Het altaar

Odéna maakt me duidelijk dat de weg die ik neem niet de juiste en een te lange weg is naar Perigeux. De GR 36 neemt me mee rond Angouleme en zou niet de kortste zijn. Ik kan haar volgen en begrijp waarom me dit wordt gemeld. Wanneer ik op de weg ben heeft ‘tijd en afstand’ geen belang voor mij.  In volle vertrouwen volg ik de weg, stap voor stap genietend van wat rond en in mij in beweging is, zonder me zorgen te maken voor morgen en wat komt.

Langs de velden werden electriciteitsdraden gespannen op een 60cm van de grond, om de velden te beschermen voor everzwijnen. Op andere plaatsen worden de draden gebruikt om ze samen te houden voor de jacht. Draden of niet, de sloebers hebben gevonden hoe ze te omzeilen. Waar ik wandel zijn immense graszoden omver geploeterd. Daar waar proteinen te vinden zijn. Uren stap ik verder, wetend dat ze ergens rond mij aanwezig zijn.

Bladeren dwarrelen heen en weer. Mijn broekzakken vul ik met kastanjes en noten. Appelbomen dragen heerlijk vruchten. Als ik deze avond zou kunnen koken dan zou ik al heel snel weten wat. De bladeren van de pisenlis eventjes in de pan. Appeltjes en noten wat laten roosteren. Een heerlijk slaatje.

De laatste drie dagen is het minder eenvoudig om een overnachtingsplaats te vinden. Mensen zijn achterdochtig en openen niet zo snel hun deuren. Blijkbaar een gekend gegeven onder de mensen. Later komt de bevestiging van les Charentais zelf. Na vier deuren ontvang ik de dikke sleutel van de kerk. Een kerk die niet meer in gebruik is. Ik slaap er op de enige tafel die er is. Hoog, droog, en beschermd. Het altaar. 

Le pardon

‘Merci beaucoup pour le delicieux souper’, zeg ik tegen de man van de epicerie terwijl ik een bord en broodmand terug breng. We praten over de weg en reizen. Sedert de camino heb ik een andere kijk op reizen en kan ik tenvolle genieten van wat dichtbij is. Er is hier zoveel te zien, te bewonderen, te ervaren.

Karmelieten klooster – La Rochefoucauld

La Rochefoucauld. Een terras, koffie en mijn dagboek. Ik kijk wat rond en kan me zo voor de geest houden hoe boeiend en bloeiend deze stad is geweest. 

Het vroegere Carmelietenklooster waar nu het rode kruis en de toeristische dienst is gevestigd trekt me aan. Kloostergangen en abdijen hebben me altijd al geboeid. Wat voelt het hier goed. Pas twee uur later verlaat ik La Rochefoucould via het kasteel.

In de verte een dreigende lucht. Kleurrijke bloemen kleuren de voorgrond. Een romaanse kerk. Ik ga binnen en ga rechtstreeks voor het altaar staan, plaats mijn wandelstokken voor mij. Eén been achteruit en buig door het voorste been. Alles gebeurd vanuit een vanzelfsprekendheid, alsof ik dit al altijd zou gedaan hebben. En toch is het niet zo. Ik begrijp het niet. Wat gebeurt er, gaat er door me heen. In mijn rug voel ik alsof er iemand mij duwt, dieper. Ik geef weerstand… Ik kan het niet houden en geef eraan toe. Op mijn knieën, dieper en dieper, voorovergebogen. Mijn hoofd op de grond. Ik begin te wenen…pardon…roep ik uit…pardon…snikkend…

Ik laat los…zucht. De kerk verlatend denk ik aan het ‘onze vader’ en wat al een paar maanden af en toe terug aan het licht komt ‘Le pardon’. Het wordt me duidelijk ‘pardonne-nous nos offenses, comme nous aussi nous pardonnons à ceux qui nous ont offensés’ . Geen één van beiden zijn mij vreemd, behalve één, hier niet vermeld, mezelf vergeven. Van wat, weet ik niet, wat ik wel weet is dat het juist voelt. Het voelt bevrijdend. Een zachtheid komt over me heen. En wat voelt het goed.

Angèle

In mijn handen, een hoofd. Iemand is gevallen. Ik bied hulp. Een rolstoel. Een luide kreet. Een café. Gezang… 

Ik voel een hand op mijn arm. Een aanwezigheid. Ik wordt gewekt midden een droom.

