Het altaar

Odéna maakt me duidelijk dat de weg die ik neem niet de juiste en een te lange weg is naar Perigeux. De GR 36 neemt me mee rond Angouleme en zou niet de kortste zijn. Ik kan haar volgen en begrijp waarom me dit wordt gemeld. Wanneer ik op de weg ben heeft ‘tijd en afstand’ geen belang voor mij.  In volle vertrouwen volg ik de weg, stap voor stap genietend van wat rond en in mij in beweging is, zonder me zorgen te maken voor morgen en wat komt.

Langs de velden werden electriciteitsdraden gespannen op een 60cm van de grond, om de velden te beschermen voor everzwijnen. Op andere plaatsen worden de draden gebruikt om ze samen te houden voor de jacht. Draden of niet, de sloebers hebben gevonden hoe ze te omzeilen. Waar ik wandel zijn immense graszoden omver geploeterd. Daar waar proteinen te vinden zijn. Uren stap ik verder, wetend dat ze ergens rond mij aanwezig zijn.

Bladeren dwarrelen heen en weer. Mijn broekzakken vul ik met kastanjes en noten. Appelbomen dragen heerlijk vruchten. Als ik deze avond zou kunnen koken dan zou ik al heel snel weten wat. De bladeren van de pisenlis eventjes in de pan. Appeltjes en noten wat laten roosteren. Een heerlijk slaatje.

De laatste drie dagen is het minder eenvoudig om een overnachtingsplaats te vinden. Mensen zijn achterdochtig en openen niet zo snel hun deuren. Blijkbaar een gekend gegeven onder de mensen. Later komt de bevestiging van les Charentais zelf. Na vier deuren ontvang ik de dikke sleutel van de kerk. Een kerk die niet meer in gebruik is. Ik slaap er op de enige tafel die er is. Hoog, droog, en beschermd. Het altaar. 

Le pardon

‘Merci beaucoup pour le delicieux souper’, zeg ik tegen de man van de epicerie terwijl ik een bord en broodmand terug breng. We praten over de weg en reizen. Sedert de camino heb ik een andere kijk op reizen en kan ik tenvolle genieten van wat dichtbij is. Er is hier zoveel te zien, te bewonderen, te ervaren.

Karmelieten klooster – La Rochefoucauld

La Rochefoucauld. Een terras, koffie en mijn dagboek. Ik kijk wat rond en kan me zo voor de geest houden hoe boeiend en bloeiend deze stad is geweest. 

Het vroegere Carmelietenklooster waar nu het rode kruis en de toeristische dienst is gevestigd trekt me aan. Kloostergangen en abdijen hebben me altijd al geboeid. Wat voelt het hier goed. Pas twee uur later verlaat ik La Rochefoucould via het kasteel.

In de verte een dreigende lucht. Kleurrijke bloemen kleuren de voorgrond. Een romaanse kerk. Ik ga binnen en ga rechtstreeks voor het altaar staan, plaats mijn wandelstokken voor mij. Eén been achteruit en buig door het voorste been. Alles gebeurd vanuit een vanzelfsprekendheid, alsof ik dit al altijd zou gedaan hebben. En toch is het niet zo. Ik begrijp het niet. Wat gebeurt er, gaat er door me heen. In mijn rug voel ik alsof er iemand mij duwt, dieper. Ik geef weerstand… Ik kan het niet houden en geef eraan toe. Op mijn knieën, dieper en dieper, voorovergebogen. Mijn hoofd op de grond. Ik begin te wenen…pardon…roep ik uit…pardon…snikkend…

Ik laat los…zucht. De kerk verlatend denk ik aan het ‘onze vader’ en wat al een paar maanden af en toe terug aan het licht komt ‘Le pardon’. Het wordt me duidelijk ‘pardonne-nous nos offenses, comme nous aussi nous pardonnons à ceux qui nous ont offensés’ . Geen één van beiden zijn mij vreemd, behalve één, hier niet vermeld, mezelf vergeven. Van wat, weet ik niet, wat ik wel weet is dat het juist voelt. Het voelt bevrijdend. Een zachtheid komt over me heen. En wat voelt het goed.

Angèle

In mijn handen, een hoofd. Iemand is gevallen. Ik bied hulp. Een rolstoel. Een luide kreet. Een café. Gezang… 

Ik voel een hand op mijn arm. Een aanwezigheid. Ik wordt gewekt midden een droom.

