Duizend jarige Eik

 

Jasmine Debels (1 van 3)

Duizendjarige Eik

Spek, eieren, vers gebakken brood. Een stevig ontbijt. Een sms van Peter naar Elfried: ‘Waterfles niet vergeten in de koelkast’. Schattig! Mijn uurwerk. Oeps, bijna tien uur. De vraag ‘waar ben je morgen om elf uur?’ van Jacqueline was me ontsnapt. Nog een selfie en ik vertrek richting ‘de duizendjarige eik’.

Ik verlaat vandaag Limburg en ga terug Vlaams Brabant binnen. Een witte bestelwagen stopt. Een vrouw met een gevulde broodzak in de hand. De bakker. ”We hebben elkaar al eerder gezien op de weg”, vertel ik de vrouw. “Ja, waar gaat u eigenlijk heen?” “Naar de duizendjarige eik!” “Oh, dat is niet ver meer”, en de vrouw wijst me de weg. Ze stapt in de auto, claxonneert en roept “Veel geluk!” door het venster. Wandelend op het voetpad neem ik de gsm. Het notitieboekje. Ik noteer in het kort het voorbije gesprek. Aan mijn rechterkant iets blinkend. Metaalkleur. Het komt dichterbij… Te dicht. Een wagen in achteruit. Een paar seconden, meer is niet nodig. Mijn wandelstokken. Het geluid van metaal. Mijn hand, waarmee ik me afduw. Een kreet. Een sprong naar links. “Ben ik niet zichtbaar genoeg?!”, roep ik geschrokken naar de chauffeur. Hij stapt uit. “Sorry, ik had je niet gezien. Ik was gehaast. Gaat het met je?”, vraagt de man, zelf ook geschrokken. “Haast en spoed is zelden goed en het is ok met me”, meld ik, beseffend dat dit voor mij ook geldig is. “Ik was zelf niet honderd procent aanwezig op de weg, mijn excuses.” Ik steek mijn hand uit. Een stevige handdruk. De man krijgt tranen in zijn ogen. Ik geef hem een schouderklopje. “Je leeft maar één keer”, voeg ik toe. Ja, Jasmine, je leeft maar één keer. De telefoon verdwijnt in mijn zak.

Aan de eik lees ik de geschiedenis. Aan de andere kant zie ik een gekleurd jasje en hoor ik twee bekende stemmen. Een blij weerzien, een onverwachte ontmoeting. Jacqueline en Lieve, twee vriendinnen.

Een groot deel van de tocht wandelen we samen. De tijd vliegt. Uitgehongerd komen we om half drie aan in Diest. ‘Wannes Raps’. Ik word getrakteerd op een overheerlijke maaltijd. Een dubbele verrassing. Dank je dames. We bezoeken samen de prachtige Sint-Sulpitiuskerk en nemen dan terug afscheid van elkaar. Nog 7 km, Scherpenheuvel. Naar de basiliek. Naar  onthaalcentrum ‘De Pelgrim’. Ik bel aan. Peter en pater André ontvangen mij.

GPX bestand Eversel naar/à Diest

GPX bestand Diest naar/à Aarschot

Le chêne millénaire.

Des œufs et du lard, du pain frais. Un petit déjeuner copieux. Un sms de Peter à Elfried:  ‘Ne pas oublier la bouteille d’eau dans le réfrigérateur.’ Mignon! Ma montre. Holà, presque dix heures. La question, ‘ou es-tu demain à onze heures’, posée par Jacqueline m’a échappée. Encore un selfie et je pars vers le chêne millénaire.

Je quitte aujourd’hui le Limbourg pour rejoindre à nouveau le Brabant Flamand. Une camionnette blanche s’arrête. Une femme avec, dans les mains, un sac rempli de pain. La boulangère. “Nous nous sommes déjà rencontrées sur la route”, lui dis-je. “Oui, où allez-vous réellement?” “Au chêne millénaire.” “Oh, cela n’est plus loin”, et la femme me montre le chemin. Elle monte dans la voiture. Un coup de claxon et elle crie par la fenêtre, “Bonne chance!” Marchant le long du sentier je prends mon gsm, le bloc-note. J’écris en bref la dernière conversation. Sur ma droite quelque chose brille, de couleur métallique. Cela se rapproche…trop prês. Une voiture en marche arrière.

Quelques secondes, pas besoin de plus. Mes bâtons de marche. Le bruit du métal. Ma main qui me pousse au large. Un cri. Une esquive vers la gauche.  Surprise, je crie au chauffeur, “Ne suis-je pas assez visible?” Le chauffeur descend. “Mes excuses, je ne vous avais pas vu. J’étais pressé. Ça-va pour vous?”, me demande l’homme, lui aussi surpris. Je lui signale,  “Vite et bien ne vont pas ensemble et moi ça va”, me rendant compte que c’est aussi valable pour moi. “Je n’étais moi-même pas cent pourcent attentive au chemin, mes excuses.” Je lui tends la main. Une poignée de main ferme. L’homme a les larmes aux yeux. Je pause ma main sur son épaule. Et je rajoute, “On ne vit qu’une fois.”

Oui Jasmine, tu ne vis qu’une fois. Le téléphone disparait dans ma poche. Arrivée au chêne, je lis son histoire. De l’autre côté je vois une veste colorée et j’entends deux voix familières. D’heureuses retrouvailles, une rencontre inattendue. Jacqueline et Lieve deux amies.

Nous faisons une grande partie du parcours ensemble. Le temps passe vite. Affamées nous arrivons vers deux heures trente à Diest. ‘Wannes Raps’(un restaurant). On m’offre un délicieux repas. Une double surprise. Merci mesdames. Nous visitons ensemble la magnifique église de Saint-Sulpice et prenons congé. Encore 7 kilomètres pour Scherpenheuvel. Vers la basilique. Vers ‘le Pèlerin’ un centre d’accueil. Je sonne. Peter et père André me reçoivent.

 

Opoeteren

 

Jasmine Debels (5 van 5)

Drie zoenen en een grote glimlach. Zo nemen zuster Maria, zuster Marie-Thérèsa en ik afscheid van elkaar. Ik daal de trappen af en wens hen nog een goede bezinning. Op weg naar de Sint-Jacobskerk, waar de eenvoudige façade een mooie rococostijl onthult, hou ik nog even halt bij de Zusters van Liefde voor een stempel in mijn credential.

Ik vervolg mijn weg via de ‘Libellenroute’ in het natuurgebied ‘Tösch-Langeren’. Aan mijn linkerkant een grote waterpartij, golvend water. Verschillende vogels verpozen samen op het water. Libellen vliegen heen en weer. Witte vlinders vliegen per twee alsof ze achter elkaar aanzitten. In Neeroeteren zie ik jonge meisjes spelen met water en zeepschuim. Ik wandel het kampveld op en vraag naar de begeleiding. En naar het toilet. Ik loop door de vroegere koestallen. Ze kregen allen een fel kleurtje. Aan het plafond hangen slierten. Wanneer je er tegenaan loopt, blijven je haren erin kleven. In de keuken twee mama’s die aan het koken zijn. Twee grote kookpotten, pollepels. Het eten wordt verdeeld in kleinere porties. Hannelore, één van de mama’s, is al vijf jaar achtereenvolgend kok voor de kinderen van de Chiro van Essen. Morgen komen de allerkleinsten aan. Ze zijn dan in totaal met zeventig kinderen. Mijn petje af.

Mijn maag begint te knorren. Er resten me enkel nog twee melkbroodjes uit Bilzen. Niet genoeg om op krachten te blijven. Op het einde van de straat zie ik een vrouw in de tuin werken. Ik vraag of ze mij kan helpen met een boterham. Zonder enige twijfel maakt Esmeralda broodjes klaar, pakt alles mooi in en ik stap verder na een korte en intense ontmoeting. Het volgende stukje natuur op de grens tussen Neeroeteren en Opoeteren steelt mijn hart. Een natuurgebied van Natuurpunt. Afwisselend wandel ik over een knuppelpad en een aardepad. Links van mij een beekje, op de oevers veel varens. De natuur is hier zo mooi dat ik even de muggen vergeet. Het voelt hier vredig. Totaal anders dan de natuur van gisteren in de buurt van de zinkfabriek, het monostort voor vliegassen en de hoogspanning. De vogels laten zich van hun beste kant horen. Niet ver van het domein ’t Zaveltje, tref ik een bijzonder kapelletje. Er is hier iets heel sterks en puur aanwezig. Een wagen rijdt van het hof, de eigenaar. Ik krijg een briefje. Hij zegt: “Ga gerust binnen en steek een kaarsje aan, misschien zien we elkaar straks. “Ik doe het briefje open: ‘Vrouwe van Alle Volkeren’, en datum ’31 mei’. Mijn verjaardag. Vol energie wandel ik de laatste kilometers van vandaag. Mijn voeten zijn daar niet zo tevreden mee. Wanneer ik onderdak vind bij Jeannine en Florent voel ik een ontspanning over mijn hele lijf. In een warm nestje val ik in slaap.