Chemonet

Met mijn fietslicht aan – die vastzit op mijn  wandelstok – verlaat ik het huis van het gastgezin. Zeven uur in de morgen. Het is donker. Het duurt even voor mijn ogen zich hebben aangepast in de duisternis. Ik geniet van wat zich rond mij afspeelt. Het ochtendgezang van de vele vogels. Mist die boven de velden zweeft. Het is zelf zo stil dat je de waterdruppels hoort een weg zoeken van het ene blad naar het andere.
De GR 36 slingert langs de Charente. Een brug hier en daar.

Het is stil in de dorpen. Verheugd ontmoet ik al heel snel de eerste bar-tabac waar ik een koffie kan drinken. Deze plaatsen, die ik weet te appreciëren op de weg, worden schaars. Ook de bakkerijen. Met de komst van de grote winkelketens, de vele taksen en nog zoveel meer, is het voor de kleinhandelaar niet evident om te overleven.

In de verte, windmolens, een dreigende lucht. Een regenboog. De aarde kleurt donkerrood-bruin. De wind voelt warm. Mijn regenvest en trui zitten nog heel diep weg in de rugzak. 

‘Bonjour madame, pouvez vous me dire si dans le village ils y a un point repos. Bar-tabac, boulangerie’, vraag ik laat in de namiddag aan een vrouw die uit het gemeentehuis wandelt. ‘Oh, ma petite dame. Oh non, tous ca a disparue. Vous voulez quoi?’ en ik word uitgenodigd op de koffie. Terwijl de koffie zijn eerste aroma verspreid, praat ik met de vrouw over het leven in de dorpen. We praten met elkaar alsof we elkander niet vreemd zijn. Bij het afscheid nemen zeg ik tegen de vrouw: ‘j’ai oublier votre nom madame et je ne sais pas pourqoui mes j’ai envie de vous appeler Angèle.’ ‘Ah, c’était le nom de ma maman. Moi, c’est Eliane.’ We groeten elkander, ik draai me nog even om en zwaai.

De natuur doet me zo goed dat ik blijf doorstappen. Boordevol energie. Net voor het donker worden hou ik een halte in een gite voor speleologen.

Groepen

Barrobjectif loopt op zijn einde, de laatste dag waar honderden mensen samenkomen om meer dan duizend beelden te zien. De ene reportage al wat meer rakend dan de andere. Wat mij vooral aanspreekt in beelden, is wanneer de fotograaf  je kan meenemen in het verhaal verder dan wat zichtbaar is voor het oog. Waar achter de eerste laag een diepere laag ligt die de kijker meeneemt in het diepste van zichzelf,  daar waar de fotograaf zelf is geweest om het beeld te kunnen maken. Een beeld die mensen samenbrengt. Zo had ik wel uren kunnen staan kijken voor een beeld van Isabelle Serro. Waar ik oog in oog stond met een vluchteling en waar zijn ogen zoveel vreugde en dankbaarheid uitstraalden. Een beeld met een ziel, een bijna levend beeld.

Na bijna drie weken Barro, neem ik afscheid van de vrienden, om dan het festival te verlaten in dankbaarheid richting Perigeux en nadien Bergerac. Het was een boeiende tijd in groep,  een niet evident gegeven voor mij. Al snel zag ik mijn valkuilen…en kon ik eruit leren. Kunnen blijven in groep staan in evenwicht, in eigen kracht met ruimte voor rust en ontspanning. Een onderwerp waar ik graag mee aan de slag zal gaan. ‘Zijn’ in een groep.
De zon vergezeld me langs de weg. Het aangenaam dorp Verteuil met zijn kasteel, waar je aan de molen heerlijk zelfgemaakte brioches kan eten.

Verteuil

Château de Verteuil

La Charente – Verteuil

De ruimte rond mij voelt supergoed. Ik sta stil. De wind, de zon, de talrijke dierengeluiden. De warme kleuren die de natuur met zich meebrengt. Het kabbelend water. Mijn armen openen zich. Adem. Een nieuwe weg tegemoet waar plaats is voor acceptatie, transformatie, integratie. Dankbaar.

