Voorbereiding

Français 👇

NL Zich voorbereiden op zo een lange weg is voor iedereen persoonlijk. De ene persoon zoekt houvast, een ander persoon ontdekking.

collage_20140717230130873

Cathédrale Notre-Dame de Reims

De verhalen als:

‘je moet je haasten voor een overnachting, je moet vroeg opstaan of je hebt geen overnachting, de meseta is een monotoon saai stuk, het gesnurk, deze weg is beter dan de andere ‘… en nog zoveel meer. De honderden verhalen over wat je eet en waar je slaapt had ik weinig aan. Al heel snel heb ik de keuze gemaakt om de computer en de boeken dicht te laten, anders was ik waarschijnlijk niet vertrokken. Het aanbod op internet was en is zo groot dat ik door de bomen het bos niet meer zag. Ik heb dan ook heel weinig tot niets gelezen vóór mijn eerste pelgrimstocht in april 2014. Ik wou zo neutraal mogelijk, zonder vooroordelende verhalen en verwachtingen vertrekken.

Ik kocht GR wandelgidsen, nl. de GR 654 van Namen naar Vézelay. Eén stuurde ik op naar Vézelay en eentje naar Bergerac. Al op de eerste dag had ik een dikke blaar en voelde ik mijn gewrichten die me kwamen vertellen dat de weg in het Nu moment belangrijker was dan het einddoel en ik het rustiger mocht aandoen. Ja… doseren was toen niet mijn sterkste kant. Dit was één van de weinige keren dat ik fysieke last had, een dag die ik nooit zal vergeten…de moeilijkste en ook een heel rijkvol moment.

Ik werd me toen heel snel bewust dat ik de GR-routes even opzij mocht parkeren, zo niet was ik nooit aangekomen in Compostela als ik niet bewust in het Nu moment had gestapt en zorg had gedragen voor mijn lichaam. Ik koos toen om verder te stappen op ‘La Trans-Ardennes’, plat en rustig gelegen langs de Maas. Na een kleine week wat rustiger aan te doen kon ik terug wat meer aan en verliet ik dan ‘La Trans-Ardennes’ ter hoogte van Fumay. De dag nadien bij het ontwaken, de deur te openen van een feestzaal – waar ik mocht overnachten – en de burgemeester die dag met een ontbijt aan de deur stond, zag ik recht voor mij op een verkeerspaal, een sticker. De Jakobsschelp. Pas toen werd ik me bewust dat dit teken me de weg wees net zoals een GR teken (de rood en witte streep)

Vanaf dit moment heb ik de schelp niet meer verlaten (of is het andersom 😉 ) en heb ik leren vertrouwen in de weg, geloven in mezelf voorbij angst en controle.

Het moment dat ik de pijn in het lichaam voelde, het gevecht tussen ego en het hart was het moeilijkste en zwaarste stuk op mijn eerste pelgrimstocht naar Santiago. Het kunnen loslaten…van de kleine stemmetjes in mijn hoofd die me kwamen vertellen dat ik zou falen als ik koos om geen GR-route te volgen. Eenmaal de liefde voor mezelf voelbaar werd, kon de transformatie beginnen, het was wonder mooi voelbaar en zichtbaar. Net een ontluikende bloem die haar armen kon openen, geven en ontvangen. En de vijf intenties die ik toen had werden heel snel vervuld.

De enige voorbereiding die ik ooit deed in 2014 was één dag van twintig kilometer stappen met een rugzak van tien kilo. Dit was voor mij de enige dag die ik heb gestapt en al snel was het me duidelijk dat ik een probleem had aan de voet, een doorgezakte voorvoet. Een afspraak bij de podoloog. Orthopedische zolen werden een noodzaak. Pas bij de start van mijn pelgrimstocht ben ik terug beginnen wandelen.

