Terug – Retour

dav

Rond mijn schoenen hangt een vies geurtje. Dat herinnert me aan de vele schoenen naast elkaar in de pelgrimsherbergen op de weg naar Santiago de Compostela. Het landschap ziet er terug anders uit. De bossen hebben plaats gemaakt voor de velden, maïs en verschillende andere graansoorten. De geur van pas gemaaid gras. Een paar fikse hellingen. Naast de traditionele huizen met ruwe steen komt veel nieuwbouw met beton en afgevlakte muren. Een kraai, een haan, in de verte luidt de kerkklok ‘middag’. Naaldbomen, loofbomen. Nog acht kilometer te gaan en ik ben aan de volgende Sint-Jacobskerk. Aan de horizon Frankrijk, België, Luxemburg. Mijn voeten doen het nog steeds goed. Mijn moraal ook. Straks verlaat ik even deze tocht voor vrijwilligerswerk in de Jakobus cultuurkerk tijdens de Gentse Feesten en tien dagen Vipassana meditatie in Dilsen-Stokkem. Ik ben benieuwd hoe de overgangen zullen zijn. Van wandelen in de natuur naar de drukte tijdens de feesten naar de nobele stilte tijdens de meditatie.

In Messancy domineert de Sint-Jacobskerk de stad. Rondom de kerk het kerkhof. Het oudste kerkhof dateert uit de achttiende eeuw en telt tal van geklasseerde grafzerken. Jongeren zijn ze, met de borstel in de hand, één voor één aan het opkuisen volgens de regels van de kunst. In het voorste deel staat een groot geklasseerd kruis. Dat staat exact waar de originele kerk stond, die vernietigd werd in 1847. Op een muurtje voor de kerk geniet ik van de deugddoende zonnestralen.

De trein. Terug huiswaarts. Aarlen (Arlon)-Brussel-Gent. Het voelt vreemd. Wachtend op het perron. Naast mij een drukte, opgejaagde gesprekken aan de telefoon, gevloek, wandelende muziek… Een plant doet een poging te overleven tussen de keien van de sporen. Een drankblik hier en daar op de grond. Een vraag komt bij me op: ‘Stad of natuur?’. Ik denk aan mijn woonst. Ik zie er wat tegenop. In de verte de hoge toppen van de naaldbomen. Het wordt stil binnenin. Voor mij in de lucht, een buizerd.

GPX Bestanden Chatillon – Arlon

Retour

Mes chaussures sont enveloppées de mauvaises odeurs, cela me rappelle les nombreuses chaussures, l’une à côté de l’autre, dans les auberges de pèlerins sur le chemin de Compostelle.

Le paysage est à nouveau différent. Les bois ont fait place au champs, au maïs et aux différentes céréales.

L’odeur de l’herbe fraîchement coupée. Quelques montées raides. Aux côtés de maisons traditionnelles viennent s’ajouter des nouveaux bâtiments en béton et aux parois lisses.

Un corbeau, un coq, au loin l’horloge de l’église sonne midi. Conifères, arbres feuillus. Encore huit kilomètres de marche avant d’arriver à la prochaine église Saint-Jacques. Au loin, à l’horizon la France, la Belgique, le Luxembourg. Mes pieds et mon moral son encore en forme. Tout à l’heure je vais quitter ce chemin pour me rendre à l’église Saint-Jacques de Gand où je fais du volontariat durant les fêtes gantoises, suivit de dix jours de méditations Vipassana à Dilsen-Stokkem. Je suis curieuse de voir comment ces transitions vont se passer. De séjours dans la nature à l’agitation des fêtes au noble silence de la méditation.

À Messancy, l’église Saint-Jacques domine la ville. Au tour de l’église, le cimetière. Le plus vieux cimetière date du dix-huitième siècle et compte beaucoup de pierres tombales classées. Des jeunes gens sont occupés, brosse à la main à les nettoyer une à une, selon les règles de l’art. Dans la première partie se trouve un grand crucifix classé; il se trouve à l’emplacement exacte de l’église d’origine, détruite en 1847. Contre un mur en face de l’église je profite des rayons de soleil bienfaisants.

Le train. Retour à la maison. Arlon-Bruxelles-Gand (Gent). Sensations étranges. Attendre sur le quai. Près de moi la foule, des conversations téléphoniques agitées et de la musique …

Une plante essaie de survivre parmi le gravier d’entre les rails. Une canette par terre ici et là. Une question se pose: ‘ville ou nature’? Je pense à ma maison. Je ressens une certaine crainte. Au loin les grands conifères. Le silence s’installe en moi. Devant moi dans le ciel, une buse.

Een shock – Choc

 

sdr

De topografische kaart wordt bovengehaald, Philippe wijst me de weg. Met vogelgezang wandel ik ingetogen de dag in, de streek van ‘le Gaume’. De grond heeft een zanderige structuur, dit houdt mijn voeten droog na de regen van gisteren. Ik heb het eventjes gehad met de modder. Ook de kleur van de grond en de gebouwen is veranderd, geel in plaats van grijs. Een overstromend beekje. Met wat stenen en takken probeer ik me naar de andere kant te begeven… tot ik zie dat ernaast een pad ontstaan is door mijn voorgangers. De wind baant zich een weg doorheen de bossen, en doet de boomstammen zingen. Een natuurlijk concert. Mijn lichaam voelt zwaar en moe.