Chemonet

Met mijn fietslicht aan – die vastzit op mijn  wandelstok – verlaat ik het huis van het gastgezin. Zeven uur in de morgen. Het is donker. Het duurt even voor mijn ogen zich hebben aangepast in de duisternis. Ik geniet van wat zich rond mij afspeelt. Het ochtendgezang van de vele vogels. Mist die boven de velden zweeft. Het is zelf zo stil dat je de waterdruppels hoort een weg zoeken van het ene blad naar het andere.
De GR 36 slingert langs de Charente. Een brug hier en daar.

Het is stil in de dorpen. Verheugd ontmoet ik al heel snel de eerste bar-tabac waar ik een koffie kan drinken. Deze plaatsen, die ik weet te appreciëren op de weg, worden schaars. Ook de bakkerijen. Met de komst van de grote winkelketens, de vele taksen en nog zoveel meer, is het voor de kleinhandelaar niet evident om te overleven.

In de verte, windmolens, een dreigende lucht. Een regenboog. De aarde kleurt donkerrood-bruin. De wind voelt warm. Mijn regenvest en trui zitten nog heel diep weg in de rugzak. 

‘Bonjour madame, pouvez vous me dire si dans le village ils y a un point repos. Bar-tabac, boulangerie’, vraag ik laat in de namiddag aan een vrouw die uit het gemeentehuis wandelt. ‘Oh, ma petite dame. Oh non, tous ca a disparue. Vous voulez quoi?’ en ik word uitgenodigd op de koffie. Terwijl de koffie zijn eerste aroma verspreid, praat ik met de vrouw over het leven in de dorpen. We praten met elkaar alsof we elkander niet vreemd zijn. Bij het afscheid nemen zeg ik tegen de vrouw: ‘j’ai oublier votre nom madame et je ne sais pas pourqoui mes j’ai envie de vous appeler Angèle.’ ‘Ah, c’était le nom de ma maman. Moi, c’est Eliane.’ We groeten elkander, ik draai me nog even om en zwaai.

De natuur doet me zo goed dat ik blijf doorstappen. Boordevol energie. Net voor het donker worden hou ik een halte in een gite voor speleologen.

Groepen

Barrobjectif loopt op zijn einde, de laatste dag waar honderden mensen samenkomen om meer dan duizend beelden te zien. De ene reportage al wat meer rakend dan de andere. Wat mij vooral aanspreekt in beelden, is wanneer de fotograaf  je kan meenemen in het verhaal verder dan wat zichtbaar is voor het oog. Waar achter de eerste laag een diepere laag ligt die de kijker meeneemt in het diepste van zichzelf,  daar waar de fotograaf zelf is geweest om het beeld te kunnen maken. Een beeld die mensen samenbrengt. Zo had ik wel uren kunnen staan kijken voor een beeld van Isabelle Serro. Waar ik oog in oog stond met een vluchteling en waar zijn ogen zoveel vreugde en dankbaarheid uitstraalden. Een beeld met een ziel, een bijna levend beeld.

Na bijna drie weken Barro, neem ik afscheid van de vrienden, om dan het festival te verlaten in dankbaarheid richting Perigeux en nadien Bergerac. Het was een boeiende tijd in groep,  een niet evident gegeven voor mij. Al snel zag ik mijn valkuilen…en kon ik eruit leren. Kunnen blijven in groep staan in evenwicht, in eigen kracht met ruimte voor rust en ontspanning. Een onderwerp waar ik graag mee aan de slag zal gaan. ‘Zijn’ in een groep.
De zon vergezeld me langs de weg. Het aangenaam dorp Verteuil met zijn kasteel, waar je aan de molen heerlijk zelfgemaakte brioches kan eten.

Verteuil

Château de Verteuil

La Charente – Verteuil

De ruimte rond mij voelt supergoed. Ik sta stil. De wind, de zon, de talrijke dierengeluiden. De warme kleuren die de natuur met zich meebrengt. Het kabbelend water. Mijn armen openen zich. Adem. Een nieuwe weg tegemoet waar plaats is voor acceptatie, transformatie, integratie. Dankbaar.

Moederspin met haar kroost

Eglise St-Hilaire

‘Pardon madame, c’est ouvert l’église’. ‘Oui, allez-y’, vertelt de vrouw terwijl ze haar borstel in haar handen heeft en de trappen van de kerk vrijmaakt van alle afgevallen kastanje bladeren. Wat later zit ik met dezelfde vrouw – Christiane –  in haar huis, het pastorij huis,  koffie te drinken. ‘Waw, la vue est magnifique d’ici et quelle silence. Oh, habiter dans un presbytere. Cela a toujours etais mon rève’, vertel ik haar. Na de koffie nog eventjes verder wandelen op de GR en/of Turonencis, om nadien een eigen uitgestippelde weg te nemen richting Barro waar ik een paar dagen zal verblijven en meehelpen met de organistors tijdens de openlucht fototentoonstelling ‘Barrobjective’ die start op 16 september.