GPX Bestand Maaseik naar Opglabbeek

Opoeteren

Trois baisers et un grand sourire, c’est la façon dont sœur Maria, sœur Marie-Thérèsa et moi prenons congé. Je descends l’escalier et leur souhaite encore une bonne retraite. En route vers l’église Saint-Jacques, dont la simple façade dissimule un style Rococo de toute beauté. Je m’arrête un instant chez les sœurs de la charité pour un cachet dans ma crédential.

Je continue ma route dans la réserve naturelle de Tösch-Langeren, par le ‘Chemin de Libellule’. Sur ma gauche un grand étang, le clapotis de l’eau. Divers oiseaux se trouvent ensemble sur l’eau, des libellules font des allers-retours.

Des papillons blancs volent par deux, comme s’ils se poursuivaient. À Neeroeteren je vois des jeunes filles jouer avec de l’eau et du savon. J’entre dans le campement et demande après les animateurs. Vers les toilettes… Je traverse les anciennes étables. Leurs murs ont tous été recouverts de couleurs vives. Au plafond pendent des rubans, si vous les frôlez au passage, vos cheveux y restent collés. Dans la cuisine, deux mamans qui préparent à manger. Deux grandes casseroles, des louches. La nourriture est partagée en plus petites portions. Hannelore, une des mamans, est pour la cinquième année consécutive cuisinière pour les enfants du Chiro de Essen. Demain arrivent les plus petits. Ils seront alors au total à soixante-dix enfants. Chapeau.

Mon estomac commence à gargouiller. Il me reste seulement deux pains au lait, de Bilzen. Pas assez pour prendre suffisamment de forces. Au bout de la route je vois une femme travaillant dans le jardin. Je lui demande si elle veut bien me donner une tartine. Sans aucune hésitation Esmeralda prépare des petits pains, emballe le tout soigneusement et je continue ma route après une rencontre courte et intense. Le prochain morceau de nature, à la frontière entre Neeroeteren et Opoeteren, vole mon cœur. Une réserve naturelle de ‘Natuurpunt’. Je me promène en alternance sur un ponton et un chemin de terre. Sur ma gauche un ruisseau, sur la rive beaucoup de fougères. La nature ici, est si belle que j’en oublie les moustiques. C’est paisible ici. Complètement diffèrent de la nature d’hier aux alentours de l’usine de zinc, la décharge de cendres volantes et des pylônes à haute tension. Les oiseaux chantent de tout cœur. Pas loin du domaine ‘’t Zaveltje’, une chapelle exceptionnelle. Il y a ici la présence de quelque chose de fort et de pur. Une voiture quitte, la propriété, le propriétaire. Il me remet un papier et me dit “N’hésite pas à entrer et allume une bougie, peut-être qu’on se verra tout à l’heure.” Je déplie le papier ,‘Vrouwe van alle volkeren’(Marie Reine). Une date le 31 mai.  Jour de mon anniversaire. Remplie d’énergie je marche les derniers kilomètres d’aujourd’hui. Mes pieds ne semblent pas apprécier. Quand je trouve un logement, chez Jeannine et Florent je sens tout mon corps se détendre. Je m’endors dans un nid douillet.

Vertrouwen

 

Jasmine Debels (1 van 1)-3

Heppeneert

Achter mij de voordeur van de pastorie van As. Voor mij een bijna leeg grasveldje op een paar witte partytentjes na. Ik wandel onmiddellijk de natuur in door het ‘Nationaal Park Hoge Kempen’. Als ochtendgymnastiek beklim ik de replicaboortoren, waarmee boormeester André Dumont in 1901 de eerste steenkool in As bovenhaalde. Honderdvijfendertig trappen. Boven heb ik een zicht over het nationaal park. Vanaf hier wandel ik elf kilometer lang in één rechte lijn richting Elen. Eindelijk kan ik de routebeschrijving eens voor een lange tijd in mijn broekzak laten. Op de weg heel veel fietsers en één vreemde eend. Vaak hoor ik mensen zeggen: “Voel jij je niet eenzaam?  Dit zou ik niet kunnen.” Zelden voel ik me eenzaam. Fietsers en wandelaars zeggen elkaar geregeld goedendag. Een klein en waardevol gebaar. Verbintenis. Ik stap een kampdomein op. Einde van het kamp. Spanning en stress zijn te voelen. Ouders schrobben de lokalen. Een lichte paniek is zichtbaar wanneer ik hen vraag om de toiletten te gebruiken. Een platte kaas en een yoghurt worden me aangeboden. Ook mijn twee resterende broodjes uit Bilzen eet ik op.

Met mijn lichaam terug op krachten, stap ik zelfverzekerd verder. Op de hoek een wit huis dat mijn aandacht trekt. Een vrouw spreekt me aan: “Naar waar gaat u?” “Naar ginder!” en ik stap verder. “Dat mag niet!” Nog altijd zelfverzekerd en met een vriendelijke glimlach antwoord ik, “Ja toch, dit is mijn pad, het is juist.” Tot de vrouw me meldt dat dit eigendom is van het Vipassana Meditatiecentrum. En plots wordt het me duidelijk dat mijn gedachten bij dit centrum liggen en effectief, hmmm, de wandelroute is er net naast. Hi, ik voel me net een puber die iets mispeuterd heeft. Een wielrenner en zijn vrouw keren even terug nadat ze mijn Jakobsschelp achterop hadden gezien. We wisselen ervaringen uit rond de camino, praten over de buurt waar ik nu door wandel. De vrouw zegt “Daar moet je toch sterk voor zijn om zoiets te ondernemen!” Deze zin blijft hangen. Ben ik sterk? Ik gebruik liever het woord krachtig. Vaak hoor ik angst bij de ander of verschillende redenen worden aangekaart om niet van start te gaan. Ik ben ervan overtuigd dat er heel veel mensen zo een weg kunnen afleggen. Vertrouw in jezelf. Vertrouw in wat de weg je brengt. Wanneer je de deur opent naar wat je binnenin voelt, dan geef je jezelf de kans om te groeien. Eenmaal die deur open is, geef je jezelf de kans om in je kracht te staan. Je komt in een wereld die je niet onbekend is. De wereld van je ‘Zijn’.

In Heppeneert volg ik een misdienst mee onder twee lindebomen. ’s Avonds kom ik bij de zusters Maria en Marie-Thérèsa terecht in Maaseik.

GPX Bestand Rekem naar/à  Maaseik

Confiance

Derrière moi la porte d’entrée du presbytère de As. Devant moi une pelouse presque vide, à quelques tentes près. Je marche directement à la rencontre de la nature dans ‘Le Parc National de la Haute Campine’(Nationaal Park Hoge Kempen). Comme gymnastique matinale, je grimpe à l’intérieur de la réplique de la tour de forage dans laquelle en 1901 André Dumont remonta le premier charbon de As. Cent trente-cinq marches. En haut une vue d’ensemble du Parc National.

À partir d’ici, je marche onze kilomètres en ligne droite, direction Elen. Enfin je peux laisser  la description de l’itinéraire, un long moment dans la poche de mon pantalon. Le long de la route beaucoup de cyclistes. Souvent je m’entends dire; “Tu ne te sens pas seule? Moi je ne saurais pas faire ça.” Il est rare que je me sente seule. Cyclistes et promeneurs se saluent mutuellement. Un bonjour, un petit geste précieux. Une connexion.

J’entre dans un campement. Fin du camp. Tension et stress sont présents. Des parents récurent les locaux. J’entends de l’anxiété, quand je demande à utiliser les toilettes. Un fromage blanc et un yaourt me sont offerts. Je mange aussi les deux pains qui me restent et qui viennent de Bilzen.

D’un pas ferme, et avec un corps qui a repris force, je continue ma marche. Sur le coin une maison blanche qui attire mon attention. Une femme m’adresse la parole, “Vous allez où?” “Vers là-bas!”, et je continue de marcher. “Vous ne pouvez pas.” Encore toujours confiante et avec un gentil sourire je lui réponds, “Si quand même, c’est mon chemin, et il est juste.” La femme me dit que c’est la propriété du Centre de Méditation Vipassana. Et soudain je me rends compte que mes pensées sont dans ce centre et effectivement, hmmmm, le chemin passe juste à côté. Hihihi, je me sens comme une adolescente ayant fait de travers.