In Fratin zoek ik een plaats om uit te rusten. Ik ben verwonderd over hoe het grote kerkplein hier nog zo groen mag zijn. Een groot grasveld met plaats voor een speelterrein voor kinderen. Geen immens betonnen kerkplein zoals er zo velen zijn. ‘La pêcherie de Fratin’, zo een halve kilometer weg van het dorp. Visvijvers, de zon, een stoel, mijn benen strekken doet deugd. Twee mannen komen aangewandeld. Een lang gesprek volgt. Zonder enige moeite vloeien de woorden vanuit het diepste van mezelf, vrij en zonder nadenken. Alsof de woorden vanuit het niets komen. Dit voelt telkens aan als thuis zijn, vanuit mijn hart. Vloeiend, harmonie. Verder wandelend voel ik hoe goed dit gesprek me heeft gedaan, ik geniet na.

In de dorpjes komt de geur van de was, die aan de lijn hangt te drogen, af en toe onder mijn neus. Vergeet-me-nietjes, Campanula, korenbloem, kamille, Elfenbloem… ze kleuren de bermen. De weinige vlinders die ik al heb ontmoet vliegen van de ene bloem naar de andere. In Châtillon, een kermis. Een draaimolen, een schietkraam en een viskraam. Meer moet dat niet zijn om de vreugde van de kinderen en volwassenen op te wekken. Ik hoor de kinderen vol verlangen vertellen wat ze eerst willen doen. Het geluk ligt in kleine dingen.

Ik kies om verder te wandelen naar Meix-le-Tige. Op het einde van een straat een veldweg naar boven. Twee boeren. “C’est bien le chemin pour aller au prochain village?”, vraag ik hen. Er is een glimlach te zien op hun gezicht en ze bevestigen dat het kan mits wat ‘over balken kruipen…’ Ik voel twijfel, mijn denken zegt dat het ok is. Ik waag het erop. Eerste hindernis. Koeien steken de weg over. “Allé… hup…” roep ik naar de koeien. Ze luisteren en stappen verder. Amai, nog iets dat ik kan, tot ik de boer beneden dezelfde woorden hoor gebruiken… pfff, ik dacht al dat ik iets magisch had gedaan. Tweede en derde obstakel raak ik makkelijk voorbij. Aan een elektrische draad, krijg ik een shock bij de eerste poging. Ik was de stroom vergeten. Ik keer op mijn passen terug, zoekend of er een andere mogelijkheid is, tot ik me bewust word dat er een mastodont van een stier, met al zijn koeien aan een snelheid in mijn richting komt gelopen. “A la vache!”, roep ik. Ik loop terug. Rugzak overgooien. Mijn hoofd gaat van de ene richting naar de andere, van de koeien naar het lege veld. ‘Foert, waarom heb ik mijn gevoel niet gevolgd in plaats van mijn denken’, gaat er door me heen. De stier of nog een elektrische shock, mijn keuze is snel gemaakt. Eenmaal aan de overkant voel ik wat de shock met me heeft gedaan. Mijn lichaam voelt onevenwichtig, mijn linkerbeen en voet doen vreemd, mijn hart is in overdrive, mijn hoofd… Mijn innerlijk kompas is de weg even kwijt. Een vloek. Oh, moest dit nu zo extreem. Nu weet ik waarom de boeren een glimlach hadden. In het volgende dorp laat ik me leiden door mijn neus. Ik heb honger. Een keukenraam, een deur. Ik klop aan. Een half uur later zit ik een heerlijke ‘chicon gratin’ met huisgemaakte pommes allumettes te eten in compagnie van Flo en Manu.

GPX Bestand Tintigny -Chatillon

Choc

La carte topographique en main, Philippe me montre le chemin à suivre. Accompagnée de chants d’oiseau je marche en toute modestie allant à la rencontre de la journée et de la Gaume.

Le sol à une texture sablonneuse ce qui tient mes pieds au sec après la pluie d’hier. J’en ai assez de la boue. La couleur du sol et des bâtiments a aussi changé, le gris a fait place au jaune. Un ruisseau débordant. À l’aide de quelques cailloux et de branches j’essaie de rejoindre l’autre cote… jusqu’à ce que je remarque qu’à côte des prédécesseurs ont créé un passage. Le vent se crée un passage à travers la forêt et fait chanter les troncs d’arbres. Un concert joué par la nature. Mon corps se sent lourd et fatigué. À Fratin je cherche une place pour me reposer. Je suis étonnée que la grande place devant l’église soit encore si verdoyante. Une grande pelouse avec de la place ou les enfants peuvent jouer. Pas d’immense place en béton comme il y en a beaucoup. ‘La pêcherie de Fratin’, à peu près à un demi kilomètre du village. Des viviers, du soleil, une chaise, mes jambes s’étendent.

Deux hommes s’approchent. Une longue conversation suit. Sans trop d’efforts les mots surgissent du fin fond de moi-même, en toute liberté sans réfléchir. Comme si les mots jaillissent de nulle part, qu’ils me viennent droit du cœur. Fluide, harmonie. Tout en continuant ma route je sens le bien que cette conversation m’a fait, je me remémore.

Dans le village, l’odeur du linge séchant sur le fil me vient de temps à autre au nez.