Moederspin met haar kroost

Eglise St-Hilaire

‘Pardon madame, c’est ouvert l’église’. ‘Oui, allez-y’, vertelt de vrouw terwijl ze haar borstel in haar handen heeft en de trappen van de kerk vrijmaakt van alle afgevallen kastanje bladeren. Wat later zit ik met dezelfde vrouw – Christiane –  in haar huis, het pastorij huis,  koffie te drinken. ‘Waw, la vue est magnifique d’ici et quelle silence. Oh, habiter dans un presbytere. Cela a toujours etais mon rève’, vertel ik haar. Na de koffie nog eventjes verder wandelen op de GR en/of Turonencis, om nadien een eigen uitgestippelde weg te nemen richting Barro waar ik een paar dagen zal verblijven en meehelpen met de organistors tijdens de openlucht fototentoonstelling ‘Barrobjective’ die start op 16 september.

Eglise Saint-Hilaire – Melle

Doopvont eglise Saint-Hilaire

Eglise Sainte-Hilaire – Melle

Wat voelt het goed om de bekende paden te verlaten en op ontdekking te gaan. Het brengt  aktie op de weg – het voelt als je eigen leven in handen nemen, intiatief nemen – het is boeiend, vernieuwend, rijk. 


Bomen staan er kaal bij. Hoe bijzonder, ze hebben geen enkel blad niet meer. Geen schors. En toch staan ze nog stevig recht en zien ze er krachtig uit. Sommigen zijn een uitkijktoren geworden voor kraaien en andere vogels. Of zijn een steun geworden waar klimrozen opgroeien. Sommigen vormen een nieuw soort boom en zijn volledig begroeid met hedera (klimop).

In de bossen en langs de wegen heeft de buxus ook hier geen verweer kunnen bieden aan de buxusmot. De weg neemt me mee langs kleine dorpen waar niemand te zien is. Vele dorpen zijn voor de helft ook opgekocht door Engelsen.
Ik overnacht dan ook een nachtje bij engelse die hun land hebben verlaten. Ze komen hier de rust, stilte, maar vooral ook wat beter weer opzoeken. Eigenlijk voelt het wat vreemd, engels ipv franse taal

Melle

Een fysieke zware dag. Regen. Moe. En geen zin in woorden. Voor de rest gaat het goed. Een beeldverslag.

Openbare boekenkast

Een levensweg. Af en toe eens oplappen om dan terug af te pellen 🙂

Melle-eglise Saint-Pierre

Eglise Saint-Pierre

Lusignan

Oh waw, wat was het lang geleden dat mijn lichaam zo ontspannen voelt na een nacht slapen. Ik daal de trap af en open de keukendeur. ‘Bonjour Isabelle.’ ‘Bonjour Jasmine, bien dormi?’.

Terwijl we aan de ontbijt tafel zitten maakt Paul zich klaar voor zijn eerste schooldag. Een beetje later komt hij gepakt en gezakt naar beneden.
‘Vous pouvez rester ici et attendre jusque je revient ou partir. Tu fait comme tu veut.’ Wat vervelend en niet weten wat ik ermee doe vraag ik, ‘vous aimerez bien que je suis la au retour?’ ‘Bhein oui.’ ‘Ok, alors je reste.’ Waarom niet. Wat goed voelt waarom zou ik er dan niet op ingaan. Terwijl Isabelle haar zoon naar school brengt, vul ik mijn dagboek wat aan en ruim ik de tafel af. Een uur later heb ik fijne gesprekken met Isabelle over keuzes, het leven, de ogen van anderen, passie beleven, het lichaam, evenwicht….’aller question d’equilibre, je continue mon chemin.’ We wisselen gegevens uit, geven elkander een zoen.

Ik geniet van de stilte. Een stilte in mezelf, rondom mij… Het is alsof een zekere rust over de velden hangt. Zelfs een ree ligt te rusten op twee meter van me tot ze me hoort. Ik wandel kilometers lang, langs meter hoge muren waar  eglantier rozen – waarvan de rozebottels klaar zijn om te plukken- meidoorn, bramen en hedera in elkaar verweven zijn. Af en toe een rustplaats in een tuin met twee of drie grafzerken. De plaats waar vroeger en soms nu nog hier mensen worden begraven. In de tuin. Wat me opvalt is dat wanneer een dier wegrent, weg vliegt er geen geluiden bij komen, wat in de lente wel is. Zou de kreet dan te maken hebben met het feit dat in het voorjaar de kroost wordt beschermd? In een bos hou ik halte. Ik sluit mijn ogen en laat de verschillende geuren op me afkomen. Niet alleen de geuren worden intens bij het sluiten van de ogen ook de geluiden. Bladeren die naar beneden dwarrelen, een dof geluid op de grond, gekraak, de wind…

De platte dakpannen hebben reeds al een paar dagen plaats gemaakt voor halfronde. Geen zachte steen niet meer, wel harde. Ook de grond is veranderd van kleur, van wit naar een wat roze/rode tint.