Un coureur et sa femme reviennent sur leurs pas après avoir remarqué la coquille Saint-Jacques sur mon dos. Nous échangeons des expériences du camino. Parlons des environs dans lesquelles je me trouve aujourd’hui. La femme dit, “Pour entreprendre cela vous devez quand même être forte!” Cette phrase reste dans mes pensées. Suis-je forte? Je préfère le mot puissante. Bien souvent j’entends de l’anxiété chez les autres où de différentes raisons sont abordées pour ne pas prendre le départ. Je suis persuadée que beaucoup de gens peuvent faire un tel parcours. Avoir confiance en soi. Faire confiance à la route et à ce qu’elle vous apporte.

Quand tu ouvres la porte à ce que tu ressens au fin fond de toi, alors tu te donnes la chance de grandir, d’apprendre, d’évoluer. Une foi la porte ouverte, tu te donnes la possibilité de développer ta force intérieure. Tu entres dans un monde qui ne t’est pas inconnu. Le monde de ton ‘être’.

À Heppeneert je suis une messe sous deux tilleuls. Le soir j’atterrie chez sœur Maria et sœur Marie-Thérèsa à Maaseik.

 

fantAStival

 

Jasmine Debels (8 van 8)

“Ambulance, ambulance”, hoor ik plots in de stilte van de nacht. Ik slaap terug in. Uren later sta ik op. Ik laat de lucht uit mijn slaapmatje ontsnappen. De rugzak wordt gevuld. Na een koffie ga ik op zoek naar eten. De eerste keer binnen het project. Angst doet me twijfelen. Ik maak een klik in mijn hoofd. Ik stap een plaatselijke gekende supermarkt binnen en ga op zoek naar iemand die me kan helpen. De eerste persoon is meteen de juiste. De eigenaar. Twintig minuten later kom ik naar buiten met een halve kilo klaargemaakte aardappelen, broodjes, hespenworst en twee gezonde drankjes. Aan het politiekantoor, een bankje. Tijd voor een ontbijt. Ik kies voor de aardappelen, omdat ik ze niet koel kan bewaren. Een drankje. 

In Munsterbilzen, het plantendorp. Ik ontmoet er Mariette, zittend op een laag plastic bakje met een kussen erover gespannen. De opgeschoten Lobelia’s worden gekortwiekt. Een verjongingskuur in de hoop op nieuw leven. Ik hou haar wat gezelschap en zij mij. Het Munsterbos inwandelend zie ik een eekhoorn. Wat zijn die diertjes speels, snel en alert! Telkens brengen ze me vreugde.

Ik lees eventjes een boodschap op mijn blog. Tranen in mijn ogen. Wat doet het deugd te weten dat ik via mijn verhalen andere mensen kan ontroeren. Ik laat even mijn tranen vloeien. Al een paar dagen heb ik een latente hoofdpijn. Vocht, drukpunten, ontsteking… !? Ik drijf mijn vochtinname op en steek mijn camera in mijn tas, zodat die niet langer aan mijn nek hangt. Ik wandel een lang stuk langs een ‘monostort voor vliegassen’ en onder hoogspanning. Ahggrr…hopelijk mag dit snel veranderen. Aan de Lourdesgrot van Wiemesmeer eet ik de rest van de aardappelen en wat hespenworst. Dit doet me terugdenken aan mijn kindertijd en de picknick van op schoolreis. Het is hier stil, en weg van de drukte van de horecazaak aan de andere kant van de straat. Aan de kerk van Wiemesmeer trakteer ik mezelf op een koffie. Al heel snel zit ik met twee dames te praten. Een gezellige babbel met fijne mensen. Later besef ik dat ik zelfs hun namen niet weet (Facebook hielp mij hierbij, Marleen en Gerda). Een lange asfaltweg in een bos neemt me mee tot bijna in het centrum van As. Het asfalt doet mijn voeten geen deugd. Uit het bos trotseer ik de warmte, de autogeluiden en de drukte op de weg. In het Sint-Aldegondiskerkje zoek ik verfrissing. De kerk wordt vandaag gebruikt voor het ‘FantAStival’, een ecologisch familiaal festival voor jong en oud. Als een lopend vuurtje gaat het de ronde dat er een pelgrim aanwezig is. Ik word voorgesteld aan de één en de ander. Er wordt gezocht naar een oplossing voor een overnachting. Paula en nog mensen van de organisatie stellen me de pastorie voor. Een woonst waar ik altijd al van gedroomd heb. Ik geniet van de nieuwe ontmoetingen, het jeugdig spektakel van clown Pierke, de spontane glimlach van een klein meisje en de prachtige muziekband ‘Marble Sounds’.

GPX Bestand Munsterbilzen naar/à Rekem

FantAStival

“Ambulance, ambulance”, entendais-je en plein milieu du silence de la nuit. Je me rendors. Des heures après je me lève. Je laisse s’échapper l’air de mon matelas. Je rempli le sac à dos. Après un café je vais à la recherche de nourriture. La première fois durant ce projet. La peur me fait hésiter. Je fais un déclic dans ma tête. J’entre dans un supermarché connu de la région et vais à la recherche de quelqu’un pouvant m’aider. La première personne est la bonne. Le propriétaire. Vingt minutes plus tard je sors avec un demi kilo de pommes de terre préparées, des petits pains, du saucisson au jambon et deux boisons saines. À hauteur du commissariat de police, un banc. Temps de prendre le petit déjeuner. Je choisis les pommes de terre, puisque je ne sais pas les garder au frais. Une boisson.

À Munsterbilzen, village fleurie, je rencontre Mariette. Elle est assisse sur un bac en plastique bas avec un coussin tendu dessus. Les lobelias longilignes sont réduites. Une cure de rajeunissement et l’espoir d’une nouvelle vie. On se tient mutuellement compagnie. En entrant dans la forêt de ‘Munster’ je vois un écureuil. Que ces petits animaux sont joueurs, rapides et alertes! À chaque fois ils m’apportent de la joie.

Je lis un moment un message sur mon blog. Des larmes dans aux yeux. Que cela fait du bien de savoir qu’à travers mes récits je peux émouvoir d’autres personnes. Je laisse couler mes larmes durant quelques instants. Voilà déjà quelques jours qu’un mal de tête s’annonce. Humidité, points de pression, inflammation… !? J’augmente ma consommation de liquide et mets mon appareil photo dans son sac, au lieu de le pendre autour du cou. Je parcours un long bout de chemin le long de ‘La Décharge de Cendres Volantes’ et sous des câbles de haute tension. Ahggrr…j’espère qu’il y aura vite du changement. À la grotte de Lourdes de Wiemesmeer, je mange le reste de mes pommes de terre ainsi qu’un peu de saucisson au jambon. Ceci me fait penser à mon enfance et au pique-nique des voyages scolaires. Ici le silence règne, je suis à l’écart de la salle de restauration située de l’autre côté de la route. À hauteur de l’église de Wiemesmeer, je me paie un café. Très vite j’entre en conversation avec deux dames. Une conversation agréable avec de braves gens. Plus tard je me rends compte que je n’ai même pas leurs noms. (FB m’aide ici, Marleen et Gerda). Un long chemin en asphalte traversant un bois me mène presque jusqu’au centre de As. L’asphalte ne fait pas de bien à mes pieds. Sortie du bois je défie la chaleur, le bruit des voitures et le trafic sur la route. Dans la petite l’église de Saint-Aldegonde je cherche la fraicheur. L’église est aujourd’hui utilisée pour le FantAstival. Un festival écologique familial pour petits et grands. La nouvelle qu’un pèlerin est présent se répand comme une trainée de poudre. Je suis présentée à l’un et à l’autre. On cherche à me loger pour la nuit. Paula, est d’autres membres de l’organisation me proposent le presbytère. Une habitation dont j’ai toujours rêvée. Je profite des nouvelles rencontres, du spectacle pour jeunes du clown Pierke, du rire spontané d’une petite fille et de la belle fanfare de ‘Marble Sounds’ .

