Coppa l’arena

Na een ganse nacht onweer en regen is er hier gelukkig wat meer zuurstof in de lucht. Ik klop aan de keukendeur van het convento om Paolo te danken. Een handdruk.

Waw, wat voelt het goed en wat ben ik blij dat het geregend heeft. Alles had hier water nodig… De geuren de kleuren, alles is anders… De vogels zingen uit volle borst. De nachtrust heeft me goed gedaan, ik voel me herboren na de dag van gisteren. Dankjewel natuur voor wat je me bracht en brengt.

Convento San Mateo

In het convento van San Mateo herken ik de broeder uit het convent van Stignano. In onze gebrekkige talenkennis…lukt het ons om te communiceren. Als ik zeg dat ik hem gisterenavond had gezien in Stignano, antwoord hij me onmiddellijk dat hij 60 jaar al broeder is…la strada, genoeg is geweest (de drukte van de straat) en hij hier naar de heer wenst te gaan, waar het rustig is. Ik geef hem geen ongelijk. Wanneer hij me vraagt vanwaar ik kom. Krijg ik een kus op mijn voorhoofd en vraagt hij of ik nog iets nodig heb om te eten.

Na dagen kan ik eindelijk eens terug uren stappen zonder me te bekommeren om de weg… De signalisation is terug.
Toch wel iets heel belangrijk op de weg, zowel voor een pelgrimstocht, als trekkingstochten. De signalisatie zorgt ervoor dat je optimaal met je eigen beweging en wat het met zich meebrengt kan bezig zijn.
Het moet natuurlijk niet altijd gemakkelijk zijn… wat uitdaging kan ook prettig zijn.

Pelgrimeren is niet zomaar je rugzak maken, een beste outfit aantrekken. Voor mij is pelgrimeren net als leren stappen… met vallen en opstaan. ..Het is het gat die in de t-shirt is gekomen herstellen en verder doen. Iedere dag je schoenen aan en in beweging komen…. En de steen waarover je valt… wel die komt telkens terug tot je op een dag er kan overstappen zonder enige moeite en je kan inzien in wat je gegroeid bent… en geloof me… Het doet goed! En eigenlijk hoop ik dat ik velen kan aanzetten om tot in beweging te komen… Ga… Ga… Ga…

Wanneer ik op de top aankom, Coppa l’arena besef ik dan pas dat ik voortdurend aan het stijgen was. Een oneindig vergezicht die zich plots aan me opent. Een prachtig natuurgebied, Gargano, een provinciaal Park. Het voelt hier zo goed… wanneer ik rondom me kijk heb ik het gevoel heb dat gans de wereld aan mijn voeten ligt. De wind… De zon… De aarde….

Een koebel heeft me de aanzet om verder te stappen. Afdalen tot aan San Giovanni Rotonda… met zijn bedevaartplaats van Padre Pio.
Al vier dagen geniet ik van de accomodatie die de Via Mikael aanbied… en die vind ik top. Hoewel wat oven mijn budget…
Ze is meer dan welkom in dit laatste stuk voor aankomst morgen in Monte San’t Angelo. Een stuk die blijkbaar ook la Via Francigena del Sud is en Via Michaële.
Een weg die niet te onderschatten is. Morgen mag ik aankomen waar ik mag zijn… Monte San’t Angelo. Het voelt net alsof het een feestdag is…

Bij het avondmaal zie ik mijn handen…. op een paar maanden tijd is het alsof ze tien jaar ouder zijn geworden… Het lijkt papyrus huid…ouder of niet… wat heb ik mooie handen… en als ik mijn ene hand omdraai… Geniet ik nog elke dag van mijn tattoo keuze… Op een paar centimeter staat gans mijn verhaal.
Ik wens jullie allen een fijne nachtrust en zeg jullie… leef en heb het leven lief

Chiesa di San Pio da Pietrelcina

Triggers

Ik verlaat de stad Sansevero via de wijnvelden en olijfboomgaarden. De woorden die ik te horen krijg wanneer ik boeren ontmoet zijn… ‘dove va, solo, mamamia, Madonna, forte’.
Een derde uilenveer gaat mee in de rugzak. Bijzonder, niet de buizerd komt op de voorgrond, ook al is hij soms wel te horen, deze keer zijn het de uilen die sterk aanwezig zijn.

Af en toe schrik ik van de krekels die me voorbij zoeven. Hier en daar zijn brandhaarden te zien…De geur van verbrand plastiek. En als ik dan zie wat er wordt verbrand… flessen geconcentreerd insecticide en andere afval.