Deze avond werd me duidelijk waarom ik twijfelde voor de refuge in het vorig dorp en waarom het niet lukte om er te verblijven. De twee pelgrims die ik ontmoet had voor Poitiers waren er. Zou mijn intuitie dan zo sterk kunnen zijn, of was dit toeval en maak ik mezelf dingen wijs. Dit zou wel straf zijn. Alhoewel. Ik ben er alvast niet mistevreden mee. Het was een aangename avond in fijn gezelschap.

Meloenfeest

Abdij van Ligugé

Tien uur de klokken luiden van de kerk van Ligugé. Zowat een vijventwintig mannen in donkerblauw-zwart gewaad wandelen per twee en na elkaar in stilte naar de kerk. Ik verlaat de kamer en trek de wijde wereld in. Rondom rond hoor ik geweer schoten. Honden die blaffen en een getoeter. Oeps, dit was me ontsnapt. De jacht. Ik blijf rustig verder stappen zonder me echt zorgen te maken. Ondertussen maak ik gebruik van FB voor een vraag in verband met het jachtseizoen. Zoveel jaren geleden kon een pelgrim dit niet voorstellen. De dorpen zijn stil, geen kat te bespeuren.

Vroeg in de namiddag zie ik plots veel wagens. Een feest, een braderie, een rommelmarkt…het meloenfeest. Ik laat me verleiden door een Mirabelle taart. Mensen staan me met grote ogen aan te kijken. Een grote rugzak en wandelstokken zijn waarschijnlijk niet de courante outfit voor op een feest. In een zaal een tentoonstelling. Op een tafel staan prachtig gedraaide houten voorwerpen. Ernaast een briefje met een naam en tourneur amateur. ‘Pardon monsieur, c’est vous le tourneur?’ ‘Oui.’ Een tengere man, kleine van gestalte, getekend door de tijd. ‘Pourqoui vous avez marque tourneur amateur, votre travaille est d’une qualité profesionelle.’ Wat beschaamd kijkt hij me aan. Een glimlach is ergens te zien in een verborgen hoekje. Zijn vrouw dankt me. Met de geur van het hout verlaat ik de zaal. Buiten zijn kinderen aan het spelen aan een kraam om eendjes en gekleurde ballen te vangen. Ik geniet van de vreugde van de kinderen. Bij het kiezen van hun beloning valt me iets op. Het kraam is verdeeld in twee. Rechts allemaal donkere kleuren en geweren, links roos en princessen. De kinderen kunnen enkel kiezen volgens geslacht. Een kinderkraam die is blijven stilstaan in de jaren stilletjes en vastgeroest in ideeën.

Een lange muur van droog hout. In de boomgaarden zie ik hier en daar geel verschijnen. Zou dit het begin zijn van de herfst die zich aankondigt. Het voelt wat bizar terwijl de krekels nog in volle glorie hun gezang laten horen. Een hert die een elegante sprong maakt over een heg. Een vos die me met grote ogen verwonderd aankijkt en verdwijnt tussen de lage braambessen struiken. Mijn hartje lacht en maakt een sprongetje en de kleine prins…

De wind blaast mijn haren naar achter en streelt mijn oren. Hier en daar een druppel regen. Ik laat mijn huid ervan genieten zonder ik me ga opsluiten in een of andere beschermkledingstuk. Met de vele trappen stijgen kom ik aan in Lusignan. Un refuge pelerin. Ik twijfel. Bel aan. De moeheid laat me in de twijfel. Er vloeit iets niet. Ik loop een uur rond op zoek naar een overnachting.  Tot ik het opgeef…een vrouw staat ontspannen aan haar deur. Een uitnodigende blik. Bij Isabelle en haar zoon Paul.

Poitiers

De koekoek. De ochtendzon komt de vergaderruimte verwarmen. Ik strek me uit, een nieuwe dag staat voor de deur. Nieuwe ontmoetingen met de ander, met mezelf.