 

De Postbode

 

Jasmine Debels (2 van 10)

Goed geslapen en uitgeslapen ben ik voor mijn wekker op. De ochtendgebeden. Ontbijt en dan samen met de zusters naar de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek van Tongeren voor de eucharistieviering. Het evangelie volgens Matteüs is heel toepasselijk. “Jezus zei tot de apostelen, “Als jij in een stad of in een dorp komt, onderzoek dan wie waard is je te ontvangen en verblijf daar tot jij terug vertrekt. Wanneer je dat huis binnentreedt, breng het je vredegroet; en wanneer het die waard is mag je vrede over dat huis komen, maar wanneer het die niet waard is, dan keert je vrede tot je terug. Als men je ergens niet ontvangt en niet naar je woorden luistert, verlaat dan dat huis of die stad en schudt het stof van je voeten…“ (voor interpretatie vatbaar). Een zuster en ik kijken elkaar aan. We glimlachen naar elkaar. Na de dienst zegt ze: “Jij hebt het stof van je schoenen niet moeten afschudden.”

Na de eucharistieviering keer ik samen met de zusters terug naar het klooster. Boterhammen smeren, koffie drinken. Zuster Rita komt me een geschenk brengen. Een boek over het 150-jarig bestaan van de Grauwzusters. “Zuster, dankjewel. Ik neem het met plezier aan. Voor het gewicht zal ik het hier laten liggen en in het najaar kom ik bij jullie op bezoek. Ik zou het dan ook fijn vinden dat jullie allen jullie naam erin schrijven.” “We kunnen het ook opsturen.” “Neeneen zuster, ik kom er met plezier om.”  Ik word uitgenodigd voor de zevenjaarlijkse Kroningsfeesten in 2016. Een Mariaverering. “Ik kom met plezier, zusters, en vier dit graag samen met jullie allen.” Ik verlaat laat in de morgen het klooster. Ik geef aan allen een kus. “Dankjewel voor je vriendschap”, roept zuster Lucia nog, terwijl ik in de deuropening sta.

Naar de basiliek om een pelgrimsstempel. Lang geleden dat ik nog zoveel mensen op een ochtend in de week in de kerk samen heb gezien. Terug op de weg. Ik hoor iemand fluiten. De postbode. “Dat is een vrolijke postbode”, roep ik terwijl hij verder fietst. “Moet wel hé!”, roept hij al lachend terug. “Dat is plezant hé!”, roep ik terug. Ilyas, de postbode. “Een naam afkomstig uit Pakistan,” weet hij me met fierheid te vertellen. ”Mijn ouders waren ooit in Pakistan. Hadden er geldproblemen. Een Pakistani hielp hen. Hij heette Ilyas.” Ilyas trapt al fluitend verder op de ronde van zijn vader.

Na een bocht, een rozenhaag. Een verrassende geur. In Alden Biesen vraag ik info in het toeristisch bureau. Fonny doet verschillende telefoons om een overnachting te vinden. Tevergeefs. Ik krijg zijn telefoonnummer voor het geval ik geen overnachting zou vinden. Ik besef plots dat de dag aan mij voorbij is gegaan, alsof die er niet is geweest. Een groot deel van wat ik gezien heb ontsnapt me. Niet getreurd. De gevoelens ben ik niet verloren. Een glimlach en een goed gevoel komen naar boven. Dit zegt vandaag voor mij veel meer dan woorden. Deze avond luister ik naar de 30.000ste ‘Last Post’. Niet in Ieper deze keer, wel in Bilzen aan de brandweerkazerne, waar ik in een vergaderruimte zal overnachten.

GPX Bestanden Tongeren naar Munsterbilzen/ Tongres à Munsterbilzen

le facteur

Ayant bien dormi et étant bien éveillée, je suis debout avant que mon réveil ne sonne. Les prières du matin. Petit déjeuner, puis me rendre en compagnie des sœurs à la Basilique Notre-Dame de Tongres, pour la messe. L’évangile selon Mattheus est de mise. “Jésus dit aux apôtres, ‘si vous logez dans une ville ou un village, recherchez qui est digne de vous recevoir et restez alors là jusqu’à votre départ. Quand vous entrez dans une demeure apportez lui votre salutation de paix, et si elle en est digne alors votre paix peu y être rependue, si elle n’en est point digne votre paix vous sera rendue. Si quelque part on ne vous reçoit pas et que l’on n’écoute pas votre parole, quittez alors cette demeure, cette ville et enlevez la poussière de vos pieds…’ “(ouvert à l’interprétation).

Mon regard croise celui d’une sœur. On se souri. Après le service elle me dit, “Tu n’as pas du ôter la poussière de tes pieds’.

Après la messe je rentre au couvent avec les sœurs. Préparer des tartines, boire du café. Sœur Rita m’apporte un cadeau. Un livre sur la fête d’anniversaire des ‘Grauwzusters’. “Merci beaucoup ma sœur, je l’accepte volontiers. À cause du poids je vais le laisser ici et viendrais le chercher et vous rendre visite cet automne. Cela me ferais plaisir que vous y inscriviez toutes vôtre nom.” “Nous pouvons aussi l’envoyer.” “Non, non ma sœur je viens le chercher avec plaisir.” Je suis invitée à la fête du couronnement ayant lieu tous les sept ans. Une célébration de Marie. “Je viens avec plaisir ma sœur pour fêter cela avec vous toutes.” Je quitte le couvent tard dans la matinée. J’embrasse chacune d’entre elles. “Merci pour ton amitié”, me dit encore sœur Lucia lorsque je me trouve déjà dans le portail.

Vers la basilique pour mon poinçon de pèlerin. Voilà déjà bien longtemps que je n’ai vue tant de monde dans l’église un matin de semaine.

De retour en chemin. J’entends quelqu’un siffler. Le facteur. “Ça est un facteur de bonne humeur”, lui dis-je alors qu’il continue de pédaler. “Ça doit bien hé!”, me répond-il en souriant. “C’est amusant, hein”, lui dis-je à mon tour. Ilyas, le facteur. “Un nom venant du Pakistan”, me dit-il avec fierté. “Mes parents étaient autrefois au Pakistan. Ils avaient des problèmes financiers. Un Pakistanais les a aidés. Il s’appelait Ilyas.”  Ilyas continue de pédaler en sifflant pour continuer la tournée de son père.

Derrière un tournant, une haie de roses. Une odeur surprenante. À Alden-Biesen, je demande des renseignements au bureau du tourisme. Fonny passe plusieurs coups de téléphone à la recherche d’un hébergement pour la nuit. En vain. Il me donne son numéro de téléphone au cas où je ne trouverais pas ou loger. Je me rends soudainement compte que la journée c’est passée sens que je m’en aperçoive. Une bonne partie de ce que j’ai vue m’échappe. Pas de soucis. Les impressions ne sont pas perdues. Un sourire et un bien-être m’envahissent. Cela signifie pour moi aujourd’hui beaucoup plus que des mots. Ce soir j’écoute le 30000-ième ‘Last Post’ pas à Ypres (Ieper); cette fois, à Bilzen à hauteur de la caserne des pompiers où je vais passer la nuit dans une salle de réunion.

 

Spikboomkapel

Jasmine Debels (1 van 1)-2

Dries en Seppe

 

Een paar kilometers buiten de stad Sint-Truiden zoek ik de Spikboomkapel. Ik hoor geklop en getimmer. Op een eilandje op de hoek van een straat, twee mannen, een gebinte, een lemen muur. De kapel is in renovatie. Een hond komt blaffend aangewandeld ‘Blaika’. “Is dit de Spikboomkapel?”, “De Spikboomkapel, ja”, antwoordt Seppe. “Amai, zo een mooi werk dat jullie hier doen”, zeg ik vol bewondering. Een beitel, een werkbank, eikenhout, een gat en een pen. Volgens de ‘regels van de kunst’ en met veel zorg wordt deze kapel gerestaureerd. Het totaalplaatje klopt gewoon. Twee mooie mannen (Seppe en Dries), vakmanschap, een kapel.

Het korte moment dat ik bij hen stond was zalig. Wanneer ik verder wandel, blijf ik het getimmer nog een eindje horen. Negen kilometer wandel ik op Romeinse kasseien langs vele historische punten. Aan het eerste punt een galg en een bank. Op de bank zit Coos, een fietser op doortocht op de LF-route. Ik zet me erbij. Onze onderwerpen: fietsen, wandelen en vooral ervaringen delen over de camino naar Santiago. Coos was er een paar jaar terug. Met zijn 71 jaar doet hij dit prima.