Eglise Saint-Hilaire – Melle

Doopvont eglise Saint-Hilaire

Eglise Sainte-Hilaire – Melle

Wat voelt het goed om de bekende paden te verlaten en op ontdekking te gaan. Het brengt  aktie op de weg – het voelt als je eigen leven in handen nemen, intiatief nemen – het is boeiend, vernieuwend, rijk. 


Bomen staan er kaal bij. Hoe bijzonder, ze hebben geen enkel blad niet meer. Geen schors. En toch staan ze nog stevig recht en zien ze er krachtig uit. Sommigen zijn een uitkijktoren geworden voor kraaien en andere vogels. Of zijn een steun geworden waar klimrozen opgroeien. Sommigen vormen een nieuw soort boom en zijn volledig begroeid met hedera (klimop).

In de bossen en langs de wegen heeft de buxus ook hier geen verweer kunnen bieden aan de buxusmot. De weg neemt me mee langs kleine dorpen waar niemand te zien is. Vele dorpen zijn voor de helft ook opgekocht door Engelsen.
Ik overnacht dan ook een nachtje bij engelse die hun land hebben verlaten. Ze komen hier de rust, stilte, maar vooral ook wat beter weer opzoeken. Eigenlijk voelt het wat vreemd, engels ipv franse taal

Melle

Een fysieke zware dag. Regen. Moe. En geen zin in woorden. Voor de rest gaat het goed. Een beeldverslag.

Openbare boekenkast

Een levensweg. Af en toe eens oplappen om dan terug af te pellen 🙂

Melle-eglise Saint-Pierre

Eglise Saint-Pierre

Lusignan

Oh waw, wat was het lang geleden dat mijn lichaam zo ontspannen voelt na een nacht slapen. Ik daal de trap af en open de keukendeur. ‘Bonjour Isabelle.’ ‘Bonjour Jasmine, bien dormi?’.

Terwijl we aan de ontbijt tafel zitten maakt Paul zich klaar voor zijn eerste schooldag. Een beetje later komt hij gepakt en gezakt naar beneden.
‘Vous pouvez rester ici et attendre jusque je revient ou partir. Tu fait comme tu veut.’ Wat vervelend en niet weten wat ik ermee doe vraag ik, ‘vous aimerez bien que je suis la au retour?’ ‘Bhein oui.’ ‘Ok, alors je reste.’ Waarom niet. Wat goed voelt waarom zou ik er dan niet op ingaan. Terwijl Isabelle haar zoon naar school brengt, vul ik mijn dagboek wat aan en ruim ik de tafel af. Een uur later heb ik fijne gesprekken met Isabelle over keuzes, het leven, de ogen van anderen, passie beleven, het lichaam, evenwicht….’aller question d’equilibre, je continue mon chemin.’ We wisselen gegevens uit, geven elkander een zoen.

Ik geniet van de stilte. Een stilte in mezelf, rondom mij… Het is alsof een zekere rust over de velden hangt. Zelfs een ree ligt te rusten op twee meter van me tot ze me hoort. Ik wandel kilometers lang, langs meter hoge muren waar  eglantier rozen – waarvan de rozebottels klaar zijn om te plukken- meidoorn, bramen en hedera in elkaar verweven zijn. Af en toe een rustplaats in een tuin met twee of drie grafzerken. De plaats waar vroeger en soms nu nog hier mensen worden begraven. In de tuin. Wat me opvalt is dat wanneer een dier wegrent, weg vliegt er geen geluiden bij komen, wat in de lente wel is. Zou de kreet dan te maken hebben met het feit dat in het voorjaar de kroost wordt beschermd? In een bos hou ik halte. Ik sluit mijn ogen en laat de verschillende geuren op me afkomen. Niet alleen de geuren worden intens bij het sluiten van de ogen ook de geluiden. Bladeren die naar beneden dwarrelen, een dof geluid op de grond, gekraak, de wind…

De platte dakpannen hebben reeds al een paar dagen plaats gemaakt voor halfronde. Geen zachte steen niet meer, wel harde. Ook de grond is veranderd van kleur, van wit naar een wat roze/rode tint.

Deze avond werd me duidelijk waarom ik twijfelde voor de refuge in het vorig dorp en waarom het niet lukte om er te verblijven. De twee pelgrims die ik ontmoet had voor Poitiers waren er. Zou mijn intuitie dan zo sterk kunnen zijn, of was dit toeval en maak ik mezelf dingen wijs. Dit zou wel straf zijn. Alhoewel. Ik ben er alvast niet mistevreden mee. Het was een aangename avond in fijn gezelschap.