Voor de eerste keer ontmoet ik twee pelgrims. Ik wandel eventjes met hun mee en al snel wordt het me duidelijk dat onze wegen snel zullen scheiden. Het geklaag over herbergen en de vele ‘moeten’ staan in sterk contrast met mijn ervaringen en ingesteldheid op mijn weg. Nederigheid.

Kathedraal Poitiers

Jezus in Gethsémani

Tot mijn grootste verwondering zijn de voorsteden van Poitiers heel aangenaam. Het vele groen is uitnodigend. Een babbel hier een babbel daar. Joggers, fietsers…
Ik negeer de borden van de GR en camino en wandel richting centrum. Verrassend. Een groot gebouw, de kathedraal. Een groen, blauwe verweerde deur nodigt me uit naar binnen te gaan. Ik bewonder de muurschilderijen van de heilige familie en Jezus in Gethsémani. Op een wand een ingekerfd labyrinth.
Verder naar het centrum, een veel kleinere kerk in een gele steen met zijn kleine bogen en houten verweerde deuren vallen me op. Terwijl menigte de braderie van het eerste weekend van september aflopen, zoek ik de rust op in l’église Notre-Dame la Grande. Bij het naar binnengaan word ik op de adem gegrepen. Het is alsof ik in een moederschoot terecht ben gekomen, zo voelt het. Donker, warm en de kleuren in de kerk, het gezang van de soprane versterken het geheel.

Eglise Notre Dame la Grande

Op een terras geniet ik van het zien van de vele mensen die voorbij komen. Een vrouw kijkt mijn rugzak aan. ‘Vous allez a Saint-Jacques?’ Dit was de eerste vraag van de vele andere. Zonder enige weerstand beantwoord ik de vragen. Een vloeiendheid en spontaniteit installeerd zich tussen ons. ‘Je peut vous poser une question?’, vraag ik na een eindje terug. ‘Oui.’ ‘Vous travailler dans une école, vous êtes instit?’ Een ja kwam en bracht bevestiging op het waarom van de vele vragen die ik mocht ontvangen. We blijven zowat bijna twee uur samen gedachten uitwisselen over het thema ‘liefde’. Ik denk dat als ik nog iets zou gaan studeren dat ik me aan een cursus filosofie waag. In het gesprek werden me plots dingen duidelijk over wat ik de voorbije dagen met me meedroeg. Soms kan men zodanig iets willen zoeken dat men het net niet vind. Ik kan het vergelijken met de momenten dat ik mijn bril zoek en hij gewoon op mijn neus staat. Tot ik er niet meer naar opzoek ga, en dan, eureka. Wel door het ‘willen’ te lossen, door het niet blijven vasthouden komt het antwoord soms uit het niets. Dit is ook wat liefde voor me is geweest in het nabij zijn met anderen, ook met mezelf, willen vasthouden. Liefde kan men niet vasthouden. Vasthouden uit angst te verliezen, angst voor het gemis die zich zou kunnen installeren bij het verlies, om de pijn. Er komen hoge verwachtingen, verlangens…. Net door het vasthouden gaat men iets verliezen en kan pijn voelbaar zijn. Door liefde in zijn pure vorm te laten zijn, kan het voelbaar breder gedragen  worden. Kan openheid aanwezig blijven voor vernieuwing, verandering en blijft de fijne energie leven doorheen wat is en komt. Liefde in relatie met al wat is.

Ik hoor mezelf zeggen, alle Jasmine, dat wist je toch al. Ja natuurlijk, alleen tussen het weten en voelen is er een groot verschil. Jaren kan men iets weten, daarom is het nog niet geïntegreerd.

Wat ik schrijf is misschien niet juist of klopt het voor de één niet, maar mischien wel voor de ander. Wat vandaag is,  is juist voor me in het nu, morgen kan het misschien terug anders zijn.  Ik vraag me eigenlijk af, bestaat de waarheid. Ik heb het idee van niet, ook waarheid is veranderlijk.

Ik neem afscheid van Flaurence en wandel nog een prachtig stukje natuur tot in Ligugé bij de monniken. 