De weg gaat op en neer, schitterende vergezichten tussen de wisselende fruitboomgaarden. Af en toe een korte regenbui. De weg heeft iets mysterieus. Niet vreemd wanneer je hoort over Tjenne de heks, galgen, Onze-Lieve-Vrouwkes, kastelen. Ik hou halt aan een eikenbosje. De bomen hebben takken met grillige vormen en een laag bladerdek. Stilte. Een briesje komt voorbij. Ik draai me om. Ik schrik. Op één meter achter me, een schaap. Het staat me onbeweeglijk aan te kijken. De lucht wordt egaal grijs. Ik zal er deze keer niet aan ontsnappen. Rugzak inpakken. Fototoestel in veiligheid brengen. Regenvest aan. Check, alles klaar. Al zingend ga ik verder. Van het liedje ‘In het bos daar staat….’ maak ik een eigen versie. “In de straat daar staat een huisje. Keek eens even door het raam. Kwam een vrouwtje aangelopen. Klopte even aan. Help mij! Help mij! Uit de nood. Of mijn buikje is in nood. Kom maar in mijn huisje fijn. ‘k Zal je dankbaar zijn.” Het begint te gieten, de regen valt met bakken uit de lucht. Al wiebelend en zingend ga ik verder. Ik breng mijn nacht door bij de Grauwzusters in Tongeren. ’s Avonds zit ik met zeven zusters rond de tafel. De verhalen vloeien, het één na het ander. De zusters luisteren aandachtig. Voor het slapengaan zit ik nog samen met hen in het salon. Wat voelt het hier goed. Na de late uurtjes van de laatste dagen probeer ik er deze avond vroeg in te kruipen.

Voor het slapengaan krijg ik nog een boodschap via Facebook van Seppe.

‘Jasmine, je verkwikte vanmorgen onze werf tijdens je bezoekje. Het bleef nog even hangen…We wensen je een behouden reis en met die glimlach op je gezicht ga je nog mooie mensen ontmoeten. Geniet van je pelgrimstocht’. Met deze mooie woorden gaat mijn nacht in.

GPX Bestanden Sint-Truiden naar Tongeren / Saint-Trond à Tongres

La chapelle de l’Aubépine

À quelques kilomètres, en dehors de la ville de Sint-Trond (Sint-Truiden), je cherche la chapelle de l’Aubépine (Spikboomkapel). J’entends des frappements et du martelage. Sur un îlot au coin d’une rue, deux hommes, une charpente, un mur en argile. La chapelle est en rénovation. Un chien approche en aboyant ‘Blaika’. “Est-ce la chapelle de l’Aubépine?”

“Oui”, répond Seppe. “Eh bien dite, quel beau travail vous faite”, dis-je émerveillée. Un ciseau à bois, un établi. Du bois de chêne, un trou et une cheville. Cette chapelle est restaurée selon ‘les règles de l’art’ et avec beaucoup de soin. Le tout est exacte. Deux beaux hommes; Seppe et Dries, de l’artisanat, une chapelle.

Le court moment passé en leur compagnie était sublime. Je continue à entendre le martelage en m’éloignant. Je marche durant neuf kilomètres sur des pavés romains et leurs nombreuses histoires. Au premier point de repère, une potence et un banc. Assis sur le banc, Coos. Un cycliste de passage sur la LF-route. Je m’assieds à ses côtés. Notre sujet de conversation, le vélo, la marche et surtout le partage d’expériences durant le camino. Coos y était voilà quelques années. Il porte bien ses 71 ans.

La route monte et descend, de magnifiques vues entre les vergers alternants. De temps à autre une courte pluie. Le chemin a quelque chose de mystérieux. Pas drôle quand on entend les histoires de Tjenne la sorcière, de la potence, des chapelles de la Sainte-Vierge, des châteaux.

Je fais halte près d’un bois de chênes. Les branches des arbres ont des formes capricieuses, un feuillage bas. Silence! Une brise passe. Je me retourne. Je sursaute. Un mètre derrière moi un mouton. Immobile, il me regarde. Le ciel tourne au gris. Cette fois je ne vais pas y échapper. Emballage du sac à dos. Mettre l’appareil photo en sécurité. Endosser ma veste de pluie. Voilà, tout est prêt. Je continue mon chemin en chantant une chanson Flamande, dont je fais ma propre version. ’In de straat daar staat een huisje. Keek eens even door het raam. Kwam een vrouwtje aangelopen. Klopte even aan. Help mij! Help mij! Uit de nood. Of mijn buikje is in nood. Kom maar in mijn huisje fijn. ‘k Zal je dankbaar zijn.’

Il commence à dracher. La pluie tombe à flots. En dansant et en chantant je continue ma route. Je passe la nuit chez les ‘Grauwzusters’ à Tongres (Tongeren). Le soir je suis attablée en compagnie de 7 sœurs. Les histoires se succèdent. Les sœurs écoutent attentivement. Avant d’aller me coucher nous passons encore un peu de temps ensemble dans le salon. Qu’on est bien ici.

Vu les heures tardives des derniers jours, j’essaie de me coucher tôt. Avant de m’endormir je reçois encore un message de Seppe sur FB. ‘Jasmine tu as rafraîchi notre sentier ce matin par ta visite. Cela resta encore quelque temps dans l’air. Nous te souhaitons un bon voyage et avec ton sourire tu rencontreras certainement encore de belles personnes. Profite bien de ton pèlerinage’. Je commence ma nuit avec ces belles paroles.

 

 

Joske

 

Jasmine Debels (11 van 14)

Provinciedomein ‘Het Vinne’

Na een half uur stappen sta ik ergens middenin de velden nog altijd dichtbij Attenhoven. De natuur weet me te boeien. De zon tovert een gordijn van stralen doorheen de grijze wolken. De zwaluwen vliegen heel laag over de velden. Zou er regen op komst zijn? Ik wandel vandaag van Brabant naar Limburg. De boomgaarden wisselen voortdurend. Appels, peren, kersen. De Convolvulvus nestelt zich in de graanvelden. In de hoogte valt een kraai een havik aan. De weg wisselt af door de prachtige natuurgebieden en fietsroutes. In de verte staat een man te praten met een vrouw. Naast hem een grasmaaier. Hij draagt een grijze overall en een pet op zijn hoofd. “Goedemiddag! Jij hebt een mooi klaksken op”, zeg ik aan de man al stappend. “Ja, ik heb er twee. Ik zal het tweede niet versleten krijgen”, roept hij een paar meters verderop. Een klakske met de kleuren van de rodebolletjestrui. Ik stap het natuurgebied in langs de Kleine Nete. Vlinders fladderen heen en weer. Dazen zoeven langs mijn oren. Een bonte specht komt voor mij een boom uitgevlogen. 

Na de middag ben ik in Zoutleeuw. De gothische kerk staat in de steigers. Ik krijg de mogelijkheid ze binnenin te zien. Daniël had me gezegd dat het de moeite waard is. Ik kan dit alleen maar bevestigen. Een pracht van religieuze kunstwerken. Wanneer ik Zoutleeuw uitwandel hoor ik de carillon nog. Provinciedomein ‘Het Vinne’. Na een bocht sta ik versteld van dit overdonderend mooi natuurgebied. Op houten vlonders wandel ik tussen de watervogels. Voor ik naar het centrum van Sint-Truiden ga, bezoek ik de Sint-Jacobskerk in Schurhoven. Terug buiten vraag ik een man de weg naar de zusters Ursulinen. Ik maak kennis met Jos Bonckart. “Kent u me niet? Ik ben Seppe, de jodelaar van ‘Belgium’s Got Talent’. Ik kom al vijftien jaar zingen op de kerstmarkt in Gent. Vorig jaar nog de Gentse Feesten afgesloten”, weet hij me enthousiast te vertellen met een mooi zingend accent. “Euh, neen”, antwoord ik wat verwonderd. Jos is bijna 50 jaar actief bij de blaaskapel ‘De Oppenheimers’. Een actieve, behulpzame man. Hij neemt me mee richting de zusters Ursulinen. Niet ver van de markt ontmoeten we de schepen van Cultuur. De schepen belt op zijn beurt de pers. De pers, de plaatselijke fotograaf. Ik probeer de drukte van regelingen en afspraken te volgen. Benieuwd of er een artikel zal verschijnen.

Bij de Ursulinen met Joske aan mijn zijde vraag ik om een overnachting. Ik denk dat de zusters geschrokken zijn van de overdonderende hartelijke behulpzaamheid van Jos. Ik krijg een neen te horen. Bij de Clarissen vraag ik aan Jos het wat rustiger te houden. De bel. Zuster Francine doet open. Ik stel opnieuw de vraag. “We zijn aan het bidden. Kom binnen, we vragen het dan straks aan de abdis.” ”Dankjewel zuster”, en ik ga binnen. Jos vraagt of hij ook mee binnen mag. We gaan samen de kapel in. Middenin de dienst, niet beseffend dat de gebeden niet voorbij zijn, bedankt Joske de zusters hartelijk en vertrekt. Onze ontmoeting en de avond ontroerden hem. De gebeden gaan verder. Na de dienst gaan we naar de spreekkamer. Na de drukte komt de rust. Ik vertel de zusters het verloop van de avond. Ondertussen is de soep aan het opwarmen en staat de tafel gedekt. Ik weet niet waar begonnen. Telkens wanneer ik wil beginnen eten komt er terug een zuster met iets nieuws voor op tafel. Met vier zusters rond me heen probeer ik te eten. Wat zijn ze schattig. Na een warme douche ben ik al heel snel in dromenland.