Myosotis, campanule, bleuets et sans doute camomille, epimedium… colorent les talus. Les quelques papillons que j’ai rencontré jusqu’alors volent de fleur en fleur. À Châtillon, une fête foraine. Un carrousel, un stand de tir et un stand de pêche. Pas besoin de plus pour voir la joie des enfants et des grands. J’entends les enfants raconter, plein d’envie, par qu’elle attraction ils veulent commencer. Le bonheur est dans les petites choses. Je choisis de continuer ma route vers Meix-le-Tige. À la fin d’une rue un sentier battu qui monte.

Deux paysans. Je leur demande: “C’est bien le chemin pour aller au prochain village?” Un sourire apparait sur leurs visages et ils me confirment que cela est possible à condition de grimper par-dessus des poutres. Je sens de l’hésitation, ma pensée me dit que c’est ok. Je prends le risque.

Premier obstacle. Des vaches traversent le chemin. “Allé… hup…” dis-je. Elles m’entendent et continuent leur chemin. Eh bien, encore une chose que je sais faire, jusqu’à l’instant où j’entends le fermier en bas dire la même chose… pfff, je pensais déjà avoir fait quelque chose de magique. Deuxième obstacle, troisième obstacle, je passe facilement.

Le quatrième, un fil électrique. Au premier coup je reçois un choc. J’avais oublié le courant. Je retourne sur mes pas et cherche une autre possibilité, jusqu’à l’instant où je me rends compte qu’un énorme taureau et toutes ses vaches se dirigent vers moi à tout allure.

Je crie, “A la vache!”. Je fais demi-tour. Je jette le sac à dos par-dessus du fil électrique. Ma tête va d’un côté à l’autre, des vaches au champ vide. ‘Zut, pourquoi n’ai-je pas suivi mon intuition à la place de ma pensée. Le taureau ou un nouveau choc électrique, mon choix est vite fait. Une fois de l’autre côté je sens ce que le choc m’a fait. Mon corps est en déséquilibre, ma jambe gauche et mon pied sont étranges, mon cœur est en overdrive, ma tête… ma boussole intérieure est comme perdue. Un juron. Oh, cela devait-il être si extrême. Maintenant je sais pourquoi les paysans souriaient.

Dans le prochain village je me laisse guider par mon odorat. J’ai faim. Une fenêtre de cuisine, une porte. Je frappe à la porte. Une demi-heure plus tard je mange un délicieux ‘chicon au gratin’ et des pommes allumettes fait maison en compagnie de Flo et Manu.

Veer – Plume

 

sdrIn alle hoeken van de ruimte, spinnenwebben. Boven mijn hoofd van die lange linten die, als je er tegenaan loopt, in je haren kleven. Ze zien zwart van de vliegen. Nog niet zolang geleden, en met respect voor wie er woont, zou ik deze ruimtes niet hebben kunnen binnentreden. En er ook niet kunnen slapen, uit angst. Gewoon omwille van het onbekende. Nu zit ik hier met twee jongeren aan tafel die weten wat ze willen. Ontspannen geniet ik van een ontbijt samen met hen. Wat voelt het goed om eens achteruit te kijken in de tijd en mijn groei te kunnen zien en voelen. Uit de schoorstenen komt nog altijd witte rook. Mensen steken hun haard aan. Zeventien graden buiten, en huizen die niet kunnen opwarmen.

Ik hoor muziek in de kerk van Cunjon. Ik ga in het portaal staan. Links het orgel, stemmen, een gesloten ruimte. Rechts, de natuur, de vogels, openheid. Leunend op mijn wandelstokken laat ik beiden op me afkomen.

Wat later in het bos. Het geluid van geweerschoten, ze volgen heel snel op elkaar. Honden. Is er nu jacht in juli? Ik maak me zorgen. Wat zou me nu het meest bang maken, een geweer of een everzwijn? Een overweldigende geur van de Phallus impudicus zweeft hier door het bos. De volkse naam van deze paddenstoel laat ik in het midden. Het zou hier wat ongepast zijn. In massa groeien ze hier tussen de afgevallen naalden van de bomen.

Af en toe streel ik over de veer van de buizerd. Regen, wind, een duw tegen mijn rugzak, de takken… de veer heeft het allemaal getrotseerd. Een paar dagen geleden was ze volledig nat, ze zag er niet uit. En zie, ze steekt terug op mijn hoed alsof de veer net de buizerd heeft verlaten. De kleur en de vorm zijn teruggekomen. Elk afzonderlijk baardje hangt terug als een prachtig geheel aan elkaar. Veerkracht. Misschien is het dit wel dat me zo nauw verbindt met de buizerd. Mijn eigen veerkracht.

GPX Bestand Chiny – Tintigny

Plume

Dans tous les coins de la pièce des toiles d’araignées. Au-dessus de ma tête de longs rubans, dans lesquelles les cheveux restent collés lorsqu’on les approche. Ils sont couverts de mouches. Il n’y pas encore longtemps, et avec tous le respect due au personnes qui y habitent, je ne serais pas rentrée dans cette pièce. Je n’aurais pas su y dormir, par peur. Simplement à cause de l’inconnu. Maintenant je suis ici, installée à une table en compagnie de deux jeunes qui savant ce qu’ils veulent. Détendue, je profite du petit-déjeuner qu’on partage. Que cela fait du bien de jeter un regard en arrière de temps à autre et de constater mon évolution.

