Pour la Vie

Een paar weken geleden belde ik naar een vrouw om meer info ivm ‘les Vierges consacré’.
Een gesprek van bijna twee uur tijd met een enthousiaste, en voor mij wat overweldigende vrouw. Ik hoorde ‘il doit, il faut, à Vie’… Ik voelde dat de woorden mij in een angst brachten en kon duidelijk gewaarworden hoe mijn lijf reageerde. Ik werd louter mentaal. “Oehoe, si j’entends tous cela il y a beaucoup de il faut, il doit, à Vie. Si je suis cette voie je vais justement m’éloigner de ma foi et le contacte que j’ai avec l’Esprit Saint. Je m’eloignerais de la providence, je retournerais en arrière, dans une manière de vie qui pour moi est venue impossible. J’attrape même un boufé de chaleur quand j’y pense”, deelde ik haar.
De vrouw begon te lachen en stelde me onmiddellijk op mijn gemak door te delen dat ook zij haar eigen weg volgde wegens haar job.
” Oef, tu me rassurés”, deel ik terwijl ik mijn lichaam terug voel zakken en ontspannen, “Je recent aussi très fort que je peut traverser c’est craintes, de toute façon tous mon être se sens poussé dans le dos, je ne peut plus et ne veut plus reculer et c’est dans la joie que je continuerais.”

Voor het slapen gaan trek ik een engelen kaartje.. ‘Overgave’.
Die nacht kwamen de woorden, ‘il doit, il faut, à Vie’ als een mantra doorheen mijn dromen. Onrust kwam aankloppen. Mijn ‘ mind’ bracht me in oude angsten… ‘en wat als ik verkeerd ben, en wat als ik me vergist heb, en wat als…’ Hey, hey Jasmine, ademen ademen:…sus ik mezelf. ‘Angst voor wat Jasmine, laat je door je angst niet vast zetten. Blijf trouw aan jezelf, aan je weg’. Ik besefte dat achter deze zinnen iets anders schuilde, waar het ‘ego’ heel sterk in is om te omzeilen… De angst om afgewezen te worden, uitgelachen, onbegrip…
‘Hey Jasmine kies je om je te verbergen achter die schijnveiligheid, achter de gedachte – ik zou zo graag zoals anderen zijn, het zou mijn leven gemakkelijker maken – maar als ‘ leeg, dood’ verder door het leven te gaan of verder in je kracht te gaan staan, je te laten zien, en vooral als ‘vol levend’ door het leven te gaan.
Niet te kiezen voor… ‘Mij te laten leven’ , wel… voor ‘te Leven’ .
Deugddoend die nachtelijke gesprekken en haha… die oude angsten en makelij van het hoofd die geen steek hebben.

Mondjes maat begon ik mijn weg te delen met anderen… In tegenstelling tot andere keren voelde ik hier duidelijk de noodzaak om bij iedere beweging een voor-tijdens-na moment te nemen en telkens kon ik gewaar worden hoe diep-dieper en breed-breder mijn fundamenten werden. Eén keer gebeurde het dat ik te snel achtereen wou delen en toen kwam door meheen ‘in alle intimiteit’. Mijn lijf voelde ‘vol levend’.

Ondertussen reeds weken geleden kenbaar gemaakt en wat ben ik er blij mee dat ik die stap heb gezet.

In alle intimiteit zo voelt mij weg aan… niet enkel een weg die zich op een bepaalde manier onzichtbaar verspreid rond mij, ook in mij, een stroming, een samensmelting van twee zielen die elkander terug hebben ontmoet in een onvoorwaardelijk liefhebben.