Ondertussen zijn andere pelgrimswegen bewandeld en heeft het pelgrimeren me niet meer verlaten. Waar ik pelgrimeer of waar naartoe dit wordt me duidelijk onderweg. Het is niet ik die de weg kies, wel de weg die mij kiest. De weg creëert zich vanzelf, dit kan zowel over bestaande pelgrimswegen zijn, GR routes of wegen waar misschien nog nooit een ‘pelgrim’ heeft bewandeld (dit laatste heb ik mijn twijfels over 🙂 ) . Ik kom altijd terecht waar ik mag zijn.

20140702_113722_1

Graffiti

Mijn voorbereidingen vandaag.

De ervaringen hebben me veel bijgeleerd op verschillende vlakken, toch is ieder tocht nooit hetzelfde. Je blijft groeien. Na 10 jaar pelgrimeren, onderweg zijn wordt ik gewaar dat ik ook minder nood heb aan materie wat me dan goed uitkomt in het dragen van gewicht, want ook mijn gewrichten worden een jaartje ouder.
Wat doe ik vandaag:

– de pelgrimstocht kenbaar maken via Polarstep. Zo kunnen mensen mij volgen. En een globaal zicht hebben.
Controle van materiaal.

– De wandelstokken controleren of alle segmenten (indien plooibaar) nog betrouwbaar en veilig zijn. Sluiten ze goed. Ik raad jullie stevige en betrouwbare wandelstokken aan. Wandelstokken, die wanneer je je gewicht op plaatst in elkaar schuiven raad ik ten stelligste af. Je zou de eerste niet zijn waarvan je neus de grond mag kussen 😉 bij een afdaling of een oversteek ergens in de bergen. Denk an je veiligheid. En laat je budget hier geen rol inspelen. Neem dan liever een stevige houten stok.

– De schoenen. Hoe zit het met je zool? is er nog volledig profiel zichtbaar of zijn ze gladdig geworden. Zijn er naden los? Vaak vergeten we ook de binnenzool, ook deze kan aan vernieuwing toe zijn. Ik heb lang gekozen voor hoge bergschoenen. Na een lange tocht van 8 maand voel ik dat mijn voeten het veel beter doen in in sandalen of indien nodig trailschoenen. Ze zijn lichter, luchtig en hoe raar het misschien klinkt, mijn voeten zijn veel stabieler en krachtiger.

-Heb je steunzolen. Laat deze controleren op hardheid door je podoloog of orthopedist. Alhoewel sedert ik sandalen draag heb ik geen steunzolen niet meer.

– Je rugzak. Zijn alle riemen, gespen, ritsen en sluitingen nog ok. Is de regenhoes nog waterdicht? Dit is voor mij het materiaal die het meeste aandacht krijgt.
Rugzak, wandelschoenen en wandelstokken (indien je deze gebruikt) ga hier financieel niet op snoeien.

20140614_104322_1

En dan kijk je globaal welke richting je uitgaat, je gaat wandelen. Een route over de bergen en/of langs de kust en/of in het binnenland.

In welke periode. In het vroege voorjaar is een vest of dikke trui niet overbodig. In de zomer zie ik me dan geen wollen dikke trui meeslepen. Wat interessant is zijn verschillende laagjes boven elkaar dragen. Ik kies graag voor merinowol ook in de zomer, want die zijn thermoregulerend.

Wat zijn je keuzes van overnachting, hotel, gîtes, B&B, pelgrimsherberg, aankloppen, kamperen. Dit zal niet enkel je materiaal beïnvloeden, ook je budget.

PAS OP wildkamperen kan op veel plaatsen niet. Behalve indien je er toelating voor krijgt. Een mogelijkheid is ‘Welcome to my gardenwaar je max. 48 uur kan staan. Wat wel kan bv in Frankrijk is bivakkeren (één nacht overnachten). Check per land voor je eraan begint.