Des cheminées sort encore toujours de la fumée blanchâtre. Les gens allument leurs feux de bois. Dix-sept degrés dehors et des maisons difficiles à chauffer. J’entends de la musique dans l’église de Cunjon. Je prends place dans le portail. À gauche l’orgue, des voix, un espace clos. Sur ma droite, la nature, les oiseaux, un espace libre. M’appuyant sur mes bâtons de marche je laisse les deux venir à moi.

Un peu plus tard dans le bois. Le bruit de coups de feu, ils se succèdent très rapidement.

Des chiens. On chasse au mois de juillet? Je me fais des soucis. Qu’est-ce qui me ferais le plus peur, un fusil ou un sanglier? L’odeur pénétrante du Phallus Impudicus flotte dans l’air. Je vous épargne le nom populaire de ce dernier. Il me serait inapproprié de le citer ici. Ils poussent en masse entre les aiguilles des arbres se trouvant sur le sol.

De temps à autre je caresse la plume de la buse. La pluie, le vent, une poussée contre mon sac à dos, les branches… la plume à défier tout cela. Voici quelques jours elle était complétement mouillée, elle était dans un piteux état. Et voilà que, elle est à nouveau sur mon chapeau, comme si elle venait de quitter la buse. Sa couleur et sa forme sont revenues. Chaque barbe est à nouveau à sa place dans le magnifique ensemble. Ressort. Peut-être que c’est cette caractéristique qui me relie à la buse. Mon propre ressort.

Chiny

img_20160702_211404_20160705073140217.jpg

Half zeven. Ontwaken. Ik steek de kaarsen aan die rond Maria staan. Een ochtendritueel dat ik thuis ook heb. Naast het altaar twee vazen, roze en witte rozen. Met mijn drinkfles vul ik de lege vaas van de witte rozen. Ik zou het spijtig vinden te weten dat er verwelkte bloemen zouden staan tijdens een huwelijksviering. Ik verlaat de kerk. Op de stoel leg ik een briefje met mijn wensen voor het huwelijkspaar.

Rond mij krioelt het van de kikkertjes op de weg, ze zijn amper een vingerkootje groot. Een onaangenaam gevoel gaat door mijn lijf bij de gedachten dat er eentje zou verdwijnen onder mijn voeten. Een berm oversteken is voor hen een hele onderneming. Vallen en terug verder kruipen. Telkens opnieuw. Zo klein en zoveel moed.

Na Herbeumont, verder langs de Semois. In de verte hoor ik kinderen. Vóór mij drie families uit Zoersel. Een grote familiefoto volgt. Een warme vochtigheid is voelbaar wanneer de wolken de vrijheid geven aan de zonnestralen. In de verte een wagen. Wanneer ik dichterbij kom, zie ik een koffer gevuld met wel twintig flessen van acht liter water. Achter de wagen een waterbron. Ik vul mijn fles met dit verrukkelijk, fris bronwater. Zou deze man er nog bij stilstaan, zich bewust zijn van wat moeder aarde ons schenkt, of zou dit een dagelijkse routine geworden zijn? Ik geniet van een frisse teug water.

Vermoeid en voldaan kom ik aan in Chiny. Ik vind een slaapplaats in een collectief ‘Gâche Warache’. Een ijskoude douche in een oude koeienstal geeft me terug energie. Christel en Jérôme verlaten het huis voor de avond. Ik geniet van het alleen zijn, een verse huisgemaakte geitenkaas, rijst en biologische courgetten. De zon gaat onder, een gordijn van mist komt over het land.

GPX Bestand Dohan- Chiny

Jour 55 – Chiny

Six heures trente. Je m’éveille. J’allume les bougies se trouvant près de Marie. Un rituel matinal que je pratique aussi à la maison. Près de l’autel deux vases, des roses roses et blanches. À l’aide de ma gourde je remplis le vase des roses blanches. Je regretterais de savoir qu’il y aurait des fleurs fanées lors d’un mariage. Je quitte l’église laissant sur la chaise un papier avec mes vœux pour les mariés.

Sur le chemin je suis entourée de plein de petites grenouilles, elles ont à peine la grandeur d’une phalange. Je ne me sens pas bien à l’idée qu’une d’entre elles pourrait disparaitre sous mes pieds. Traverser un talus est toute une entreprise pour elles. Tomber et ramper à nouveau. ramper. À chaque fois recommencer. Si petites et si courageuses.

Passé Herbeumont, je continue le long de la Semois. Au loin j’entends des enfants. Devant moi trois familles venant de Zoersel. Une grande-photo de famille en suit.

Une humidité chaude se fait sentir quand les rayons du soleil parviennent à traverser les nuages.

Au loin une voiture. En approchant je vois un coffre rempli d’une vingtaine de bouteilles de huit litres d’eau. Plus loin, une source d’eau. Je remplis mon flacon de cette délicieuse et fraiche eau de source. Est-ce que cette homme se rend encore compte du cadeau que la terre mère nous fait ou est-ce devenu pour lui une routine journalière? Je me régale d’une gorgée d’eau fraiche.