Oh… que OUI… ‘à Vie’

Obéir

La Colline Éternelle-Vézelay

Een blauwe lucht, de zon… een rust fladdert door de straten van la Colline Éternelle.
Ik duw een zwart metalen poortje open, trapje af. Een huisbel.
Broeder Pierre-Emmanuel doet open, “soyez la bien-venue.” “Merci, Pierre-Emmanuel.”
We nemen plaats in een knus, klein vertrek omgeven door boeken en met zicht op de tuin.
Ik deel wat er gebeurt is tijdens de Paaswake. Met aandacht luistert Pierre-Emmanuel. “Et tu a une idée comment tu vois ton chemin ?”, vraagt P. E. “Oh, comment je vois le chemin. Je peut que dire aujourd’hui avec grande certitude que je veut me marié à Jésus. Après je ne sait pas du tous. C’est aussi un peut nouveau de venir frappé à une porte d’un curé et de déplier comme cela ce qui c’est passer. Een stilte..
“Il y a, entré dans les ordre où continuer comme tu fait maintenant”, deelt P. E. “Oh, les ordres ce n’est pas mon chemin. Car quand on m’appelle, je prend la route, comme des racines qui ce propage sur la terre. Dans la foi et la confiance, dans l’instant présent. Car une petite boule en cristal je n’est pas. Au jour le jour et voir ce qui vient à moi.”

In het instituut kerk, katholieke kerk bestaat er zoiets als Heilige Maagden of Vierge Consacré in het Frans, klinkt in mijn oren wat oubollig.
Nadat zuster Christianne, reeds twee jaar geleden over sprak ben ik even gaan piepen. Een ritueel of heeft dit een andere naam binnen het instituut, het kan, ik weet het niet, is dat de persoon die deze weg neemt beloftes aflegd en het is de bisschop die de dienst doet.

Ik deel hierover aan P. E. “Il y a une chose que je suis certaine. Je me vois pas dans un voile blanc.” Waarschijnlijk was mijn non-verbaal ook duidelijk, we schieten in een lach. Hihi, soms zou ik wel eens mijn eigen expressief gezicht willen zien terwijl ik iets deel.

Een paar dagen later in een gesprek met A. hebben we het over hiërarchie, instituut kerk, over hiërarchie in de verschillende studies die ik deed.
Tot A. me deelt, “tu connais l’éthymologie de Obéir, qui veut dire en latin oboedire ?” “Non, mes j’aimerai bien entendre ton partage” “Cela veut dire écoute, prêter l’oreille à quelqu’un .”
‘Écoute, écoute… blijft door mij gaan’ “Ohhh… waw…”, een bevrijding is voelbaar doorheen mijn lijf, een weerstand is plots als lucht opgegaan en terzelfde tijd kan ik ook de uitdrukking gebruiken ‘ik heb het licht gezien’. “Merci pour ce partage. Bhein ça alors, la ou j’ai toujours u des combats intérieur sur ce qui est la hiérarchie, mes toute ma vie je suis déjà à l’écoute. Dans l’instant présent, la foi. Dans la providence, la providence c’est presque Obéir.” Obéir à l’Esprit Saint.

Ik voel dat het woord Obéire blijft ‘trekken’…. ‘soumettre aux impulsions de quelque chose, exécuter un mouvement commandé par l’homme, être soumis….staat verder geschreven in het woordenboek opgemaakt sedert het jaar stilletjes.

Obéir… gehoorzamen… is het werkelijk dit waar ik het moeilijk mee had. Of is het eerder een manier van optreden van iemand naar iemand vanuit een autoritair gedrag en dan nog meestal vanuit een hiërarchische plaats. (Een voorbeeld is hier overbodig, iedereen kan er voor zichzelf wel eentje naar boven halen.)
Een plaats waar, als men niet alert is het ego fiks kan gestreeld worden en misbruik kan gemaakt worden van zijn of haar positie, om dan vanuit deze positie wetten en regels op te dringen zonder werkelijk een stevig gefundeert argument te geven, of ontstaan vanuit ‘lucht’ zonder werkelijk zelf te hebben aan de lijve ervaren. Is dit dan ongehoorzamen, neen voor mij niet, eerder ik ben niet het ‘kieken zonder kop’, wat ik wel doe is gehoorzamen aan de uitnodiging van het ‘Licht’, daar waar mijn uniek Zijn Is.