La providence

‘Bonjour, bon chemin’, roept een vrouw me toe. Wat verder stapt ze van de fiets. ‘Heureusement que il fait moin chaud’, weet ze me verder te vertellen. ‘Oh, oui la fraicheur du matin fait du bien’, antwoord ik terug terwijl ik de straat oversteek. ‘Vous voulez des tomates pour la route?’ ‘Oh, bhein, je dirais pas non’. Een paar dagen terug vroeg mijn lichaam om water, om me te laten dobberen. ’s Avonds had ik een zwembad waar ik mijn lichaam kon laten drijven onder de sterrenhemel. Gisteren kwam in me op dat muziek en dans me goed zou doen. ’s Avonds mocht ik meegenieten van zwierende muziek en dans. Daarnet kwam bij me op dat ik groenten mis op de weg…en zie. ‘La providence’ Met een doos vol verse tomaten en wat peterselie neem ik afscheid van Annick.

Regen is op komst. Naast le vieux Poitiers een lange romeinse weg. Ik voel een beklemming boven mijn borstkas. Ik maak de riemen van mijn rugzak wat losser. Mijn lichaam schreeuwt binnenin en vraagt om een luide hoge kreet te kunnen uiten. Het lukt me niet. Een belemmering, angst. Angst om mezelf te verliezen, om gehoord te worden. En zo kom ik terug bij het gebied boven mijn keel. Een donkere dringende lucht, een weg, twee bomen. Ik hoop dat wat aanwezig is, tijdens deze tocht leven mag krijgen. Dat mijn kracht, vertrouwen en hoop in wat is en mag zijn me zal helpen vrijuit in liefde te mogen zijn.

Onder de paraplu sta ik aan het openlucht museum van la bataille de Poitiers. Een interessante geschiedenis over kelten, barbaren,  het geloof. Een tekst neemt mee in het verhaal, een beschrijving van in een heilig schrift waar letterlijk onder een vers geschreven staat: wie ten strijde vertrekt zal een grotere pardon ontvangen en verdient een grotere plaats in de hemel. Ik voel kwaadheid naar boven komen. Ik denk dat geen enkel mens die het hart op de juiste plaats heeft, die geweldloos door het leven is gegaan en gaat, ooit gemeld heeft te doden om de hemel te verdienen. Een mooi voorbeeld hoe machthebbers de bevolking in zijn greep heeft gehad en de bevolking manipuleert. En vandaag zijn er nog altijd die zich laten manipuleren. Goed en kwaad kan men vandaag zelf niet meer uit de geschriften halen. Het wordt tijd dat een herziening komt. Pijn is binnenin voelbaar aanwezig. Ik hoop dat er ooit een dag zal zijn waar de mens hier neen zal kunnen en durven tegen zeggen en waar we allen schouder aan schouder zullen kunnen staan in vrede zonder angst van machthebbers. 

Om de hoek in een bos. Een gegrom. ‘Mambo?’
Een vrouw volgt. Ze steekt haar hand op, een brede glimlach volgt. Soms zijn er van die contacten waar je voelt alsof je elkander al langer kent. We blijven zo een kwartier staan babbelen over de weg. ‘Il parait que il y a beaucoup de monde sur ‘la frances. C’est juste?’ ‘Oh vous savez si ont donne de l’atention au point noir en va le reçevoir. Et de meme si en voit le point blanc. En reçois ce que en veut voir’. ‘Oh, merci cela vient au bon moment. Demain c’est le bapteme de mon filleuil’. ‘Un jour je ferais le chemin et peut-etre plus vite que je le crois’, vertelt de vrouw me. De babbel is zo aangenaam dat het aanvoelt afsof we nog uren zouden kunnen babbelen. We nemen afscheid. ‘Comment tu t’apelle’, vraag ik. ‘Lucie’, terwijl ze zich nog omdraait en we naar elkander zwaaien.
Dit gesprek deed iets met me, alsof er antwoorden komen op de vragen waar ik me zo heb vastgehouden over het woord ‘liefde’. Alsof er op bepaalde plaatsen in mijn lijf openingen, doorstromingen komen. Ik laat het leven en in volle vertrouwen zal het me de komende dagen wel duidelijker worden.

Het laatste stuk van de dag brengt me over een lange weg tussen velden. Op en neer. Een weg die mijlen lang uitziet. Mijn voeten beginnen wat spanningen te voelen. In de verte een kerktoren. Dit zou wel mijn eindpunt kunnen zijn. Een weg die me doet denken aan la Meseta in Spanje op de Frances.