte.  Ik hoor enkel de wind. Paars, gele bloemen aan mijn voeten.  In de verte het dorp waar ik heb overnacht. Een prachtig beeld die ik niet kan vastleggen op camera, wel gegrift op mijn netvlies en het geheugen samen met de geur en het gehoor. Geen beeld voor aan de muur, wel eentje om mee te dragen in het hart. 
Villafranca. Wanneer ik langs de auberge municipale wandel vraag ik me af wat ik liever zou gehad hebben, het gesnurk of het geluid van de vrachtwagens op door weg naar Burgos.
Op de Alto de Valbuena veranderd mijn gezichtsveld, het wordt ruimer. Alles rond mij begint terug lichtjes te bewegen. Af en toe is mijn ademhaling onregelmatig. Ik adem diep in en uit. Ik probeer uit mijn denken te gaan en te voelen.  De angst te aanvaarden die subtiel aanwezig. Mijn schedel doet pijn. Ik blijf doorwandelen.  Voor ik me er bewust van ben is het zachter geworden.  Ik zie een tal van vlinders rond me. Het Icarus blauwtje is terug. Rond de middag kom ik aan in Atapuerca. Een pauze. Mijn schoenen en kousen gaan uit. Wat voelt dit goed. Na een half uur vertrek ik terug, richting Burgos. Een klim tot boven op de Matagrande. Op 1078 meter een labyrint die in wandel. In de verte Burgos. Nog 20 km te gaan tot daar. Mijn lichaam voelt goed, nergens voel ik pijn. Op 10 km voor Burgos, Villafria. Vanaf hier een lange vier vaksbaan tot in het centrum van Burgos doorheen de industrie zone. Ik wandel nog een vier kilometer en begin te twijfelen of ik de rest van deze afschuwelijke weg met de bus doe of te voet. Geen gemakkelijk beslissing, ik had me voorgenomen geen vervoermiddel te nemen tijdens de Camino die me verderop zou brengen.  Uiteindelijk kies ik om dit afschuwelijk stuk niet op mijn weg toe te laten. De laatste zes kilometer doe ik met de bus. Geen spijt. Om 16 uur kom ik aan in de Kathedraal van Burgos. Zelf heb ik geen voeling met de kathedraal,  maar wat een pracht daarbinnen, wat een Kunst. Een tweede bezoek zou hier niet misplaatst zijn. Burgos is de eerste stad die voor mij aangenaam voelt. Een centrum waar ik het gevoel heb dat de mensen tijd nemen om te genieten. 

Jenny

image

16 juni – In tegenstelling tot wat ik dacht was het samen slapen in de kerk een meevaller. Het ontbijt verliep in alle rust. Chapeau voor de hospitaliero die hier vrijwillig ons verwennen.  Nog even tanden poetsen en klaar voor vertrek.  Om de hoek van de kerk staat Yung Kyung en Jenny me op te wachten aan de cyberplaats. Jenny en ik nemen afscheid van elkaar. Ook dit hoort bij de weg. Nieuwe ontmoetingen en dan loslaten. Elk zijn eigen weg. Ik zal het samen zijn wel missen. Een lieve meid. Ik hoor haar glimlach nog klinken in mijn oren. Een deel van de weg loopt vandaag langs een autoweg en toch midden de natuur. Het geluid van de wagens komt af en toe de rust en de zang van de vogels storen. In Belorado zie ik nog even Jenny. Ik vraag haar of het ok is om samen de Santa Maria kerk te bezoeken. Een mooie  afsluiter. Het weer is afwisselend.  Deze namiddag bekijk ik even de beelden die ik nam, alsof het gisteren was. Straks nog even lezen in het boek die ik van Joce kreeg ‘Alix de Saint-André, En avant, route!’. Eten en slapen. Ik ben moe.