Dan heb je nog de keuze tussen alleen (dat ben je nooit) of met meerdere of georganiseerde groepsreizen. Bij dit laatste kan ik me voorstellen dat sommige nood hebben dat alles voorbereid is. Voor mij is dit te beperkend aanvoelend, en zou ik ook de vrijheid missen om een andere richting te nemen of ingaan op een uitnodiging langs de weg. Meestal betaal je hier ook voor, dus duurder.

En van hieruit maak je dan je kledingkeuze. De rest is gewoon alsof je een minikleerkast maakt. Via mijn paklijst kan je zien wat ik meeneem.

20140615_200652_1

Dit was mijn budget in 2014 die ik heb opgebruikt, wat vandaag totaal niet meer aan de orde zal zijn. Wel een richtlijn kan geven.

  • Namur naar Vezelay = €450 (31 dagen)
  • Vezelay naar Saint-Jean-Pied-de-Port = €900 (30 dagen)
  • Saint-Jean-Pied-de-Port naar Finistera =€1200 ( 35 dagen)

MATERIAAL: Hierin bespreek ik mijn materiaal die ik meeneem

FR.
Se préparer pour un si long chemin est quelque chose de personnel. Une personne cherche des repères, une autre la découverte.

Les récits tels que :
“Il faut se dépêcher pour trouver un hébergement, il faut se lever tôt sinon il n’y aura plus de place, la Meseta est un passage monotone et ennuyeux, les ronflements, ce chemin est meilleur que l’autre”… et tant d’autres.
Les centaines d’histoires sur ce que l’on mange et où l’on dort ne m’ont pas été d’une grande utilité. Très vite, j’ai décidé de fermer l’ordinateur et les livres, sinon je ne serais probablement jamais parti.

Je dirais par fait confiance et fait ta propre expérience.

L’offre d’informations sur internet était (et est) si vaste que je ne voyais plus clair. Je n’ai donc lu que très peu de choses avant mon premier pèlerinage en avril 2014. Je voulais partir le plus neutre possible, sans histoires préconçues ni attentes.

J’ai acheté des guides de randonnée GR, notamment le GR 654 de Namur à Vézelay. J’en ai envoyé un à Vézelay et un autre à Bergerac. Dès le premier jour, j’ai eu une grosse ampoule et mes articulations m’ont rappelé que l’important était le moment présent, bien plus que l’objectif final. Je devais ralentir. À l’époque, savoir doser mes efforts n’était pas mon point fort. Ce fut l’une des rares fois où j’ai ressenti une gêne physique, une journée que je n’oublierai jamais… la plus difficile mais aussi un moment très riche.

J’ai vite compris que je devais mettre de côté les itinéraires GR. Sinon, je ne serais jamais arrivé à Compostelle si je ne marchais pas en pleine conscience et ne prenais pas soin de mon corps. J’ai alors décidé de poursuivre mon chemin sur un terrain plus plat et plus tranquille, le long de la Meuse. Après une petite semaine à marcher plus calmement, j’ai pu reprendre un rythme plus soutenu et quitté la “Trans-Ardennes” à hauteur de Fumay.

Le lendemain matin, en ouvrant la porte de la salle des fêtes où j’avais pu passer la nuit, je me suis retrouvé face au maire qui venait m’offrir un petit-déjeuner. Et là, juste en face de moi, collée sur un poteau de signalisation, une coquille Saint-Jacques. Ce n’est qu’à ce moment-là que j’ai pris conscience que ce symbole me montrait le chemin, tout comme le marquage rouge et blanc des GR.

À partir de ce moment, je n’ai plus quitté la coquille (ou bien est-ce elle qui ne m’a plus quitté? 😉 . J’ai appris à faire confiance au chemin, à croire en moi, au-delà de la peur et du besoin de contrôle.

Le moment où j’ai ressenti la douleur dans mon corps, où s’est joué le combat entre l’ego et le cœur, a été la partie la plus difficile et éprouvante de mon premier pèlerinage vers Saint-Jacques. Il a fallu lâcher prise… sur ces petites voix dans ma tête qui me disaient que ce serais un échec si je choisissais de ne pas suivre les GR. Une fois que l’amour pour moi-même est devenu palpable, la transformation a pu commencer. C’était magnifique, comme une fleur s’ouvrant doucement, prête à donner et à recevoir sur le chemin. Les cinq intentions que j’avais formulées au départ se sont très vite réalisées.