Psaume 139

… In de verte zie ik Christian zijn weg verder zetten richting Le Chemin.
Terug naar de salle St. Jacques waar B. op me wacht.
In een gesprek deelt hij verder over zijn privé. Op mijn beurt deel ik hem de stappen die ik aan het nemen ben. “Oh, maar nu begrijp ik het, kan ik het plaatsen. Toen we gisterenmorgen samen aan tafel waren was er iets die mij triggerde. Ik kon het geen plaats geven. Ik voelde bij jou noch vrouw, noch man… het is alsof je daar boven staat”, deelt B.
“Jou delen raakt me B., dankjewel. Dankjewel om mij te zien.” Een traan rolt over mijn wang.

We vertrekken naar de winkel om boodschappen.
Nadien gaat B. naar de arts voor zijn been.
Wanneer hij terugkomt deelt hij wat ik reeds vertelde, een Tendinitis… rust, ijs, essentiële oliën van Helycrisum italicum, Gaultheria in Calophyllum.
12h…de klokken… Amai, wat is de morgen rap voorbij.
B. steekt zijn arm uit. Al grappend wandelen we over het plein naar de viering.
Wat hou ik van de vieringen met de fraterniteit van Jeruzalem. De gebeden zijn als mantra’s, zo noemen we dit vandaag, klinkt minder bedreigend, zoals Universeel, Vadershemels ipv God.
De synchroniciteit blijft verder gaan. De vele bevestigingen, die ik mag ontvangen zijn deugddoend en hartverwarmend.

De homélie…
Notre vie à la suite du Christ, notre vie de foi à toutes les caractéristique de la vie physiologique. Il y a une naissance, une vie qui grandit, une vie qui se nourrit de ses expériences.
Mais la comparaison s’arrête là, car arrivée à maturité, la vie naturelle, la vie humaine commence son déclin inexorable, la courbe s’inverse et les forces diminuent jusqu’à leur extinction.
Il en va tout autrement avec la vie qui est donnée par Dieu, certes elle aussi cette vie dans et de l’Esprit, peut décliner, s’assecher et nourrir. Tous ce qui détourne de Dieu peut nous faire réellement nourrir spirituellement, ne parle-t-on pas de péché mortel ?
Mais tel n’est pas la nature de cette vie que Dieu veut nous donner en partage.
Sa vie, une vie éternelle, infini.
Et si elle est infini, alors sa croissance n’a pas de limite en nous, notre vie de foi, notre vie à la suite du Christ ressuscité est toujours à nouveau appelée à grandir à ce développer, à faire de nouveaux progrès, à franchir de nouveau palier, de nouveau seuils, avec la grâce de Dieu.
Combien de paroles de Jésus, sont nudes, difficiles à entendre pour nous. On peut alors s’habituer à ne plus entendre ces paroles décourageantes.
On peut aussi récriminer secrètement contre elles, contre Jésus, avec toute sorte de stratagème au final faire dire au texte, à la parole de Dieu, ce que nous voulons lui faire dire.
Ayons le courage de regarder en face d’écouter ces paroles de Jésus qui nous scandalisent. C’est l’esprit qui fait vivre, la chair n’est capable de rien, les paroles de Jésus sont Esprit et elle sont vie.
A l’écoute des paroles de Jésus qui me scandalisent, me révolte, m’agasent, me déstabilisent… Qu’est-ce qui réagit, qu’est-ce qui dicte et orienté ma réaction: la chair, mon ego, mes peur, ma soif de pouvoir, de contrôle, de savoir, ou bien l’Esprit de Dieu qui se joint à mon Esprit.
Ce même esprit qui nous fait dire avec St. Pierre “Seigneur Jésus à qui irions nous ? Tu a les paroles de la vie éternelle, oui nous croyons et nous savons que tu es le Saint de Dieu. Sachons rendre grâce à Dieu qui veut voir notre foi grandir dans une liberté toujours plus adulte. Rendons grâce à Dieu pour sa patience et sa miséricorde. Rendons grâce à Dieu qui veut nous faire grandir dans la foi et la confiance. Rendons grâce à la confiance qui veut rendre libre de l’aimer et d’aimer nos frères, d’un amour toujours plus grand et plus fort. Vous donc soyez parfait, comme votre Père Céleste est parfait, oui seigneur je peux tout en toi qui me donne ta force, ton Esprit.