Fatiguée et satisfaite j’arrive à Chiny. Je trouve un endroit pour dormir au collectif ‘Gâche Warache’. Une douche glaciale dans une ancienne étable pour vaches me redonne de l’énergie. Christel et Jérôme quittent la maison pour la soirée. J’apprécie d’être seule, un fromage de chèvre frais maison, du riz et des courgettes biologiques. Le soleil se couche, un manteau de brume recouvre la terre.

Politiebureau – Bureau de police

dav

Acht uur, ik verlaat de abdij, richting Bouillon. Een man komt me tegemoet. We kruisen elkaar. Een vreemd gevoel. Ik draai me om en wandel in een achterwaartse beweging verder. Hij weet zich geen houding te geven en wandelt richting een kamp waar morgen kinderen aankomen. Ik blijf staan. Hij wandelt de gracht in. Tien minuten nadien komt hij terug in mijn richting gewandeld en gaat voor mij omhoog, het bos in. Ik doe alsof ik met mijn gsm bezig ben. Met zijn opvallende rode trainingsvest verstopt hij zich in het bos. Ik voel dat ik hier iets mee moet doen en twijfel of ik naar de kampleiders ga. Om geen onrust te zaaien, kies ik voor het politiebureau. Ik roep de man en vraag of hij naar beneden wil komen. Een hand, een babbel, zijn naam, een ongeloofwaardige uitleg. Verdacht. Het politiebureau. Ik leg de situatie uit. “Oh, je crois que je sais de qui il s’agit”, antwoordt de agent. “Il n’est pas bien dans sa tête”, volgt er nog. Ik denk bij mezelf: deze man weet heel goed waar hij mee bezig is…

Terug naar het centrum. Een koffie. Een gesprek met de bakker over dagdagelijks dingen. “Des gens comme vous il devrait en avoir plus”, terwijl hij zijn kassa opent en me de koffie terugbetaalt. Een vers rabarbergebakje krijg ik mee voor onderweg. Mijn e-mail even checken, kwestie van toch een beetje het thuisfront te volgen. Een e-mail over de opleiding die ik volg. Ik kan het niet onmiddellijk plaatsen en sluit af. Mijn gps doet het niet. Ik vraag een man de weg. Met het vertrouwen in de ander, mezelf en de natuur stap ik verder. Op ontdekking. Het brengt me waar ik mag zijn. Verbondenheid. Even tussen haakjes, het weerbulletin: Buiten, af en toe een bui, vochtig, fris. Binnen is het warm en schijnt de zon. Het valt me op dat er weinig tot geen ‘moeten’ is dat ik mezelf opleg en op mijn schouders meedraag. Een rust heeft zich geïnstalleerd. Ook ‘s avonds heb ik minder nood om in verhaal te gaan. Er is meer samenzijn in het moment.

De tocht gaat verder langs de Semois. Vanop een rots is het alsof de rivier zich als een slang doorheen het landschap voortbeweegt. Aan de overkant zie ik een weg. De weg die ik straks zal bewandelen. Het lijkt zo veraf. Eventjes zakt de moed mij in de schoenen. Een brug, dat zou nog wel eens iets zijn in plaats van de kronkelende weg. Met een stevige en bewuste stap ga ik verder. In mijn gedachten komt af en toe de e-mail van deze morgen terug. Vergezichten, rust, stilte. Een halte. Ik luister naar wat de natuur me brengt. De overkant. Oh, dit is waar ik daarnet naar stond te kijken en het moeilijk had. Het leek zo ver weg en zie, hier ben ik al. Amper vijf minuten. Ik begin te lachen omdat mijn denken me in een fractie van een seconde even een downgevoel gaf. Deze kronkeling was blijkbaar noodzakelijk om terug iets bewuster te worden. Of de weg nu kort of lang is, welke weg ik neem of zich aanbiedt, welke verandering het met zich meebrengt, wat het ook moge zijn. Waar ik sta, waar ik naartoe ga, de weg is altijd rechtdoor. Ik vertrouw dat wat er is, dat het juist is, en zie een verandering eerder als een kans om andere dingen te ontdekken, te groeien om uiteindelijk toch naar het eindpunt te gaan. Niet vanuit een wil, wel vanuit een voelen, een vertrouwen in de flow van het leven.

Cunjon, moe kom ik aan. Het eerste dat zich aandient voor de nacht is de kerk. Geen twijfel. Ik verken een beetje het dorp. Weinig leven te bespeuren. Terug naar de kerk. Op de banken liggen boekjes voor de huwelijksmis van morgen. Op de achtergrond hoor ik geroep, een doelpunt voor België. Mijn matras leg ik op het hout, waar mensen neerknielen. Onder de bank, te dikke spinnenwebben. Ik verplaats mijn matras voor het altaar. Aan het altaar val ik in slaap.