De weg neemt me mee op een domein, ik twijfel even. Koeien… en waar koeien zijn, zijn… waakhonden. Ohoh, daar heb je ze… en je moet er maar één hebben die aanvalt, de rest volgt. Bij deze… Geen één, met vijven staan ze plots rond me. Hun bovenlip gaat naar boven, de haren staan recht. De kleinste komt op mijn rechterzijde, de grote – wat hoger dan de knie – op mijn linkerzijde. Die vertrouw ik niet. Een kleine aansteker, een grote aanvaller, een meeloper, een baas.

Door zelf proberen rustig te zijn kan ik ze wat bedaren en keren ze me de rug toe…
Tot wel vijf maal lappen ze me een aanval. Plots voel ik dat ik genoeg van ze heb… Gedonder in Keulen!
Niet enkel in Keulen, boven mijn hoofd hangt een onweer. “Ist gedaan, trap het af”, hoor ik mezelf zeggen vanuit een kracht die recht uit mijn buik komt. Ik voel een geweldige kracht in gans mijn lijf, zelfs in mijn buik voel ik mijn hart kloppen. Er zijn grenzen aan hierarchie en aan misbruik van positie, want zo voelde het.
Je mag dan nog zacht en hartelijk zijn, op bepaalde momenten gaat mijne leeuw brullen en is het genoeg.
Ze verdwijnen….ik dacht dat het over was… tot ik ze achter mij voelde rennen… Omcirkeld…. Ik voelde me net een gladiator in een arena. Kort was hun aanval…met hun staart naar beneden draaien ze zich om. Schijnheiligheid en in de rug aanvallen pik ik niet…. Ze verdwenen voorgoed… Ik moest toch wel even bekomen en terug landen…

Ondertussen komt het onweer naderbij… storm…
Ik trek mijn regenvest aan, bescherm mijn rugzak en knoop mijn sjaal rond mij en de rugzak zodat de wind niet in mijn hoes terechtkomt. Hevige windstoten duwen me opzij…
Ik vraag een man of ik bij hem thuis mag schuilen. Hij vraagt of ik alleen ben. Ik zie twijfel… hij laat het toe. Oef… net op tijd ontsnapt aan een hevige regenbui…

Samen met Antonio, Johan zit ik onder het dak van een bijgebouw. Later komt de vrouw van Johan aan met nog twee jongens. Johan en zijn vrouw komen hier werken voor Antonio en wonen tijdelijk in dit huis, zelf zijn ze Roma. Als ik deze mensen zie kan ik me voorstellen dat sommigen nooit hen zouden durven aanspreken. De klederdracht, houding, voorkomen… hier doorheen kijken, zag ik alleen maar ogen vol goedheid. Wie heeft dit eigenlijk ooit uitgevonden en het woord ‘mooi’ in de weegschaal gelegd. Wie heeft daar ooit gezegd ‘zo moet het zijn’.
Na het onweer en een les Italiaans/Frans stap ik verder met een doos vol aperitief tomaten en heerlijke mini peren vers geplukt van de boom. Antonio kijkt me aan bij het afscheid nemen en zegt “tu amore e grande”, hij houdt zijn handen tegen elkaar en beweegt ze op en neer ter hoogte van zijn hart en rolt met zijn ogen naar boven.
Ondertussen heeft het onweer en de wind alles opgekuist van wat was.

Koebellen. .. Oh neen…. Oh ja… ‘de patou’s’… vier. Ik blijf staan, twee jonge kerels jagen ze weg waar ik ben. Ik begin er wat genoeg van te krijgen.
De laatste kilometers in stijgende lijn…
Hoewel er hier niet veel woonsten zijn… zijn de drie die ik kruis meer dan voldoende… Patou’s.
Naast een kanaal een onaangename geur – lichtjes uitgedrukt- een kadaver van een koe ligt te rotten. De huid op de berm… De rest in het water.
Ook verderop een onaangenaam geur… Het water schuimt en het ruikt hier heel chemisch… lozing….
Een volgende boerderij… En nog nen Patou. Dd vrouw zegt, “no preocupare”… Mijn voeten jaaaa, dacht ik bij mezelf. Dat beest staat hier gewoon met recht vacht en hoektanden vrij…. No preocupare zeggen ze dan.