~Pierre Emmanuel, fraternité de Jeruzalem 24.04

Bij het verlaten van de viering deelt B al lachend, “Je vais t’appeler la Psaume 139.”
In de namiddag neemt B. contact met een priester. Wanneer hij terug komt vraag ik hem. “Alors tu a u une réponse satisfaite sur ta question sur l’Ancien Testament ?” “En a passé à coter”, zegt B.

Maandag ‘jour du désert’…geen Laudes bij de fraterniteit.
B. komt afscheid nemen – en ook al is zijn wandel-weg hier momenteel beëindigd, in drie dagen tijd zag ik hoe hij op een andere manier zijn pelgrimstocht mocht bewandelen – een knuffel, een zoen op de wang.
Ik vertrek naar La Cordelle, la Chapelle au pieds de la colline Éternelle, daar waar de Franciscanen in eenvoud geen vieringen delen.

OT

Groot timpaan – Basiliek Saint Marie Madeleine

Salle St. Jacques… De tafel wordt gedekt, er wordt gekookt… Deze avond zitten we met vier aan tafel. Rechts van mijn B., hij kwam gisteren aangewandeld vanuit Parijs. Een tendinitis vraagt hem te vertragen… een rustdag. Schuinover mij A. een vrouw die hier telewerk komt doen en om de lockdown in Parijs te vermijden. Vóór mij Christian, één van de zovele moedige Belgen. Zijn open blik, zijn glinsterende ogen en zachtheid doen me wat denken aan Vincent die ik een paar weken geleden mocht ontmoeten op de weg.

Plots deelt B. dat hij is beginnen lezen in het OT. “Wat ben ik geschrokken van het geweld dat geschreven staat in het Oud-Testament. Ah, echt dit heeft me geshockeerd en maakt me kwaad.”
“Ik kan je begrijpen, antwoord ik hem. Lang geleden deed ik dezelfde opmerking en begreep ik niet wat dit te maken had met het ‘Licht”. Waarom begreep ik het niet omdat ik de tekst plat leesde, in afscherming, overleving en weerstand leefde. Omdat ik veel buiten mezelf zocht. “
A. gaat er verder op in, ze kent de bijbel bijna uit haar broekzak. Volgde theologie en deelt catechese les aan jongeren.
Christian en ik blijven er rustig bij zitten en bekijken vanop afstand het gesprek. In stilte kijken we elkander soms aan en proberen in stilte verder te eten.
Een zekere spanning komt aankloppen. B. stelt vragen omtrent de inhoud en het brengt hem nog meer in stress omdat hij er geen antwoord op ontvangt. Het gesprek verliest zijn verbinding. Een over en weer gebabbel van losse woorden die vertrekken en waarop men terug kletst zonder werkelijk te laten aankomen. Net als een ping-pong balletje die over en weer gaat.
Na een eindje verlaat ik de tafel. Ruim af en maak het aanrecht wat netjes.
B. spreekt me aan “blijf je niet aan tafel, zullen we nog samen een dessert nemen?” Waarop ik me omdraai en zeg, “ik kom straks terug aan tafel. Ik zag de waarde er niet meer in om te blijven zitten. Het gesprek brengt geen aangename sfeer aan tafel, in de ruimte. Het is een constante ping-pong van woorden zonder enige verbinding tussen elkaar, waarop men uren kan verder gaan en jullie geen steek vooruit zal helpen. Doe gerust verder ondertussen ruim ik af. ” ” Excuseer me, je hebt wel gelijk. Ik heb me laten meenemen”, antwoord B. “Vraag morgen even raad aan één van de twee priesters, misschien kunnen zij je helpen. Ik denk dat het goed is voor ons allen dat de rust hier terug mag komen voor het slapen gaan.”
A. verlaat de ruimte in stilte.
Nadat de gemoederen zijn gesust, dek ik de tafel voor het ontbijt en gaan we allen slapen.

Mijn wekker… La salle St. Jacques. Ik kijk naar de tafel waar we gisteren zaten en herinner mij de situatie alsof ik naar een theater stuk kijk.
Ik zie de tafel duidelijk gesplitst. Rechts 2 mensen in sereniteit, rust, open, verbonden. Links 2 mensen, in spanning, stress, gesloten. Dualiteit ten top. Yin-yang.