GPX Bestand Dohan – Chiny

 

Bureau de police

Huit heures. Je quitte l’abbaye direction Bouillon. Un homme vient à ma rencontre. On se croise. Un sentiment étrange. Je me retourne et continue ma marche en reculant. Il ne sait pas quelle attitude prendre et continue son chemin direction le terrain de campement ou des enfants vont arriver demain. Je m’arrête. Il marche dans le fossé. Dix minutes plus tard il revient dans ma direction et monte dans le bois une fois arrivé à ma hauteur. Je fais comme si j’étais occupée avec mon portable. Il se cache dans le bois avec sa veste rouge assez voyante. Je sens que je dois agir et me demande si je me tourne vers les responsables du campement.  Pour ne pas semer la panique je choisis de me tourner vers la police. J’appelle l’homme et lui demande si il veut bien descendre. Une poignée de main, une conversation, son nom, une explication incohérente s’en suit. Suspect. Le bureau de police. J’explique la situation. “Oh, je crois que je sais de qui il s’agit”, me dit l’agent. “Il n’est pas bien dans sa tête”, me dit-il encore. Je pense en moi-même: cet homme sait très bien ce qu’il fait…

De retour vers le centre. Un café. Une conversation avec le boulanger sur les choses de tous les jours. “Des gens comme vous il devrait en avoir plus”, me dit-il en ouvrant sa caisse et il me rembourse mon café. Je reçois une tarte à la rhubarbe fraichement cuite, pour en cours de route. Contrôler mes e-mails, question d’avoir un peu des nouvelles …

Un e-mail venant de la formation que je suis. Je ne comprends pas tout de suite de quoi il s’agit et ferme l’e-mail. Mon gps ne fonctionne pas. Je demande la route à un homme. Ayant confiance en l’autre, en moi-même et en la nature je continue mon chemin. À la découverte. Cela me mène ou je peux être. Connectivité.

Entre parenthèses le bulletin météo: Dehors de temps à autre de la pluie, humidité, fraicheur. A l’intérieur il fait chaud et le soleil brille. Je remarque que je ne m’impose pas ou presque pas d’obligations, pas de charges sur mes épaules. Une paix s’est installée. Le soir, j’ai moins besoin de conter une histoire, il y a plus de place pour la rencontre dans l’instant présent.

La marche continue le long de la Semois. Vue du haut d’un rocher c’est comme si la rivière se déplace comme un serpent à travers la nature. De l’autre côté je vois un chemin. Le chemin que j’emprunterais tout à l’heure. Cela me parait si loin. Un instant je perds courage. Un pont, celui-ci pourrait bien être une alternative pour le chemin sinueux. D’un pas ferme et conscient je continue ma route. Dans ma tête, le mail de ce matin me revient de temps à autre à l’esprit. Perspectives, repos, le silence. Une halte. J’écoute la nature et ce qu’elle m’apporte. L’autre côté. Oh, l’endroit où je me trouvais tout à l’heure et où les choses étaient difficiles. Cela me paraissait si loin et maintenant j’y suis. À peine cinq minutes. Je ris à l’idée que ma pensée a réussi à me démoraliser un court instant. Cet égarement était apparemment  nécessaire pour devenir plus consciente. Que le chemin soit long ou court, quel chemin je prends ou quel chemin se présente, quels changements cela implique, quelle qu’ils soient. Où je suis, où je vais, le chemin est toujours tout droit. Je suis convaincue que ce qui est, est bon, et je vois un changement comme une chance offerte de découvrir du nouveau, de m’épanouir et d’arriver finalement où je dois être. Pas par volonté, mais à partir d’un sentiment, faisant confiance au flux de la vie.

Cunjon, j’arrive fatiguée. La première place où dormir qui se présente est l’église. Pas de doute. Je vais quelque peu à la découverte du village. Il y a peu de vie. Retour à l’église. Sur les bancs, des livres pour la messe de mariage de demain. En arrière-plan j’entends des cris, un but pour la Belgique. Je dépose mon matelas sur le bois où les gens s’agenouillent. Sous le banc, trop de grosses toiles d’araignées. Je déplace mon matelas devant l’autel ou je m’endors.

François

 

dav

Boven mij hoor ik de voetstappen van François. Zes uur in de morgen. Ik strek me uit. Ontbijt samen met François. Een half uur nadien vertrekt hij naar zijn werk. Ik geef hem een Chocotoff. “Oh merci, je penserais à toi”, zegt hij. We geven elkaar een zoen. Rustig eet ik mijn ontbijt verder. Ik hoor de auto wegrijden. Een douche. Nog even een briefje op tafel: ‘Merci pour l’accueil chaleureux, Jasmine’.

Klaar voor een nieuwe dag, richting Bouillon. Vanuit Rochehaut heb ik een prachtig zicht op de Semois, de natuur en Frahan. Via een GR-pad daal ik af naar de rivier. Een loopbrug brengt me naar het dorp Frahan. In een kleine eenvoudige kerk steek ik een kaars aan voor allen wie ik heb ontmoet en nog zal ontmoeten, voor mijn naasten en de mensen die ik lief heb en een warme omhelzing kunnen gebruiken in deze tijden, voor allen aan de horizon die steun nodig hebben. Een beetje verder neem ik ‘les Crêtes de Frahan’ op een hoogte van 229 meter. Amai, dat is klimmen. Het loont de moeite. Ik kan zo verbluft zijn van iets te zien dat adembenemend mooi is. En toch kan ik meer genieten van wat rond mij gebeurt, van het kleine, stap na stap, iets nieuws, een genot. Een continuïteit.

Van Frahan naar Corion, naar Bouillon. Net voor Bouillon wandel ik op een smal wandelpad, net naast de rivier. Aangekomen in de stad wandel ik nog twee kilometer voor een slaapplaats. De zusters van de abdij van Cormorant ontvangen me. Een kleine kloosterkamer met zicht op de Semois. Mijn schoenen zet ik aan het venster om te vermijden dat de geur zich doorheen de kamer verspreidt. Twee reigers vliegen van de ene naar de andere kant. Ik val in slaap in het koninkrijk van hartelijke ontmoetingen.