Ik heb een gevoel dat ik voortdurend uitgedaagd wordt…. uitgedaagd door de natuur.
Alsof ik op de proef gesteld wordt.
Vliegen zoeven massaal rond me heen. Onder en naast mijn voeten stekelige planten met prikkers van wel twee centimeter. Iedere stap vraagt aandacht. Een ongemaaid pad. Reukererwten ontroeren me. De cicaden die wild in het rond vliegen, meestal zwijgen ze wanneer je langs komt. Hier springen ze gewoon op me. Geen aandacht Jasmine, geen aandacht…
Mijn adem helpt me in mijn kracht te blijven…. ‘Neen, je doet er niet aan mee, je laat je niet meeslepen. Neen, je reageert niet’, gaat er door meheen.
De ene trigger na de ander, en hoe meer triggers hoe meer ik in de ‘niet reactie’ kan blijven, en ik kan voelen dat ik met zachtheid in mijn kracht kan blijven zonder dat er iets binnenin blijft hangen.
Op het moment dat ik het doorheb… komt de rust terug om me heen… Alsof ik uit een lange tunnel kom vol met triggers. Vliegen zijn verdwenen. Krekels vliegen de andere kant. De zon. Het pad is open…

Divine providence

Ik bekijk een filmpje op FB. Een pelgrim zit er door… Pijn, ontgoocheling, verdriet, warmte, vermoeidheid, ook kwaadheid is hoorbaar… na een niet zo fijne ervaring.

Een pelgrimsweg is niet anders dan een levensweg. Je komt in contact met anderen, er kunnen zich projecties, spiegelingen voordoen, herhalingen uit het verleden… Het is hier niet anders… wat voor mij wel anders is, is dat je alle wijdse ruimte kan nemen om er iets mee te gaan doen. En door in beweging te blijven ga je ook minder tobben.

We kunnen keuzes maken in ons leven… Hoe ga je ermee om… Soms loopt het niet zoals gewenst of zoals we het hadden ingevuld met ons denken.
Soms gebeuren er dingen dat je liever nooit had gewenst of ontmoet.

Maak dan eerder de keuze om het te bekijken niet door het buiten zichzelf te plaatsen… Eerder kijken wat het brengt in zichzelf. Wat heb ik eruit te leren. Wat doet het met mij.
Dit lijkt confronterend te zijn, wat soms ook wel is. Daar zit ook vaak angst achter die confrontatie en veel vragen ‘wat als…’, ‘Zal ik verliezer zijn’, ‘ik zal anderen verliezen’… Angst om te verliezen, en vanwaar uit is die angst ontstaan… en nog veel meer vragen die we ons kunnen stellen. En om eerlijk te zijn je bent nooit een verliezer wanneer je durft naar binnen te gaan, te kijken…
‘Leer je leraar te zijn in het nu’ Deze woorden van M. Goenka zijn me altijd bijgebleven en brachten mij een bevestiging op mijn eigen twijfels.

Net zoals gisteren een lange weg, geen schaduw, heet…
Vier mannen komen uit een klein stenen huisje midden de olijfboomgaarden. Naar waar ga je? Monte San’t Angelo. “Solo !” “Si”… De man wist niet wat hij hoorde… “oh, Madonna”.
Wat later komt een boer naar me toe. “naar waar ga je”. Als ik het woord Monte San’t Angelo uitspreek komt een vreugdevolle blik te voorschijn bij de man.

Mensen vragen me vaak, waarom ik dit doe… Ik kan daar geen duidelijk antwoord opgeven, omdat het iets is die niet tastbaar is. Ik heb erzelf naar gezocht… en het enige antwoord die ik kan geven in een duidelijk woord is ‘la divine providence’ het andere antwoord ligt ergens in mijn linkerborstkas, wat naar het midden.

Door mijn late vertrek deze morgen kom ik pas aan in de namiddag in San Severo. De straten zijn leeg. Ik bel een parochie. Pas 3 uur later mag ik terug bellen om te weten of ik kan overnachten.
Uiteindelijk kom ik er terecht. Een uur later komt de priester met een mand vol fruit, ontbijt, melk.

Vrij

Sedert Benevento is er een enorm verschil van hoe de dorpen zijn en eruit zien…veel rustiger, verzorgd en niet luidruchtig, geen nachtelijk lawaai. Zoals in het Noorden van Italië.
In Cello San Vito heb ik mezelf verwend in een B&B. Uit de douche komen en kunnen gebruik maken van een grote badhanddoek… en dan nog een witte. Geen zijden zakje om in te slapen, wel verse frisse lakens. Geen picknick maar een lichte menu op restaurant.
Mijn voeten verzorgen, insmeren… genieten van de aanrakingen met mijn lichaam… zorgzaam en teder.

Ik start mijn dag met een stevige klim. Rond mijn oren… wespen. Hmmm. Ik herinner me op één van mijn vorige pelgrimstocht, de dazen. OK.. toepassen… rustig houden Jasmine, no panic, ik scherm mijn huid af met mijn sjaal. Na een tijd verdwijnen ze en kan ik verder rustig ademhalen.
Na de forse klimmen van gisteren mag ik vandaag alles afdalen. Wijdse natuur… oneindige vergezichten…
De eerste twee pelgrims sedert lang… Ze wandelen richting Rome en komen van de kust. Jasmine?… Ze hadden mijn naam al gehoord. Zij een landgenoot, hij een Nederlander. Een korte babbel.

