Sainte Marie de la Mer

Arles–Le Chemin d’Arles

Ik neem afscheid van mijn nonkel “Oh, ou tu vas ?” “je reprends le Chemin, il est temps–lees de tijd is rijp-de continuer ce que j’ai à faire”. Hij is geschrokken, de boodschap die gisteren werd gedeeld was blijkbaar niet binnenkomen. Ik geef hem een zoen. Hij gaat mee tot aan de deur. Terwijl ik in de gang sta met de rugzak op, zie ik zijn ‘niet begrijpen’ en het water komend in zijn ogen. “Attend…”. Ik doe mijn rugzak af en ga naar hem toe. Ik open mijn armen, “vient que je te prends dans mes bras”,ik geef hem een liefdevolle knuffel en nog een zoen. Ik leg mijn handen op zijn armen, “prend bien soin de toi”, terwijl ik hem in de ogen kijk. “Tu sais ce que tu vient de faire là. Personne me la fait auparavant”, zegt mijn nonkel. Hij kijkt mijn tante aan, zijn tranen rollen.

Aan het station in Perpignan neen ik de wagen. Ik rijd mee met iemand tot in Arles.
Ik geef mijn tante een dikke knuf, voor ze terug naar huis gaat. Ik voel haar lichaam snikken. Tranen vloeien.” Tata, en ne ce perd plus”, fluister ik haar toe. Ik steek mijn rugzak in de koffer van de wagen… en steek nog even de straat over om haar een dikke knuffel te geven.

In de wagen stel ik me de vraag hoe het komt dat ikzelf geen verdriet of gemis voel. ‘Jasmine, moet je dit voelen?’, gaat er verder door meheen. Neen, natuurlijk niet en natuurlijk wel ben ik geraakt door te zien wat mijn bezoek zowel bij mijn tante en nonkel heeft gebracht. Wat ik vooral voel is vreugde. Vreugde omwille dat we terug verbonden zijn. Vreugde omwille van mijn volhouden, ver-trouwen, geloof in het Leven en in de Liefde. Vreugde om te kunnen blijven bewegen in vloeiendheid, moeiteloosheid in wat zich aanbied op mijn weg, ook in de momenten die minder aangenaam aanvoelen.

Zo heb ik soms het gevoel dat mijn hart traant wanneer ik hoor, zie wat gebeurt in de wereld, hoe mensen elkander benaderen in hardheid.
En zo duwt en weent mijn verlangen soms omdat het verlangt naar SamenZijn, Samenwonen, ontvangen, dienstbaar zijn, creëren in het groen, tuinieren, groenten kweken, met de handen in de aarde… En dit is me heel duidelijk geworden… Voor minder ga ik niet meer.

Arles. De jeugdherberg. Gesloten vanaf vandaag. Ik heb het geluk er toch te mogen overnachten.
Een heerlijk stukje harde gedroogde geitenkaas op een toost en yoghurt met ‘la crème de Marron’. Een eenvoudige heerlijke picknick. Een man van Portugese afkomst komt naast me zitten. “je voudrais aller en ville, mes avec la pluie c’est un peut loin. J’aurais besoin de la marihuana..” Ik negeer zijn laatste gedeelde zin. Wat later nodigt hij me uit om champagne te drinken. “Non, merci. Je ne bois pas d’alcool, ni fumer”. Hij steekt zijn duim op, als teken van ‘goede beslissing’ . Ik rond af en ga slapen. Ik laat mijn kamerdeur op een kier om tocht te maken.
Ik zet mijn nacht in. Slaapt onrustig… een nachtmerrie. Ik ontwaak in angst, met mijn hand en vingers verkrampt in een griezelig vorm naast mijn keel.
Op de gang hoor ik iemand in stilte bewegen. Een schim komt voor het licht van mijn kamerdeur. De reflectie verdwijnt op het plafond. Hmm, ben ik wel wakker, of droom ik wakker verder.
Ik voel ogen op mijn lijf.
Mijn lichaam gewikkeld in het laken ga ik naar de deur, open ze verder… in de gang, de man.
Het was geen droom meer…. wel werkelijkheid. Ik sluit mijn kamerdeur ‘nr 7’ en voel een opstandigheid.
Met 1 oordop slaap ik verder… op mijn qui-vive maar zonder angst.