De maan

image

15 juni – De maan is nog aanwezig, ik volg haar nog een uur nadien verdwijnt ze in de donkere wolken. Zou het gaan regenen! Het voelt alleszins frisser aan  en daar ben ik niet mistevreden mee. Tussen het hoge riet, een breed pad. Voor en achter mij weinig pelgrims te zien. Het beeld van wat velen vertellen over de Camino Frances voel en zie ik totaal anders. Een overbevolking is er voor mij zeker niet. Ik ben heel blij dat ik me niet heb laten beïnvloeden door deze verhalen. Ok, af en toe water bij de wijn is noodzakelijk of laat ik het tolerantie noemen. En is dit buiten deze weg ook niet van toepassing !  De onweerachtige wolken, de zon. Ik geniet ervan! Rechts en links zijn in de verte bergen te zien, aan beide kanten is het donker. De weg in het midden klaart op. De weg naar Santiago. De natuur doet me denken aan ‘The Gladiator’ en ‘Dances with Wolves’. De frisse wind doet de graanvelden dansend bewegen. De zon schijnt in mijn rug en kleurt de velden in een goudkleur. Ik draai me om, dramatisch, krachtig, wondermooi om de zonnestralen doorheen de wolken te zien schijnen.  In Santo Domingo de la Calzada hou ik een halte en ga ik de Kathedraal bezoeken.  De kunstwerken zijn er prachtig, met de kathedraal heb ik weinig voeling.  Het wordt warmer. Op de zijkant van de weg prachtige boeketten.  Klaprozen, Camille, Mariadistel, Geranium, Malva. Deze nacht slaap ik in de kerk van Grañón.  Iedereen slaapt op een matras naast elkaar. Zij aan zij met ongeveer 25 pelgrims in één ruimte. Zowel het avondmaal als het ontbijt wordt voorzien.  Alles gebeurd op een rustige en goed georganiseerde manier. Met zestig pelgrims zitten ze allen aan tafel. Ik stap de ruimte binnen.  Niet eenvoudig. Iemand maakt teken dat er nog plaats vrij is naast hem. Ik vraag hem om deze om te ruilen met zijn plaats zodat ik met mijn rug naar het venster kan zitten.  Na het avondmaal een foto met Jenny, Kate en Yung Kyung.  Morgen gaat Jenny wat verderop. De avond sluit ik af samen met andere pelgrims met een serene meditatie in de kerk. Al zittend in mijn slaapzak op een matje schrijf ik in mijn dagboek. Een hoofdlampje schijnt op mijk boekje. Verderop hoor ik gesnurk. Buiten blaft een hond. Rechts van me ligt iemand te wriemelen in haar slaapzak.  Links, Kate die een poging doet om te slapen.  Een druk op het knopje. Het is donker.

image

Ik ben verliefd op de zon,
mijn minnaar is de maan,
De lucht is mijn adem,
De wolken mijn bestaan.
De hemel is mijn leven,
De bliksem mijn dood.
De vogels zijn mijn toeverlaat.
De sterren,  mijn redders in nood.

(Els Van Bosbeke)

Inzicht

image

14 juni – Half wakker verlaat ik Navarette.  Mijn rugzak weegt vandaag gevoelsmatig wat minder dan gisteren en toch zit er nog evenveel in. Een uur wandel ik samen met Jenny. Na een half uur krijg ik terug het zelfde gevoel als gisteren,  een rugzak die niet goed zit, benen die niet mee kunnen. Ik probeer te zien, te voelen wat er gaande is en voel wat spanning boven mijn ogen komen. Mijn ogen gericht op één meter voor mijn voeten wandel ik de weg. Rond mij heb zie ik het wiebelen. Mijn lichaam voelt niet aards. De eerst volgende bar hou ik een halte. Jenny wandelt verder.  Na 15 min. voelt het beter.  Laura wacht me op bij de tweede start. Het gaat terug vlotter, geen weerstand voelbaar. Het gespreksonderwerp met Laura, het ‘zijn’ en ‘hoogsensitiviteit’. Vlot kom ik aan in Azofra. Een zalige auberge Municipal.  Eindelijk een kamer per twee. Privacy, oef! Ik deel de kamer met Jenny. In de kamer deel ik mee dat het goed was dat onze weg splitste en dat ik me afvroeg waarom we dezelfde energie hebben gevoeld. Jenny bevestigd wat ik meld. We delen elk onze ervaring en begrepen we beiden dat het goed was. Het voelde goed. Na de douche stelde ik voor om op Yung Kyung te wachten om te vragen of ze ook kledij had om te wassen. Want een wasmachine draaien voor enkel drie onderbroeken vind ik overdreven. Samen gaan we naar de winkel om dan samen te koken. En vermits we alle drie houden van zoet nemen we er nog een dessert bij. Met mijn rug tegen de muur, in de zon schrijf ik een kort dagelijks verhaaltje.  Achttien uur. De was hangt te drogen,  de ene lijn na ee andere. Pelgrims van alle nationaliteiten zitten te praten met elkaar. California, New Zeeland,  Zuid Korea,  Italië,  Frankrijk,  Zweden en één Belg die geniet van het observeren 😉 .