Padre Raphael

Behoorlijk geslapen op de tafel… ook al heb ik een paar keer moeten draaien omdat mijn heupbeenderen wat nood hadden aan rust. Ik wacht nog even tot de tabakwinkel opent… neen neen…. aan de tabak heb ik na 25 jaar roken vaarwel gezegd op mijn eerste Camino naar Compostella, vier jaar geleden. Wel voor nieuwe batterijen.

Natuur… ten volle natuur… Eindelijk na een lange tijd hoor ik terug vogels… Op kilometers ver geen gemotoriseerde voertuigen… Ik volg de weg via een kaart vanuit het boek. Geen signalisatie. Niet zo eenvoudig. Ik sla een weg in, een bosweg. Ik twijfel… klopt dit wel… dubbelcheck… ja… Ik waag me tussen bramen, lange grassen… Een dichte gegroeide weg en onbegaanbaar. Dit gebeurt zo een paar keer. Na een derde keer had ik er genoeg van, open mijn gps en ga opzoek naar wegen. Ik neem een bosweg met rood-witte signalisatie… Een Zalige weg… Oef eindelijk komt er wat ritme in. De vergezichten zijn prachtig. En geniet ten volle van wat mij ‘thuis’ brengt… het bos, de vogels, de dennengeur, hoge dennebomen, zachte grond…
De afgemaaide veldwegen doen deugd… gewoon te weten dat de landbouwer het afmaaide om het ons gemakkelijk te maken en dan voor hem te weten dat we erop wandelen… Verbinding.

Op zes kilometer voor San Marco la Cotola, een telefoonnummer, een B&B met zwembad. Verleidelijk. Ik bel. De prijs ligt me wat te hoog. Het is ook moeilijk om elkander te begrijpen door het talenverschil. Ik twijfel… het wordt een neen. Ik wandel de laatste zes kilometers. Een wagen vertraagt… De man die ik belde… Ik haal mijn schouders op en breng mij armen los van mijn lichaam “troppo costo”. Hij vraagt of hij me naar het convento moet brengen. Ik bedank vriendelijk, steek mijn hand op en stap door. Vijf minuten later komt hij terug. “kom, ik ken de broeders, het is een vriend”. “waar ligt het Convento” vraag ik hem in het Italiaans. Oei, mijn Italiaans is blijkbaar niet OK. Ik geef eraan toe en stap in. Zelf kent hij goed de weg en vraagt me vanwaar ik kom, hoe dat het komt dat hij me niet zag op de baan… Kortom tal van vragen die wat overdonderen na een lange dag wandelen in de volle zon. Ik probeer me te verduidelijken… Uiteindelijk had ik door dat we elkander niet konden begrijpen… het lukte hem niet om te begrijpen dat ik de weg in de andere richting deed. Wat ik ook te weten kwam is dat het boek die ik aankocht een verouderde versie is, waardoor ik de weg niet vond. Een opluchting om dit te weten.

Aangekomen in het convento maak ik kennis met broeder Raphaël. Een open blik. Maar eerst neemt Renaldo me nog mee naar de plaats waar morgen mijn weg mag beginnen. Hij zegt me dat ik het moeilijk maak door de weg omgekeerd te wandelen. Ik meld hem duidelijk… een kaart is een kaart en dat dit voor me geen probleem is… Ik voel dat ik wat op mijn strepen moet gaan staan en dit vind ik niet fijn.
Hij blijft me vragen stellen waarop ik eigenlijk geen antwoord kan omwille dat het geen betrekking had op mij. Ik meld dit dan ook en vraag hem om de communicatie verder te zetten bij de broeder die tweetalige is.

’s Avonds heb ik geen heel fijne babbel met broeder Raphaël in de tuin van het convento. Wat een Zalige plaats. Het klikt onmiddellijk tussen ons en delen in het kort onze weg. Hij zijn verloop van hoe hij is ingetreden. Ik, over wat me te doen staat bij mijn thuiskomst… De opbouw van een pelgrimshuis en het gevoel errond…

Broeder Raphaël, een warm en hartelijk mens.

Padre

Ik open mijn kamer. Zuster overste staat aan mijn deur met een kop koffie. Wat lief. Ik schenk haar een offerta. Ze weigert en vraagt om hen mee te nemen in gebed. Ze gaat terug naar de keuken en komt terug met een plastiekzak… twee broodjes, vierkante plakjes kaas, twee appels…. een picknick. Ik buig wat voorover als teken van dank… Nog voor ik de lange gang van het klooster verlaat, draai ik me om en wuif.