Vroeg kom ik aan in Troia. Op het gemak aankomen… rugzak af… terras.
Verderop staat plots een man voor me. “Michele”, vraag ik zonder te weten wie hij was. We geven elkander de hand en praten alsof we elkander al veel langer kennen. De hospitaliero Michael.
“Ik dacht dat er iets met je gebeurt was!”, meld hij me. Ohh, wat verwonderd vraag ik hem, “had je mij op een bepaald uur verwacht?” Uiteindelijk kwam het erop neer dat hij daar niet zelf woonde en een afspraak had. Hij zorgt voor het onthaal, een bijzondere warme man. Michele heeft ooit ‘la via Dell Angelo” gewandeld, startend vanuit Mont-Saint-Michel. Dit is blijkbaar de tocht die ik zal maken richting het Noorden. Behalve ik neem niet meer de Via Francigena. Deze eindigt voor me hier in Troia. Morgen neem ik verder de’ Via MI-Ka-El’, daarna de ‘Con le Ali ai piedi’ tot aan Rieti, dan de ‘di qui passo francesco’ naar Assisi en La Verna…daarna… is voor later.
Met alles wat hier is aan info wordt alles me verder duidelijk waarom mijn tocht veranderde, de volgorde, de plaatsen…

Kathedraal Troia

Naar de avond toe vraagt een jonge kerel of iemand een douche mag nemen in de Ostello. Vermits ik de sleutel heb en niet weet hoe het reilen en zeilen hier gebeurt, meld ik dat dit kan als dit OK is voor Michele. Een telefoontje ‘we zijn pelgrims zegt Michele aan de andere kant van de hoorn. Geregeld.
Ik ga eerst opzoek naar fruit. Kort nadien staan vijf mannen ipv één aan de deur om te douchen.
Ik laat ze binnen… Jongens van tussen de 25 en 40. Terwijl ze douchen vul ik mijn dagboek aan.
Wanneer ze klaar zijn verlaten ze samen de Ostello. Wat later komt ene terug. Hij vroeg me iets met “lavare…”. Ik begreep zijn woorden niet, maar zijn ogen en zijn hand op mijn schouder waren voldoende om te weten wat.
Hij vroeg of hij me mocht wassen. “No en ik wees hem vriendelijk af. “Single”, voegt hij er nog aan toe. “Si”. En dan… met zijn handen gebaar alsof er dan geen probleem was. “Buonasera”, zeg ik nog en hij verlaat de ruimte. ‘Den deze’ had ik in Italië nog niet tegengekomen. Jong warm geweld zekers. Was dit vroeger dan was ik al in paniek, vervroren, defensief gedrag of compleet uit mijn lichaam.
Nog geen vijf minuten later komt een andere gast terug binnen. Met een oplader in één hand en in de ander de telefoon, aan zijn oor. Doet hij alsof zijn neus bloed en wijst naar de bedden. Hij doet alsof hij plots moe is terwijl ik hem daarnet springlevend zag. Hij wou er een uurtje uitrusten. Ik zeg neen, dat ik de deur uitga… Hij doet alsof hij me niet begreep. Pelgrim, pelgrimsherberg of niet… vertrouwen op mijn eigen gevoel primeert. En op onrechtvaardig gedrag zit ik meestal juist, tot bijna altijd. Dit had hij al snel begrepen dat ik niet naïf was… NIET MEER. YESSSS. Zalig dit te beseffen. Wat voelt het goed zo duidelijk mijn groei te mogen aanvoelen. Vrij… Vreugde..

Gemis

Verder richting Monte San’t Angelo. Van regio zee in regio bergen en het is al heel snel voelbaar in de kuiten.
Via de industriezone van Benevento naar Buonalbergo.
Een brede asfalt straat, een brug…. eronder…
‘Milmiljardemillesabord’ .. ! Afval, afval, afval en hoe graag ik er zou willen naast kijken… niet om mijn ogen te sluiten of de realiteit te negeren… gewoon omdat het me TE is geworden. Bergen vol. Dan hoor ik op het nieuws de gouverneur een vergelijking maken met de kust van Afrika… ivm het afval op Belgische stranden. Dit is Europa. Italië, zo dichtbij. Walgelijk. De onverschilligheid, het mentaliteit ‘de ander zal het wel opruimen’, geen respect voor moeder aarde, voor de ander, ik vrees gewoon ook niet voor zichzelf. En daar is waar alles begint. Dit was me even teveel en wou ik kwijt. Voilà, het is.
Ik voel geprik aan mij enkels. Vlooien, niet vreemd met wat rond mij is.