GPX Bestanden Attenhoven naar Sint-Truiden/ Attenhoven à Saint-Trond

Joske

Après une demi-heure de marche je suis quelque part au milieu des champs, encore près d’Attenhove. La nature me subjugue. Le soleil crée un rideau de rayons à travers les nuages gris. Les hirondelles volent à ras le sol. Cela annoncerait-il de la pluie! Aujourd’hui je marche du Brabant au Limbourg. Les vergers alternent tour à tour. Pommes, poires et cerises. Le Convolvulvus se niche dans les champs de blé. Dans le ciel un corbeau attaque un faucon.

Le chemin alterne entre de magnifiques réserves naturelles et des trajets pour cyclistes.

Au loin un homme et une femme en conversation. À leur coté une tondeuse à gazon. Il porte une salopette grise et une casquette sur la tête. Je lui dis, en continuant ma route “Bonjour, tu as une belle casquette!” “Oui, j’en ai deux, je n’userais pas la seconde”, me crie-t-il après.

Une casquette aux couleurs du maillot à pois rouge. J’entre dans la réserve naturelle le long de la ‘Kleine Nete’. Les papillons voltigent. Les taons me sifflent aux oreilles. Un pivert s’envole devant moi.

Après le déjeuner je suis à Zoutleeuw (Léau). L’église Gotique est dans les échafaudages. J’ai la possibilité de la visiter. Daniël m’avait dit que cela en valait la peine. Je ne peux que le confirmer. De magnifiques arts religieux. Sortie de Zoutleeuw j’entends encore le carillon.

Au domaine provinciale ‘Het Vinne’. Après un virage, je m’étonne de la beauté époustouflante de la réserve. Marchant sur des pontons en bois je me promène entre les oiseaux aquatiques. Avant de rejoindre le centre de Saint-Trond (Sint-Truiden), je visite l’église Saint-Jacques de Schurhoven. De retour à l’extérieur je demande à un homme s’il peut m’indiquer le chemin vers les Ursulines. Je fais connaissance avec Jos Bonckart. “Vous ne me connaissez pas? Je suis ‘Seppe le Yodleur’ de Belgium Got Talent. Depuis quinze ans déjà je viens chanter au marché de Noël de Gand (Gent). L’année dernière j’ai clôturé les fêtes Gantoises”, me dit-il avec beaucoup d’enthousiasme et son bel accent chantant. “Oh, non”, lui répondis-je quelque peu étonnée. Jos est actif, depuis maintenant presque 50 ans, dans la fanfare ‘De Oppenheimers’. Un homme actif qui aime se rendre utile. Il m’invite à le suivre direction les Ursulines. Pas loin du marché, on rencontre l’échevin de la culture. Ce dernier appelle la presse. La presse, le photographe régional. J’essaie, dans l’agitation des arrangements et des accords, de suivre. Curieuse de voir si un article va paraître.

Chez les Ursulines, avec Joske à mes côtés, je demande un logement. Je crois que les sœurs sont surprises de l’intensité avec laquelle Joske exprime sa chaleureuse serviabilité. Je reçois un refus. Chez les Clarisses, je demande à Joske de tempérer. Je sonne. Sœur Francine vient ouvrir. Je pose à nouveau ma question. “Nous somme occupées à prier, entrée et on demandera cela toute à l’heure à l’abbesse”. “Merci bien ma sœur” et j’entre. Jos demande s’il peut aussi entrer. Nous entrons ensemble dans la chapelle. En plein milieu du service,

ne se rendant pas compte que les prières ne sont pas terminées, Joske remercie chaleureusement les Sœurs et s’en va. Notre rencontre et la soirée l’ont émotionné. Les prières continues. Après le service on se rend dans le parloir. Après l’agitation vient le calme. Je leur raconte le déroulement de la soirée. Entre temps la soupe chauffe et la table est mise pour moi. Je ne sais où commencer. Chaque fois que je veux commencer à manger, une sœur entre pour mettre une nouvelle chose à table. Entourée de 4 sœurs, j’essaie de manger. Qu’elles sont charmantes. Après une douche chaude je me retrouve très vite au pays des songes.

Tour de france

 

Jasmine Debels (1 van 1)-2

De tour

Eens uitslapen doet deugd, vooral wanneer je als pelgrim niet vroeg in bed kan. In gezelschap van Sonia en Ben vertrek ik voor de volgende helft van mijn veertigdagentocht. Wat ben ik dankbaar voor wat al geweest is op deze weg en de vele onverwachte ontmoetingen. Waarschijnlijk heb ik het al gezegd, ik kan het echter niet genoeg zeggen: dankjewel. Ben heeft mijn kaart in de hand terwijl we stappen. Fijn om even niet te moeten kijken en gewoon te volgen. Aan een brug neem ik afscheid van hen.

In Goetsenhoven, even het dorp voorbij zie ik in de verte allemaal gele vlaggen mooi op een lijn. Dichterbij veel bierkratten, een aanhangwagen, muziek. “Dag, wat is hier te doen?”, vraag ik aan een man. “De ‘Tour de France’ komt hier langs.” “Oh, vandaar al die vlaggen.” Ik blijf er staan tot de karavaan voorbij is. Er wordt met vanalles en nog wat gegooid en ze vliegen hier aan een hoge snelheid voorbij. Mensen doen soms toch wel zotte dingen om prullaria op te rapen. In plaats van de holle weg te nemen via de GR kies ik voor de hoofdweg die autovrij is gemaakt voor de gelegenheid. Aan het park van Hélécine (Heylissem) wacht ik de Tour af. Ze razen zo snel voorbij dat ik zelfs niet zie wie het mag zijn. Eenmaal ze voorbij zijn, wordt de straat net een mierennest en in een paar minuten is iedereen verdwenen. 

In de verte zie ik een fietser een vliegende afdaling nemen tot aan het park. Een onverwachte ontmoeting met een vriendin, Neleke. Samen wandelen we verder op het GR-pad dat door het park loopt. Een brugje waar we over moeten staat open. Noodgedwongen nemen we een andere weg om finaal bijna terug bij het beginpunt te komen. In het centrum van Hélécine nemen we een rustpauze op een terrasje. In de late namiddag neemt Neleke de trein terug. In haar tas mijn kleurpotloden en schetsboek, en zo is mijn rugzak één kilo lichter. Het was een fijn weerzien. Later volgen nog sms’en om elkaar te danken. Ik heb nog een lang stuk te gaan richting Attenhoven. Ondanks de moeheid blijf ik doorzetten. Ik neem af en toe een korte rustpauze. De eerste ontmoeting in Attenhoven verwijst me door naar Michel, die pelgrims zou opvangen. Ik krijg Michel aan de telefoon. ”Het zal niet lukken deze avond. Het is best dat je op voorhand belt”, zegt Michel. “Het is niet erg. Het is juist mijn bedoeling niet te reserveren.” In het centrum vraag ik het aan twee vrouwen op straat. De volgende, “Meneer woont u hier?” vraag ik. ”Neen, maar die meneer wel.” Ik loop naar de poort. “Mevrouw, meneer…” de volgende uren zit ik met Sigrid en Daniël en hun kinderen, en Linda en haar dochter aan tafel. Wat een fijn gevoel om zo onmiddellijk te worden opgenomen in een familiegebeuren. We eindigen de avond bij het vuurtje.

Tour de France

Pouvoir faire la grasse matinée fait du bien quand on ne sait pas se coucher tôt en étant pèlerin. En compagnie de Sonia et de Ben je pars pour la deuxième partie de mes quarante jours de marche. Que je suis reconnaissante pour les choses déjà survenues en cours de route et pour les rencontres insolites! Sans doute l’ai-je déjà dit, mais je ne peux assez le répéter ‘merci beaucoup’. Ben tient ma carte en main, durant notre marche. C’est agréable de ne pas devoir regarder et de simplement pouvoir suivre. À hauteur d’un pont nous nous séparons.