Een lange vernieuwde geasfalteerde weg richting Castelnuovo della Daunia. Gelukkige heel rustig, weinig wagens behalve landbouwers die in de olijfboomgaarden werken. Pas bij de laatste zes kilometer kan ik een landbouw weg nemen. Er heerst een aangenaam rust over de vallei. Aangekomen in het dorp ga ik eerst opzoek naar water… geen kranen. Wel een klein vierkante blok waar je voor zeven cent per liter kan aankopen, met de keuze tussen plat of spuit. En het spuitwater is hier heerlijk, zacht en zonder teveel prik. Ik stap verder richting centrum en bel aan aan de deur van de priester. Een vrouw antwoord doorheen de parlofoon. Een tal van vragen… De laatste vraag is ”una donna o uomo ? ” Ik antwoord” donna”. “À… No donna à casa”. Euh… ik ben even woordeloos. Bedoel je als ik een man was ik binnenmocht? “Solo uomo”, bevestigd de vrouw. Ik eindig al lachend “ik kom terug… Ik ga eerst naar de tovenaar”. Ze haakt in. Awel den deze heb ik nog niet gehad. Een priester die de pelgrim volgens geslacht aanvaard. Jah… er is duidelijk iets mis.
Aan de overkant van de weg kijkt een man toe. Hij roept en zegt “scheelt er iets”. Ik vertel hem dat ik een overnachting zoek. Wacht, ik zal je helpen. Een andere man komt toe en vraagt ook wat er is en al heel snel staan er drie mannen rond me. Een die belt. Een die vertaalt. Een die vragen stelt en totaal naast mijn antwoorden reageert. Kom zegt de ene, hij heeft een overnachtingsplaats gevonden.
“En route avec trois mousquetaire”, zeg ik hen en ze beginnen te lachen.

Een maal contact met de mensen voor de overnachting, geven we elkander de hand en verdwijnen ze. “Ik roep nog na ” si chiama!” “Angelo”!
Een half uur later sta ik de bibliotheek te poetsen. Daar waar ik zal overnachten. Mijn bed… een tafel… deze keer zonder matras.
Na wat uitrusten wandel ik nog tot aan de kerk… een priester….ik roep zijn naam… hij draait zich vreugdevol om. Ik stap naar hem toe. Wat onwennig zegt hij “Pelligrini” “Si”, terwijl ik hem een hand geef. Zijn glimlach wordt wat onwennig. Weinig woorden waren voor mij noodzakelijk om me uit te drukken over de situatie ivm het weigeren omdat ik een vrouw ben. Ik had kunnen in discussie gaan, mij gaan verdedigen, opkomen of in gevecht gaan voor mijn vrouw zijn. Wel ja dit had ik gekunnen, dit had me echter nergens gebracht. Ben ik onderdrukt geweest? … Neen. Uitgesloten als vrouw? …. Het is… Heb ik er last van gehad!? … Neen, Ik was wel verwonderd omdat ik dit niet had verwacht. Deed dit me pijn?… Neen en het kan enkel pijn doen als ik het persoonlijk neem en oudzeer niet had verwerkt. En waarom zou ik, het was zijn keuze, zijn huis. Is hij daarom een ‘slecht mens’ (ik gebruik liever dit woord niet, alleen weet anders niet hoe ik me kan uitdrukken) neen. Eerder niet echt een voorbeeld voor zijn functie die hij draagt en voor het “geschreven’ die hij zou moeten vertegenwoordigd.

Torremagiore

Gisteren nam ik de bus vanuit Monte San’t Angelo tot aan San Severo waar ik een paar dagen geleden heb overnacht. De eerste drie dagen van de weg ‘Con le ali ai piedi’ overlappen deze van ‘Via Mikael’.
Vanuit San Severo wandel ik nog een acht kilometer, een ideale afstand om te zien hoe mijn voeten en enkels voelen en rustig op te bouwen.