Een fikse helling… Zo een waar je de indruk hebt tegen een muur aan te lopen. Het water druppelt van mijn voorhoofd en komt terecht tussen mijn bril… damp… Plots denk ik terug aan Jean-Paul toen we een gelijkaardige klim hadden… en al heel snel ben ik deze klim vergeten en sta ik aan de top.
De natuur is prachtig… heuvels en op de achtergrond hogere bergen, de Apennijen. Wat gelijkaardig met Toscanië, maar naar mijn idee met een serenere sfeer. Geen massa toerisme, kortom geen.

Terwijl de Gentse Feesten nu bezig zijn… moet ik wel toegeven dat ik het een beetje mis. Het gebeuren, de collega’s van de Jacobus kerk… en mijn pelgrims pak.
Gemis. Lang heb ik dit woord uit mijn vocabulaire geschrapt… Gemis was gekoppeld aan verlies… aan afhankelijkheid, sterk zijn, overleven, pijn. Dus heb ik het maar geschrapt. Vandaag kan ik zien dat gemis niet pijn hoeft te doen, ik daarom niet afhankelijk hoef te zijn, ook geen verlies, het eerder heel waardevol is tussen twee individuen, samenhorigheid, ook al is de persoon er niet of niet meer.

De eerste borden van de weg ‘Cammino dell’ Archangelo’ of de ‘Via Mi-Ka-El’ zijn zichtbaar. Zoals de schelp en teken is voor de weg naar Santiago, een geel pelgrimsventje voor de Via Francigena, is een veer het kenteken voor Archangelo. Veren heb ik niet tekort… de buizerd en de nachtuil sieren mijn rugzak.

Ik ben blij dat ik het initiatief heb genomen om de trein te nemen en voor mezelf te zorgen. Wat niet altijd évident is. Ik herinner me vier jaar geleden, mijn eerste Camino, dit was ‘not-done’ geweest. Het openbaar vervoer nemen, een etappe voorbij laten gaan, een andere weg nemen… ‘dan heb je gefaald’… dit is wat velen dan denken, incluis ikzelf, dit dacht ik toen ook…. En amai, wat was dit afzien om wat in mijn gedachten was te veranderen omwille van zelfzorg. Het ‘ego’ had me goed beet.
Vandaag kan ik het verschil zien en voelen, het evenwicht die zich heeft mogen installeren tussen de ziel en het hart.
Op de weg leer je je grenzen kennen, jezelf te respecteren, zorg dragen voor jezelf, je lief te hebben…en misschien klinkt het cliché, ook al is het zo… Je kan alleen liefhebben als je jezelf liefhebt… Is dit dan egoïsme… Neen… je verwaarloosd en maakt de andere niet ongelukkig hiermee… Integendeel…je zal heel veel kunnen bieden zonder werkelijk iets te hoeven doen.

Benevento

Ik verlaat het station van Benevento. Opluchting. Wat een hemelsbreed verschil… een serene sfeer…eindelijk… Ik voel mijn lichaam in ontspanning gaan.
Ik wandel nog twee uur voor ik aan de kerk kom waar ik aanbel voor een overnachting.
De kerk heeft een wat bizarre toren… De raket van kuifje.

Nog voor ik de avond in ga, ga ik opzoek naar emmer en dweil. Een emmer is te vinden, de dweil wordt een stuk katoen. Kamer, badkamer, keuken… alles komt even onder Jasmine’s handen. Sommige pelgrim’s denken werkelijk dat ze op hotel zijn en vinden het overbodig te reinigen wat ze hebben gebruikt of vuil gemaakt. Werkelijk een gebrek aan respect naar de mensen die deze ruimte ter beschikking stellen, alsook naar medepelgrims.

Ik geniet van mijn werk niet enkel voor mezelf, ook te weten dat de volgende pelgrim misschien thuis gevoel zal hebben bij het aankomen.

Regio Napoli

Ik ga naar het plein waar ik gisteren voor het laatst Pico heb gezien. Geen levend wezend te bespeuren. Ik had ergens wel een beetje op gehoopt… weet dat het echter goed is zo.