La seule préparation que j’ai faite en 2014 a été une journée de vingt kilomètres avec un sac de dix kilos. C’était la seule marche d’entraînement que j’ai faite, et j’ai vite compris que j’avais un problème au pied : un affaissement de l’avant-pied. J’ai consulté un podologue et des semelles orthopédiques sont devenues une nécessité. Ce n’est qu’au début du pèlerinage que j’ai recommencé à marcher.

Depuis, j’ai parcouru d’autres chemins de pèlerinage et cette expérience ne m’a jamais quitté. Où que j’aille, le chemin se crée de lui-même. Parfois, il passe par des itinéraires de pèlerinage connus, des GR, ou encore des routes où peut-être aucun pèlerin n’a encore marché (mais j’en doute !). J’arrive toujours exactement là où je suis censé être.

Ma préparation aujourd’hui.

L’expérience m’a beaucoup appris sur différents plans, mais chaque voyage est unique. On continue toujours à grandir. Après dix ans de pèlerinage, je me rends compte que j’ai de moins en moins besoin de matériel, ce qui m’arrange car mes articulations prennent de l’âge.

Ce que je fais aujourd’hui :

Annoncer mon pèlerinage via Polarsteps, pour que mes proches puissent me suivre et avoir une vue d’ensemble.

Contrôle du matériel

– Bâtons de marche : vérifier si tous les segments (s’ils sont pliables) sont encore solides et sécurisés. Je déconseille vivement les bâtons qui risquent de se rétracter sous le poids du corps. Vous ne seriez pas le premier à embrasser le sol en pleine descente ! Privilégiez la sécurité, ne lésinez pas sur la qualité, et si le budget est un problème, une bonne canne en bois fera très bien l’affaire.

– Chaussures : vérifier l’état des semelles (encore adhérentes ou trop usées ?), des coutures, et des semelles intérieures. J’ai longtemps opté pour des chaussures de randonnée montantes, mais après une marche de huit mois, j’ai découvert que mes pieds sont plus à l’aise en sandales ou en chaussures de trail. Plus légères, aérées, et étonnamment, plus stables.

– Semelles orthopédiques : Si vous en avez, faites-les contrôler par un podologue. Personnellement, depuis que je porte des sandales, je n’en ai plus besoin.

– Sac à dos : Vérifier toutes les sangles, boucles, fermetures éclair et la housse de pluie. C’est l’un des éléments les plus importants du matériel, avec les chaussures et les bâtons. Ne faites pas d’économies sur ces trois-là !

Ensuite, selon votre itinéraire (montagne, littoral, plaine) et la saison, adaptez votre équipement.

Vêtements : En début de printemps, une veste ou un gros pull est essentiel. En été, inutile d’emporter de la laine épaisse. Privilégiez le système multicouche. Personnellement, j’aime la laine mérinos, même en été, car elle est thermorégulatrice.

Type d’hébergement : hôtels, gîtes, auberges de pèlerins ou bivouac. Cela influencera votre équipement (sac de couchage, drap de sac, tente…) et votre budget.

Enfin, choisissez si vous voulez partir seul (vous ne l’êtes jamais vraiment) ou en groupe. Les voyages organisés peuvent rassurer certains, mais je trouve cela trop contraignant.

Mon budget en 2014

Aujourd’hui, ces montants ne sont plus d’actualité, mais cela peut donner une idée :

Namur – Vézelay : 450 € (31 jours)

Vézelay – Saint-Jean-Pied-de-Port : 900 € (30 jours)

Saint-Jean-Pied-de-Port – Fisterra : 1 200 € (35 jours)

J’y détaille aussi mon matériel.

Plaats een reactie