À Gossoncourt (Goetsenhoven), peu après la sortie du village, je vois au loin des drapeaux jaunes joliment alignés. De plus près, des bacs de bière, une remorque, de la musique. “Bonjour, que ce passe-t-il ici”, question que je pose à un homme. “Le ‘Tour de France’ passe par ici.”  “Oh, de là tous ses drapeaux.” Je reste jusqu’après le passage de la caravane. Elle passe à grande vitesse en jetant plein de choses. Les gens font parfois des choses insensées pour ramasser l’une ou l’autre babiole.

Au lieu de prendre le chemin creux indiqué par la GR, je choisis la route principale, libre de voitures pour le ‘Tour de France’. À hauteur du parc d’Hélécine (Neerheylissem), j’attends la course. Elle passe à une telle vitesse que je ne peux même pas reconnaitre qui que ce soit. À peine est-elle passée que la rue se transforme en un nid de fourmis. En quelques minutes tout le monde a disparu.

Au loin je vois arriver un cycliste qui prend la descente vers le parc à grande vitesse. Une rencontre inattendue, Neleke, une amie. Ensemble nous continuons la GR qui passe par le parc. Un pont que nous devons traverser est ouvert. Nous sommes obligées de prendre un autre chemin pour finalement nous retrouver à peu près au point de départ. Au centre du village d’Hélécine nous prenons un peu de repos sur une terrasse. En fin d’après-midi Neleke prend le train pour rentrer. Dans son sac, mes crayons de couleur et mon cahier à croquis, et mon sac pèse un kilo en moins. C’était d’agréables retrouvailles. Plus tard nous échangeons encore quelques textos pour se remercier mutuellement. J’ai encore un bon bout de marche devant moi jusqu’à Attenhove. Malgré la fatigue, je continue. Je prends de temps à autre une courte pause. La première rencontre à Attenhove me dirige vers Michel qui recueillerai des pèlerins. J’ai Michel au bout du fil. “Pour ce soir cela n’ira pas. Il vaut mieux téléphoner à l’avance”, me dit-il. “Pas grave. Je ne tiens justement pas à réserver à l’avance.” Dans le centre je m’adresse à deux femmes dans la rue. Au suivant je demande “Monsieur habitez-vous ici?” “Non, mais se monsieur-là oui.” Je me dirige vers le portail. “Madame, monsieur”…. Et les prochaines heures je les passe à table en compagnie de Sigrid et Daniël et de leurs enfants, Linda et sa fille. Quel agréable sensation, être inclus dans un évènement familiale. Nous terminons la soirée près du feu.

 

 

Zoniënwoud

 

Jasmine Debels (1 van 1)-2

Zoniënwoud

Ik ga naar de koelkast. Op het beleg een leuke verrassing van de studenten, een dessertkoek. Ik maak mijn picknick klaar. Check mijn rugzak. Niets vergeten! Ik trek de voordeur achter mij dicht terwijl de studenten nog slapen.

In Watermaal-Bosvoorde wandel ik door een mooie kleurrijke wijk. Wanneer ik hierdoor wandel heb ik niet de indruk in België te zijn. Alle raamwerk en deuren zijn in het geel geschilderd. Een prachtige buurt. Rond de middag kom ik aan in het Rood-Klooster, aan het begin van het Zoniënwoud. Een bank in de schaduw. Een vrouw, op wachtend… op een man. Te laat! Een fietser komt aangereden. In een mum van tijd haalt hij zijn picknick uit, eet het op en zit zo weer op zijn fiets. De vrouw vraagt me of ik al lang op weg ben, en zegt: “Ik ben hier om een ommekeer te maken in mijn leven. Ik wacht mijn ex-lief op. Hij blijft me telkens terug opbellen”. “Blijkbaar is het voor hem niet duidelijk dat het over is”, gaat ze verder. Waarop ik antwoord, “En was het duidelijk?” We wisselen nog wat woorden en de vrouw nodigt me uit voor een overnachting. Ik bedank vriendelijk. Vijftien minuten nadien komt de man aan. Ik blaas mijn slaapmat op, trek mijn schoenen uit en ga languit liggen, genietend van de schaduw en de rust op deze rustige serene plaats. Vijftien uur! De rust is over, vliegtuigen beginnen te landen. Op een paar honderd meter naast me, de vrouw, hand in hand met de man.

Ik wandel het grote Zoniënwoud verder in. Hoge stoere beukenbomen. Witte vlinders fladderen net boven de varens. De warmte heeft ook het bos bereikt. Mijn drinkwater geraakt op. Dorstig. Door het arboretum. Na drie uur wandelen kom ik eindelijk het Zoniënwoud uit. Vreemd, een verademing, een andere wereld. Een gevoel alsof ik uren opgesloten ben geweest of zal ik het dagen noemen. Een mirage!? Vermoeid, emotioneel, ontroerd. Een traan. Een kreet. Neen, het is echt. Ik ben wel degelijk aan de andere kant van het woud, weg van Brussel.

Duisburg. Op een bank in de tuin, Alida en Roger. “We hebben kamers genoeg”, zegt Alida. Een opluchting! Een ijsje wordt me aangeboden en we zitten nog uren te babbelen op de bank in de tuin. Oef, het vele geluid van de motoren, de uitlaatgassen, de drukte en de vele impressies, weg zijn ze! Roger en Alida vertellen over hun vier kinderen en elf kleinkinderen. Ik luister aandachtig naar hun boeiende en rijke verhalen van vroeger. Roger toont me zijn serre. Met grote fierheid legt hij uit welke soort druiven hij heeft. Zijn moestuin staat er picobello bij. Een komkommer wordt geplukt voor morgen bij de picknick. Het fruit is om confituur van te maken. Een verfrissende douche. Alle kleren in de wasmachine. Ik val in slaap in een zacht bed, een veilige en warme thuis.

GPX Bestand Tervuren naar Brussel / Tervuren à Bruxelles

Forêt de Soignes

Je vais vers le frigo. Sur la charcuterie, une agréable surprise déposée par les étudiantes. Une viennoiserie. Je prépare mon pique-nique. Contrôle de mon sac à dos. Rien oublié. Je tire la porte derrière moi tandis que les étudiantes dorment encore.

À Watermael-Boitsfort (Watermaal-Bosvoorde), je traverse un quartier rempli de couleurs. Me promenant ici, je n’ai pas l’impression d’être en Belgique. Toutes les portes et les fenêtres sont en peinture jaune. Un voisinage très agréable. Vers midi j’arrive au Rouge-Cloître (Rood-Klooster), en début de la forêt de Soignes (Zoniënwoud). Un banc à l’ombre. Une femme, en attente…d’un homme. Trop tard. Un cycliste arrive. En un rien de temps, il sort son pique-nique, le mange et remonte sur son vélo. Elle me demande si je suis en route depuis longtemps. “Je suis ici pour changer ma vie. J’attends mon ancien petit ami. Il continue à me téléphoner”, me raconte-t-elle. “Apparemment ce n’est pas clair pour lui que c’est fini”, continue-t-elle. Sur quoi je lui réponds, “Et c’était clair?!” Nous échangeons encore quelques mots et la femme m’invite pour la nuit. Je la remercie gentiment. Un quart d’heure plus tard l’homme arrive.

Je sors ma natte, enlève mes chaussures et m’étend de tout mon long. Je profite bien de l’ombre et du repos à cet endroit calme et serein.

Quinze heures. Fini le repos, des avions commencent à atterrir. À une centaine de mètres de moi la femme main dans la main avec l’homme.

Je continue ma balade, m’enfonçant plus profondément dans la longue forêt de Soignes. Des hêtres forts et hauts. Des papillons blancs volent juste au-dessus des fougères. La chaleur a aussi atteint la forêt. L’eau buvable s’épuise. Assoiffée.

Traversée de l’arboretum. Après trois heures de marche je quitte enfin la forêt de Soignes. Étrange, une bouffée d’air, un autre monde. L’impression d’avoir été enfermée durant des heures ou dirais-je des jours. Un mirage!?

Fatiguée, émotionnelle, émue. Une larme. Un cri. Non, c’est bien vrai. Je suis bien de l’autre côté de la forêt, sortie de Bruxelles.

Duisburg. Sur un banc dans le jardin, Alida et Roger. “Nous avons assez de chambres”, me dit Alida. Un soulagement! Une glace m’est présentée et nous restons encore des heures à parler sur un banc.

Ouf! Le bruit de moteurs, les gaz d’échappement, l’agitation et les nombreuses impressions. Elles sont parties.