In de verte komen drie dames aangewandeld tussen de fruitboomgaarden. De zwarte rechte jurken zorgen ervoor dat de rondingen minder zichtbaar zijn. Eenvoudige kralen sieren hun hals. De kapsels liggen piekfijn. Alsof ze net uit een poppenhuis komen, zo midden de gaarden. Naar waar ga je naartoe vragen ze me op een wat botte manier. Een botte manier die hier al een paar dagen duidelijk is. Waarschijnlijk wat typisch voor het zuiden. Ik blijf rustig en op een zachte manier reageren. Zo even eerst diep in en uitademen helpt altijd voor het terug reageren… het zorgt ervoor dat ik me niet laat meeslepen in de energie van de andere. En met deze handeling is net tijd genoeg om bewust in de situatie te zijn.
De dames praten zo snel tegen elkaar, nemen de tijd niet om te luisteren en hun reaktie is al klaar. Met een luide stem en handengebaar wijzen ze maar de andere kant op. Daarheen… daarheen.. Het scheelt niet veel of ze nemen me bij de arm.
“No, no… Via Francigena del Sud…. Si, si Campagna”…

Paprika, appels, pruimen, perziken, meloenen, pepers, zelfs tabak wordt hier gekweekt. Het valt me op dat minder en minder dames zichtbaar zijn in de loop van de dag. Het Zuiden is duidelijk meer een mannen wereld… in alle opzichten.
Een lange geasfalteerde weg met een kanaal scheiden de velden. Kilometers lang wandel ik niet enkel langs gaarden, ook langs asfalt, gedumpte vuil alken, plastiek van de serres, flessen water, metalen machines… ik kan het niet allemaal opnoemen. Broodbakken vliegen in het rond. Mijn hart doet pijn bij het zien. Het contrast is enorm bij het zien hoe hun domeinen verzorgt uitzien binnen hun muren en erbuiten ze er zo een vuilnisbelt van maken.

Op een versmald stuk. De gekende toeter achter me… Ik hoor de motor niet vertragen. Ik ga opzij.
“Een beetje geduld kan ook”, zeg ik terwijl hij voorbij rijd. Op zijn vracht de lege zakjes brood. Hij stopt en gaat achteruit. Duim en wijsvinger tegen elkaar terwijl hij me vraagt “Dove Vai”?, schuddend met zijn hand.
“Italy”, antwoord ik terug. “No capito”, zegt hij.
Ik spendeer er geen woorden niet meer aan. Hij rijdt weg. De lege broodzakken vliegen in het rond.

Een grote stofwolk voor me… een wagen aan hoge snelheid. Het dak is afgesneden, overal blutsen. Achteraan twee mensen van vreemde origine zittend op het metaal. Houten stokken tussen hen. De chauffeur, een blonde knaap, ernaast een wat oudere vrouw. Het lijkt net een beeld uit de brousse. De blikken van de twee mensen vooraan zijn gelijkaardig als mensen die ten strijde gaan en niets meer te verliezen hebben. Uitdagend, agressief, leeg… De jonge knaap kijkt naar de vrouw… Beiden lachen en bij het voorbij rijden geef hij extra plankgas zodat ik niets meer zie. Even stond de tijd stil.

Ik heb al veel gereisd beetje overal ter wereld… maar de sfeer en onveilig gevoel die in deze regio is…. Daar ga ik uit en weiger ik langer in te blijven.

Elvira van in Terracina had me hier ergens wel gemeld dat ik voorzichtig moest zijn. De vrouw gisteren had mij ook iets gemeld. Ik neem altijd wel zo een zaken met een korreltje zout en ga zelf graag ontdekken om geen verkeerde info te geven en niet mee te doen aan “ze zeggen dat…” Ze hadden het juist. Behalve op een iets, het zijn niet de refugees die gevaarlijk zijn, wel hun eigen bevolking.
Morgen (ondertussen… vandaag geworden) neem ik de trein en verlaat ik de regio van Napoli.

Morgen wandel ik verder vanuit Benevento… en ga ik de Appenijen in. In hoop dat ik terug de vriendelijkheid, open en spontane mensen mag ontmoeten van in de bergen.

Capua

Pico

De straten zijn leeg. De zon verbergt zich gelukkig nog wat achter de heuvels.
In een klein dorp komt een hond al blaffend aangelopen, al snel volgen er nog drie…
Ik heb geen ogen genoeg. Een wagen komt traag aangereden en doet de honden wegrennen…
Auto weg… Honden terug… Het lukt me om hen achter mij te laten.
Al twee dagen lopen er veel verloren honden rond. Bij sommige kan je zien dat ze angst hebben van de mens. Anderen zijn heel agressief.