Christian komt binnen. “Bonjour, bien dormis.” Zijn glimlach spreekt boekdelen.
Tu c’est Christian je peut te partager quelque chose d’hier ? “” Oui, bien sûr”.
En ik begin te delen hoe ik de tafel zie. “De situatie deed me een beetje denken aan de bijbel op zich. Het stuk die B. las in het OT, wat hem zo overstuur bracht was duidelijk links zicht-voelbaar aan tafel, de inhoud was levend. Rechts het NT. Men zou kunnen zeggen wat hij las was niet zozeer belangrijk, wel wat het in hem naar boven heeft gehaald. Het OT werd een spiegel.”
Ondertussen komt B binnen. Ik vraag hem of ik het ook met hem mag delen wat het bij me opriep. Zijn antwoord is positief.

Wat is het fijn om mensen te ontmoeten die de durf hebben om zich in vraag te stellen, die bereid zijn de weg te nemen van innerlijke groei naar een lichter en vrij leven.

Ik neem de bijbel in handen…en blader grof door het boek tot ik op het einde kom van het OT. “Zie je hoe het boek in elkaar zit? 3/4 OT, 1/4 NT. het NT die voor mij veel meer ‘licht’ bevat. Een vraag die ik me stel, heeft het werkelijk zin om te weten wat de inhoud is, wat waar is of niet. Helpt ons dit werkelijk vooruit. Het zou mooi zijn dat we vandaag evolueren naar 3/4 NT en 1/4 OT
En laten we ook kijken hoe waardevol je lezen was B in het OT. wat het bij je teweeg bracht en je deed inzien. Had je dit niet gelezen, had je de spiegel niet gehad. Dankjewel dat je het boek las, als een leesboek. Je delen, je vraagstelling. “

In de verte hoor ik de klokken luiden. Handig wanneer men geen uurwerk heeft. We vetrekken samen naar de basiliek. Vandaag mag Christian zijn zegen ontvangen.
Ik geraak vreugdevol ontroerd door de tekst die wordt voorgelezen… het vertrouwen in mezelf groeit.
Na de Laudes komen we buiten. Deelt Christian,” de tekst die werd voorgelezen dit gaat toch over wat je deze morgen deelde!” we kijken elkander aan. Onze ogen glinsteren.

Samedi 3e semaine Pâques
Jn 6, 60-69

De saint Bernard
au XIIe siècle
« Voulez-vous partir vous aussi ? »

Nous lisons dans l’Évangile que lorsque le Seigneur s’est mis à prêcher et, sous le mystère de son corps donné en nourriture, à instruire ses disciples sur la nécessité de participer à ses souffrances, certains ont dit : « Cette parole est dure », et ont cessé de l’accompagner. Mais comme Jésus demandait à ses disciples si eux aussi voulaient le quitter, ils ont répondu : « Seigneur, à qui irions-nous ? Tu as les paroles de la vie éternelle ».
De même, je vous le dis, frères, encore de nos jours pour certains les paroles de Jésus sont « esprit et vie », et ils marchent à sa suite. Mais à d’autres elles paraissent dures, si bien qu’ils cherchent ailleurs une misérable consolation. En effet « la Sagesse élève la voix sur les places », et plus précisément sur « la route large et spacieuse qui conduit à la mort », pour appeler ceux qui s’y sont engagés. « Quarante ans, dit un psaume, je me suis tenu proche de cette génération, et j’ai dit : ce peuple a toujours le cœur égaré ». « Une fois Dieu a parlé » : une fois, oui, parce que sa Parole est unique, sans interruption et perpétuelle. Il invite les pécheurs à rentrer dans leur cœur, parce que c’est là qu’il habite, là qu’il parle. « Si aujourd’hui vous entendez sa voix, n’endurcissez pas votre cœur ». Et dans l’Évangile ce sont presque les mêmes paroles : « Mes brebis entendent ma voix ». « Vous êtes son peuple, les brebis de son pâturage, si aujourd’hui vous écoutez sa voix. »

Sermon divers n°5, sur Habaquq ; PL 183,556 (trad. cf. bréviaire)