GPX Bestand Corbion – Dohan

J’entends les pas de François au-dessus de ma tête. Six heures du matin. Je m’étends. Déjeuner en compagnie de François. Une demi-heure plus tard il part au travail. Je lui offre un chocotoff. “Oh, merci, je penserais à toi”, me dit-il. On s’embrasse. Je continue tranquillement mon petit-déjeuner. J’entends partir la voiture. Une douche. Encore un petit mot sur la table: ‘Merci pour l’accueil chaleureux, Jasmine’.

Prête pour une nouvelle journée, direction Bouillon. À partir de Rochehaut une magnifique vue sur la Semois, la nature et Frahan. Par un sentier GR je descends rejoindre la Semois. Une passerelle me permet de rejoindre le village de Frahan. Dans une petite église de toute simplicité j’allume un bougie pour toutes les personnes que j’ai rencontrées et toutes celle que je rencontreraient encore. Pour mes proches et les gens que j’aime et qui ont bien besoin d’une étreinte chaleureuse en ce moment. Pour tous ceux à l’horizon qui ont besoin d’aide. Un peu plus loin je parcours ‘les Crêtes de Frahan’ avec leur altitude de 229 mètres. Et bien dis donc c’est grimper. Cela en vaut la peine.

Je peut être complètement déconcertée en voyant des choses d’une beauté à me couper le souffle. J’apprécie cependant encore plus les choses qui se passent autour de moi. La découverte, les petite choses, pas après pas, du nouveau, cela me réjouis. Une continuité.

De Frahan vers Corion à Bouillon. Juste avant d’arriver à Bouillon je marche sur un sentier très étroit qui longe la Semois. Arrivée en ville je marche encore durant deux km avant de trouver ou loger. Les sœurs de l’abbaye de Cormorant me reçoivent. Une petite chambrette avec vue sur la Semois. Je mets mes chaussures à la fenêtre pour éviter que l’odeur ne se répande dans la chambre. Deux hérons se sont installés ici et volent d’un côté à l’autre. Je m’endors au royaume des rencontres chaleureuses.

Monceau-en-Ardenne

 

dav

Terwijl ik de tent laat drogen in de zon, ga ik me opwarmen in het sanitaire blok. Het is koud en vochtig voor de tijd van het jaar. Nadat mijn kleren opgewarmd zijn en de ‘flipfloptent’ opgevouwen is, verlaat ik de camping. Van het GR-pad via landelijke wegen. Dorp na dorp. Richting Monceau-en-Ardenne. Aan verschillende huizen staan houten bakken: ‘Nourriture a partager. Incroyables comestibles’. Mijn zakmes. Een paar verse blaadjes sla, wat peterselie. Groenten voor deze middag.

Dorpen verrijzen na een bocht of helling. Uit de schoorstenen komen witte rookpluimen. Monceau-en-Ardenne, een Sint-Jacobskerk, een gesloten deur. De buurvrouw, Jeannine wijst me de weg naar Chantal, ‘la sacristine’. Een koffie wordt aangeboden, mijn fles bijgevuld met water. Een babbel over de verborgen kantjes van een pas aangekocht huis. Jeannine weet me te vertellen dat vele huizen geen stromend water en elektriciteit hebben in deze regio. Ik ga Chantal opzoeken. Achter mij hoor ik hoog in de lucht twee buizerds. In een vloeiende beweging en al zwevend draaien ze in cirkels naar omhoog. Ik wandel verder en voel dat ik afwijk van het dorp. Twijfel, ben ik wel juist? Ik vraag even na. “Vous êtes trop loin”, vertelt een buurtbewoner en wijst met zijn vinger in de juiste richting. Terug. Aangekomen bij Chantal, niemand thuis. Een buurman spreekt me aan: “Oh, vous ne pouvez pas la manquer, elle roule toujours bien quelque part dans le village.” Inderdaad, na vijf minuten zit ik al in haar auto, ze werd al op de hoogte gebracht dat er iemand naar haar op zoek was. Chantal, een actieve vrouw, vertelt me in het kort wat over de Sint-Jacobskerk, haar leven als grootmoeder en haar leven in het dorp. In tien minuten is het alsof ik haar hele leven heb gehoord. De Sint-Jacobskerk is klein en charmant. Deze kerk is pas erkend als kerk op de weg naar Compostela. Twee beelden van de Heilige Jacobus, waarvan eentje uit het jaar 1600, opgegraven in de tuin van de priester. Na het kerkbezoek neemt Chantal me mee naar een man. Zijn naam ontsnapt me. Boven zijn huis zijn de twee buizerds aan wie ik geen aandacht heb gegeven. Ik krijg van hem een replica van de Sint-Jacobstempel. De stempel die men gebruikt in de credential.

Ondertussen is de zon van de partij. Haar stralen doen me deugd op de huid. Verder naar Oizy. Aan de kapel ‘Chapelle de Notre-Dame de Bon Secours’ staat een oude linde. Je kan er vanaf meters afstand met je ogen dicht naartoe stappen, de geur is overweldigend. De stamdikte is enorm. Verder een halte in een B&B ‘La chasse aux trésors’. Een gezellige babbel in een prachtige omgeving. De gastvrije vrouw schenkt me broodpudding en een Chocotoff voor onderweg. Het kind in mij is tevreden wanneer ik al wandelend het beeld van de Chocotoff voor mijn ogen kan toveren. Een ree wordt gestoord bij het zonnebaden en huppelt weg.