In de vroege namiddag kom ik aan in Torremaggiore. Twee vrouwen op een bank in de schaduw. Ik vraag hen waar ik een convento kan vinden. Ik krijg te horen dat die gesloten. Esther en Patricia helpen mij bij het zoeken naar een overnachting. Een telefoon hier… daar… een half uur later weet ik met zekerheid dat er een overnachtingsplaats is, enkel nog twee uur wachten tot ze alles klaar hebben om mij te ontvangen. Esther heeft me haar telefoonnummer voor in geval ik hulp zou nodig hebben. We nemen afscheid. Ondertussen ga ik in het enig café die nog open is mij beschermen tegen de warmte en zon. Op het uur van afspraak sta ik dan aan de deur van een verzorgingshuis voor vrouwen die psychisch ziek zijn, van dementie tot…. Een bed met verse lakens, alles werd met zorg klaargemaakt. Een Rosario is bezig en ga hen vergezellen. ’s Avonds neem ik het avondmaal samen met de patiënten. Het doet me terug denken aan mijn stages psychiatrische verpleegkunde. Wanneer de overste me aanspreekt, doet ze dit in lettergrepen en met een hoge stem. Ik vind het eigenlijk wel een beetje lachwekkend en terzelfde tijd schattig. Ik heb zo het idee dat ze voor de eerste keer in lange tijd een vreemdeling heeft ontmoet…
Om negen uur ga ik slapen om nog het maximum te kunnen uitrusten voor een nieuwe volle dag.

Abbazia di Pulsano

Michel brengt me vandaag naar de Abbazia di Pulsano op acht kilometer van elkaar. Wat fijn om mensen te mogen ontmoeten die met zoveel openheid, fierheid en liefde verder delen wat hun waardig is. Terwijl hij mij met de wagen brengt zit hij vol enthousiasme te praten over zijn vrijwilligerswerk in de Abbazia. Gelukkig dat er op deze weg niet veel auto’s rijden. Een Italiaan die praat in een wagen… nu begrijp ik waarom sommige auto’s heen en weer zwieren (grapje Michele).
Eenentwintig jaar geleden zijn er hier terug monniken komen wonen en werd met man en macht de abdij gerestaureerd.
Ik krijg een kamer. Broeder Efrene toont me de abdij en de kerk. Geen broeder in lange pij, een jean en polo. Broeder Efrene en Pierre, samen met vele vrijwilligers onderhouden deze prachtige en serene plaats. Ik vraag aan Marie Lou of ik haar kan helpen in de keuken. Voorlopig niet… je mag in vakantie zegt Efrene. In het deurgat staat plots een pelgrim die ik weken geleden heb ontmoet en mij zorgen om heb gemaakt. Eigenlijk verschiet ik niet, diep vanbinnen wist ik dat ik haar nog zou ontmoeten. Om niet in detail te gaan… een verloren schaap die alle hulp weigert. En wanneer je hulp hebt aangeboden, alsook anderen en de hulp werd geweigerd dan kan ik alleen maar die keuze respecteren. Het ene wat ik dan kan doen is naast haar blijven staan.

Chiesa Santa Madré di Dio

Ik ga op mijn bed liggen en rust wat uit. Mijn lijf kan het gebruiken. En bekijk mijn weg voor terugkeer. Om achtienuur ga ik naar de vespers. Als teken van de samenleving te respecteren.
Na de vespers ga ik het gebied verkennen. Nu begrijp ik waarom Nicola zei dat de Abbazia niet zonder de grot van Monte San’t Angelo kon en omgekeerd. Ze horen gewoon samen. Evenwichtig.

Het valt me pas nu op hoe de dagen al beginnen inkorten. Een zachte avond hangt over de vallei. De Abbazia is gelegen op het uiterste van een rots met zicht op zee. Rondom rotsen en heremiet grotten. In de verte loopt hemel en aarde in elkaar.
’s Avonds na het avondmaal doe ik de afwas en gaan we samen op het terras. Ik steek de kaars aan tijdens de maansverduistering en samen zingen we les Complice of de dagsluiting. De broeders gaan slapen. Marie Lou en ik staan zij aan zij aan de balustrade van de terras. In stilte kijken we naar de maansverduistering, de planeet Mars en de vele lichtjes aan de horizon. Een windbries zorgt voor een aangename temperatuur. De andere pelgrim komt erbij samen met haar deel ik verder de avond.