Roger et Alida me parlent de leurs quatre enfants et onze petits-enfants. Je prête une oreille attentive à leurs captivantes et riches histoires d’antan. Roger me montre ses serres. Avec beaucoup de fierté, il m’explique les sortes de raisins qu’il a. Son potager est parfaitement entretenu. Un concombre est cueilli pour le pique-nique de demain. Les fruits sont quant à eux pour les confitures.

Une douche rafraichissante. Tous les vêtements dans la machine à laver. Je m’endors dans un lit douillet, dans une maison sûre et chaleureuse.

 

Brussel

Jasmine Debels (1 van 1)

Sint-Jacob-op-de-Koudenbergkerk

Ola wandelt mee tot in het centrum van Brussel. Via het GR-pad ontdek ik de hoofdstad langs minder drukke wegen. We praten nog wat bij over het gesprek van gisteravond. In het park van Vorst denk ik plots in één of ander park te zijn ergens ver weg van hier. Felgroene dikke parkieten. Een massa. De twee uur naar het centrum gaan snel voorbij. De Grote Markt van Brussel staat vol tribunes. Tien uur, ik zoek schaduw. Mijn dagboek. Engels, Duits, Zweeds, Japans, Chinees, Portugees…de talen die te horen zijn rondom mij. Mijn lichaam voelt zwaar en moe.

Ik ga wat verder. Van de Grote Markt naar het Koningsplein. In de kerk Sint-Jacobs-Op-De-Koudenberg volg ik de eucharistieviering mee. Ik weet de frisheid van de kerk te appreciëren. Voor mij staat het beeld van Jacobus. Het behoort tot de mooiste die ik tot nu toe heb gezien. Een gepolychromeerd beeld uit 1888 door Ch.Vleminckx. In het Warandepark staat het vol kraampjes met als thema de Middeleeuwen. Zelfs Merlijn en zijn buizerd ‘Gipsy’ zijn er. Aurélie, een jonge vrouw zit naast de buizerd, ze draagt zorg voor Gipsy terwijl Merlijn eventjes verdwijnt. Ik vertel haar mijn ervaring en het contact met het dier sedert de camino. “Vous voulez la caresser?”, vraagt ze, terwijl ze me met een zachte blik aankijkt. “Non merci, pas pour le moment.” Zonder veel woorden blijf ik hier wat staan en zie ik hoe zacht deze vrouw omgaat met wat er allemaal rond de buizerd gaande is. Kracht en zachtheid verenigd. Kinderen staan vol verbazing te kijken. Plots heb ik contact met de buizerd. Het oogcontact is niet te onderbreken. Doordringend. Alles rond mij wordt stil. Ik hoor enkel nog mijn ademhaling en zie enkel nog de ogen van de buizerd. Terug! Ik streel de buizerd. ” Elle vous a vue”, zegt Aurélie. “Oui, c’est comme si je me voyait a travers les yeux de Gipsy”, weet ik te vertellen. Waw, sterke gewaarwordingen. We wisselen elkaars gegevens uit.

Veertien uur, nog een stukje verder. Van het Warandepark naar het Flageyplein. Rust aan een vijver. De Abdij Ter Kameren. Ik bel aan. Een broeder doet open. Een grote forse man met een baard en een zachte stem, in een witte pij. “Vous venez d’où”, vraagt hij me. Ik leg in het kort uit wat mijn weg is. We hebben het over de Abdij van Leffe en père Bruno. “Nous venons de la bas. Allé, bonne route.” “Merci, bonne soirée”, en ik vertrek met het adres van de zusters in Saint-Gilles. Het Ter Kamerenbos. Een diepe zucht. Terug frisheid, de geur van een bos. Even weg van de drukte van de stad en het geluid van de wagens.

Uit het bos. Elsene. Bij een traiteur vraag ik of ze me kunnen helpen aan een overnachting. “Vous voulez mon numéro de téléphone”, vraagt een studente me. “Pardon?” Even wordt de vraag herhaald. “Oh, c’est sympa. Vous travaillez jusque quelle heure?” “Jusqu’à dix-neuf heures.” Ik kijk op mijn uurwerk.  “Bhein super, je vous attends ici!” De eigenaar van de zaak wijst me een bank verderop in de straat. De klok van de kerk luidt negentien uur. Een paar minuten nadien komt de studente naar buiten, Sarah. Een overnachting op een studentenkot. Lang geleden. Julie is ook aanwezig. Allebei hebben ze tweede zit. Ik proef de verrukkelijke maaltijd van Sarah. Nadien help ik even in de keuken. Voor het slapengaan zit ik met Sarah, Julie en nog drie andere studenten op hun terras. Op tafel drank, tabak en een doorzichtig zakje. Ik ga vroeg slapen.

GPX Bestand Tervuren naar Brussel/ Tervuren à Bruxelles

Bruxelles

Ola m’accompagne jusqu’au centre de Bruxelles. Suivant le sentier des grandes randonnées, je découvre Bruxelles en parcourant des routes moins fréquentées. Nous continuons encore un peu de la conversation d’hier soir. Dans le parc de Forest, je me crois soudainement dans un parc quelque part loin d’ici. De grosses perruches aux couleurs vives. En masse. Les deux heures qui me séparent du centre passent très vite. La Grand-Place de Bruxelles est remplie de tribunes. Dix heures. Je cherche l’ombre. Mon journal. Anglais, Allemand, Suédois, Japonais, Chinois, Portugais ….les langues que j’entends autour de moi. Mon corps est lourd et fatigué.

Je fais encore un bout de chemin. De la Grand-Place à la Place Royale. Dans l’église Saint-Jacques-sur-Coudenberg, je suis la messe. J’apprécie la fraicheur de l’église. Devant moi la statue de Saint-Jacques. Elle fait partie des plus belles que j’ai vue jusqu’alors.

Une statue polychrome de 1888 par Ch.Vleminckx.

Dans le Parc de Bruxelles (Warandepark) il y a plein d’étals ayant pour thème le Moyen Âge. Même Merlin et sa buse ‘Gipsy’ sont présents. Aurélie, une jeune femme est assisse près de la buse, elle prend soin de l’oiseau pendant que Merlin disparait pour quelques instants. Je lui raconte mes expériences et contacts avec l’animal durant mon Camino. “Vous voulez la caresser?”, me demande-t-elle avec un doux regard. “Non, merci pas pour le moment.” Sans trop de paroles, je reste sur place et observe la façon dont la femme traite toutes les choses qui se passent aux alentours de la buse. Force et douceur réunies. Des enfants regardent avec étonnement. Soudain, je prends contact avec l’oiseau. Le contact visuel n’est pas à interrompre. Perçant. Tout, autour de moi, devient silence. J’entends juste encore ma respiration et je vois uniquement  les yeux de la buse.

Retour! Je caresse la buse. “Elle vous a vue”, dit Aurélie. “Oui, c’est comme si je me voyais à travers les yeux de Gipsy”, lui dis-je. Waw, sensation forte. Nous échangeons nos coordonnées.

Quatorze heures, encore un bout de chemin. Du Parc de Bruxelles à la Place Flagey. Repos près d’un étang. L’abbaye de la Cambre (Abdij ter Kameren), je sonne. Un frère vient ouvrir. Un homme grand, fort, barbu, à la voix douce en habit blanc. “Vous venez d’où”, demande-t-il. Je lui explique brièvement quel est mon chemin. Nous parlons de l’abbaye Notre-Dame de Leffe et de père Bruno. “Nous venons de là-bas. Allez bonne route.” “Merci, bonne soirée”, et je m’en vais avec l’adresse des sœurs à Saint Gilles. Le Bois de la Cambre. Un profond soupir. À nouveau de la fraicheur, le parfum frais d’un bois. Echapper quelque temps, à la tension de la ville et aux bruits des voitures.

Sortie du bois. Ixelles (Elsene). Chez un traiteur je demande s’ils peuvent m’aider pour un logis pour la nuit. “Voulez-vous mon numéro de téléphone”, me demande une étudiante. “Pardon!” La question est répétée. “Oh, c’est sympa. Vous travaillez jusque quelle heure?” “Jusque dix-neuf heures.” Je regarde ma montre. “Super, je vous attend ici!” Le propriétaire de magasin m’indique un banc un peu plus bas dans la rue. La cloche de l’église sonne dix-neuf heures. Quelques minutes plus tard l’étudiante sort, Sarah. Passer la nuit dans une chambre d’étudiant. Voilà longtemps. Julie est aussi présente. Toutes les deux ont un rattrapage. Je goute au délicieux repas de Sarah. Puis j’aide un peu en cuisine. Avant d’aller dormir je reste avec Sarah, Julie et trois autres étudiantes sur leur terrasse. Sur la table, des boissons, du tabac et un sachet transparent. Je me couche tôt.