Zeven uur een halte… Een ontbijt…
Een wielrenner vraagt me wat ik doe. “Via Francigena”. Een gans verhaal volgt, hij wijst naar de gele pijlen op een paal (de enige nog resterende signalisation van de VF del Sud).
Met een wat aandringende en dominante manier weet hij me te vertellen dat ik die weg niet moet nemen. Wel rechtdoor. Als ik de reden vraag, kan hij me geen antwoord geven…
Uiteindelijk blijf ik bij mijn weg volgen… Maar amai… om hierin te blijven staan.

Terug vertrokken… volgen al heel snel terug wat honden… Ik blijf altijd eerst staan, laat mijn hand dalen… Deze keer blijft er eentje met me meewandelen… De vagebond…ik noem hem ‘Pico’, waarom weet ik niet, klinkt wat Italiaans zekers.
Een fijne contact tussen ons twee. Als hij me niet meer ziet na een bocht komt hij even terug.
We dragen zorg voor elkaar. Hij beschermd me van andere wildlopende honden. Ik breng hem naar alle fonteinen en gem af te koelen.
Wanneer ik stop, stopt hij en wacht me op. Oh, wat moet ik met hem… In een winkel koop ik hem een stuk spek.
Een man vraagt me of het mijn hond is en zegt dat ik hem moet wegjagen. Wat ik niet kan. Ik kan dit dier niet verplichten iets te doen wat tegen zijn zin is.
Meer dan twintig kilometers samen op weg…

In het dorp waar ik aankom blijft hij aan de deur waar ik zal overnachten.
Na een douche ben ik nieuwsgierig hoe het met hem gaat en waar hij is. In het centrum zie ik hem uitgeteld liggen slapen. Verheugd hem te zien. Hij herkent me en volgt me tot aan het terras. Hij valt terug in slaap.
Wanneer ik ’s avonds nogmaals terug ga voor een avondmaal, is hij terug aktief en uitgerust. Ik ga op het plein zitten. Hij is er samen met andere honden. Ik roep hem… eerst twijfel… traag komt hij naar me toe… Hij herkent me… Blij komt hij tegen mijn been aanwrijven. Met zijn muil duwt hij mijn hand omhoog. Ik streel hem… Ik deel mijn avondmaal en ga terug naar mijn kamer. Op een bepaald moment blijft hij staan… Ik ben me bewust dat dit ons afscheid is…
Hij is vrij… Mijn compagnon… Pico, ik vergeet je niet. Dank je wel

Sessa Aurunca

Wat een nacht… koude douche… zweten… koude douche…hardnekkige tijgermuggen… Een ramp dus…allé, een ramp is het nu ook niet. Uitgerust ben ik niet.
Een goede nachtrust op de weg is van groot belang, eigenlijk altijd.
Iedereen slaapt nog in het Oratorio di Don Bosco. Gisterenavond hadden de kinderen een discoavond aan het strand.

Terug de Via Apia op, kilometers lang langs een drukke autoweg… Rechts, afgebakende hotels. Links, grote winkels… Naast mijn voeten, vuilnis. Ondraaglijke urine geur. Gedumpte vuilniszakken.
Zijbermen die niet onderhouden zijn.
Het is heet, geen wind die mijn lichaam kan afkoelen. Mijn huid is net een spiegel. Het zweet loopt van mijn knieën recht in mijn schoenen. Geen boom om af te koelen.

Al deze ingrediënten samen en het onverantwoord agressief grensoverschrijdend rijgedrag van de Italianen maken van deze weg een onuitstaanbare weg.
Aan welke kant ik ook stap van de weg, ik ben onveilig. Alle volle witte lijnen worden overschreden. Overal en gelijk hoe dubbelen de wagens elkaar. De toeter dient hier niet om de autorijder te beschermen, wel om te zeggen ik kom eraan maak maar plaats.
Wat heb ik een goede beschermengel, en de kinderen in de wagen ook, want meneer vind dat bellen en een bocht nemen aan hoge snelheid kon. BOENK… BOENK…mijn hart schrok.
Mijn eigen autodefensie wordt aangesproken… Mijn wandelstokken gaan zijwaarts…gespannen…alertheid…verdedigen…kwaad of eerder woedend. Een emotie die er ook mag zijn… en deze onder ogen zien en erkennen is even belangrijk als de andere emoties.

Ik probeer aandacht te geven aan mijn eigen woede… wat doe ik ermee… wat kan ik eraan doen…
Op een bepaald moment raast een wagen me zo voorbij dat ik me omdraai, mijn voeten zo stevig op de grond voel, een luide kreet laat… Uitlating… Het doet deugd… Nogmaals… Mijn stok gaat de lucht in alsof ik er een vuist meemaak… een kreet, tranen… Oeffff, ik voel me terug wat bijkomen… De eerste bar die ik tegenkom, stop ik. Uitrusten…bekomen…rust.
Ik laat deze weg mijn pelgrimstocht niet verknoeien…
Mij sterk houden daar heb ik geen zin niet meer, heb ik genoeg gedaan in het verleden en op termijn wreekt dit niet enkel op je lichaam, ook op je hele wezen.
Ik maak dan ook de keuze om de Via Appia in de volgende dagen als die er is met de bus te doen. Ik heb op deze weg de laatste drie dagen nu wel genoeg geduld gehad en getolereerd. Basta, zoals ze het in het Italiaans zeggen.