Mille grazie à tuti

Ik wil graag iedereen bedanken die het mij mogelijk hebben gemaakt, geholpen, gesteund, in woorden, in daden, in kleine gebaren, in het nabijzijn of verweg, … Ieder individu, ieder wezen… Aan de mensen die mijn hart hebben weten te raken in alle opzichten.
De niet te vergeten organisaties met zijn vele vrijwilligers die ervoor zorgen dat wegen uitgestippeld worden, het uitzoeken van de treffelijke accomodaties en die zich blijvend inzetten met enthousiasme om het de pelgrim mogelijk te maken te pelgrimeren zonder teveel zorgen. Grote Routepaden in België, Grande Randonnée, via Francigena in Frankrijk, de Via Francigena, Via Francigena del Sud, Via Mikael, de Jacobus vereniging in Italië. MILLE GRAZIE À TUTI

Verbinden

Basiliek Monte San’t Angelo

Om 9.30 heb ik afspraak met Mateo en Matea aan het infobureau van de Via Francigena.
Samen drinken we een koffie…een verwelkoming en kennismaking volgt.

De apotheker… opzoek naar tapeverband. Wanneer je lange afstanden wandelt heb je vroeg of laat te kampen met vermoeidheid, ook al draag je veel zorg voor je lichaam. Versleten schoenen, verandering van schoenen, temperaturen, je lichaamsgewicht en deze van de rugzak, je kracht, voeding en nog zoveel meer…kunnen voor aanpassing zorgen.
Mijn pezen blijven lichtjes zeuren, waardoor ik preventief mijn benen een andere kleur zal geven. Pink! Straks zal ik niet enkel witte sokken hebben, ook bleker banden op de voorbenen en kuit. Na nieuwe schoenen te hebben aangekocht in Rome zijn ook deze binnenkort aan vernieuwing toe. Helaas zijn kwalitieve schoenen hier niet zo te vinden. Ik hoop dat ik dan ook binnenkort mag op bosgrond wandelen, wat al een hemelsbreed verschil zal maken.
Niet enkel de pezen… Mijn huid heeft zich aangepast aan de zon en ziet er uit als een nomaden huid. En dan mijn kleren… De oorspronkelijke kleuren… wat was dit weer? Hoe mijn kleren eruit zien daar heb ik eigenlijk geen zorgen mee, het zijn immers niet de kleren die de vrouw maken, het is de uitstraling die van binnenuit komt.

Ik ga terug naar de basiliek… om in ruimte, tijd en zonder rugzak alles op mij te laten afkomen. Een man spreekt me aan bij de ingang. Hij ziet mijn Tau hangen rond mijn hals. “Francescani non possono immettere nella gotta”, of zoiets gelijkaardigs. Het komt erop neer dat ik volgens de man niet binnen mag in de grot. Ik vraag hem waarom. De reden is dat in het jaar 1216 Sint Franciscus bij aankomst geweigerd heeft de grot binnen te stappen omdat hij vond dat hij het niet waard was God te ontmoeten. Hij liet aan de deur een inscriptie achter, de Tau. Deze Tau is vandaag te vinden binnen aan de ingang in de basiliek, aan de rechterkant. antwoord aan de man dat ik de keuze van de Heilige Franciscus respecteer, dat het echter zijn keuze was, niet de mijne. Dat ik niet te voet ben afgekomen van België om aan de deur te blijven.

Aertsengel Michael

Ik daal de trappen af, 86, en zie hoeveel inscripties in de muur gekerfd zijn van de vele pelgrims die hier geweest zijn doorheen de eeuwen. Hand en voetafdrukken… namen, getallen, boodschappen…
Hoe dieper ik de trap afdaal hoe meer ik me voel naar binnenkeren en ingetogen wordt.
Ik loop wat rond in de basiliek en voel… Ik ga zitten… Sluit mijn ogen.
Ik wordt gewaar. Een warmte is voelbaar in mijn buik… alsof een vuurbol in beweging komt, terzelfde tijd wordt ik mijn harteklop gewaar… wat heviger naar mijn gewoonte… Ademen… Ik blijf in rust en met aandacht gewaarworden. Hoe langer ik blijf gewaarworden hoe dieper en intenser het wordt… Ik laat gebeuren in alle vertrouwen. Woorden komen doormeheen ‘kracht, liefde, licht, vuur, evenwicht’…een kaars.
Ik open mijn ogen. Kijk rond… Mensen, kinderen… Ik neem op… Ik voel… Blijf verder gewaarworden. Ik heb het idee dat iets me te doen staat… Voel twijfel, mijn denken. Diep van binnen heb ik een duidelijk beeld of eerder een duidelijke gewaarwording dat diep juist aanvoelt. Mijn denken zegt ‘misschien vul je het gewoon zelf in. .. Neen, Jasmine. Dit patroon oud patroon ken je. Vertrouw. Vertrouw’.
Ik verlaat de basiliek om het verder te laten rusten. Ik ga terug naar ‘Nicola’snestje’.

