De koekoek. De ochtendzon komt de vergaderruimte verwarmen. Ik strek me uit, een nieuwe dag staat voor de deur. Nieuwe ontmoetingen, met de ander, met mezelf.
Voor de eerste keer ontmoet ik twee pelgrims. Ik wandel eventjes met hen mee en al snel wordt het me duidelijk dat onze wegen snel zullen scheiden. Het geklaag over herbergen en de vele ‘moeten’ staan in sterk contrast met mijn ervaringen en ingesteldheid op mijn weg. Nederigheid.



Tot mijn grootste verwondering zijn de voorsteden van Poitiers heel aangenaam. Het vele groen is uitnodigend. Een babbel hier, een babbel daar. Joggers, fietsers…
Ik negeer de borden van de GR en camino en wandel richting centrum. Verrassend. Een groot gebouw, de kathedraal. Een groenblauwe verweerde deur nodigt me uit om naar binnen te gaan. Ik bewonder de muurschilderingen van de Heilige Familie en Jezus in Gethsémani. Op een wand een ingekerfd labyrinth.
Verder naar het centrum valt me een veel kleinere kerk in gele steen op, met zijn kleine bogen en houten verweerde deuren. Terwijl de menigte de braderie van het eerste weekend van september afloopt, zoek ik de rust op in l’église Notre-Dame la Grande. Bij het naar binnen gaan word ik op adem gegrepen. Het is alsof ik in een moederschoot terecht ben gekomen, zo voelt het. Donker, warm en de kleuren in de kerk, het gezang van de sopraan versterken het geheel.

Op een terras geniet ik van het zien van de vele mensen die voorbij komen. Een vrouw kijkt naar mijn rugzak. ‘Vous allez à Saint-Jacques?’ Dit was de eerste vraag van de vele andere. Zonder enige weerstand beantwoord ik de vragen. Een vloeiendheid en spontaniteit installeren zich tussen ons. ‘Je peux vous poser une question?’, vraag ik na een eindje terug. ‘Oui.’ ‘Vous travaillez dans une école, vous êtes instit?’ Een ja kwam en bracht bevestiging op het waarom van de vele vragen die ik mocht ontvangen. We blijven zowat bijna twee uur samen gedachten uitwisselen over het thema ‘liefde’. Ik denk dat als ik nog iets zou gaan studeren, dat ik me aan een cursus filosofie waag. In het gesprek werden me plots dingen duidelijk over wat ik de voorbije dagen met me meedroeg. Soms kan men zodanig iets willen zoeken dat men het net niet vindt. Ik kan het vergelijken met de momenten dat ik mijn bril zoek en hij gewoon op mijn neus staat. Tot ik er niet meer naar op zoek ga, en dan, eureka. Wel door het ‘willen’ los te laten, door het niet blijven vasthouden, komt het antwoord soms uit het niets. Dit is ook wat liefde voor me is geweest in het nabij zijn met anderen, ook met mezelf, willen vasthouden. Liefde kan men niet vasthouden. Vasthouden uit angst om te verliezen, angst voor het gemis dat zich zou kunnen installeren bij het verlies, om de pijn. Er komen hoge verwachtingen, verlangens…. Net door het vasthouden gaat men iets verliezen en kan pijn voelbaar zijn. Door liefde in zijn pure vorm te laten zijn, kan het voelbaar breder gedragen worden. Kan openheid aanwezig blijven voor vernieuwing, verandering en blijft de fijne energie leven doorheen wat is en komt. Liefde in relatie met al wat is.
Ik hoor mezelf zeggen: “Alle Jasmine, dat wist je toch al?” Ja, natuurlijk, alleen tussen het weten en voelen is er een groot verschil. Jaren kan men iets weten, daarom is het nog niet geïntegreerd.
Wat ik schrijf is misschien niet juist of klopt het voor de één niet, maar misschien wel voor de ander. Wat vandaag is, is juist voor me in het nu; morgen kan het misschien weer anders zijn. Ik vraag me eigenlijk af: bestaat de waarheid? Ik heb het idee van niet, ook waarheid is veranderlijk.
Ik neem afscheid van Florence en wandel nog een prachtig stukje natuur tot in Ligugé bij de monniken.