Zo een beslissing is niet altijd eenvoudig tijdens het pelgrimeren. Mentaal wordt je enorm op de proef gesteld. Eraan toegeven vraagt dan ook meer moed dan zich sterk houden.

Moe kom ik aan Sessa Aurunca. Ik stap binnen in een fotozaak, zo eentje waar de tijd is blijven stilstaan. Een vriendelijke dame helpt me aan een overnachting. Met mijn vertaler op de gsm proberen we te communiceren. Ze bied me een stoel, koffie en frisdrank aan. Ik zeg aan alles geen neen… Uitgeput…. Na een half uur kom ik terug op krachten. Ik voel zo mijn hele wezen terug in zachtheid komen. Om 20 uur wordt ik verwacht aan de Duomo meld de dame. Al zoenend nemen we afscheid. De vrouw vraagt me haar mee te nemen op de weg, zonder enige twijfel… ‘Si, si’, zeg ik haar.
Wat bijgekomen wandel ik verder in de stad en luister naar het muziek die er is…Een festival.

Om 20 uur ben ik op afspraak. Een priester en twee mensen van de parochie nemen me mee naar een plaats… Een hotel… Een aangeboden nacht… Mijn hart is geraakt in zachtheid…een warm wederzijds contact in zachtheid, in hartelijkheid ‘Grazie, mille grazie’… Zo dankbaar…traanvocht… En in een mum van tijd ben ik de agressie van de dag vergeten.
… Wederzijdse Liefde… Dit is het enige waar ik nog in geloof.

Vlinder

Vijf uur… mijn rugzak wordt geladen. Het bed opgemaakt. Het was heel aangenaam vertoeven in de abdij.
De paar dagen asfalt is wat voelbaar aan mijn scheenbeen.
Een camonionet rijd voorbij… stopt…en komt terug in achteruit… Zijn vracht… savooien.
Hij vraagt me naar waar ik ga… Ook al spreek ik niet zo vloeiend Italiaans, een kort gesprek lukt behoorlijk. En wanneer mensen elkander met open hart benaderen is veel begrijpbaar.

Een beeld van Sint-Rochus. Een pelgrim, vandaar waarschijnlijk ook zijn schelp. Een man die afstand deed van zijn rijkdom en titel… hij koos voor eenvoud en vertrok naar Rome. Op de weg verzorgde hij de andere pelgrims, zieken met de pest. Vandaag zou je hem een ‘hospitaliero’ kunnen noemen. Uiteindelijk stierf hij zelf aan de pest.

Op het nieuws… Refugees… een weigering. Langs de weg zijn vele Afrikanen en Indiërs op het land aan het werken. Onder de blakende zo’n, zonder afscherming, aan 3 euro per uur… De mensheid. We willen geen vreemdelingen, wel als ze kunnen opbrengen.

Gelukkig wordt de weg wat afgewisseld met de Via appia antica. Rustiger, afwisselend, gezondere omgeving. Onder mijn voeten de grote platte stenen…een niet gladgestreken weg, daar hou ik van. Het maakt het leven boeiend en rijk,
In tegenstelling tot de gladgestreken wegen waar je bijna als een robot gewoon vooruit gaat…

Een vlinder beweegt moeizaam voor me op de weg. Haar énergie is op. Ik neem haar mee en draag zorg voor haar. Wel 5 km stapt ze met me mee. Wanneer ik tempo neem opent ze haar vleugels… Aangekomen in Itry en na wat bijkomen… plaats ik haar in een bloeiende boom. Zodat ze verder op eigen krachten verder kan.

In Itry stap ik een kapsalon binnen, met een kort en luchtig kopje verlaat ik de zaak. Oef…
Olijf, sinaasappelboomgaarden. Granaatappel…. De zon… Geen wind, geen afkoeling.
In de verte de zee…een strand… 10 euro om een uurtje gebruik te maken van een zetel… Ik pas…
Na 32 km vind ik een slaapplaats in een voetbal kleedkamer. Een bed wordt er neergezet.
Op een paar meters…. Een strand…
Eindelijk mag ik na vele kilometers mijn lichaam laten rusten, gedragen worden.