Terwijl ik op de trede zit van het huis, ik had mezelf buitengesloten (!), komt Nicola aan. Een spontaan en open contact. Samen gaan we eerst op stap voor wat nuttige boodschappen. Wasserij, schoenen… Michèle zijn papa vergezeld ons. Soms ontmoet je mensen op de weg waarbij veel woorden, uitgebreidde uitleg niet noodzakelijk is en je diep vanbinnen weet ‘dit zit juist’. Nicola spreekt me aan over ‘Abbazia di Pulsano’. Zijn vader stelt me voor dat hij me er morgen kan brengen. Zonder enige vraagstelling in mezelf zeg ik OK. Michel regelt er een overnachting bij de monniken. Ik vraag Nicola waar ik een witte noveenkaars kan aanschaffen en of er een mogelijkheid is deze te laten inwijden. Bij deze gaan we opzoek, vinden we de kaars en laten we hen inwijden net op de dag waar de Heilige St. Anna wordt gevierd en honderden kinderen worden gewijd. Ik vind het bijzonder en raakt me… ik krijg er geen woorden uit… mijn vreugde en traan verwoord alles. De kaars die op de pelgrimstocht het Zuiden en Noorden zal verbinden. Nicola, Michèle Mille Grazie et bonna Fortuna.

’s Avonds keer ik nog even terug naar het plein van de basiliek om het vuur en licht aan te steken en in stilte mijn avond in te gaan.

Ex Chiesa San Pietro

Chiesa di Santa Maria Maggiore

Monte San’t Angelo

San Giovanni Rotondo

Het laatste stuk verder naar het Zuiden richting Monte San’t Angelo. Het is alsof ik vandaag geen enkel gevoel van ‘tijd’ kan hebben. Vreemd.
Ik klim de ‘Heilige berg op’, de natuur is er prachtig. De vliegen en waakhonden neem ik erbij,… en ja hoor ook zij hebben er hun plaats en voel ik ze niet meer als triggers. En ook al staan de herdershonden te blaffen en brullen… ik heb tijd tot ze afgekoeld zijn.

Ondertussen heb ik op FB contact met Matteo een enthousiaste vrijwilliger van de VF del Sud. Hij bied zijn hulp aan bij aankomst.
Wanneer ik aankom staat een man, jaja Michèle, hoe kan het ook anders me op te wachten net voor de basiliek. De korte aanpak is voor mij een beetje overweldigend, ik begrijp dat het te maken heeft met de taalkennis. Hij is de vader van Nicola – waar ik nu overnacht in zijn rustgevend huisje- en vriend van Matteo.
Na mij rustig te hebben geinstalleerd ga ik richting de basiliek. De plaats waar de basiliek is, is een klein plein met daarbij ook een toren.
Ik wandel door de deur van de basiliek, onmiddellijk nemen 86 trappen me mee naar beneden. Ik vind het altijd aangenaam om ergens toe te komen zonder vooraf te hebben gelezen of een foto te hebben gezien. Zo kan ik ten volle genieten zonder enig invulling.
De muren staan vol jaartallen, handen, inscriptie… gekerfd op de muur.

Na twee portalen kom ik uiteindelijk in het hart van de basiliek… Een grot. Bij de eerste kan je je hand in een hand leggen, gekerfd in de steen en die ondertussen door vele jaren dieper is geworden.
Er is een misviering bezig… Ik neem plaats en volg de kerkdienst. Ik hoor de naam vallen ‘Giacomo’, ja tuurlijk het is vandaag de feestdag van de Heilige Jacobus.
Toch wel bijzonder om net die dag hier aan te komen, zo mag er dan toch een verbinding zijn en zou dit ook een bevestiging kunnen zijn van wat me te doen staat bij aankomst in België Ik mag het hopen. Ik ben benieuwd en zie wel wat mag groeien, ik geloof er alvast in.

Ik blijf een eind zitten en ga in meditatie. Het voelt hier goed, sereen, rustig….
Een zuster en broeder lopen af en toe rond om de stilte te bewaren, wat ik ten volle kan begrijpen. Het blijft een sacrale ruimte…
Ik laat me verder dragen doorheen de avond. Ik geniet van de weerspiegeling van de maan op de zee en ga nog even een kijkje nemen waar het vrolijk muziek vandaan komt.