Deze morgen bij het verlaten van de jeugdherberg zie ik de man in de tuin een boek lezen. Ik laat een brief achter voor de betaling van de overnachting, niemand van de verantwoordelijken is te vinden.
In het centrum van Arles, na een bezoek aan de kathedraal, hoor ik een luide stem, agressiviteit wordt geuit, een man spuwt voortdurend wild in het rond… Ik draai me om. De man nadert… Ik herken hem… De man van deze nacht.
Dit zien bevestigd nogmaals dat ik niet droomde.
Hij herkent me en stapt plots stil verder.

De bus naar Sainte Marie de la Mer. Bus af en naar de kerk. Les Gitanes spreken me aan en benaderen me wat opdringerig. “Vient ma belle un pendentif pour vous”, “ma jolie. Tenez c’est la tradition. Vous voulez que je lis les linge de votre mains, ?”… Ik dank vriendelijk en stap verder. Vanop de achtergrond kijk ik even hoe de vrouwen asn het werk gaan. Een bijzondere vorm van werken. Ik zie mensen agressief worden naar hen, mensen die bang zijn… Twee groepen tegen elkander op, en wanneer je ze tussen elkander ziet praten heeft de ene al wat een grovere mimiek dan de andere. Een vrouw valt me op. Wat heeft ze een zachte blik en ik zie telkens haar ontchooling wanneer het haar niet lukt om wat centjes bij te krijgen. Ik kijk wat dieper in mijn portemonnee en haal er een briefje uit. “Madame, tenez. C’est pour vous. Je vous le donne parce que votre doux regards ma touché. Ne le perds pas ce que il y a profond en toi” “Ze kijkt me aan,” tenez”, terwijl ze een medaille wil opspelden. “Non, merci. Je veut seulement vous offrir. Pas plus” “Merci madame”, en kijkt wat verwonderd.
Ik kan nog net een half uurtje binnen in de kerk ‘Notre-Dame-de-la-Mer ‘ Voor mij voldoende om deze plaats gewaar te worden. En ja hoor, geen spijt dat ik tot hier ben gekomen en kan begrijpen waarom mensen zo talrijk naar hier afdalen, tot in het uiterste puntje van de camargue. Eenmaal buiten is hier verder niets te beleven behalve de ene souvenir winkel en restaurant na de ander. Ik blijf op het plein en geniet van het zien wat zich hier allemaal afspeeld.
Een vrouw komt me aanspreken. Ze hoorde dat ik sprak over de credential. “Je peut vous demandez quelque chose ?” “Oui, bien sûr” “C’est quoi un credential ?” En zo begint het gesprek. We hebben een fijne uitwisseling omtrent de Camino, energieen, het hoe een weg zich creëert, wat het je bijbrengt niet enkel op de weg ook verder in het leven, bewustzijn, over wat het leven ons dagelijks toont en alles reeds aanwezig is en we het enkel hoeven te willen zien, er zich voor openen. Een uitnodiging volgt in Chambéry. De tweede persoon die ik ontmoet op deze weg, me uitnodigt in dezelfde buurt waar ik overnacht heb op de weg in 2018. ‘Hmmmm’.
“Allez en vous à prit de votre temps. Je vous laisse continuer votre chemin”. “Au, non vous m’avez pas prit mon temps, je vous remercie même de m’avoir posez la question. Cela fait parti du chemin. L’échange dans l’instant présent. Merci”, terwijl ik mijn handen bij elkaar breng en een Namaste groet buiging maak.

En wat een vloeiendheid vijf minuten nadien zit ik op de bus richting Arles om verder te reizen naar Aubagne waar mijn weg terug te voet verder gaat.

Ik wandel nog een 10 kilometer van Aubagne naar Gémenos. Een lieve priester biedt me een zaaltje aan waar ik mag verpozen. Wat later brengt hij me een gebakken omelet, fruit, kaas en brood.
Voor het slapen gaan geniet ik nog van een avondwandeling in de lege straten van het dorp. Achter de luiken, het licht van de tv’s schijnen op het interieur.

Église Notre-Dame-de-la-Mer a Sainte-Marie-de-la- Mer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s