‘s Avonds ontmoet ik François. Een vlot contact. Zijn huis, een oude schuur. Een groot deel van het interieur is opgebouwd uit recuperatiemateriaal. Ieder plekje brengt verwondering en een glimlach op mijn gezicht. Met wat handigheid en creativiteit een eigen plek kunnen maken, daar droom ik van. Telkens een nieuw stuk in het creëren van harmonie. Zo voelt de woonst en deze persoon, harmonieus met zichzelf en zijn omgeving. En ook al is het niet binnen de normen van de maatschappij of de boekjes, alles is perfect afgewerkt. Ik zou kunnen zeggen de perfectie binnen de imperfectie, zalig.

Bij kaarslicht met een thee voor de open haard eindigt de dag met een intens, boeiend gesprek over wat het leven met zich kan meebrengen in haar ‘rijkheid’ (rijkdom voelt voor mij hier niet juist).

GPX bestand Bellefontaine – Corbion

Monceau-en-Ardenne

Pendant que je laisse la tente sécher au soleil, je vais me chauffer près du chauffage au bloc sanitaire. Il fait froid et humide pour la période de l’année. Une fois mes vêtements réchauffés et la tente ‘flipflop’ repliée, je quitte le camping. J’emprunte le sentier de la GR et en suite des chemins de campagne. Village après village. Direction Monceau-en-Ardenne. À hauteur de plusieurs maisons, des bacs en bois. ‘Nourriture à partager. Incroyables comestibles’.

Mon canif. Quelques feuilles de salade fraiche, un peu de persil. Des légumes pour ce midi. Des villages apparaissent derrière un tournant ou une montée. Des panaches de fumée blanche s’échappent des cheminées

Monceau-en-Ardenne, une église Saint-Jacques, une porte close. La voisine, Jeannine, me montre comment me rendre chez Chantal, ’la sacristine’. Un café m’est offert, ma gourde remplie d’eau. Une conversation ayant comme sujet les faces cachées d’une maison nouvellement achetée. Jeannine me raconte que, dans cette région, beaucoup de maisons n’ont pas d’électricité et d’eau courante. Je vais à la recherche de Chantal. Derrière moi, haut dans le ciel, j’entends deux buses. D’un mouvement fluide, et en planant elles forment des cercles et montent. Je continue ma marche et sens que je m’éloigne du village. Doute, suis-je bien sur le bon chemin? Je demande. “Vous êtes trop loin”, me dit quelqu’un du voisinage en me montrant du doigt la bonne direction. Demi-tour. Arrivée chez Chantal, personne à la maison. Un voisin m’adresse la parole “Oh, vous ne pouvez pas la manquer, elle roule toujours bien quelque part dans le village” en effet après cinq minutes je me trouve déjà dans sa voiture, elle avait été prévenue que quelqu’un la cherchait. Chantal, une femme active, me raconte en quelques mots l’histoire de l’église Saint-Jacques, sa vie de grand-mère et sa vie dans la commune. En dix minutes de temps c’est comme-ci elle m’avait raconté toute sa vie. L’église Saint-Jacques est petite et charmante. Cette église vient juste d’être reconnue comme étant sur le chemin de Compostelle. Deux statues de Saint-Jacques, dont l’une date de l’an 1600, la statue fut déterrée dans le jardin du curé. Après une visite à l’église Chantal m’emmène chez un homme. Son nom m’échappe. Au-dessus de sa maison les deux buses auxquelles je n’ai plus prêtée attention. Il me remet une copie du tampon de Saint-Jacques. Le tampon dont on se sert pour poinçonner le credential. Entretemps le soleil apparait. Ces rayons font du bien à ma peau. Je continue jusqu’à Oizy. À la ‘Chapelle de Notre-Dame de Bon Secours’ se trouve un vieux tilleul. Tu peux t’y rendre les yeux fermés, car à partir d’une certaine distance, l’odeur est grandiose. Sa circonférence est énorme.

Plus loin une halte dans un B&B ‘La chasse aux trésors’. Une conversation agréable dans un cadre enchanteur. La femme hospitalière m’offre un morceau de pudding et un chocotoff pour la route. Mon enfant intérieur est content lorsqu’il arrive en marchant à visualiser le chocotoff comme par magie. Un cerf est dérangé durant son bain de soleil et s’éloigne en sautillant.

Le soir je rencontre François. Un contact facile. Sa maison, une vieille grange. Une grande partie de l’intérieur est construit avec du matériel de récupération. Chaque recoin m’étonne et me fait sourire. Muni de dextérité, et de créativité pouvoir construire son propre nid, j’en rêve. Chaque fois ajouter un nouveau morceau pour créer l’harmonie. C’est ce que je ressens dans cette maison et chez cet homme en harmonie avec lui-même et son environnement. Même si ce n’est pas dans les normes de la société et des revues. Tout est parfaitement fini. Je pourrais dire la perfection dans l’imperfection, divin. À la lumière d’une bougie, un thé, un feu ouvert, la journée se termine par une conversation intense et captivante sur ce que la vie peut impliquer et sa richesse.