Antoinette

Wel ik zou het niet kunnen wat je doet”, zegt Jacques die aan het vissen is langs le Canal de St. Quentin. “Het is alsof je dagelijks zou gaan vissen maar dan met andere stokken”, deel ik, terwijl ik voel,’ de ene persoon gaat dagelijks vissen, de ene gaat dagelijks op bureau, de andere op het land, voor elk wat wils… En hoe zalig is het om je leven te vullen met iets wat je graag doet, waar je vreugde aan beleefd en dit alles mag en kan delen met anderen.

In een klein dorpje, Thugny-et-Pont. Blijf ik staan voor een klein huisje. De façade hangt vol bric-à-brac, en eigenlijk vind ik deze uitdrukking niet op zijn plaats en zelf wat denegrerend, ook al ziet het eruit alsof alles, hoe komt het uit, hangt of staat.
Zo voelt het niet en hoe langer ik voor het kleine gebouw sta, hoe meer het duidelijk is en ik gewaar wordt dat de eigenaar dit met grote zorg en toewijding heeft verwezenlijkt om zijn kleine huisje open te stellen aan mensen en ze er te verwelkomen. Ik probeer te zien of er iemand is, ik klop op de deur. Niemand. Ik voel dat er hier iets gebeurt is, ik kan het niet plaatsen. Het intrigeerd me. Op mijn rechterkant zie ik een groot open oppervlakte met een bijzonder huis vol kleine verrassende hoeken en nissen. Een een dame zit onderuit gezakt op een stoel in de schaduw. Een geit en een schaap lopen kris kras over het land.
Ik kijk haar richting uit en ze roept, “het is gesloten”. “En zal het nog open gaan of is het voorgoed gesloten.” De vrouw nadert.
Ze draagt een lange broek, te lang en veel te breed. Een rode polar pull met daaronder een synthetische T-shirt met wat gaten in. Een zwaarte hangt over haar heen. Antoinette.
Ik haal mijn geconfijt gember en mango uit die ik gisteren kocht in St. Quentin. “Zin in een lekkernij”, vraag ik haar. Ze neemt er eentje uit het zakje.
“Hmm, amai dat is heerlijk”. Ik zie haar ogen wat veranderen, opener en zachter worden. Antoinette begint haar verhaal te doen, ik luister aandachtig naar haar delen. “Hij is veel te snel vertrokken”, deelt ze. Ik zie een zekere hardheid terug komen. “We zijn hier komen wonen toen Jean-Marc 62 was, we hebben de molen gekocht en Jean-Marc heeft hier alles eigenhandig gerestaureerd, zelfs de rosas in de gevel heeft hij gemaakt.” “Waw, en dit dan ook”, terwijl ik wijs naar een steen waar een tafereel en een hoofd in verwerkt werd, “je man is een ware artiest”, voeg ik eraan toe. “Ja, hij heeft hier zijn hart en ziel ingestoken. Hij heeft veel te veel gewerkt. Hij had niet mogen vertrekken.” “Antoinette, ik zie een zekere kwaadheid bij je. Klopt dit?” “Ja, ik ben kwaad en verbitterd. Eigenlijk ben ik kwaad dat hij Jean-Marc veel te vroeg heeft meegenomen”, terwijl ze naar boven kijkt en wijst. “Hij heeft veel te veel gewerkt”, deelt ze terug, “ik ben gaan slapen, ik was moe. En plots hoorde ik hem vallen. Het was ergens midden de nacht. Ik heb zelf geen afscheid kunnen nemen. Veel te snel”.
Een stilte. Ik kijk naar haar. Achter die verbittering zie ik haar verdriet. “Antoinette, weet je zijn lichaam, zijn voertuig is weg. Maar hij is er nog altijd. Het is hier zo voelbaar.” “Het is waar, hij is er nog. Ik hoorde hem zelfs een paar dagen nadien nog praten”, terwijl ze me aankijkt. “Hij is in vrede Antoinette. Hij is in vrede. Op deze serene plaats. Hij heeft hier met jou iets heel bijzonders neergezet. Zo bijzonder mooi. Ik hoop als dit ooit terug opengaat, het in respect zal zijn voor wat hij hier heeft gecreëerd. Voor wie hij was. “

De vrouw deelt verder nog wat over het dorp, de burgemeester, haar zoon Michaël. Waar ze van houdt en dat ze binnen een paar maanden naar de bergen trekt, daar waar ze het liefst is.
” Zin in nog zo een lekkernij? “, terwijl ik een zakje papier uithaal en de helft van mijn zakje verdeel over de twee zakjes.” Hier Antoinette dit is voor jou. Geniet er maar van.” we zitten nog wat naast elkaar in stilte en genieten van elkanders compagnie.

Jean-Marc Noblesse stierf zeven jaren na hij hier kwam. Hij zette een huisje neer, niet zomaar eentje. Eentje met een ziel vol symboliek. En de tijd dat ik hier met zijn vrouw zat, was alsof we elkander al heel lang kenden. Antoinette verloor hierbij niet enkel haar man, ook verloor ze van de een op andere dag alle mensen die hier op het terrein kwamen.
Terwijl ik me klaar maak om verder te stappen, zie haar terug wandelen in de schaduw richting het huis. De geit en het schaap kruipen via het raam het huis binnen.
Ik stap op… We zwaaien nog eens naar elkander. ‘Antoinette,’ denk ik in mezelf. ‘Jou zal ik nooit vergeten.’

Op het einde van het dorp staat een soort klein vierkante gebouwtje met een groot kruis erop. La chapelle ‘Eulalie’, waarover Antoinette me deelde. Ik herken het werk van Jean-Marc.

In een riviertje La Somme, midden een dorpje Pithon plons ik in het water nadat ik de jeugd, Samir, Anaelle en Nael er in zag jumpen. Hup, de jeugd achterna. Lekker verfrissend. Wat ben ik tocht verwend.

Op mijn rechterkant schijnt de zon laag aan de horizon. Rondom mij baden de velden in een goudengloed. Links mijn schaduw, we wandelen samen naar het dorp die recht voor mij ligt, gelegen als een oase midden de velden. Ik zet mijn tarp neer in een tuin, na ik de toelating vroeg. Ik vraag een emmer om water te vullen op het kerkhof. Ik krijg het voorstel om er te douchen. “Is heel vriendelijk, ik ga me wassen met het water van het kerkhof. Het is ondertussen 21u wanneer ik mijn handdoek aan de haak van het kerkraam hang, de emmer vul en geniet van de rust in de badkamer.

Hier nog een kortfilmpje

Hier nog wat beelden

2 gedachtes over “Antoinette

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s